Nieuwsstormen op komst

Groot nieuws wordt steeds groter

In Mediahype analyseert socioloog Peter Vasterman onder andere de zinloos geweld-hype. Waarom iedereen de naam Joes Kloppenburg kent en niemand Mehmet Yilmaz.

door Tabe Bergman

Hoe ontstaat een mediahype? Vasterman, als socioloog verbonden aan de School voor Journalistiek in Utrecht, noemt een aantal factoren waardoor een gebeurtenis die onder ‘gewone’ omstandigheden een éénkolomsbericht op pagina drie oplevert, kan uitgroeien tot een hype. Kán, want het spreekt voor zich dat legio factoren een moeilijk meetbare invloed uitoefenen. Uiteraard spelen de aard en ernst van de gebeurtenis een rol. Verder is ‘vooral ook’ van belang dat een gezaghebbende bron de gebeurtenis duidt. Dat wil zeggen: een bron waar journalisten vertrouwen in hebben, moet de gebeurtenis interpreteren in een breder kader.
Zo was, aldus Vasterman, de oproep van politiecommissaris Cees Bangma in de Leeuwarder Courant om een minuut stilte in acht te nemen ter herdenking van de dood van Meindert Tjoelker, een belangrijke oorzaak van de zinloos geweld-hype die volgde. Cruciaal was dat Bangma niet het incident zelf maar het verschijnsel zinloos geweld aan de orde stelde. De media besteedden overvloedig aandacht aan de oproep. Hierdoor veranderde een incident in de dramatische illustratie van een gevaarlijke maatschappelijke ontwikkeling: de (vermeende) toename van zinloos geweld. Zoals de Volkskrant een paar maanden later schreef in een terugblik: ‘Maandagochtend stond zijn [Bangma – TB] brief in de krant, een kwartier na verschijning belde Radio Fryslân, vervolgens hing er een nationale televisiezender aan de lijn en de rest is geschiedenis.’ Achteraf verbaasde Bangma zich over de impact van zijn open brief, maar hij kende ook de verklaring. Zijn oproep fungeerde als ‘een kanalisatiepunt waar iedereen zich op kon richten.’

Herdenkingstocht
Naast duiding door een betrouwbare bron spelen de ‘beschikbaarheid en toegankelijkheid van voor de media betrouwbare bronnen […] een doorslaggevende rol’ bij het ontstaan van een mediahype. Waarom werd het incident in de Haagse Schilderswijk op 1 januari 1999 geen mediahype? De Turks-Koerdische Mehmet Yilmaz (24) sterft in een portiek als gevolg van messteken. ‘Oudejaarsnacht rustig verlopen’, meldt De Telegraaf de volgende dag. Ook de andere kranten benadrukken het gebrek aan incidenten tijdens Oudejaarsnacht. Ook de tocht ter nagedachtenis van Yilmaz leidt niet tot een hype. Volgens Vasterman komt dit doordat de politie ontkent dat racisme een motief was voor de moord. Maar er is nog een reden waarom de media de zaak niet uitdiepten: ‘Behalve een voorkeur voor toegankelijke, officiële bronnen kan hierbij een rol spelen dat journalisten minder makkelijk contacten leggen in de Turkse gemeenschap in de Schilderswijk. Daardoor werd vóór de herdenkingstocht voor Yilmaz niet duidelijk wat zijn dood in de Schilderswijk had losgemaakt.’
Vasterman toont overtuigend aan dat de berichtgeving over zinloos geweld een mediahype was. Volgens Vasterman is een mediahype ‘een mediabrede, snel piekende nieuwsgolf die één gebeurtenis als startpunt heeft en die voor het grootste deel het gevolg is van zichzelf versterkende processen binnen de nieuwsproductie.’ Statistisch is het niet te bewijzen dat ‘zinloos geweld’ toeneemt, maar dat was natuurlijk wel het beeld dat, impliciet dan wel expliciet, naar voren kwam uit de overvloedige berichtgeving over gewelddadige incidenten zoals de dood van Meindert Tjoelker en Joes Kloppenburg. Uit onderzoeken blijkt dat mensen zich onveiliger voelden op straat na de mediahypes over zinloos geweld.

