Tuinbroeken trekken geen adverteerders

Conformeren of creperen

De tijdschriftenbranche heeft het moeilijk. Over de hele linie raken uitgaven steeds meer abonnees kwijt en adverteerders trekken zich massaal terug. Feministische tijdschriften ondertussen, blijken ook nog eens steeds moeilijker aan de vrouw te brengen. De moderne jonge vrouw schijnt niet zoveel meer te hebben met het feminisme. Wat nu?

door Suzanne Rademaker


Dit was het onderwerp van een debat georganiseerd ter ere van het 30-jarig bestaan van het tijdschrift LOVER, een feministisch wetenschappelijk tijdschrift verbonden aan het IIAV (Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging) en de opleidingen vrouwenstudies.
LOVER wordt helaas met uitsterven bedreigd.
Met maar 1200 abonnees is het moeilijk om het hoofd boven water te houden. De vraag die gesteld werd was de volgende: moeten de radicale bladen blijven bestaan en gesteund worden zonder concessies aan commercie en mainstream te (hoeven) doen, of is de mainstream de nieuwe verschijningsvorm van het feminisme geworden en moeten we ons daarbij neerleggen? In het panel zaten Astrid Feiter (Opzij-redacteur), Ingrid Kluvers (hoofdredacteur Tina), Suzanne Weusten (adjunct-hoofdredacteur de Volkskrant) en Juul van Hoof (redacteur LOVER). Schrijfster/journalist Marja Pruis (oud redactielid van LOVER) leidde de discussie.

Commercie vs Idealisme

De avond begon met een gesproken column van Ebru Umar. Hierin werd meteen boud stelling genomen.
Umar formuleerde het als volg: idealisme moet vertaald worden in verkoopcijfers, in plaats van dat het lijnrecht tegenover verkoopcijfers geplaatst wordt. Het is "conformeren of creperen". Een duidelijke stelling en een mooi beginpunt voor de discussie. Voor de panelleden blijken idealisme en verkoopcijfers namelijk moeilijk verenigbaar. Vooral Feiter en Van Hoof blijken tegenovergestelde uiteinden van het spectrum te vertegenwoordigen.
Feiter is het helemaal eens met de stelling "conformeren of creperen". Volgens haar moet je meegaan met je tijd en je doelgroep en je dus conformeren aan wat mensen willen, je idealisme ten spijt. Van Hoof zegt nooit te willen conformeren. Zij zegt te allen tijde vast te willen houden aan haar idealisme, ook al betekent dit misschien teruglopende verkoopcijfers.
Kluvers (verfrissend onomzichtig met het geven van haar mening) en Weusten zijn iets minder extreem in hun conformeringdrang dan Feiter, maar zitten met hun meningen wel in dezelfde hoek. Deze tendens wordt de rest van de avond volgehouden.
Het is drie tegen een, de gevestigde redacteuren tegen de jonge redacteur van LOVER, de tweede golf tegen de nieuwe generatie. Ook qua plaatsing aan de tafel is Van Hoof in een hoekje gedrukt. Een hoekje waar ze jammer genoeg de hele avond niet uit lijkt te komen.
Dat de marktgerichte aanpak van Feiter en Van Hoof compleet tegenovergesteld is, wordt tijdens de rest van de avond alleen maar meer benadrukt. Feiter blijkt bezig te zijn met het oprichten van een nieuw tijdschrift, Sis, dat maandelijks als bijlage bij Opzij zal verschijnen.
Feiter en Opzij hebben een aantal redenen voor het oprichten van dit tijdschrift, die allemaal onverbloemd commercieel zijn. Sis zal zich voornamelijk gaan richten op vrouw en arbeid, een onderwerp dat volgens Feiter nog niet genoeg aan bod komt in Opzij. Als Van Hoof zegt dat er in Opzij al behoorlijk wat over vrouwen en werk te lezen is en Feiter vraagt wat Sis nu werkelijk toe zal voegen, schermt Feiter een beetje slapjes met het glazen plafond. Zolang dat er nog zit kan er blijkbaar niet genoeg over werk geschreven worden.
Verder zullen mode en make-up ook een plekje vinden in Sis, iets dat nooit zou gebeuren in Opzij. Feminisme en emancipatie daarentegen zijn woorden die in Sis niet genoemd zullen worden. Volgens Feiter identificeren jonge vrouwen zich hier niet mee. De inhoud van het blad zal wel feministisch zijn, maar zal dus nooit zo genoemd worden. Met andere woorden, hoe we door vaagheid iedereen tevreden proberen te houden.
Het gaat dan met name om de adverteerders. Opzij heeft namelijk een vrij slecht imago bij deze voor hen vrij belangrijke doelgroep. Feiter gooit dit (lekker makkelijk) op het slechte imago dat het feminisme nog steeds heeft volgens haar (feministen zijn ongeschoren manwijven in tuinbroeken). Weusten zegt dat het waarschijnlijk meer te maken heeft met het feit dat Opzij te weinig jonge lezers heeft, de belangrijkste doelgroep wat adverteerders betreft. Hoe dan ook, Sis moet een heel ander imago krijgen dan Opzij (onder andere door eerder genoemde mode en make-up) en op deze manier de adverteerders toch binnenhalen. Hopelijke bijkomstigheid is het wat langer vasthouden van abonnees door het bieden van het extra blad. Hoe dan ook, idealisme of een boodschap zijn ver te zoeken, en men kan dan ook niet echt aan de indruk ontsnappen dat Sis de gemiddelde glossy nauwelijks zal ontstijgen. Wat leuke artikeltjes over wat een succesvolle vrouw aantrekt naar een moeilijke vergadering en welke lippenstift het beste past bij welke functie zijn nauwelijks een waardevolle aanvulling te noemen.


