Clichés als eerste levensbehoefte

Redactioneel

In de laatste NRC van het jaar blikt Beatrijs Ritsema in de speciale jaarbijlage op filosofische wijze terug op het jaar 2003. In de inleiding staat: "Nieuws is een eerste levensbehoefte. Zonder de constante stroom van informatie kun je de wereld niet begrijpen. En wie de wereld niet begrijpt overleeft niet." Het is nogal zwaar aangezet, maar er spreekt een zeker maatschappelijk bewustzijn uit dat hoort bij een krant als NRC. In het stukje gaat ze op persoonlijke wijze dieper in op het fenomeen nieuws. Wat haar het meest raakte in 2003 was de ontvoering van de elfjarige Lusanne. Ze schrijft het met "enige schaamte", want dit soort nieuws hoort thuis in de categorie "sensationele gruwelen die zich zelden voordoen" en we leren van Beatrijs dat je hierin te verdiepen "een beetje zonde van de tijd is". Ze verontschuldigt zichzelf met het feit dat ze zelf "opgroeiende kinderen" heeft. Een goede journalist behoort zich bezig te houden met "hard nieuws", bijvoorbeeld over de "situatie in Irak" of over "de problemen met landbouwsubsidies in de EU". Dat is het nieuws waarvan de lezer zich afvraagt "wat heb ik daar eigenlijk mee te maken? Wat is het nut ervan om me daarin te verdiepen?"

Wat heb ik daar mee te maken, dacht ook ik. Ze vertelt verder dat ze als kind een collecte heeft georganiseerd voor de hongersnood in Biafra, maar dat ze de daaropvolgende hongersnoden afhaakte ("ik schaam me alweer") omdat het haar niet meer "interesseerde". Ze schreef "nog weleens een girootje uit," maar hield daar mee op na het lezen van "een artikel over hoe gratis voedselhulp de plaatselijke economie afbreekt en daarmee de hongersnood in stand hield." We krijgen nog een lesje van haar naar aanleiding van iemand die in tranen was uitgebarsten bij journaalbeelden over de oorlog in Bosnië. Ze wil zich niet "emotioneel laten bewerken, want ik weet al dat het heel erg is," dat heeft "geen zin en bovendien houd ik het liever droog." Onze koele analytica begrijpt deze "naïeve tranen over wereldellende" niet. Het kan echter nog erger, bijvoorbeeld het "hysterische collectieve rouwgedrag naar aanleiding van de dood van prinses Diana. (…) Pure kitsch, in praktijk gebracht door mensen die zich kennelijk vervelen en zichzelf via de omweg van een nieuwsfeit toch nog een kickje weten te bezorgen."

Beatrijs’ verhaal hangt aan elkaar van dit soort clichés. Ze schrijft over het belang van "kennis van de geschiedenis" voor het "begrip van het heden". Het zijn gezwollen tekstjes uit een leerboek ‘serieuze journalistiek’. Woorden die misschien enige betekenis zouden hebben als ze deze toetst aan het "harde nieuws" over de "situatie in Irak". Ook zij is niet in staat om de paradox te zien, dat ook haar eigen krant vol drama een sprookjeswereld creëert rond het koningshuis, dagen achter elkaar schrijft over de ontvoering van Lusanne en jarenlang eenzijdig verslag doet van de oorlogen in het voormalige Joegoslavië. Om vervolgens de reacties van het domme volk af te doen als "hysterisch" of "pure kitsch". In plaats daarvan kijkt ze neer op de "naïeve tranen over wereldellende" en het nut van voedselhulp bij hongersnood. Het zijn lesjes in onmenselijke wreedheid verpakt in een misplaatst soort intellectuele superioriteit ("ik heb in een artikel gelezen dat…"). Ze komt letterlijk met niet één opzienbarende opmerking, niet één. En dat is zelfs voor een krant als NRC zo op de valreep van het nieuwe jaar een record.



Terug