Discussie over minderhedenbeleid raakt kant noch wal

Wie kent de definitie van integratie?


Het parlementair onderzoek naar het minderhedenbeleid heeft tot nogal wat discussie geleid in de media. Volgens de 'experts' is er van alles mis met de integratie van buitenlanders, maar weten ze wel waar ze het over hebben? De commissie Blok, het Verwey-Jonker Instituut, de opiniemakers in de media – allemaal hanteren ze vage maatstaven bij hun beoordeling van het minderhedenbeleid. Geen wonder dat ze tot verschillende conclusies komen.


door Eddie Nieuwenhuizen


Om de vraag te kunnen beantwoorden of het minderhedenbeleid mislukt is, moet duidelijk zijn wat het doel was van het minderhedenbeleid. De overheid heeft dit doel echter vrij vaag geformuleerd, namelijk als: ‘integratie met behoud van eigen identiteit’. Het begrip integratie is nooit precies gedefinieerd; concrete en meetbare doelstellingen zijn nooit opgesteld. Bovendien kan het idee van behoud van eigen identiteit op verschillende manieren opgevat worden. Uitgaande van zoveel vaagheden lijkt het een onmogelijke opgave om tot een eenduidig oordeel over het Nederlandse minderhedenbeleid te komen.

Toch zijn steeds meer mensen de laatste jaren van mening dat het minderhedenbeleid is mislukt. Zij onderbouwen dit door te wijzen op de in hun ogen mislukte integratie. Populair gezegd: “Ze moeten zich aanpassen, en dat hebben ze niet gedaan.” Deze mensen gaan voorbij aan de zinsnede 'behoud van eigen identiteit' in de door de overheid gedefinieerde doelstelling.

Iedereen berijdt zijn eigen stokpaardje

Het is overigens een misvatting om te denken dat de huidige belangstelling voor onderzoek naar de effectiviteit van het integratiebeleid uitsluitend te herleiden is tot Pim Fortuyn en de Edele Hoeders van Zijn Gedachtengoed. Het huidige parlementair onderzoek is ingesteld op initiatief van de Socialistische Partij (SP), die al sinds lange tijd het minderhedenbeleid bekritiseert. Volgens de SP is dit beleid “te soft”. De SP is er ook nooit vies van geweest harde opties, zoals de gedwongen spreiding van migranten, te propageren.


Oer-Hollands

Het uitgangspunt van het parlementair onderzoek is dat het minderhedenbeleid is mislukt. De motie die ten grondslag ligt aan het onderzoek draagt de commissie op te onderzoeken waar, en op welke wijze, het integratiebeleid heeft gefaald. Probeer dan nog maar eens met genuanceerde (oer-Hollandse) conclusies op de proppen te komen; een positieve beoordeling van het gevoerde integratiebeleid is al bij voorbaat uitgesloten.

Dat is een probleem. De parlementaire commissie heeft namelijk het Verwey-Jonker Instituut opdracht gegeven hierover een rapport op te stellen. Het Instituut komt echter wel met genuanceerde conclusies: het integratiebeleid is niet geheel en al mislukt. Om het nog vreemder te maken: uit de deelrapporten van het onderzoek blijkt dat de effectiviteit van het beleid nauwelijks te meten is.

Eén lid van de commissie, Ali Lazrak, was het bij voorbaat niet eens met deze conclusie. Nog voordat de commissie met haar werkzaamheden begon, had hij al een duidelijk oordeel over het integratiebeleid: het is mislukt. Voordat het rapport naar buiten kwam, verweet hij het Verwey-Jonker Instituut te nauwe banden te onderhouden met politiek en overheid en dus niet in staat te zijn tot een onafhankelijk oordeel. Kennelijk voelde hij de bui al hangen.

