Middeleeuwse praktijken domineren inktspotprijs


De Inktspotprijs is Neerlands belangrijkste lauwerkrans voor politieke cartoonisten. De selectieprocedure blinkt echter uit in ondoorzichtigheid. Is Extra!-cartoonist Ruben L. Oppenheimer nou genomineerd of niet?

door Anna Windgassen

Extra! toog op een blauwe maandagavond naar DeBatterij in Den Haag voor het debat ‘Satire of smaad: het dilemma van de politieke prent’, georganiseerd door Stichting Pers en Prent. Aanleiding voor het debat was de jaarlijkse tentoonstelling ‘Politiek in Prent’ die sinds 1992 door Stichting Pers en Prent wordt georganiseerd.

De tentoonstelling wordt traditioneel geopend in het centrum van de politieke macht: de Tweede Kamer der Staten Generaal, en pretendeert een jaarlijks overzicht te bieden van de beste politieke prenten die in de Nederlandse pers verschenen zijn. Afgelopen jaar mochten onder andere deelnemen: Peter van Straaten, Jos Collignon, Fritz Behrendt, Frits Müller, ‘trik’ (alias Raymond Hendriks) én de twee dames Ien van Laanen en Mirjam Vissers.

Opvallend afwezig op de overzichtstentoonstelling echter getalenteerd politiek tekenaar Ruben L. Oppenheimer. Hij tekent voor NRC Handelsblad, De Limburger, de Leeuwarder Courant en natuurlijk voor Extra! We waren zodoende niet toevallig nieuwsgierig naar de totstandkoming van de tentoonstelling en de Inktspotnominaties, en namen ons voor deze prangende vraag voor de voeten van de heren prominenten te werpen: waarom is dhr. Oppenheimer niet vertegenwoordigd?!

Spil in de organisatie van tentoonstelling en Inktspotprijsuitreiking is de voorzitter van Stichting Pers en Prent, Hans IJsselstein Mulder. Vergeefs zocht Extra! naar zijn achtergrond (hij is niet bereikbaar voor commentaar). Getuige zijn voorzitterschap van Stichting Pers en Prent en functie als samensteller van diverse prentenoverzichten is in ieder geval duidelijk dat hij in politiek prentenland een prominente, bemiddelde kracht is.

Gekeuvel

Dhr. IJsselstein Mulder leidde het Satire of smaad-debat in Den Haag dus met veronderstelde kennis van zaken. De vakbroeders die hij had uitgenodigd in conclaaf te gaan over een aantal satirische dan wel smadelijke prenten waren Frank Vermeulen, politiek redacteur voor NRC, drs. Han Mulder, publicist en columnist, en de politiek tekenaars Tom Janssen en Erik ‘Pluis’ van der Wal. Bas van der Schot en Jos Collignon zouden aanvankelijk ook komen, maar lieten om ons onbekende redenen verstek gaan. Misschien dat de discussie daarom niet van de grond kwam.

Het prominentendebat bleek een wonderlijk amalgaam van deskundigenmonologen en lekenkreten. Meest besproken prent van de avond was een afbeelding van Jos Collignon waarop de blote derrière van Beatrix door Balkenende en Donner wordt aanbeden alsof de vorstin haar kleren nog aanheeft. De heren barstten los in een indrukwekkende discussie over de discutabele goede smaak van de tekening. Opgevangen commentaren: ‘Het vaandel had over haar bibs moeten hangen’; ‘Het gaat natuurlijk om de boodschap van de prent’; ‘Is het er om te doen de vorstin te beledigen?

Het was Oud-Hollandsch gezellig, daar niet van. Even konden wij immers vergeten dat er oorlog is in Irak; prenten daarover - en over relevante wereldellende in het algemeen - kwamen niet aan bod. Censuur schijnt gelukkig niet meer te bestaan op de krantenredacties en het gebrek aan vrouwen in tekenland vindt niemand meer opmerkelijk. Nee, publiek en debaters beperkten zich tot oppervlakkige vaststellingen naar aanleiding van fijne prentjes over binnenlandse non-problematiek. In deze warme, eensgezinde sfeer werd ons tot slot de conclusie aangemeten dat politieke prenten ‘natuurlijk tóch wel een beetje smadelijk moeten zijn om effect te hebben’.

Het gekeuvel van de herenclub liep bijna ten einde en nog had Extra! geen gelegenheid gezien haar kwestie te opperen, toen het eindelijk even over de genomineerden voor de Inktspotprijs ging. Dhr. IJsselstein Mulder gniffelde in zijn zelfaangenomen onaantastbaarheid tegen NRC-kopstuk Frank Vermeulen: ‘We weten allemaal hoe boos Ruben L.Oppenheimer is dat hij niet genomineerd is voor de Inktspotprijs.’ Vermeulen was bereid dit over zijn kant te laten gaan (hij moest zijn smsje beantwoorden), maar Extra! zag een uitgelezen kans. Op de vraag waarom Ruben L. Oppenheimer eigenlijk niet genomineerd is, antwoordde dhr. IJsselstein Mulder ongeduldig: ‘Omdat hij niet aan de beurt is.’ Andere vraag dan: ‘Hoe komt een tekenaar in aanmerking voor deelname, wat zijn de criteria daarvoor?’ IJsselstein Mulder deelde mede dat een tekenaar professioneel moet zijn: een broodtekenaar die in landelijke dag- en opiniebladen publiceert. Bovendien moet hij ‘aan de beurt zijn’, zijn sporen verdiend hebben en bij voorkeur een vrouw zijn. ‘En de prent dan?’ Uiteraard is de kwaliteit van de prent hét criterium, aldus meneer IJsselstein Mulder.