Nieuwsgolven
Volgens Vasterman zijn mediahypes geen recent verschijnsel, maar de frequentie en intensiteit zijn mogelijk toegenomen sinds de jaren negentig. ‘Meer dan vroeger lijkt de berichtgeving gedomineerd te worden door een eindeloze reeks van affaires, schandalen en conflicten die steeds grotere nieuwsgolven opleveren.Bovendien lijkt groot nieuws, zoals bijvoorbeeld de berichtgeving over rampen, steeds groter te worden.’
Het lijkt erop dat mediahypes het onvermijdelijke product zijn van het hedendaagse medialandschap. Sinds begin jaren negentig is de hoeveelheid media fors gegroeid. Nooit waren er zoveel commerciële radio- en televisiezenders, nieuwsprogramma’s en talkshows, nieuwssites en verslaggevers en cameraploegen die het liefst live verslag doen. De toegenomen concurrentie leidt volgens Vasterman echter niet tot meer diversiteit, maar juist tot meer eenvormigheid Als een onderwerp een bepaalde nieuwsdrempel heeft genomen, kunnen de overige media het zich niet veroorloven achter te blijven. Iets is nieuws als de andere media het brengen: de media bezitten een hoge graad van self-referentiality, zoals Vasterman het noemt. Oftewel: ze apen elkaar na omdat ze doodsbang zijn iets te missen.

Hypegevoeligheid
Vasterman waarschuwt: ‘Een redactie behoort volgens de professionele normen zelfstandig de relevantie en de nieuwswaarde van onderwerpen te bepalen in plaats van te volgen wat andere media kiezen. Maar dat vereist eigen nieuwsgaring of onderzoek en daarvoor ontbreekt door alle deadlines vaak de tijd bij de media. Bij het overnemen van de nieuwskeuze van andere media spelen waarschijnlijk ook commerciële motieven een rol: de marktwaarde van het onderwerp is al bewezen, de aandacht van het publiek al veroverd en dan is het verleidelijk om maar op dat onderwerp door te gaan.’
Deadlinedruk is natuurlijk van alle tijden, maar de verschuiving van dagelijkse deadlines naar een 24-uurs nieuwscyclus bevordert (‘lijkt te bevorderen’, schrijft Vasterman voorzichtig) de hypegevoeligheid van de media Er is minder tijd om feiten te checken en op zoek te gaan naar andere interpretaties. Bovendien zag de jaren negentig de opkomst van media die een ruimere definitie van journalistiek hanteren, die de klassieke journalistieke standaarden minder strikt hanteren. Vasterman noemt geen voorbeelden, maar het ligt voor de hand dat hij infotainment-programma’s als Hart van Nederland en RTL Boulevard op het oog heeft. Het gevolg is dat ‘serieuze media’ zich onder druk gezet voelen om ‘ook crime, celebrity en lifestyle te brengen en hun nieuwsdefinities voor het harde nieuws zo aan te passen dat ook daar meer ruimte komt voor emotie, human interest en primaire reacties. Dit is mede het gevolg van de concurrentie tussen de visuele en gedrukte media.’ Het lijkt erop dat hypes een onvermijdelijke uitwas van het medialandschap zijn. Waarschuwing: er zijn nieuwsstormen op komst.
Met het volgende nuttige advies sluit Vasterman af: ‘Te vaak gaan er mediahypes voorbij over belangrijke onderwerpen zonder dat er wordt teruggekeken naar de inhoud van de berichtgeving en de maatschappelijke gevolgen. En als er al een debat plaatsvindt over de rol van de media, ontbreekt het de participanten doorgaans aan gedegen informatie over de feitelijke inhoud van de totale berichtgeving over het desbetreffende onderwerp. De oprichting van een onafhankelijke nieuwsmonitor om zowel langer lopende issues in de media als incidentele mediahypes te onderzoeken zou een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan een evenwichtig debat over de rol van de journalistieke media in de samenleving.’

Mediahype, Peter Vasterman, Aksant, Amsterdam, 2004




Terug