Uw redenering is altijd perfect
(daarom geloof ik u niet)

Sinds 1973 publiceerde Elsevier welgeteld drie artikelen over Noam Chomsky, al decennia lang de belangrijkste criticus van de westerse beschaving. Uiteraard is de toon vooral negatief; de zeldzame pogingen tot serieuze tegenwerpingen overtuigen niet. Over de drogredenen van een mainstream-rechts tijdschrift.

door Tabe Bergman

De scheldkanonnade van Mr. G. B. J. Hiltermann, de eerste Elsevier-strijder die het tegen Chomsky opneemt, is dertig jaar later zo achterhaald dat je er bijna van in de lach schiet. Neem de openingszinnen van zijn recensie van Chomsky’s For Reasons of State: "Leven zonder God is minder makkelijk dan het leek. Smartelijk missen velen in deze nieuwe tijd ook de duivel. Tot hen behoort Amerika’s meest gelezen onheilsprofeet professor Noam Chomsky." Schattig he? Maar er is meer: "Chomsky’s redeneringen doen mij altijd denken aan de betogen van schriftgeleerden (en de Franse onderhandelaars in Brussel). Ze zijn steeds glashelder, simpel, dwingend van logica."

Dat betekent natuurlijk niet dat Hiltermann ook overtuigd is door Chomksy’s glasheldere analyses. Het is vermakelijk te zien hoe Hilterman probeert uit de kuil te kruipen die hij zelf heeft gegraven. Hiltermann kan Chomsky’s redeneringen dan wel niet doorprikken, in Hiltermanns handen wordt die onmacht juist een argument tégen Chomsky. Chomsky’s redeneringen bezorgen "de kritische toehoorders wat achterdocht. Allicht: de redenering is altijd perfect. Dat kan niet worden gezegd van het vertrekpunt. Trouwens van tijd tot tijd wordt handig een betwistbaar gegeven binnengesmokkeld."

Deze laatste passage bevat zoveel rare wendingen, dat het loont er even bij stil te staan. Perfecte redeneringen bezorgen de écht kritische toehoorder achterdocht. Tja, zo kan je alles wel opzijschuiven wat je niet aanstaat. Hiltermann zegt hier eigenlijk dat, hoe sterk Chomsky’s redeneringen ook zijn, hij überhaupt niet te overtuigen is - goed om te weten.

Bijbelexegeten
Dan dit zinnetje: "Dat kan niet worden gezegd van het vertrekpunt" – welk vertrekpunt dan? Maar dat vertelt Hiltermann jammer genoeg niet. Hij lijkt zelfs niets te moeten hebben van het veantwoorden van beweringen, in ieder geval niet in de vorm van voetnoten: "Chomsky bedient zich van het systeem van de wetsgeleerden en de bijbelexegeten. In de kernwapenstrategie heet dat tegenwoordig saturatie. In de polemiek de weifelende tegenstander insneeuwen in een onverteerbare berg woorden, gegevens, feiten, cijfers, argumentenreeksen." Het is ook nooit goed: als Chomsky geen voetnoten had gebruikt, of een stuk minder, had Hiltermann hem natuurlijk verweten dat hij maar wat riep zonder zijn betoog te onderbouwen.

"De journalistiek doet niet aan voetnoten"

Gelukkig voor Hiltermann doet de journalistiek niet aan voetnoten. Over Chomsky’s opmerking dat "de strijd in Vietnam een burgeroorlog was tot de imperialisten zich ermee gingen bemoeien", kan Hiltermann gewoon verklaren dat het een "pertinente onwaarheid" is. Op Chomsky’s uitvoerige bewijsvoering gaat hij niet in; de journalist hoeft zich niet te verantwoorden. Hiltermann bestrijdt verder – opnieuw zonder werkelijk op deze kwesties in te gaan – dat de Amerikaanse interventie in Vietnam illegaal was en dat de Amerikanen oorlogsmisdaden hebben gepleegd. Dit laatste noemt hij een "halve waarheid". Waanzin natuurlijk: het stoplicht staat op rood, op groen of op oranje; je bent getrouwd of niet; de aarde is rond of niet; de Amerikanen hebben in Vietnam oorlogsmisdaden begaan of niet.