Pluriformiteit

De kritiek van Van Hoof beperkt zich niet tot Sis. Zowel in Opzij, de Volkskrant als Tina mist ze de feministische, diepgaande maatschappijkritische artikelen, zegt ze. Weusten is het hier niet mee eens. Zij zegt dit bewust te doen. Ze wil lezers de middelen reiken zelf een mening te vormen. Zij reikt ze de benodigde kennis aan waar ze vervolgens zelf mee aan de slag kunnen.
Haar kritiek op LOVER is dat ze prediken voor eigen parochie en de lezers voorgekauwde - en niet bijster originele - meningen voorschotelen (een op de avond vaker gehoord standpunt).
Kluvers reageert hier op door op te merken dat bovenstaande discussie appels met peren vergelijken is. Het gaat hier om heel verschillende media die logischerwijs ook heel verschillende artikelen zullen publiceren. Marjan Saks vult haar vanuit het publiek aan. Zij zegt dat feministische tijdschriften radicaal en duidelijk kunnen en moeten zijn. Kranten en reguliere tijdschriften kunnen dan een paar maanden later een slap aftreksel produceren van de meer radicale artikelen en standpunten uit deze bladen. Als de radicale bladen verdwijnen zullen automatisch ook de slappe aftreksels niet meer verschijnen; zo kan een onderwerp wellicht helemaal verdwijnen. Het radicale kan volgens Saks nooit een plaats krijgen in een mainstream-uitgave en dat is ook niet erg, zolang de radicale uitgaven er dus maar naast blijven bestaan.



Zoals eerder gezegd kwam er tijdens de avond een ware golf van kritiek over LOVER heen, waarvan een klein deel terecht, een groot deel onterecht. Feiter blijft de hele avond de grootste criticaster, alsmede een enthousiast vaandeldraagster voor de commercie. Haar boodschap: "Weiger je concessies te doen aan een (slinkende) markt, dan heb je simpelweg geen bestaansrecht.
Als de vraag komt (van voorzitter Pruis) of je je journalistieke integriteit nog wel kunt behouden als je je zo op je adverteerders (en in iets mindere mate een zo groot mogelijke markt) richt, reageert ze ietwat gepikeerd. Ze zal geen artikel over de ING plaatsen als die dat eisen in ruil voor een advertentie. Ze is echter wel bereid het imago van haar blad radicaal om te gooien om adverteerders tevreden te houden. De terechte kritiek aan het adres van LOVER - van zowel de andere panelleden als het publiek - betreft het prediken voor eigen parochie. LOVER weigert uit het kleine wereldje van vrouwenstudies te stappen om zich wat breder te oriënteren. Een treffend voorbeeld hiervan wordt gegeven door Joost de Bruin (onderzoeker aan de faculteit Film- en Televisiewetenschappen van de UvA) die de avond afsloot. Tijdens zijn afstuderen leek het hem wel leuk om als redacteur bij LOVER te werken.
Toen hij belde werd hij echter bruut afgewezen. De reden: hij was een man. LOVER werd altijd alleen door vrouwen gemaakt, en dat beviel eigenlijk prima, werd hem verteld. Dit voorbeeld is zo treffend omdat er mee aangegeven wordt hoeveel moeite LOVER heeft om te vernieuwen. Ze blijven in hun eigen vertrouwde kringetje ronddraaien, terwijl daarbuiten ook zoveel interessants gebeurt. Slagen ze erin de link met vrouwenstudies wat te verzwakken, dan ligt een grotere wereld voor hen open.
Dit was ook grotendeels de boodschap die het publiek voor LOVER had. Wel radicaal blijven, maar daarnaast ook je blad openbreken. Je moet zorgen dat je inhoud interessant blijft door nieuwe onderzoeksgebieden aan te boren, en niet blijven hangen in het bekende. Ook Joost de Bruin was deze mening toegedaan. Hij haalde tevens nog een onderzoek van Joke Hermes aan, naar de manieren waarop vrouwen tijdschriften lezen. Uit dat onderzoek bleek dat verschillende tijdschriften op verschillende manieren en met verschillende redenen gelezen worden. Reden genoeg om de uitgaven niet met elkaar te vergelijken en ze allemaal evenveel bestaansrecht toe te dichten. De boodschap van het panel aan LOVER bleef hetzelfde als in het begin van de avond. De oplage moet omhoog om te blijven voortbestaan, dus conformeren is de enige oplossing.

Idealisme vs verkoopcijfers. Het blijft een lastig onderwerp waarover de meningen ook altijd wel verdeeld zullen blijven. En zo hoort het ook. Kluvers formuleerde het pakkend toen ze zei dat wij met zijn allen ten onder gaan aan het altijd met elkaar eens zijn, het eeuwige streven naar consensus. Dat geldt tijdens discussies, maar ook op de bladenmarkt. Pluriformiteit is een groot goed, en hoe meer verschillende soorten bladen hoe beter. Zolang de emancipatie nog niet voltooid is, heeft LOVER bestaansrecht. Het radicale zal en moet namelijk nooit een plek vinden binnen de mainstream en moet er dus buiten en naast blijven opereren. Alleen op die manier is te voorkomen dat we terecht komen in een grote eenheidsworst waarin het niet uitmaakt wat je leest, omdat overal hetzelfde staat.

Terug