Extra! bestaat 2 jaar

Een persoonlijk overzicht

We bestaan 2 jaar. Aan mij de vraag om een overzichtje te geven van wat we eigenlijk hebben gedaan het afgelopen jaar. Wat hebben we bereikt? Wat wilden we bereiken en waar moet het heen? “Maak het persoonlijk,” kreeg ik als tip mee.

door Martin Hulsing

Terugkijken is een belangrijke bezigheid. Niet van mij persoonlijk, maar gewoon in het algemeen. Het is de basis van het leren en het verbeteren. Doelen stellen, dingen doen en terugkijken: wat is er bereikt? Terugkijkend op alweer een jaar Extra! is dat niet eenvoudig vast te stellen. De allereerste houvast voor het geven van een overzicht zijn de cijfers, de cijfers die nooit liegen. We zijn in het afgelopen jaar van 80 abonnees gestegen naar het huidige aantal van 114. Dit zou in de jaarrekening van een bedrijf ongetwijfeld worden opgenomen als een stijging van meer dan 25%. Maar laten we eerlijk zijn: het blijft een kneuterige hoeveelheid. Al zal ik Extra! daar nooit op af willen rekenen.

“het nu al noodlijdende blaadje Extra!

Andere cijfers maken al helemaal niet vrolijk en dan gaat het voornamelijk over geld. Twee jaar geleden brachten we Extra! de wereld in onder de leuze “het nu al noodlijdende blaadje Extra!” en daar was geen woord van gelogen. Dat geeft overigens precies het verschil aan met de commerciële media. Wij hebben geld nodig om een blad te maken, bij andere media maken ze een blad om geld te verdienen. In den beginne is er het heroïsche verhaal van drie ondeugende jongens die nog helemaal van niets wisten en in volslagen naïviteit een blaadje oprichtten. Na één jaar kon worden vastgesteld dat we nog steeds bestonden, dat we van alles en nog wat geleerd hadden en bruisten van het vertrouwen in de toekomst. Onze doelstellingen aan het einde van dat jaar waren eenvoudig: we wilden het aantal abonnees verdubbelen (niet gelukt), een debat organiseren (wel gelukt) en de redactie uitbreiden (deels gelukt). Verder wilden we een poging wagen om een brug te slaan naar de Nederlandse universiteiten en onze financiële basis verstevigen. Het moge duidelijk wezen, we hadden nog helemaal niets van onze jeugdige naïviteit verloren.


Pleziertjes

We hebben het afgelopen jaar toch flink wat nieuwe dingen gedaan. We hebben een debat georganiseerd, een kalender gemaakt, interview met Van Exter van Trouw, een nummer uitgebracht samen met Ravage en een beetje om ons heengeslagen. Er zijn nieuwe mensen gekomen en oude weer gegaan. Zelf heb ik voor het eerst in mijn leven een ingezonden brief naar NRC gestuurd om te kijken of het mogelijk was iets die krant binnen te krijgen dat ze normaal niet publiceren. Achteraf vond ik het nog jammer dat hij niet geplaatst werd ook. Uit navraag bij chef-opinie Marc Leijendekker bleek dat de brief niet aan het criterium ‘verrassend’ voldeed. Ik suggereerde Leijendekker dat het voor hem misschien niet verrassend was, maar dat het voor de lezers toch wel aardig zou zijn om bijvoorbeeld Adam Smith een keer te citeren als criticus van het kapitalisme. Dat lezen ze niet iedere dag in NRC, voegde ik eraan toe. Volgens hem was dat wel het geval en toen ik hem vroeg om me te verwijzen naar zo’n artikel, was hij zo verstandig om me af te poeieren. Sindsdien heb ik er veel plezier in om de chef-opinie om zijn mening te vragen voor onze rubriek de Dorpspomp. Ach, iedereen heeft zo zijn pleziertjes in het leven.

