Volkscommissaris Bolkestein

Redactioneel

Al enkele decennia timmert Frits Bolkestein flink aan de weg. Zijn boodschap is duidelijk. Het vrije ondernemerschap is de basis van de economie, de economie is de kern van de samenleving en alles dat het vrije ondernemerschap in de weg staat belemmert de vrije ontwikkeling van een vrije samenleving. Onlangs (de Volkskrant, 17/1/2004, “Consument is onze bondgenoot”) vatte Bolkestein dat kernachtig samen in de volgende formule: “Zonder kapitalisme is democratie onmogelijk.”

Het is een bekend verhaal. Priesters van de katholieke kerk vertellen al eeuwenlang het verhaal dat God de wereld heeft geschapen en dat al het goede van boven komt. Volkscommissarissen uit de voormalige Sovjet-Unie proclameerden dat zonder een almachtige communistische partij socialisme niet mogelijk was. De overeenkomsten zijn geen toeval.

Volgens Bolkestein gaat het om “de erkenning van vrijheid en privé-eigendom als hoekstenen van het kapitalisme en tevens als begin van andere democratische rechten.” Hij benadrukt dat er geen alternatief is: “McWorld is namelijk onlosmakelijk met de democratie verweven.” Diegenen die kritiek hebben op dit fraaie sprookje zijn door “schuld geobsedeerd.”

Ter ondersteuning van zijn stelling komt hij met algemene wijsheden over de “enorme welvaartsgroei” waartoe de globalisering de afgelopen 20 jaar heeft geleid. Welvaartsgroei voor wie? Het voorbeeld van de stad Cochabamba (Bolivia) waar een internationaal conglomeraat (onder meer bestaande uit de ING bank) de watervoorziening van de stad had overgenomen, toont afdoende welke scherpe tegenstelling er is tussen een multinational en de democratische rechten van de bevolking. Bedrijven willen winst maken, hetgeen voor Cochabamba betekende dat een groot deel van de bevolking geen drinkwater meer kon betalen. De bevolking in Cochabamba kwam in opstand (geobsedeerd door schuld?) om het waterbedrijf terug te krijgen. De strijd duurde 6 maanden en koste aan één jongetje het leven, maar eindigde in een nederlaag voor het conglomeraat dat nu probeert om 25 miljoen dollar terug te vorderen van de straatarme stad wegens “winstderving”.

Eurocommissaris Bolkestein schrijft dat er “regelmatig” besluiten worden genomen die “tegen het zere been zijn van grote spelers in de wereld van het geld.” Feitelijk gezien bemiddelt hij bij conflicten tussen die “grote spelers”. Hij noemt dat “democratisch gecontroleerd”, maar gewone Europeanen hebben geen flauw benul wat er zich afspeelt in de Europese Commissie.

In de afgelopen deccennia is de macht van het bedrijfsleven flink toegenomen. Uit een rapport van de VN (Human Development Rapport 1999) blijkt dat de opgetelde jaarlijkse inkomsten van de 200 grootste bedrijven meer zijn dan die van 182 landen die zo’n 80 procent van de wereldbevolking bevatten. De betekenis hiervan is duidelijk. Aan de ene kant 200 Raden van Bestuur, met maar één doel: winst maken, nú. Aan de andere kant de normen en waarden van miljarden mensen die via allerlei overheidsstructuren tot uitdrukking komen in scholen, huizen, water, ziekenhuizen, wegen, sportclubs, enzovoorts. Misschien niet overal op even democratische wijze, maar toch.

De toenemende macht van het bedrijfsleven moet worden verhuld in mooie semi-religieuze verhalen over democratie. Dat is de taak van een ordinaire propagandist als Bolkestein. Alex Carey die onderzoek deed naar propaganda van het bedrijfsleven (Taking the risk out of democracy, 1995) schrijft: “De twintigste eeuw wordt gekenmerkt door drie ontwikkelingen van groot politiek belang: de groei van de democratie, de groei van de macht van het bedrijfsleven en de groei van bedrijfspropaganda om het bedrijfsleven te beschermen tegen de democratie.” De tegenstelling tussen bedrijven en democratie is geen natuurwet. Maar zolang de enorme economische instituten die nu de wereld domineren niet worden gedemocratiseerd, zal de strijd voor democratie en vrijheid doorgaan.

Terug