Roddelbladisering

Vervaagt de scherpe scheidslijn tussen de 'gewone' journalistiek en het gossipgenre? Communicatiewetenschapper Mark Deuze schreef er een proefschrift over en zet uiteen dat ' keurige' journalisten en 'ranzige' journalisten niet tot aparte categorieën van het journaille behoren. Story-hoofdredacteur Angela Hoogeveen wist dat al langer. Jan Blokker: kletsmeierpraat! Een driespraak.

door Jeroen Siebelink, illustratie Paul van der Steen

“Dankzij het toenemend geroddel in de kranten worden wij steeds serieuzer genomen,” zegt een dankbare Angela Hoogeveen, hoofdredacteur van het oudste roddelblad van Nederland, Story. “Voor NRC Handelsblad begon het met de liefdes van Willem-Alexander, zeg maar vanaf Emily. Algemeen Dagblad is veel verder, dat opende laatst met een grote foto van een zwangere Máxima in badpak op de boot van prins Bernhard in Porto Ercole.

"Ik zeg altijd: roddelen is filosoferen op keukentafelniveau."

Maar de kranten hebben volgens Hoogeveen nog een lange weg te gaan: “Nu doen ze eigenlijk weinig meer dan óns nieuws brengen. Dat nieuws is het resultaat van een uitgebreid netwerk van tipgevers, de stroom geruchten die dat oplevert en ons kostbare graafwerk naar bewijzen, foto’s en achtergrond bij die geruchten. Dán pas pakken zij het op en brengen het als ´nieuws dat door De Bladen is gebracht’. Ze stellen er de vraag bij ‘of dit wel kan’. Ze roepen mij telefonisch ter verantwoording, nemen afstand en drukken dan dezelfde feiten en geruchten af. Zo wordt het taboe op roddelen kleiner en kleiner. Ik zeg altijd: roddelen is filosoferen op keukentafelniveau. Omdat andere media ons nu serieus nemen, doen de lezers dat in toenemende mate ook. En dat geldt ook voor de sterren. Het schept verwachtingen, verhoogt onze kwaliteit. Waren we vroeger dat oubollige blad dat je met een korreltje zout moest nemen, nu verwacht iedereen keiharde bewijzen van ons, en van Privé en van Weekend. Alleen van Party wordt dat niet verwacht, dat kan nog alles uit de duim zuigen.”

Aan de andere kant van het journalistieke spectrum bevindt zich het instituut Jan Blokker (ex-Algemeen Handelsblad, ex-VPRO, als columnist still going strong in de Volkskrant). Hij gruwt van de oprukkende ‘roddelbladisering’. Blokker: “ik hoorde laatst dat roddeljournalisten, die eigenaardige patsers, tegenwoordig zelfs lid zijn van de Nederlandse Vereniging voor Journalisten. Toen ik merkte dat NVJ geen onderscheid maakt tussen nette en ranzige journalisten, adviseerde ik mijn kinderen nooit te zeggen dat hun vader journalist is. Zeg maar dat ik butler ben ofzo. Ik wil niets met die duimzuigerij te maken hebben. Laat de serieuze media daar heel ver weg van blijven.”

Maar communicatiewetenschapper Mark Deuze, die op het onderwerp promoveerde en er nu het boek Wat is journalistiek? over schrijft, gelooft niet in een tegenstelling: “Blokker heeft veertig jaar stilgestaan, de grenzen vervagen. Je kunt niet meer van nette en ranzige journalisten spreken, alsof het andere rassen zijn. Alles vermengt. De Volkskrant stuurde sportjournalisten naar de ramp in Enschede, omdat die nu eenmaal beter dan een binnenlandjournalist de individuele emoties achter zo’n massaal drama aanvoelen.”

Het persoonlijke drama, sterrennieuws, schandalen - ze zijn niet langer het exclusieve terrein van de roddelbladen. In de strijd om de lezer, de tegemoetkoming aan zijn almaar toenemende behoefte aan entertainment introduceerde NRC Handelsblad de bijlage 'Leven&cetera'. De Volkskrant nam een royaltyverslaggever in vaste dienst. Hart van Nederland heeft Shownieuws, RTL Boulevard is een enorm succes.

Maar Jan Blokker blijft het - ondanks of dankzij al die de tekenen van de journalistiek tijdgeest - stuitend vinden, de roddelbladisering. Retorisch: "Duimzuigerij in míjn kwaliteitskrant?"

