HP's sLinkse kruistocht

In tendentieuze artikelen over linkse politieke partijen werpt HP/De Tijd zich op als spreekbuis van populistisch Nederland. In de artikelen worden even waanzinnige als ongefundeerde uitspraken gedaan.

door Bram Gerrits


Op 17 december 2003 besloot de Raad voor de Journalistiek dat de klacht van GroenLinks tegen HP/De Tijd ongegrond is.1 De klacht betrof een artikel van Stan de Jong en Joost Niemöller dat onder de kop ‘De GroenLinks connectie’ op 6 juni 2003 in het blad werd gepubliceerd. Het artikel betreft een interview met Peter Siebelt naar aanleiding van zijn boek Eco Nostra – het netwerk achter Volkert van der Graaf. Hierin wordt gesuggereerd dat er een verband zou zijn tussen GroenLinks en de moord op Pim Fortuyn.

In het artikel wordt deze aanname onderschreven door de auteurs, getuige de alternatieve titel ‘De kogel kwam van GroenLinks’ die zij voor het boek aandragen. In de beoordeling van de klacht acht de Raad ‘[d]e suggestie van De Jong en Niemöller over een mogelijke alternatieve titel voor Siebelts boek […] onkies’ maar stelt dat ‘[u]it deze suggestie zou zelfs kunnen worden afgeleid dat De Jong en Niemöller het onderwerp waarover zij schreven, weinig serieus namen.’

De implicatie dat GroenLinks geen klacht zou hebben ingediend als de partij over wat meer zelfrelativering had beschikt, is niet geheel ten onrechte. De stijl van ‘De GroenLinks connectie’ lijkt een pastiche op een jeugddetective uit de jaren tachtig.2 Er worden even waanzinnige als ongefundeerde uitspraken gedaan: ‘Uiteindelijk zal de verspreiding van De tragiek van een geheime dienst toch worden stopgezet. Maar dan is al voor de tweede keer een gevoelige klap toegediend aan de BVD. Een klap waarvan men, aldus Siebelt, nauwelijks meer zou herstellen. We maken de balans op. Doordat de BVD door GroenLinks is gefnuikt in zijn werk, werd het onmogelijk gemaakt in een vroegtijdig stadium inzicht te krijgen in het milieu waarin Volkert verkeerde.’

Het GroenLinks-netwerk droeg Van der Graaf dus niet op om Fortuyn te vermoorden, zoals gesuggereerd wordt, maar bood hem onderdak. De fascinerende dwarsverbanden die het bestaan van de Eco Nostra aannemelijk moeten maken, worden samengevat in het artikel onder de subkop ‘Volkerts groene wereld’. Het is een lijst van GroenLinks-politici, medewerkers van Wageningen Universiteit en juristen die aan een actiegroep verbonden zijn (geweest). De verbanden tussen de personen zijn veelal flinterdun en voornamelijk suggestief van aard. De geloofwaardigheid krijgt een laatste knauw als de auteurs de beweegredenen van Siebelt in de laatste alinea onverwachts onderuit halen door hem weg te zetten als een ‘communistenvreter’. Spreekbuis

Het hierboven beschreven artikel maakt deel uit van een min of meer thematische reeks van coverartikelen waarmee HP/De Tijd zich opwerpt als de spreekbuis van populistisch Nederland. Henk Steenhuis, een van de twee hoofdredacteuren, formuleert het in een ongedateerd interview met De Journalist3 als volgt: ‘Gebeurtenissen als van 11 september of de moord op Fortuyn maken dat de mensen behoefte hebben aan duiding: vertel wat er is gebeurd en vertel wat de gevolgen zijn. Dat zal een deel van de groei [van de losse verkoop] verklaren. […] Als de dood van Pim Fortuyn iets heeft duidelijk gemaakt, is het wel dat er een brede beweging is ontstaan die tabak heeft van het establishment. Daar schrijven wij al maandenlang over.’

