Hoe het NOS-journaal mijn gemoedsrust verstoorde

door Tabe Bergman

Madeleine Albright is in Nederland! Reden voor het bezoek van de voormalige rechterhand van Saddam Hoessein is de recente publicatie van Albrights memoires.

Het NOS-journaal van 13 oktober deed verslag: “Albright, voormalig minster van buitenlandse zaken, stond bekend als compromisloos en werd beschouwd als een havik in de regering-Clinton… Tijdens haar verblijf in Nederland uitte zij stevige kritiek op de daden van het Irakese verzet. Volgens Albright leidt verzet tegen het Amerikaanse leger slechts tot een hardere houding van de VS… Albright pleitte ervoor dat de Verenigde Naties het politieke leiderschap van Irak op zich nemen, en de VS zich beperken tot het militaire leiderschap… Als minister van Buitenlandse Zaken hamerde Albright jarenlang op de mensenrechten.” Als minister van Buitenlandse Zaken hamerde Albright op de mensenrechten.

Weg was mijn gemoedsrust, weg was mijn lome stemming na een dag hard werken. Laat ik proberen niet opnieuw boos te worden, en gewoon – wellicht ten overvloede – uitleggen waarom dit zinnetje duidt op heel slechte journalistiek.

Ik citeer de bovenstaande passage overigens uit mijn geheugen; alleen voor dat laatste zinnetje kan ik instaan, het komt letterlijk uit ons meest gerespecteerde nieuwsbulletin. De verslaggever beseft niet dat zijn uitspraak net zo fout is, als wanneer hij Tariq Aziz, de minister van Buitenlandse Zaken van de regering-Hoessein, had omschreven als iemand die hamerde op mensenrechten. Als minister van Buitenlandse Zaken hamerde Albright op de mensenrechten.

In de taakomschrijving van elke minister van Buitenlandse Zaken staat dat hij of zij moet hameren op mensenrechten – maar uiteraard alleen als dit in het belang is van de natie in kwestie. De geciteerde uitspraak is feitelijk juist. Natuurlijk heeft Albright herhaaldelijk verklaard dat de mensenrechten van weet ik veel welke volkeren worden geschonden. Desondanks geeft deze uitspraak, zonder te liegen, een vals beeld van de werkelijkheid. Ministers van Buitenlandse Zaken hameren per definitie op mensenrechten. Er is een waanzinnig onkritische journalist voor nodig om die uitspraken, hoe vaak gedaan ook, op face value aan te nemen. De NOS-verslaggever redeneerde onbewust als volgt: ‘Madeleine Albright hamerde op mensenrechten, en dus is ze werkelijk bezorgd om de mensenrechten.’

De betreffende NOS-verslaggever is duidelijk een aanhanger van een dogma waar meer Nederlandse journalisten aan lijden, namelijk: ‘De VS heeft het goed met de wereld voor. De VS doen hun best – het gaat wel eens mis - om de mensenrechten te bevorderen.’ Door dat walgelijk misleidende zinnetje toe te voegen aan zijn verslag kan de argeloze kijker maar één conclusie trekken: dat Albright werkelijk een voorvechter was van de mensenrechten. Feiten die deze beoordeling ondersteunden, droeg de verslaggever niet aan. Natuurlijk niet: waarom voor de zoveelste keer bewijzen dat de aarde rond is? Waarom moeite doen om aan te tonen dat de herfst op de zomer volgt?

Hoe Albright wel te beoordelen? Net zoals we elke ander mens beoordelen, of het nu een politicus of de buurman is: op haar daden.

Eén voorbeeld (uit vele): Madeleine Albright was jarenlang verantwoordelijk voor het handelsembargo tegen Irak. Volgens de Verenigde Naties zijn daardoor een half miljoen Irakese kinderen gestorven. Het geproclameerde doel van het embargo (het destabiliseren van de regering-Hoessein) werd hiermee niet bereikt. Integendeel, Hoessein profiteerde van de demoralisatie onder zijn volk om de teugels strakker aan te trekken. Dit was natuurlijk ook bekend in Washington.

Waren Nederlandse verslaggevers maar zo kritisch als hun Amerikaanse collega Lesley Stahl. In 1996 confronteerde hij Albright op de Amerikaanse televisie met de gevolgen van het embargo: een half miljoen dode Irakese kinderen.

“Was dat het waard?” vroeg de verslaggever.

Allbright: “Ik denk dat dit een moeilijke keuze is. Maar de prijs – we denken dat de prijs het waard is.”



Terug