"Hij mag in zijn handjes knijpen, " vindt wetenschapper Deuze. " Het Duitse Bild of de Britse tabloids zijn zoveel harder, zonder grenzen, dan de Nederlandse bladen. We zijn in Nederland verwend met genuanceerder roddelverhalen, die de nadruk leggen op het emotionele, minder op het schandaleuze. Lezers van roddelnieuws kennen echt wel de dunne grens tussen fictie en werkelijkheid. Ze veroordelen bijna niets, maar willen het wél allemaal weten. De bladen beseffen dat al dertig jaar. Televisie en kranten komen er nu langzaam achter. Zelfs nu de bladen hun hete adem in de nek voelen, weigeren ze harder nieuws te brengen. Ze voelen de gematigdheid van de Nederlandse roddelconsument goed aan".

"Toen ik merkte dat NVJ geen onderscheid maakt tussen nette en ranzige journalisten, adviseerde ik mijn kinderen nooit te zeggen dat hun vader journalist is. Zeg maar dat ik butler ben ofzo."

"De roddeljournalist overschrijdt dagelijks de grens tussen het private en het publieke domein," stelt Deuze, "en daar kan de 'serieuze journalist' nog wat van leren."

"Maar wát?" vraagt Jan Blokker zich op ongelovige toon af: "Dat die grens nog honderd keer scherper bewaakt moet worden dan nu. Hij moet zijn neus niet in dingen steken die hem geen reet aangaan. Dat is een ijzeren wet. Tótdat een publiek persoon een bambocheur blijkt te zijn, een oplichter: dan wordt het misschien relevant."

Misschien relevant - dat is nou net het probleem waar veel serieuze media mee kampen, ervaart Deuze. "Op roddelredacties woedt elke dag opnieuw een discussie over wat wel en wat niet kan. Ze beseffen dat ze op een grensgebied opereren, maken steeds weer die moeilijke afweging of iets 'relevant' is, of de reputatieschade die ze ermee aanrichten de zaak waard is. Van die ethiek kunnen de serieuze media nog een hoop leren. Nu bieden parlementair verslaggevers van NRC "onbruikbare" privé-informatie over politici stiekem aan de bladen aan. Of hun vaste columnist schrijft er een hypocriet stukje over. Journalisten moeten niet navelstaren: wie ben ik, bij welke groep hoor ik - de nette of de ranzige? Ze moeten bedenken: hoe ver ga ik? Laat ze eerst eens wat meer openstaan voor de vaardigheden van hun roddelcollega's."

"Vaardigheden? Die erbarmelijke manier van schrijven zeker," zegt Blokker. "Kreupel proza maken ze, afkomstig uit een timmermanspotlood. Het zou heilzaam zijn als je het gewoon geen journalistiek zou noemen. Noem het babbelneuzerij." Deuze: "Omdat roddeljournalisten lange tijd als paria's zijn behandeld, zijn ze altijd in hun eigen kringetje blijven hangen. Eenmaal erin, nooit meer eruit was lang het credo. Nu belt NRC Handelsblad ze plots om informatie, en voelen ze zich trots. Als geuzen. Terecht."


Een adjunct-hoofdredacteur van een van de bladen zei ooit tegen Deuze: de roddeljournalist is de laatste onderzoeksjournalist. "Hij heeft gelijk. Wie krijgt nog anderhalve week de tijd om dag en nacht één persoon te volgen? Met lange adem loopt hij alle feestjes af, bouwt relaties op en het kan hem niets schelen dat zijn bronnen hem haten. Dat is een expertise die heel veel parlementair journalisten missen. Die gaan met hun bronnen naar bed, letterlijk. Maar een politicus moet op een persconferentie denken: Daar is die klootzak weer. Vrijwel alle journalisten van de oude stempel missen dat gemene, dat harde. Jonge journalisten gaan dat veranderen."

Blokker: "Dat is nou het schandalige aan die Deuze. Die heeft zo'n houding van: ah joh, alle journalisten zijn in wezen hetzelfde. Een kletsmeier is het. Ik heb zijn proefschrift gelezen. Net een roddelblad. Hij beweert van alles, onderbouwt niets. Wat is er mis met oude kwaliteitsnormen als check en double check? Want breek me de bek niet open, een groot deel van de serieus bedoelde journalistiek ís al haastig gesmoes. Maar als ik zie hoe die jongens van NRC de bouwfraude met veel distantie volgden, stapje voor stapje... dát is wat journalistiek moet zijn."