Komt Hiltermann überhaupt met een beredeneerde tegenwerping? Nee, maar hij doet een paar halfslachtige pogingen. Zo stelt hij dat Chomsky niet kan aanvaarden dat de Amerikaanse bemoeienis het resultaat was van "een lange reeks van omstandigheden, wensen, verlangens, toevalligheden, domheden en idealisme." Vervolgens citeert hij delen van een passage waarin Chomsky schrijft dat als verklaring voor de Amerikaanse bemoeienis niet te veel waarde gehecht mag worden aan "international stupidity", aan "ignorance and paranoia", en aan de "influx of technical intelligentsia into Washington and the expansion of the state role in the system of militarized state capitalism". Niet te veel; Chomsky wijst "imperialisme" dus niet als de énige schuldige aan, maar als de hoofdschuldige. Hiltermann stelt dat Chomsky ongenuanceerd is, en citeert vervolgens een passage waaruit het tegenovergestelde blijkt.

Dominotheorie
Hetzelfde geldt voor Hiltermanns tweede min of meer concrete bezwaar. Chomsky stelt dat de belangrijkste reden voor de slachtingen in Zuid-Oost Azië het Amerikaanse streven was om die regio te behouden als leverancier van goedkope arbeid en grondstoffen voor Japan. Als Zuid-Oost Azië onder communistische invloed zou raken, zou Japan gedwongen zijn een verbond met de Sovjet Unie te sluiten: een onaanvaardbare ontwikkeling. Vervolgens schrijft Hiltermann dat als de Amerikanen op zoek zouden zijn naar grondstoffen en goedkope arbeid, ze die wel ergens anders konden vinden dan in Zuid-Vietnam. Helemaal waar, maar daar ging het niet om. De Amerikanen wilden die bronnen beschikbaar houden voor Japan. Een communistisch en verenigd Vietnam zou veel invloed hebben in Cambodja en Laos, wellicht in Thailand et cetera. In de dominotheorie zit veel waars; de Amerikanen moesten ergens in het zand een lijn trekken: in Zuid-Vietnam.

Jan-Willem Gerritsen is de volgende Elsevier-medewerker die Chomsky recenseert. Hij bespreekt in 1991 de Nederlandse vertaling van Necessary Illusions (Gekoesterde illusies) en het pamflet Noam Chomsky on US Gulf Policy. Volgens hem levert Chomsky inderdaad "voorbeelden waar (sic) de media hun taak hebben verraden." Maar, zo stelt hij: "Dit neemt natuurlijk niet weg dat er ook voorbeelden zijn waarin de media in de Verenigde Staten wèl van een kritische houding hebben blijk gegeven en waaraan Chomsky gemakshalve voorbij gaat: de rol van de media in de Watergate-affaire en de verslaggeving van de Vietnam-oorlog zijn nu niet bepaald te karakteriseren als "gezagsgetrouw"."

Uit een Engelse uitgave van Necessary Illusions: "We have studied a wide range of examples, including those that provide the most severe test for a propaganda model, namely, the cases that critics of alleged anti-establishment excesses of the media offer as their strongest ground: the coverage of the Indochina wars, the Watergate affair, and others drawn from the period when the media are said to have overcome the conformism of the past and taken on a crusading role." Vervolgens verwijst Chomsky naar eerder werk van hem en anderen, waarin het bezwaar van Gerritsen wordt weerlegd; een opmerking waaraan Gerritsen gemakshalve voorbij is gegaan. Tenzij de vertaler deze en de andere passages over de verslaggeving van Vietnam en Watergate om onverklaarbare redenen heeft geschrapt.