Het moge duidelijk zijn dat Henk Steenhuis een nieuwe lezersgroep heeft gevonden die graag geduid wordt over de demonisering van Fortuyn, het slechte van de Islam en het gevaar van Links. Dit laatste thema wordt veelal uitgewerkt door Joost Niemöller. In HP/De Tijd verscheen van zijn hand ‘Een mooie grijze wereld’ (22 november 2002), over de SP; het al besproken ‘De GroenLinks connectie’ (6 juni 2003); ‘Wijnand Duyvendak en het RaRa-raadsel’ (7 november 2003); en ‘Duyvendak duikt’ (2 januari 2004). Dat de strategie van Steenhuis succesvol is in het bereiken van een nieuwe doelgroep blijkt niet alleen uit de verkoopcijfers. Alle bovengenoemde artikelen zijn te vinden op de site van het Fortuynistisch Nieuwsblad4 en worden positief besproken op internetfora.5

Ik wil hier nogmaals benadrukken dat Niemöller wat mij betreft niet gezien moet worden – zoals op genoemde fora nog eens gebeurt – als een polemist die HP/De Tijd als podium gebruikt. Joost Niemöller is een broodschijver die tussen 1994 en 1998 een kleine tachtig artikelen voor De Groene Amsterdammer schreef en van wie sinds 1984 zes boeken, voornamelijk fictie, gepubliceerd zijn. Het ligt voor de hand dat hij in zijn artikelen voor HP/De Tijd de redactielijn volgt. Om een voorstelling te maken van hoe die lijn zou kunnen luiden, verwijs ik graag naar het redactioneel van Henk Steenhuis dat 20 december 2002 onder de titel ‘Niemands knecht’ verscheen: ‘Ook al wordt hier doorgaans stilzwijgend aan voorbijgegaan, de heersende ideologie in Nederland is de linkse leer. […] Voor het geval u hieraan mocht twijfelen: sta dan even stil bij degene die eerder dit jaar ten strijde trok tegen wat hij 'de linkse kerk' noemde, en wie op 6 mei voorgoed het zwijgen is opgelegd. […] Overigens zal het niet lang meer duren of het is gedaan met de hegemonie van linkse intellectuelen en opinieleiders. Je hoort en ziet hoe het bouwwerk kraakt; ook wat dat betreft was 2002 een onvergetelijk jaar. Straks zal zich een nieuwe elite aandienen, en die kan op een soortgelijke hartelijke ontvangst van HP/De Tijd rekenen.’


Retoriek

Tot deze nieuwe elite arriveert – en ik heb haar nog niet gezien – blijft HP/De Tijd de ‘linkse kerk’ zelf bevechten. Ik zou graag aan de hand van de artikelen van Joost Niemöller willen demonstreren welke middelen daarvoor ingezet worden. Evenals in ‘De GroenLinks connectie’ maakt Niemöller in ‘Een mooie grijze wereld’ gebruik van suggestieve retoriek. Zo neemt hij het de SP kwalijk dat zij in haar ‘kernvisie’ Heel de mens5 niet aangeeft wat de socialistische maatschappij waar zij naar streeft inhoudt. Niemöller gaat voorbij aan het feit dat het wezen van het socialisme in Heel de mens tot in den treuren besproken wordt en maakt een makkelijk bruggetje naar het maoïstische verleden van de partij. Als er elders in de kernvisie wordt gesproken van ‘het organiseren van activiteiten onder de bevolking van Nederland’ vraagt hij zich af of ‘het doorvoeren van de revolutie ook zo’n activiteit’ is. Het definitieve verband tussen de SP en het communisme wordt gelegd met de opmerking over de kernvisie dat ‘[n]et als in de communistische staten van weleer zijn de woorden hier niet wat ze lijken’.