" Een adjunct-hoofdredacteur van een van de bladen zei ooit tegen Deuze: De roddeljournalist is de laatste onderzoeksjournalist. 'Hij heeft gelijk. Wie krijgt nog anderhalve week de tijd om dag en nacht één persoon te volgen?' "

Hadden ze daarbij een roddeljournalist kunnen gebruiken - om alle smeergeld en bordeelbezoeken goed in kaart te brengen? Blokker: "Wat moet ik met dat volk? Ik zou ze de telexberichten nog niet laten afscheuren. Ik zal je eens wat zeggen. NRC moet eens een paar goeie mensen en maandje vrijmaken om het koningshuis helemaal door te lichten. Wat je dán krijgt, daar kan geen dertig jaar roddelen tegenop. Peter Rehwinkel erbij!? Deze dweilachtige, volstrekt ongeloofwaardige, staatsrechtkundige 'autoriteit' schrijft onleesbare stukken in míjn Volkskrant. Dat is al erg genoeg."

Deuze: " Je kan als oude man wel in hokje blijven denken en beter menen te weten hoe jouw lezerspubliek moet denken, maar de lezers denken niet meer zo."

En veel journalisten ook niet, ontdekte hij. "De gossipmethoden verschillen nauwelijks van die van de "nette" journalistiek. Voor beide is een feit een feit zodra het kan worden toegeschreven aan een bron. Een anonieme bron is prima, voor beide. Beide gaan undercover, gebruiken documenten zonder toestemming, vallen onwillige informanten lastig en associëren vrij - doen alle informatie die ze tegenkomen in de mix."Parlementair journalisten slaan nu zelfs door, vindt Deuze. "Gaan ze politici heel agressief interviewen - ter meerdere eer en glorie van zichzelf. Annemarie Jorritsma wordt er in HP/De Tijd van beschuldigd dat ze te dik is. Dáár begrijpen lezers niets van. Roddeljournalisten zijn eigenlijk veel netter."

Blokker herinnert zich - hand in eigen boezem - hoe hij in zijn columns weleens publieke personen heeft 'geprivatiseerd': "Regelmatig heb ik mij daaraan bezondigd, soms ben ik daarin te ver gegaan. Ik voerde eens een fictief gesprek op van het gezin Wim Kok, met daarin een rol voor zijn zoon. Bleek achteraf dat Kok een ongelukkig kind had. Over Els Borst schreef ik ook eens iets naars. Net op tijd hoorde ik dat ze haar man aan kanker had verloren." Maar de column is iets dat buiten de orde staat, vindt hij. En het is zeker geen roddeljournalistiek. "Ik doe wat goede journalisten doen, in een andere vorm: het hinderlijk volgen van politici en anderen. Een abstracte schets van de familie Kok, of mijn wens door meisje Maij-Weggen afgeranseld te worden, is geen schending van privélevens."


Maar die grens, waar ligt die nou? Wat moeten de serieuze media? Stoppen waar de ranzigheid begint? Starten waar het politiek relevant wordt? "Elke grens is kunstmatig en onwerkbaar," vindt Deuze. "Je kan beter een klankbord laten rondlopen op de redactie om journalisten te helpen met hun overwegingen. Maar als je zoiets voorstelt bij NRC, lachen ze je keihard uit."




Leerlingroddelaars


Welk actualiteitenprogramma kijkt goed naar de roddelbladen?

Hoogeveen: " Nova. Neemt onze laatste nieuwtjes over Margarita serieus mee."

Deuze: "Netwerk. Presentatoren Zeeman en Kockelmann hanteren nadrukkelijk een zwaar aangezet, dramatisch perspectief. En let eens op het NOS-Journaal. Dat probeert steeds af te sluiten met een geinig item. Op verzoek van de adverteerders in het blok daarna, want kijkers met een rotgevoel kopen niks."

Blokker: "Glamourland van Gert-Jan Dröge is béter dan roddeljournalistiek. Er zit een soort waarheid in. Hij gaat ergens heen, kijkt rond, doet verder niks. Zuigt in elk geval niks uit zijn duim. En een gekke bek na een hysterisch wijf of Des Bouvrie is een buitengewoon acceptabele manier van commentaar geven."


Welke kwaliteitskrant kijkt goed naar de roddelbladen?

Hoogeveen: "NRC Handelsblad met de bijlage 'Leven &cetera'. Voor een Telegraaf-lezer is die krant ineens een stuk toegankelijker. Maar het roddelgehalte uit de eerste hand is nog gering. Liever verschuilt NRC zich lafhartig achter columnist Albert Verlinde, zo van: wij zijn het niet die het schrijven. Ik hoop niet dat ze ooit een echte roddeljournalist aannemen - dan gaan ze ons wel voor de voeten lopen."

Deuze: "Ik heb de Volkskrant opgezegd omdat ze te pas en te onpas human interest vervlochten met serieus nieuws. Ze wilden sappig zijn, maar zonder beleid. Nu besef ik dat roddeljournalistiek een leerproces voor ze is. Ze proberen het tenminste, wat je van NRC niet kan zeggen. Die heeft alleen Albert Verlinde en die kan niet schrijven."