Vreemd

Ruben L. Oppenheimer reageerde verbaasd toen wij hem de reactie van IJsselstein Mulder verhaalden. Hij zegt dhr. IJsselstein Mulder begin januari een e-mail gestuurd te hebben met de vraag hoe men voor deelname in aanmerking komt. Misschien dat de toon van het mailtje IJsselstein Mulder niet aanstond - het was licht ironisch -, maar tot voor kort had IJsselstein Mulder er niet op gereageerd. ‘Ik weet dus niet hoe ik in aanmerking kom, ik zal wel wat vaker naar Amsterdam moeten gaan om wat te borrelen en te netwerken, maar ja, laat ik daar nu juist geen zin in hebben. Ik dacht dat het om de kwaliteit van mijn werk zou gaan.’

Er is iets vreemds aan de hand met die Inktspotprijs. De criteria voor deelname lijken in IJsselstein Mulders visitekaartjeshouder te liggen. Ze zijn in elk geval niet consequent. Zo is de politiek tekenaar ‘trik’ (alias Raymond Hendriks) een jaar jonger dan Oppenheimer. Bovendien heeft hij slechts tekeningen in de regionale krant de Gelderlander gepubliceerd (waarvan de laatste in januari 2003). Naast wat incidentele publicaties in de Groene Amsterdammer is de rest van zijn werk vooralsnog nauwelijks landelijk gepubliceerd. De man maakt beslist mooie prenten die onze aandacht verdienen, maar heeft hij een indrukwekkender staat van dienst dan Oppenheimer, die sinds mei 2002 met enige regelmaat en sinds een jaar zelfs gemiddeld 2 à 3 keer per week publiceert in NRC?

Heeft Peter van Straaten drie keer de beste prent getekend of was hij gewoon drie keer ‘aan de beurt’ om de Inktspotprijs te ontvangen? De alom gewaardeerde tekenaar ontving de lauwerkrans in 1994, 1997 en afgelopen januari nog voor 2003. Frappant detail: dhr. IJsselstein Mulder heeft in 2002 bijgedragen aan de samenstelling van ‘Politieke baasjes’: een verzamelbundel met prenten van Van Straaten. Riekt dit naar een old boys’ network?
Het doet in ieder geval denken aan ‘Middeleeuwse gildenpraktijken’, meent NRC-redacteur Frank Vermeulen: ‘IJsselstein Mulder hanteert ook andere criteria dan alleen “ambachtelijke”, er is een soort ballotage om de groep niet te groot te maken (het gildensysteem) en “anciënniteit” speelt een rol bij de keuze tussen de NRC-tekenaars Oppenheimer en Siegfried Woldhek (die na een lange stilte pas sinds enkele weken weer politiek tekent – red.). Leuk voor Woldhek, maar te belachelijk voor woorden.’ Bovendien ‘hebben jonge vrouwen de voorkeur; duidelijk een postmoderne interpretatie van emancipatie’, aldus Vermeulen. Gaat NRC nu een klacht indienen over de Middeleeuwse gang van zaken rondom de Inktspotprijs? Chef opinie Marc Leijendekker: ‘Nee, er is vooralsnog geen sprake van een klacht, maar we zijn wel aan het uitzoeken hoe de organisatie tot haar conclusies komt.’

Politiek tekenaar Mirjam Vissers, een van de twee ‘jonge vrouwen’ die dit jaar mochten meedingen naar de prijs, is overigens minder negatief: ‘Het is geen old boys’ network; Hans IJsselstein Mulder belde mij einde zomer met de vraag of ik er iets voor voelde deel te nemen aan de volgende ‘Politiek in Prent’. Ik kende zijn naam niet, kende de man niet, kende helemaal niemand van de organisatie en kende geen enkele deelnemende tekenaar persoonlijk. Politiek in prent kende ik alleen uit de media.’



Toeval?

Mirjam Vissers wist ons ook nog te vertellen dat ‘Hans’ tijdens zijn toespraak bij de opening van de tentoonstelling Politiek in Prent op 13 januari jl. ‘een anekdote’ vertelde over Oppenheimer: ‘Hij vertelde dat Ruben hem had gemaild met de vraag “waarom hij niet was uitgenodigd deel te nemen aan de expo” en “of het soms de bedoeling was dat er eerst steekpenningen betaald werden.” Hans vertelde dit met een glimlach en maakte de indruk deze kwinkslag wel te kunnen waarderen. Het wekte op mij persoonlijk de indruk dat Ruben volgend jaar wel deel zou nemen.’

Toch bleef het een maand stil; pas een paar dagen na het debat in Den Haag plofte een e-mail in Ruben L. Oppenheimers inbox: dhr. IJsselstein Mulder drukt hem daarin op het hart dat hij Oppenheimer al op de kandidatenlijst voor 2004 had gezet voordat hij zijn mail ontving. Hij roept Ruben L. Oppenheimer op geduld te hebben, Bas van der Schot moest ook twee jaar op de prijs wachten, die wachttijd heeft hem uiteindelijk wel de prijs opgeleverd!

Tja...toeval? Mogen we nu aannemen dat Ruben L. Oppenheimer dankzij zijn e-mail genomineerd is voor de Inktspotprijs 2004? We weten het niet, maar misschien wordt het eens tijd voor een schaduw-Inktspotprijs.



Terug