Lazrak’s kritiek op de te nauwe banden tussen het Verwey-Jonker Instituut en de overheid is terecht. Hetzelfde geldt echter voor de meeste wetenschappers en instituten die onderzoek hebben gedaan naar etnische minderheden. Bijna allemaal hebben ze wel eens onderzoek uitgevoerd voor, of advies gedaan aan, de overheid. Zo gaat dat in Nederland; misschien had men beter naar het buitenland kunnen gaan. Het is in ieder geval duidelijk dat de betrokkenen vasthouden aan hun opvattingen. Dit blijkt ook uit de discussies in de kranten en de gesprekken met deskundigen en anderen door de parlementaire commissie-Blok; iedereen berijdt zijn eigen stokpaardje.


Leugenachtig

Hier volgt een greep uit de opiniestukken in NRC Handelsblad. Het eerste dat opvalt is dat de auteurs ieder op hun eigen manier ingaan op de problematiek rond de maatschappelijke integratie van migranten. Volgens Herman Philipse is de problematische integratie van migranten te wijten aan hun tribale afkomst.1 Hij gaat er voor het gemak vanuit dat alle migranten in Nederland Arabieren zijn. Hij baseert deze mening op een boek van ene Pryce-Jones. Deze Pryce-Jones weet alles over Arabieren: het zijn gewelddadige lieden vol eer- en schaamtegevoel, leugenachtig en niet in staat tot zelfkritiek. Als u een Arabier tegenkomt, u bent gewaarschuwd. Philipse besteedt nauwelijks aandacht aan de maatschappelijke positie van etnische minderheden in Nederland, noch aan het gevoerde minderhedenbeleid.

De historicus Siep Stuurman verrichtte ooit onderzoek naar de verzuiling in Nederland. Zoals te verwachten was, trekt hij een vergelijking tussen de verzuiling en het emancipatietraject dat de migrantengroepen zouden kunnen doorlopen om te komen tot een geïntegreerde positie in de Nederlandse samenleving.2

Voor Frits Bolkestein gaat het er vooral om dat Nederland zelfbewust zijn eigen identiteit moet uitdragen.3 De eigenschappen die Nederland en de Nederlanders kenmerken zijn volgens hem: tolerantie (hoe verrassend), maatgevoel, netheid, geordend samenleven en nijverheid. Het klinkt haast te mooi om waar te zijn. Wanneer alle Nederlanders dat zouden uitdragen, zou volgens Bolkestein alles vanzelf weer goed komen.

Beleidswetenschapper Martin Bovens is de enige die nadruk legt op het feit dat je hele duidelijke criteria moet hanteren om te kunnen meten of het minderhedenbeleid wel of niet gewerkt heeft.4 Volgens hem is de doelstelling van het parlementair onderzoek te ingewikkeld om eenvoudige conclusies te kunnen trekken.

Zoals eerder gezegd, het is maar greep. Maar het is opvallend dat de schrijvers een volstrekt verschillende manier van benaderen hanteren. Als je deze stukken achter elkaar leest, vraag je je af of de auteurs wel allemaal op dezelfde planeet leven, laat staan in hetzelfde land wonen.

Veel mensen vinden dat de Nederlandse, multiculturele samenleving een gefragmenteerde samenleving is. Velen beklagen zich daarover. Nu blijkt dat ook de discussie over de multiculturele samenleving gefragmenteerd is. En dan te bedenken dat de meeste deelnemers aan de discussie autochtone Nederlanders zijn. We hebben helemaal geen migranten nodig om ons te fragmenteren.



Hyper-Noten

1  Herman Philipse Stop de tribalisering van Nederland: Veel allochtonen nemen waarden mee die niet passen in onze samenleving, NRC Handelsblad 27-09-2003
2  Siep Stuurman Godsdienst is niet per se anti-modern: Abraham Kuyper verbond religie met mobilisatie, onderwijs en politiek, NRC Handelsblad 7-10-2003
3  Frits Bolkestein, Draag zelfbewust de eigen cultuur uit: Nederland kan islamieten vernderlandsen als het zegt voor welke waarden het staat, NRC Handelsblad 30-09-2003
4  Mark Bovens, Integratie meet je niet één, twee, drie: Opdracht onderzoek te ingewikkeld voor eenvoudige conclusies, NRC Handelsbald 26-09-2003


Terug