'Niemand kent zijn geschiedenis'

Willem Oltmans over de journalisten van tegenwoordig

‘Nee, ik zie mezelf niet als onderzoeksjournalist,’ zegt Willem Oltmans. ‘De een heeft een bordje met tandarts op de deur staan, de ander met journalist. Ik zie mezelf gewoon als burger. Mijn hobby is het beschrijven van de wereld zoals ik hem beleef en waarin ik existeer.’

door Agnes Hofman

Op zijn negende begon Oltmans met schrijven in zijn dagboeken. ’Ik schreef over mijn relaties. Over mijn ouders, mijn broers en mijn vrienden. Naarmate ik ouder werd, besloot ik te gaan reizen. Kijken hoe de wereld in elkaar zit. Maar ja, de schoorsteen moet ook roken. Je moet een vak hebben.’

Journalist dus. In 1953 begon Oltmans bij het Handelsblad, het tegenwoordige NRC Handelsblad, op de Buitenland-redactie. ‘Daar heb ik een jaar gezeten. Daarna werkte ik voor United Press. Ook maar een jaartje. Ik kan namelijk niet te lang op dezelfde plek blijven. Daarna werd ik correspondent voor de Telegraaf in Rome, voordat ik naar Indonesië vertrok.’

In Indonesië ontmoette Oltmans Soekarno, de toenmalige president van Indonesië. Een gebeurtenis die zijn leven zou veranderen. ‘In 1956, voor ik hem voor het eerst sprak, dacht ik: wat een rotzak. Dat was nou eenmaal zo in mijn hoofd geprogrammeerd door alles wat ik over hem had gehoord en gelezen. Maar hij bleek de grootste schat te zijn,’ glimlacht Oltmans. ’Wat ze ook zeggen over Saddam, Osama of Kadafi, ik geloof het niet. Ze worden uitgemaakt voor bastards. Dat is de grootste les die ik kan geven aan journalisten. Geloof nooit iemand die iets zegt over een ander, maar ga zelf kijken.’

Landverraad

In 1957 zond Oltmans vanuit Jakarta een Adres aan de Staten-Generaal dat de overdracht aan Nieuw-Guinea bepleitte. Vanaf dat moment versloeg Oltmans het nieuws niet meer; hij werd het zelf. Door de Telegraaf, zijn oude werkgever, werd hij bestempeld als landverrader. In Oltmans’ boek Vogelvrij staat een citaat van commentator Pasquino: "Johan van Oldenbarnevelt werd onthoofd wegens landverraad: wat zal Justitie met Oltmans doen?"

Oltmans werd op dusdanige wijze zwartgemaakt dat hij in Nederland niet meer als journalist aan de bak kwam. Hij verhuisde naar Amerika. Daar was hij correspondent voor ondermeer Vrij Nederland. Oltmans beleefde daar in 1961 naar eigen zeggen het hoogtepunt van zijn carrière: ’Ik kende het hoofd beveiliging van Kennedy en via hem heb ik de president van de Verenigde Staten met een memorandum ingelicht over wat er precies gaande was in Nieuw-Guinea. Hij moest Luns stoppen om een oorlog met indonesië te voorkomen. Ik heb hem verteld dat prins Bernhard het kon bevestigen. Dat heeft de prins ook gedaan. Door mijn ingrijpen is die oorlog er dus niet gekomen,’ glundert Oltmans.

Kennedy

Via de veiligheidsman van de president. Is dat de normale gang van zaken? ‘Jazeker,’ zegt Oltmans met zijn Amerikaanse accent. ‘Je moet contacten leggen met belangrijke personen en nog belangrijker: hun vertrouwen winnen.’

Voor iemand als Oltmans moeten contacten geen problemen zijn. Hij werd geboren in een upper-class gezin, ging naar het Baarns Lyceum en had dezelfde gouvernante als Koningin Beatrix. Daarna volgde hij studies Diplomatie. ‘Ja, dat is wel zo ja,’ beaamt hij. ‘En weet je, mijn achtergrond is eigenlijk veel chiquer dan die van Beatrix. Ik kom overal binnen. Maar dat neemt niet weg dat ik ook vertrouwensrelaties moest opbouwen. Iedere journalist moet netwerken,’ zegt Oltmans, ’en ik heb contacten over de hele wereld.’