Conformisme

Het heeft misschien iets met mijn karakter te maken, maar als ik de Nederlandse kranten bekijk en zie dat ze over vrijwel alle belangrijke zaken bijna dezelfde mening hebben, dan denk ik meteen ‘dat klopt niet’. Nederland is daar vrij uitzonderlijk in. Een kijkje over de grens bij onze Britse, Duitse en Belgische buren toont direct dat er veel meer verschil van mening is, veel meer verschillen van benadering tussen wat men linkse of rechtse kranten pleegt te noemen. Die verschrikkelijke Hollandse consensus moet doorbroken worden. Er zijn heel veel mensen die in hun manier van denken afwijken van de door de Nederlandse media naar buiten gebrachte consensus. Mensen die zich vaak onmachtig voelen om zich uit te spreken omdat consensus verstikkend werkt. Eén van de ideeën achter Extra! was dan ook om het goede voorbeeld te geven. Te laten zien dat het mogelijk is om met weinig geld een blad naar buiten te brengen en je niet neer te leggen bij de gebruikelijke gang van zaken.

“een slecht voorbeeld is beter dan helemaal geen voorbeeld”
Persoonlijk ben ik er van overtuigd dat zelfs het geven van het slechte voorbeeld beter is dan het geven van geen voorbeeld. Een slecht voorbeeld kan mensen inspireren om het beter te doen, daar waar de afwezigheid van voorbeelden machteloosheid in de hand werkt. Nederland heeft altijd een zeer rijke traditie gekend als het gaat om discussie en het in stand houden van een breed spectrum van opinie. Maar op de een of andere manier is dat in de jaren negentig volledig verdwenen en vervangen door een cultuur van conformisme, niet alleen in de media, maar ook in de politiek. Ik begrijp niet hoe het zo heeft kunnen gebeuren, maar het is zeker dat er een einde aan gemaakt moet worden.

Debatten

Ik ben een groot fan van debatten. Ik vind het leuk om me met de rest van het publiek (of stilletjes in mijn eentje) te ergeren aan het spektakel dat zich op de bühne voltrekt. Maar ook om zelf deel te nemen in het debatpanel, zoals in het afgelopen jaar tweemaal is gebeurd. De eerste keer was in De Unie in Rotterdam in een debat dat was georganiseerd door het Humanistisch Verbond. Ik moest daar optreden in de plaats van professor Hamelink die naar verluid iets te duur was voor het HV. Mij kregen ze al voor een reiskostenvergoeding en een fles wijn. Met Hans Krikke van het journalistencollectief Opstand werd ik debattechnisch ingedeeld aan de kritische kant. De twee andere debattanten waren journalist bij NRC Handelsblad en het Rotterdams Dagblad.

“Perfecte schoonzonen zijn er in alle soorten en maten, maar belangrijke redacteuren in Nederland lijken verdacht veel op elkaar.”
Met name aan NRC-journalist Hans Nijenhuis, chef Buitenland, heb ik nog plezierige herinneringen. Perfecte schoonzonen zijn er in alle soorten en maten, maar belangrijke redacteuren in Nederland lijken verdacht veel op elkaar. Uiteraard zijn ze allen zeer begaan met het lot van de wereld, en maken ze zich grote zorgen over waar het heen moet met de media, al beperkt die zorg zich toch vooral tot De Telegraaf, de televisie in het algemeen en de media in het buitenland. Met de serieuze pers in Nederland is hoegenaamd niets aan het handje. Media zijn tot op zekere hoogte in staat om een juist beeld te geven van de wereld, maar waar het om draait naar mijn idee, is het stellen van de juiste vragen. Media zitten gevangen in een bepaald denkraam, waarbinnen allerlei verborgen aannames opgesloten zitten. In de Nederlandse media wordt de vraag gesteld hoe de VS en bondgenoten vrede en democratie gaan brengen. Voor grote delen van de wereld is die hoe-vraag volslagen hypocrisie. Ze hebben in de afgelopen vijftig jaar genoeg ervaring opgedaan met die vrijheid en democratie in de vorm van napalm, dictaturen en doodsescaders. Een Britse journalist stelde aan Ghandi eens de vraag “What do you think of Western civilisation?” Hij antwoordde: “Would be a good idea.” Een goede journalist van een verantwoordelijke krant weet bepaalde vragen te vermijden, en zichzelf tegelijkertijd wijs te maken dat hij kritisch is. Daarom is een debat met zo’n Nijenhuis van NRC zo verfrissend. Wanneer journalisten worden geconfronteerd met vragen die de verborgen aannames aan de kaak stellen, dan kunnen ze ontzettend venijnig worden, of, zoals Nijenhuis, achteroverleunen en hoog van de toren blazen. De argumenten dringen niet eens tot hem door. Hij hoort ze niet eens meer, maar het aardige is, de mensen in de zaal wel.

