Onze achtergronden

De Kolenboer

Hij heette Daalhuyzen, met u,y,z.
"Zo jongeheer, zei Daalhuyzen. Kom je met twee emmers tegelijk? Je moeder denkt zeker een brutaal mens heeft de halve wereld. Je moet eens eventjes op het bord kijken. Ik hoefde niet te kijken, want ik wist hoeveel streepjes er stonden. Maar andere kinderen, en vrouwen keken wél. Er werd gelachen, er werden grappen gemaakt en tenslotte werd ik opzij geschoven. Ga eerst maar wat centjes halen met de complimenten aan je moeder, zei Daalhuyzen."

Het was niet de eerste keer
dat moeder mij klokslag twaalf wakker maakte...

"Je moet goed opletten, zei ze. Zo moeten ze worden behandeld. Ze liep naar het meest nabij zijnde boompje. Ze knielde in het perk, legde de zaag horizontaal langs de grond, tegen het dunne stammetje aan, en zaagde het rustig om. Heb je wel eens een timmerman gezien die langs een aangebrachte potloodstreep een balk doorzaagt? Ze deed het met dezelfde precisie. Ze vertoonde niet de minste haast, niet de geringste emotie. Ze legde het omgezaagde boompje rustig achter zich neer en deed een stap naar de volgende. Zo zaagde ze alles wat stam had in Daalhuyzens tuin omver. Dat zagen duurde een heel leven en dat zagen heeft mijn hele leven nooit opgehouden. Toen ze alles omver had gezaagd zei ze nog eens: zo moeten ze behandeld worden.

Twee dagen na kerstmis zei moeder tijdens het ontbijt: je moet even kolen gaan halen.
"Hij wou geen kolen geven, zei ik, terwijl ik moeilijk overeind kwam.
Wie wou er geen kolen geven, stoof mijn moeder op. Waar zijn je emmers. Ze liep het kantoortje uit, zag in het rond naar de emmers, nam ze op, liep de kolenbergplaats in, ontnam een van de knechten zijn schop, en vulde beide emmers. Ze bleef nog doorscheppen toen de kolen aan alle kanten van de emmers afvielen. Met de beide emmers kwam ze terug en tegen Daalhuyzen die protesteerde zei ze: man, je hoeft niet bang te wezen voor je centen. Die komen er wel. Die zijn er nog altijd gekomen. Maar met zoveel kolen in de buurt kan ik niet in de kou gaan zitten.

Onder Stadsnieuws op de middenpagina zag moeder de kop: Vandalisme.
"Jongen pak de schaar even uit het laatje, zei moeder. Ik trok de keukenla open en overhandigde moeder de schaar. Ze knipte het berichtje uit de krant.
Haal een punaise, zei ze, ook in de la. Ik bracht het doosje punaises en ze prikte het berichtje boven de schoorsteen, naast de spiegel. Het heeft er jaren gehangen.

Uit: Twee vorstinnen en een vorst, van R.J. Peskens (Geert van Oorschot).



Terug