Betje Wolf-onderwerpen

Over de Nederlandse journalistiek is Oltmans niet bepaald te spreken: ’Hoe ze hier kranten opmaken…de Telegraaf is gewoon een lokaal krantje. Dat terwijl de veiligheid van Nederland afhangt van het buitenland. Mogen we dan ook weten wat daar gebeurd?’ roept hij en dan nog harder: ’Nederland is dan wel zo klein als het Krügerpark, maar dat is voor olifanten.’

De veelbesproken journalist heeft wel een idee hoe dat komt: ’De ziekte van de journalistiek van tegenwoordig zijn de verkoop,- en kijkcijfers. In de show van Roderick Veelo waarin ik regelmatig te gast was, hadden we het steeds over Betje Wolf-onderwerpen als Bos en Balkenende. Zo provinciaals. Ik heb toen aan de redactie gevraagd of ze niet met behoorlijke onderwerpen konden komen. Dat kon niet vanwege de kijkcijfers. Zit ik pas naar Barend & Van Dorp te kijken, zit daar zo’n fietser. Waar gaat het dan over?’ smaalt Oltmans.

Toch hebben de televisiekijkers de afgelopen maanden volop kunnen luisteren naar Oltmans die te verschillende malen te gast was bij het programma van Menno Buch. Toch niet iemand die bekend staat om zijn diepe gesprekken: ‘Nee, maar hij probeert het wel. Ik vroeg altijd wel wie er te gast waren. Ik wil natuurlijk wel weten met wie ik aan tafel zit,’ verdedigt Oltmans zich.

Voor toekomstige journalisten heeft Oltmans nog advies: ’Ken je geschiedenis! Daar ontbreekt het tegenwoordig nogal aan. Je moet lezen. Boeken lezen. Vroeger was er nog geen internet en dat is ook niet nodig,’ beweert Oltmans. ‘Ik ga nog drie tot vier keer per jaar naar Amerika om te lezen. Als je de geschiedenis kent, ga je patronen herkennen. Dan kan je vergelijkingen trekken. Vervolgens moet je er een neus voor ontwikkelen om te weten bij wie je voor informatie moet zijn. En dan, net als bij de beveiligingsbeambte van Kennedy, vertrouwen winnen. Zo voorkom je een oorlog,’ besluit hij. En dan trots lachend: ’Of kom je in een film van Oliver Stone.’

 

De kwestie Nieuw-Guinea

Onder leiding van Paul Rijkens, de president-commissaris van Unilever, probeerde een groep van Nederlandse industriëlen na de soevereiniteitsoverdracht de betrekkingen met Indonesië te normaliseren. Minister Luns stuurde echter aan op een ramkoers met Soekarno. Waarbij Nieuw- Guinea als drukmiddel diende. Luns voelde zich hierin gesterkt door de houding van de Verenigde Staten, die Soekarno eveneens als vijand beschouwden. Willem Oltmans was de officieuze woordvoerder van deze "groep Rijkens" en werd door Luns in de ban gedaan. Nadat de Verenigde Staten faalden om aan het einde van de jaren ’50 een opstand in Indonesië tot stand te brengen, veranderden zij van tactiek en zetten Nederland onder zware druk om zich te verzoenen met Indonesië en Nieuw-Guinea over te dragen. Hetgeen geschiedde in 1962.

* * *

Willem Oltmans (1925) studeerde aan Nijenrode en Yale University en werkte voor verschillende media als Vrij Nederland, de Telegraaf en de NOS. Hij speelde een cameo in de film JFK van Oliver Stone en schreef meer dan 35 boeken. Momenteel schrijft hij bezig zijn memoires. Zijn plan is om daar zeventig delen van uit te geven. Oltmans ontving in 2000 acht miljoen gulden netto van de Nederlandse staat omdat hij vanaf de jaren '50 is tegengewerkt vanwege zijn afwijkende standpunt in de kwestie Nieuw-Guinea. Oltmans koos in deze crisis de zijde van Soekarno, iets dat toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns grote zorgen baarde. Oltmans blikt nu terug op zijn leven als journalist en kijkt vooruit naar de toekomst van zijn geliefde vak.



Terug