Vrankrijk

De tweede gelegenheid waarbij ik in het strijdtoneel mocht aantreden, was in het door onszelf georganiseerde debat in voormalig kraakpand Vrankrijk, dat even verderop bij ons in de straat zit. Met een opkomst van zo’n dertig mensen en een boeiende discussie was het een groot succes. Frénk van der Linden, John Verhoeven (Onze Wereld), Freek Kallenberg (Ravage), ikzelf en de mensen debatteerden over het het onderwerp ‘activisme en media’. Zijn het nu de actievoerders die het verkeerd aanpakken als gevolg waarvan hun standpunten onderbelicht blijven in de media, zoals Frénk en John denken, of heeft het met de media te maken, die deel uitmaken van de elite zoals Freek en ik dachten? De sfeer was prettig en ik vond het nog leerzaam ook. Een voormalig activiste die nu voor Vrij Nederland werkt wierp me nog toe “Wat ben jij zuur geworden.” Ze had uitgebreid verteld dat ze sommige van haar artikelen, als ze als alternatief bestempeld worden, nauwelijks kwijt kon bij VN. Ik had daarop alleen maar gezegd dat ze niet anders had kunnen verwachten. Goed. Zuur dus. Maar het was heel prettig om daar met Extra! gezamenlijk aanwezig te zijn en achteraf nog eens goed na te praten en te analyseren. Onderzoek Vanaf het begin is het één van de doelstellingen van Extra! geweest om het onderzoek naar de media te stimuleren. Er wordt in de Verenigde Staten en in Groot-Brittanië al meer dan 15 jaar erg goed onderzoek gedaan. In de VS werd 15 jaar geleden de mediaonderzoeksgroep FAIR (Fairness and Accuracy in Reporting) opgericht door een groep linksradicalen. Zij brengen maandelijks het tijdschrift Extra! uit. Wat de effecten zijn op de Amerikaanse media is niet makkelijk te bepalen, maar ze hebben ondertussen wel een emailbestand van 22.000 mensen opgebouwd die maandelijks een berichtje ontvangen. Wanneer het heel erg gesteld is met de Amerikaanse verslaggeving, dan stuurt FAIR een Media-alert uit. Dat is een oproep aan abonnees en geïnteresseerden om brieven en e-mails te schrijven naar betreffende media met het doel om hun verslaggeving te verbeteren, omdat het nu echt de spuigaten uitloopt. Met iedere actie worden er meer feiten vergaard, die illustreren hoe de media functioneren en hoe ze te beïnvloeden zijn. De Glasgow Media Group uit Groot-Brittanië is opgericht vanuit de universiteit en is daarmee ook wat wetenschappelijker ingesteld. Hun boeken zoals Bad News, More Bad News en Really Bad News zijn een must read voor iedereen die zich op het onderzoek wil storten. Minutieus observeren ze de Britse media. Zij hebben bijvoorbeeld in één van hun onderzoeken bij een staking gemeten hoeveel seconden televisie er is voor respectievelijk de stakers, het management en mensen van de overheid. En ja, bepaalde mensen krijgen echt meer tijd van de BBC om uit te leggen wat er aan de hand is. Dat zou niemand behoren te verbazen, maar het is heel belangrijk om dat ook te bewijzen. Wat betreft het kritische mediaonderzoek in Nederland is het een armzalige toestand en tot op heden voornamelijk het werk van individuen. Aan de Nederlandse universiteiten wordt heel veel onderzoek gedaan, maar bij de faculteiten communicatie zijn ze voornamelijk geïnteresseerd in alles dat met reclame en voorlichting te maken heeft. Dat zullen ze tegenwoordig wel maatschappelijk relevant noemen, maar het geeft vooral aan hoezeer universiteiten worden gedomineerd door het bedrijfsleven. Aan dezelfde faculteit worden mensen opgeleid die er hard op studeren hoe ze kinderen kunnen indoctrineren afhankelijk te worden van allerlei onzinnige troep. Als er één ding is dat geleerd kan worden van al het pr-onderzoek dan is het dat reclame werkt. Aan de andere kant worden er mensen opgeleid tot voorlichters die met een stalen smoel gaan uitleggen dat het ab-so-luut helemaal niets met reklame van doen heeft, maar dat het aan de ouders ligt. Het zijn de normen en waarden van het bedrijfsleven die als maatschappelijk relevant worden gezien. Onderzoek daarnaar wordt aan Nederlandse universiteiten niet echt gewaardeerd. Het is niet dat het onmogelijk is, maar er zijn geen stageplekken, er is weinig kans op een carriere binnen de universiteit en daarbuiten al helemaal niet. Voor hen die toch proberen om dat soort onderzoek te doen, is het niet gemakkelijk. Velen haken voortijdig af of veranderen van onderwerp. De doorzetters voelen zich geïsoleerd en verdwijnen na hun afstuderen bij de PTT om de post rond te brengen. Toch zijn er kansen. Eén docent met de juiste wetenschappelijke bezieling en een beetje doorzettingsvermogen kan een hoop bereiken. Ook studenten zelf kunnen tegen elkaar aan schurken en gezamenlijk iets opzetten. Het is niet onmogelijk. Honderd jaar geleden veroverden de eerste vrouwen een plekje aan de universiteit. Tegenwoordig zijn er honderden vrouwen die onderzoek doen naar de rol van vrouwen in de maatschappij en dat is zeker niet allemaal vanzelf gegaan. Buiten de universiteit kan ook onderzoek gedaan worden. We hebben het afgelopen jaar verschillende mensen, met verschillende achtergronden bij elkaar gebracht. Er zijn wat contacten gelegd binnen de universiteiten, maar vooralsnog zonder al te veel resultaat. Het kost natuurlijk veel geld om een paar mensen een jaar lang onderzoek te laten doen. Dat is het probleem en het is nog helemaal niet duidelijk hoe we dat zouden moeten organiseren. Maar ik geloof zeker dat het opzetten van een onderzoeksgroepje heel zinnig zal blijken te zijn. Het zal goed zijn voor Extra! en voor mediaonderzoek in het algemeen..

