Interview met Peter Wintonick

"Het meeste van mijn werk is wraak op de journalistiek."

Er worden niet zoveel documentaires gemaakt over de media. Peter Wintonick echter maakte er verschillende, waaronder The Journey, Seeing is Believing en Manufacturing Consent: Noam Chomsky and the Media. Momenteel verblijft Wintonick in Amsterdam om te werken voor het IDFA en om over zijn toekomst na te denken. Bovendien is het de stad van de kunstenaar die hij het meest bewondert, Vincent van Gogh. Probeer daar nog maar eens een pittig interview van te maken.

door Martin Hulsing

In de jaren ’60 begon Peter Wintonick met een studie journalistiek. De studie beviel hem niet: "We werden klaargestoomd voor het bedrijfsleven. Dus richtte ik me meer op theater en existentiële filosofie. En zoals dat gaat met het existentialisme, als je het bestaan te ernstig neemt dan kom je in opstand, en stop je met studeren." Hij richtte zich op het maken van films en kwam terecht op de filmschool in Ottawa. Op de campus werd hij door een bedrijf gerecruteerd voor het maken van reclamefilmpjes. Hij werd aangenomen als assistent-editor omdat hij, zoals hij zelf zegt, zichzelf aanprees als degene "die de meeste uren zou maken voor het minste geld. Dat vonden ze een heel belangrijke eigenschap bij dat bedrijf." Voor hen maakte hij voorlichtingsfilmpjes voor het bedrijfsleven en kwam op die manier zelfs terecht bij de verkiezingscampagne van de toekomstige Canadese minister-president Pierre Trudeau. "We moesten iedere week een filmpje van tien minuten maken. Vlak voor de afronding van ieder filmpje kwamen de spindoctors de montagekamer in om te controleren of de minster-president en zijn vrouwtje wel goed in beeld kwamen. Toen al had ik het vage vermoeden dat politiek en media iets met elkaar te maken hebben."

In 1982 maakte hij de grote ommezwaai, zoals hij zelf zegt: "I took a vow of poverty". Hij zegde zijn baan op en ging werken in het alternatieve circuit, waar hij filmpjes maakte over kunstenaars, zoals dichter Allen Ginsberg en filmmakers als Wim Wenders en George Sluizer. In 1984 werkte hij mee aan een veertien uur durende documentaire, getiteld The Journey, van filmmaker Peter Watkins die ging over de vredesbeweging, ontwikkelingsvraagstukken en de media. Met trots vertelt hij over het maken van deze film. "We hebben vijf jaar gewerkt aan deze film. Het was een indrukwekkende prestatie. Op geheel gedecentraliseerde wijze werkten we samen met groepen uit vijtien landen en brachten we filmmateriaal uit al die landen bij elkaar. Tevens werd er onderzoek gedaan en konden we via steungroepen geld bij elkaar schrapen."


Gezond wantrouwen

Zijn latere compagnon Mark Achbar werkte ook mee aan The Journey. Ze liepen allebei met het idee rond om een film over Noam Chomsky te maken: "Het was een uitdaging om een film over een intellectueel en zijn ideeën te maken. Zes jaar lang volgden we Chomsky overal waar hij heen ging. Het was zelfs zo erg, dat wanneer Chomsky ergens kwam waar wij niet met onze camera waren, hij dacht dat hij op de verkeerde plek was." De combinatie Achbar-Wintonick bleek een vruchtbare. Ze produceerden samen de bijna drie uur durende documentaire Manufacturing Consent: Noam Chomsky and the media.

"De camcorder als wapen"

Het doel van Manufacturing Consent was om nieuwsconsumenten "een gezond wantrouwen" voor de media bij te brengen. "We wilden laten zien welke technieken de media gebruiken om mensen te overtuigen van bepaalde stellingen en manieren van denken, en tegelijkertijd duidelijk maken dat wijzelf in de alternatieve hoek ook dat soort dingen doen." Nog steeds is Wintonick erg tevreden over het resultaat. Hij noemt het een film zonder ‘uiterste gebruiksdatum’. "Na 11 september is de vraag naar Manufacturing Consent groter dan ooit tevoren, en het treurige is dat het nog steeds relevant is." Het succes van de film heeft natuurlijk ook veel met de persoon Chomsky te maken: "Hij weet bij mensen een snaar te raken. Een soort herkenning van een algemeen gevoeld wantrouwen over hoe de wereld in elkaar zit. Het enige dat wij gedaan hebben is hem te filmen, met name wanneer er andere media in de buurt waren. We keken slechts toe en bemoeiden ons nergens mee, like flies on the wall."


Camcorder Revolution

Vorig jaar maakte Wintonick een film over de ontwikkeling van de digitale camera: Seeing is Believing. De rode draad in de film is het verhaal van een Filippijnse mensenrechtenactivist, Joey, die met zijn handycam de strijd voor land van enkele traditionele stammen op het eiland Mindao vastlegt. Joey’s beelden van van het onvermijdelijke geweld van de landeigenaren (waaronder enkele westerse bedrijven) brengen deze vergeten uithoek van de archipel op het Filippijnse 8 uur journaal. Als gevolg hiervan staat de politie onder druk om de daders te arresteren en neemt het geweld af.

