Taalwetenschappers:
Nederlandse woordenschat krimpt

Amsterdam, 19 oktober 2003

Over vijf jaar zal het vocabulaire van de Nederlandse taal in hoge mate zijn uitgedund, menen sommige taalkundigen. Woorden als ‘verblijfsvergunning’, ‘studiefinanciering’ en ‘huursubsidie’, de afkortingen WW, WAO, AMA zullen uit het collectieve geheugen van de Nederlander verbannen zijn. De Van Dale zal zo Dik niet meer zijn. Dat is de conclusie van een recent gehouden landelijk congres voor taalwetenschappers; ‘De stand van het Nederlands’. Dat is ook niet erg: taal is immers geen museum. Anderen hekelen deze ‘laat-maar-waaien-mentaliteit’: De wetenschap moet ten strijde trekken tegen de verregaande verloedering van onze taal.

door Aisha De Vries-El Morabit Eddouaffi


Een aantal toonaangevende taalkundigen verschilt van mening over de gesignaleerde taalverarming. Willem D’Oudste, hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam: “Taal weerspiegelt nu eenmaal de sociale realiteit, zoals de gebruikers die ervaren. Er komen nieuwe concepten die nieuwe woorden behoeven. Oude concepten verdwijnen, de woorden ervoor ook, het is een natuurlijk proces”- zo had mijn oma het vroeger over ‘musaerdie’. Wie weet tegenwoordig nog wat dat is, behalve een historisch taalkundige?”

Top Naeff, neerlandica en kinderboekenschrijfster, voegt toe dat veel mensen taal als monument zien. “ Maar taal is levend. De taal is niemands eigendom, het normgevend centrum, dat zijn wij allemaal. Als een grote groep, of een machtige groep gebruikers van de taal bepaalt dat woorden onbruikbaar zijn, of als –en zo gaat het vaker- bepaalde voorwerpen, zaken, regelingen, concepten ophouden te circuleren in de talige gemeenschap, gaan de woorden, de signifiers ter ziele.”

Het wordt deze taalwetenschappers verweten dat zij niet genoeg doen om de taal te bewaken. Zelf zien zij dat niet als hun taak. D’Oudste: “ Wij doen, als wetenschappers, niets anders dan constateren dat deze veranderingen plaatsvinden. Wij registreren wat er gebeurt. Het zou pas triest zijn als we dat niet zouden doen.” Het verdwijnen van termen als ‘ziekenfonds’, ‘verzorgingsstaat’ en ‘pensioensgerechtigde leeftijd’ kan alleen voorkomen worden als politici, mediagenieke persoonlijkheden, kortom: de talige elite deze frequent blijven gebruiken. “Als premier Balkenende in Nieuwspoort wekelijks, in een tijdsspanne van 15 minuten, vijf keer het woord ‘WAO’ bezigt, zal het deel blijven uitmaken van het vaderlandse vocabulaire. Nu al zie je een afname naar twee,” aldus D’Oudste. “De toekomst doet het ergste vermoeden. Wij taalwetenschappers hebben daar geen enkele invloed op. We zijn geen normbewakers die ten strijde trekken tegen de verloedering.”

Ab Boterenbrood, bijzonder hoogleraar Transformationele Generatieve Grammatica aan de KUN, is het ermee eens dat taal niet statisch is. Hij signaleert echter een kwalijke attitude-verandering in de taalwetenschap. Vroeger waren taalwetenschappers behoudender, “maar je ziet nu dat de acceleratie van het taalestablishment zélf komt. Natuurlijk kun je bepaalde processen niet tegenhouden, maar taalverandering voltrekt zich normaliter erg langzaam, de acceptatie van die verandering volgt mokkend – zo hoort het te gaan. Maar wat wrevel wekt is dat je bij voorbaat al op je rug gaat liggen. Die ostentatieve gretigheid om de standaardtaal voortdurend te veranderen heeft iets verdachts. Ik vind dat het taalgezag zich ook wel eens mag doen gelden.”

Auteur van de taalgebruikershandleiding Taal doe je zo!, Frans Duits is van mening dat taalwetenschappers en taalgebruikers de krachten moeten bundelen om het verkleinen van de woordenschat te bestrijden: “ Nergens in Europa is de nationale munt zo snel vergeten als in Nederland. Bijna niemand vindt het ook echt erg dat de KLM verdwijnt. De keerzijde van ons poldermodel is dat de ‘alles mag’-mentaliteit voortdurend op de loer ligt. Daar moet je wat tegen doen. Taalkundigen hebben daar wel degelijk een rol in, ze hebben ook een didactische taak. We moeten uit de resultaten van ons onderzoek concluderen dat we actie moeten ondernemen tegen de versimpeling van onze taal.”

Onder taalkundigen is de eensgezindheid groot over de ‘tolerante, volgende’ visie op taalverandering, zo bleek uit het congres. Maar er zijn ook uitzonderingen. Met Frans Duits is ook Harry Decheiver, historisch taalkundige, van de prescriptieve garde: “ Wij hebben een didactische functie. Sterker nog, we hebben een maatschappelijke verantwoordelijkheid. We horen aan taalpolitiek te doen. Normen en waarden, daar gaat het om.”





Terug