“We zijn allemaal vrijwilligers en dat heeft zo zijn eigen dynamiek.”
Tekenaars, lay-out, redactie

We hebben het afgelopen jaar vier lay-outers en zeven redactieleden versleten. Het aantal tekenaars is stabiel. We hebben er onlangs zelfs twee nieuwe gescoord. Het is een fascinerend fenomeen, die tekenaars. Ze functioneren vrijwel geheel autonoom van de rest van Extra! We sturen een mailtje rond, op basis waarvan er tekeningen gemaakt worden. Maar het is een eigenzinnig volkje en het is bij ons op de redactie iedere keer weer een groot spektakel om de nieuwe tekeningen onder ogen te krijgen. We zijn allemaal vrijwilligers en dat heeft zo zijn eigen dynamiek. Op zich is er niets mis mee dat de zaak doorstroomt. Nieuwe mensen betekent nieuwe ideeën, nieuwe manieren van werken, maar persoonlijk zou ik het wat meer stabiliteit willen zien in de redactie. We zijn het tegendeel van strak gestructureerd, hetgeen het voor nieuwe mensen in de redactie niet altijd even duidelijk maakt wat er van ze verwacht wordt. Ik ben van de oudgedienden de enige die nog met bijna dezelfde inzet voor Extra! werkt en heb heel veel mensen zien komen en gaan. Zelfs in die korte spanne tijds van twee jaar. Dat is één van de dingen die in het komende jaar zal moeten verbeteren, meer structuur. Andere dingen zijn zeker verbeterd het afgelopen jaar, met name als het gaat om tijdsplanning. We gaan veel beter voorbereid de deadline tegemoet. Nog steeds moet er nog wel eens een nachtje doorgehaald moet worden, maar al met al is het een stuk minder rusteloos geworden. Het vertrouwen dat het ‘allemaal wel weer zal lukken.’
Op het moment dat ik dit schrijf is het 19 oktober. Precies twee jaar geleden brachten we ons eerste nummer van Extra! uit. Het is hier op kantoor ijskoud. Al anderhalve week doet de verwarming het niet en wegens een misverstand met KPN hebben we al vijf weken geen internet. Zeg maar barre omstandigheden. Desondanks voel ik me op dit soort momenten fantastisch. We gaan er weer een mooi nummer van maken, dat gevoel. Noem het trots.



Terug