"Eigen media voor en door de massa"

In tegenstelling tot zijn andere werk is het een klassiek gemaakte documentaire, aangepast aan het door tv gewenste format. Wintonick spreekt van een camcorder revolution, de digitale camera als het spinnewiel van de 21ste eeuw. "In zestien jaar tijd, sinds de introductie van de handycam door Sony heeft het een revolutionaire ontwikkeling doorgemaakt. Het werd aan de wereld gepresenteerd als een speeltje voor bij uw huwelijksfeest, maar het heeft een ongelofelijk effect gehad op het nieuws. Heel veel bewijsmateriaal bij het proces tegen Milosevic en berechting van oorlogsmisdaden in het voormalig Joegoslavië is vastgelegd met handycams." Het zijn met name activisten die met de camcorder die revolutie hebben waargemaakt, door het te gebruiken als "wapen in hun strijd voor mensenrechten." Er is een hele beweging van jonge mensen uit voort gekomen, verbonden met de globaliseringsbeweging, die een heel medianetwerk hebben opgebouwd, parallel aan de gewone media. De mainstream media worden gewoon genegeerd, en verliezen langzaamaan al hun pracht en praal."

Enige nuancering is op zijn plaats: "Er is altijd een probleem met de waarheid in film. In oorlog staat altijd de ene waarheid tegenover de andere waarheid." Een ander mogelijk probleem is dat we terecht komen in een "surveillance society", een maatschappij waar je overal gecontroleerd wordt, "maar ik bekijk het toch graag van de positieve kant."


Ethische kapitalist

"Er zijn niet veel filmmakers die media als onderwerp hebben, terwijl het zo belangrijk is. Het meeste van mijn werk is wraak op de journalistiek." Volgens Wintonick veroorzaken media een hoop schade door het "zelfbedrog" en op de een of andere manier een vorm van "apathie" bij mensen. "In Noord-Amerika bezitten zo’n vijf of zes bedrijven ongeveer 50 procent van alle media." Toch is het probleem niet de macht van de media, want zij volgen slechts "de politieke en economische krachten." In dit kader verwijst hij naar de nieuwste documentaire van zijn collega Mark Achbar, The Corporation, die op het IDFA draait. "Mark toont van binnenuit hoe het bedrijfsleven functioneert." In de film komt bijvoorbeeld de president-directeur van Shell aan het woord. De manier waaarop zo’n man praat is "echt walgelijk. Het is één groot pr-gedoe." CEO Ray Anderson, president-directeur van het grootste vloerbedekkingbedrijf ter wereld, noemt hij daarentegen een "ethische kapitalist". Een contradictio in terminis? Nee hoor, "humans can be ethical," zelfs kapitalisten: "Als ze bij de ruil van goederen genoeg geld betalen dan is daar niets mis mee, zoals bijvoorbeeld met Fairtrade koffie. Het is in ieder geval beter dan geen geld te betalen."

Geld is niet het probleem. De veranderingen in de wereld zullen moeten komen vanuit een andere hoek. Ons schoolsysteem moet mensen voorbereiden op hoe media functioneren, hoe bedrijven in elkaar steken. "Jonge mensen zullen op een geheel andere manier opgevoed moeten worden. Niet dat er één juiste weg is naar een betere wereld. Er zullen onderweg een hoop drempels en omwegen zijn. Maar geld is slechts een metafoor. Het biedt de mogelijkheid om beide zijden van de ruil in hun waarde te laten."


Toekomst

Het sluit aan bij het project waar Wintonick nu mee bezig is, een documentaire over microsamenlevingen en utopieën. Hij heeft zojuist opnamen gemaakt in de stad Mondragon in het noorden van Spanje, waar al sinds de jaren vijftig een vorm van zelfbestuur is. "Er zijn daar zo’n 180 verschillende bedrijven die met elkaar verbonden zijn. Ze hebben coöperatieven, een universiteit, een banksysteem, gezondheidszorg, machinefabrieken, openbaar vervoer, enzovoorts. Alles bij elkaar is het de achtste economische eenheid van Spanje, hetgeen uitzonderlijk hoog is voor een stad van slechts 50.000 inwoners. De hoogste baas verdient ongeveer vijf keer zoveel als een gewone arbeider."

Wintonick ziet de toekomst uitermate positief: "Er heeft zich een algemeen bewustzijn ontwikkeld, het idee dat het allemaal beter zou kunnen." Hij geeft het voorbeeld van zijn 18-jarige dochter die dan wel muziek consumeert, maar vooral naar bandjes luistert die in eigen beheer uitgeven. Dit wordt allemaal mogelijk gemaakt dankzij het internet en allerlei technische ontwikkelingen. Techniek ziet hij dan ook niet als een gevaar, maar als een mogelijkheid. Volgens hem gaat het zelfs verder dan het vervangen van de massamedia: "Het gaat om eigen media voor en door de massa." Er gebeurt van alles, eigen radiostations, muzieklabels, documentaires, tv, "de Aboriginals in Australië zenden zelfs uit via satelliet."

Met name het verzet tegen het Amerikaanse militaire optreden in Irak stemt hoopvol: "Volgens mij was de oorlog in Irak de laatste imperialistische oorlog. Op 15 februari [wereldwijde demonstraties tegen de Amerikaanse aanval op Irak, redactie] waren nog nooit zoveel mensen tegelijk op de been. En kijk bijvoorbeeld naar het succes van ‘Bowling for Columbine’ van collega-filmmaker Michael Moore, "Eigenlijk ben ik wel optimistisch."



Terug