In de laatste alinea’s schetst Niemöller hoe de socialistische maatschappij van de SP er écht uitziet: ‘Alle verschillen zullen in het Nederland van de SP opgaan in één soort socialistisch grijs. Grijze wijken. Grijze scholen. […] Geen Nike-schoenen. Geen CD-walkmans. Geen drugs. Geen maatpakken. Geen alcohol. Geen geweld. Geen trendy rugzakjes. Geen korte rokken. Geen sigaretjes. Geen porno. Geen gekleurde horloges. Geen opwinding. Alles gelijk. En grijs.’

In ‘Wijnand Duyvendak en het RaRa-raadsel’ vinden we veel van dergelijke ongefundeerde verdachtmakingen terug. De lead van het artikel stelt dat ‘veel’ erop wijst dat Duyvendak indertijd bij RaRa betrokken was. Duyvendak was als redacteur van krakerskrant Bluf! contactpersoon voor de antimilitaristische actiegroep Onkruit. Hij zou verder achter de opheffing van dat blad in 1985 zitten. In datzelfde jaar liet RaRa, waar leden van het in 1984 uiteengevallen Onkruit aan zouden deelnemen., voor het eerst van zich horen.


Aantijgingen

Voor het geval u de link nog niet heeft gelegd, laat ik graag de auteur zelf aan het woord: ‘Dit alles bewijst nog niet dat Wijnand Duyvendak deel uitmaakte van RaRa. Maar er zijn te veel dwarsverbanden tussen Onkruit, Bluf!en RaRa om uit te kunnen sluiten dat hij niets met de RaRa-aanslagen van doen had. Door Bluf! zo haastig op te heffen, verdween mogelijk cruciale informatie.’

Als we willen weten wat deze cruciale informatie zou kunnen zijn, moeten we waarschijnlijk Rara, wie ben ik van Peter Siebelt lezen. Niemöller weet in ieder geval over dit boekje te melden dat het ‘[v]olgende week [...] bij uitgeverij Aspekt verschijnt’. Niemöller is op basis van eigen onderzoek al zeker genoeg van zijn zaak om in ‘Duyvendak duikt’ het tweede kamerlid de les te lezen over diens weigering zich publiekelijk te verweren tegen de aantijgingen.

Wat mij betreft is het duidelijk dat in de HP/De Tijd vorm wordt gegeven aan de missie van Henk Steenhuis. De grenzen van de betamelijke journalistiek worden daarbij geregeld overschreden. Ik heb slechts een beperkt aantal artikelen gebruikt en daaruit slechts beperkt geciteerd. De vraag is welk beeld een omvangrijker inspectie zou opleveren. Ik maak mij zorgen om dat beeld, en niet alleen vanuit mijn opvattingen over wat gedegen journalistiek is. Mijn zorgen komen verrassend sterk overeen met die van Henk Steenhuis. In het interview met De Journalist zegt hij over de demonisering van Pim Fortuyn: ‘Ze vergeten dat veel journalisten Fortuyn omschreven als een slecht en gevaarlijk mens. Intelligente mensen kunnen afstand nemen van dat soort formuleringen, domme mensen denken: dat is het kwaad. Dat moeten we bestrijden.’


De auteur is lid van GroenLinks.

Hyper-Noten

1   Zie www.fortuynpolitiek.nl/topic.asp?TOPIC_ID=1568
2   Zie http://villa.intermax.nl/journalist/numm/numm_center_intr.25493.html
3   Ik wil u mijn favoriete citaat echter niet onthouden: ‘Siebelt wil alweer door met zijn verhaal. Maar we willen toch wel weten hoe het zat met die dode meneer.’
4   Zie www.geocities.com/fortuynistischnieuwsblad/
5   Zie bijvoorbeeld www.pim-fortuyn.nl/pfforum/default.asp en www.pimfortuyndiscussie.com
6   Zie www.sp.nl/partij/theorie/kernvisie/heel_de_mens.pdf


Terug