Gerritsen lijkt niet te ontkennen dat Chomsky’s analyse van de internationale politiek klopt. "Het verdedigen van de economische belangen en het uitbreiden en consolideren van zijn politiek-militaire macht zijn de drijfveren voor het buitenlandse beleid." Maar dat is niets om je druk over te maken, vindt Gerritsen. Oftewel: goed, er zijn talloze slachtoffers gevallen als gevolg van de daden van de westerse regeringen, waarvoor wij als kiezers medeverantwoordelijk zijn, maar Gerritsen kan er niet mee zitten. "Maar is dat nieuws om je over te verbazen? Getuigt het niet van een simplistisch wereldbeeld om het gedrag van mensen en landen aan absolute en tijdloze criteria te willen afmeten?" "Absolute en tijdloze criteria" zoals moord, verkrachting en plundering? Waar kan Gerritsen anders op doelen?

Tja
Chomsky zou er beter aan doen, aldus Gerritsen, niet maatstaven als "rechtvaardigheid, gelijkheid en universele mensenrechten" te gebruiken om de westerse maatschappij op af te rekenen. Nee, Chomsky moet eens de "interne machtsongelijkheid" van de westerse samenlevingen vergelijken met die in de rest van de wereld. Zo bezien doet het westen het "aanmerkelijk beter" dan de rest van de wereld. Tja.

Dan het derde Elsevier-artikel over Chomsky. Diederik van Hoogstraten rapporteert vanuit New York over de oppositie tegen Bush na de aanslagen van 9/11, in een artikel getiteld "Ontevreden dissidenten" (duuhh). De lead meldt dat Chomsky zich "eenzaam en miskent voelt", maar na lezing van het artikel blijft het onduidelijk waarop die conclusie is gebaseerd. Volgens Van Hoogstraten beging Chomsky een van zijn "groteske blunders" toen hij voorspelde dat een mogelijke oorlog in Afghanistan enorme aantallen burgerslachtoffers zou eisen. Het is tekenend voor de manier waarop Chomsky wordt besproken. Het is overdreven om een foutieve voorspelling een groteske blunder te noemen. Andere voorbeelden van groteske blunders noemt Van Hoogstraten niet.

Chomsky meldt dat er meer oppositie is dan ooit, maar dat "de media en de intellectuele klasse proberen te negeren wat er gebeurt. Het is een oud mechanisme: ze zien het als hun rol de macht in stand te houden." Van Hoogstraten antwoordt: "Het lijkt alsof Chomsky de opiniepagina’s niet leest waar dagelijks – zij het meest gematigde – kritiek op de regering wordt geuit. Maar ook de club van de harde tegenstand, waarvan je Chomsky de erevoorzitter zou kunnen noemen, heeft een plek. Zij komt aan het woord in linkse bladen zoals The Nation en The Progressive, in een diaspora van tegendraadse websites, tijdens debatten en demonstraties op universiteiten."

Onbedoeld onderbouwt Van Hoogstraten hier Chomsky ’s stelling dat fundamentele kritiek niet of nauwelijks aan bod komt in de mainstream media. De door Van Hoogstraten niet genoemde maar voor de opinievorming erg belangrijke televisienetwerken spannen wat dat betreft natuurlijk de kroon. Het overgrote deel van de Amerikaanse bevolking groeit op zonder in aanraking te komen met fundamentele kritiek op de eigen maatschappij.

Ten slotte. Van Hoogstraten haalt een Chomsky-criticus aan die zegt: "Volgens Chomsky is Amerika de oorzaak van al het menselijk lijden op aarde." Dat is een pertinente onwaarheid, om met Mr. G. B. J. Hiltermann te spreken.



De Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky werd onlangs 75 jaar. Al bijna vier decennia is de professor aan het Massachusetts Institute for Technology in Boston een van de meest vooraanstaande maatschappijcritici. Chomsky schreef tientallen boeken over media en politiek. Zijn recentste boek is onlangs verschenen bij uitgeverij Lemniscaat onder de titel Macht en terreur.

Terug