Blokker: "Totdat blijkt dat het staatshoofd iets fout heeft gedaan, wil ik geen bewijsbare onzin over Margarita in mijn NRC. En die opening met de zwangerschap van Maxima was reden om de volledige redactie van de Volkskrant te ontslaan. De krant gaat ook de fout in met de rubriek van Cornald Maas. Ik heb sterk het gevoel dat elders leukere dingen gebeuren, waar hij net niet bij was. En het is niet goed opgeschreven. Haalt het niet bij het oude 'Stan Huygens Journaal' in De Telegraaf.”


Welk opinieblad kijkt goed naar de roddelbladen?

Hoogeveen: "HP/de Tijd kijkt goed naar ons, wat niet ten koste gaat van het serieuze imago. Ze hebben al langer ervaring met elitaire roddels over de intellectuele grachtengordelkliek."

Deuze: " HP/de Tijd. Daar voel ik me zo door genaaid. Niets waarmaken. Die koppen. Er is iets mis met Nederland! Of: De inflatie is veel hoger! En dat rancuneuze stuk van Paul Frentop over de redactie van NRC. Precies zoals een slecht roddelblad het zou doen."

Blokker: "HP/ de Tijd is een volstrekt kletsmeiermedium, elke week opnieuw. Dan heb ik nog liever Story."


Kunnen Hart van Nederland en De Telegraaf goed roddelen?

Hoogeveen: "Ze missen de essentie van roddeljournalistiek: diepgang en achtergronden van privé-levens. En fotografie. Ze zoeken sowieso zelf weinig uit. Ik moet een week wachten tot ik weer in de winkel lig, maar die avond brengen Hart van Nederland en RTL Boulevard het en de volgende ochtend staat het in De Telegraaf. Maar het is prima. Vooral met de televisieprogramma's heb ik een goede wisselwerking. Ze interviewen me vaak, dat is goede publiciteit."

Deuze: "Ik heb een tijdje op de redactie van De Telegraaf gewerkt. Iedereen had een schijthekel aan Henk van der Meyden. En nóg zal zijn opvolger Wilma Nanninga een status aparte hebben. Maar door niemand anders dan Van der Meyden zijn al die weekendbijlagen, ook van de andere kranten, zo populair geworden. En wat Hart van Nederland nu doet, deed de TROS al twintig jaar geleden. Met een vies gezicht sprak men van "vertrossing" van de media. Op straat wemelt het nu van de cameraploegen van de publieke omroep om het volk een stem te geven."


In welke sector van het nieuws moet de privé-sfeer hoognodig worden geschonden?

Hoogeveen: "Politiek nieuws. Politici bepalen voor een niet onbelangrijk deel onze levens, dus wij mogen weten hoe hun levens in elkaar steken. Ze zijn heel machtig en roepen van alles. Natuurlijk heeft iedereen recht op privacy. Van een bekend politicus hebben we heel veel materiaal - hebben we nooit gebracht. Foto's waarop hij met een hoertje een seksclub uitwandelt. We overwogen: te veel schade voor zijn gezin. Ik hoef ook geen foto's van Balkenende in zijn badkamer. Maar als deze wandelende hoeksteen van de samenleving een misstap maakt met een maîtresse, is het buitenechtelijke wel relevant nieuws. Met zijn politieke carrière heb ik dan niks te maken. Je bent beroemd, pas op je tellen."

Deuze: "Economisch nieuws. Het stoort mij dat over grote, onaantastbare bedrijven en topmanagers zo afstandelijk of devoot wordt geschreven. Totdat ze van hun voetstuk vallen, en dan kunnen ze ook niets meer goed doen - Quote is natuurlijk een goede uitzondering. Ik begrijp wel dat het voor een journalist moeilijk is door te dringen in die bastions. Richt je dan eens op het kleine. Op de allochtone middenstander, of de twee medewerkers van Albert Heijn in Amsterdam Oost."

Blokker: "Geen nieuws in het bijzonder, maar niemand moet worden ontzien. Ik ben niet zo dogmatisch tegen roddelnieuws als ik klink, hoor. Ik zou graag een combinatie zien van wat The International Herald Tribune doet in de iets te nette rubriek 'People' en wat Vrij Nederland ooit deed in Het Wereldje. Mooie, kleine nieuwtjes wil ik. Dat is heel moeilijk om te maken. Je moet "de grens" kennen, de juiste toon en stijl hebben. Daar zou ik dol op zijn."

Dit artikel verscheen eerder in VARA TV Magazine, nummer 35, 30 augustus tot 5 september 2003.

Terug