'Amerika krijgt meer en meer een cultuur van censuur'

Amerikaans kunstenares Elin Slavick wijkt met haar tentoonstelling uit naar Amsterdam

Als gevolg van de aanslagen van 11 september 2001 verkilt het culturele en politieke klimaat in de Verenigde Staten. De Amerikaanse kunstenares Elin O'Hara Slavick ontvluchtte dit nieuwe 'McCarthy-tijdperk' en organiseerde in Amsterdam de tentoonstelling Violent Violence. 'De Amerikaanse media zijn zo vercommercialiseerd dat ze geen kritieken willen schrijven over controversiële of politiek beladen kunst.'

door Florence Tonk

Sinds de aanslagen van 11 september 2001 is het culturele en politieke klimaat in de Verenigde Staten aan het verkillen. Bezorgde Amerikanen vragen zich af of de Amerikaanse senator Joseph McCarthy is herrezen uit zijn graf. De rabiaat anticommunistische McCarthy hield in de jaren vijftig zwarte lijsten bij van verdachte kunstenaars, schrijvers en andere dissidenten die hij beschuldigde van linkse sympathieën. Onder het mom van terrorismebestrijding en met behulp van nieuwe wetgeving uit de USA Patriot Act en de Homeland Security Act, worden de laatste twee jaar opnieuw kritische geesten in de Verenigde Staten aan de tand gevoeld over hun politieke opinies. Het door angst gevoede politieke klimaat tast volgens sommige critici de burgerlijke vrijheden aan. De oproep van de regering Bush tot eensgezindheid en patriottisme creëert een overgevoelige sfeer rondom journalisten, cartoonisten, kunstenaars en andere mensen die publiekelijk vragen stellen bij het huidige overheidsbeleid. Er zijn voorbeelden te over: klachten over (zelf)censuur van museumpersoneel en redactiemedewerkers en zelfs ongevraagde bezoekjes van federale agenten aan kritische exposities en staatsburgers. Deze beklemmende sfeer was de aanleiding voor een groep kritische Amerikaanse kunstenaars onder leiding van curator Elin Slavick om uit wijken naar Amsterdam.

FBI bezoek

Elin O’Hara Slavick is beeldend kunstenaar en Professor of Art aan de University of North Carolina in Chapel Hill. Zij kwam speciaal met het tentoonstellingsvoorstel Violent Violence naar Amsterdam, een stad die door haar nog altijd wordt beschouwd als een vrijplaats voor uiteenlopende wereldbeelden. Professor Slavick ziet haar initiatief als tekenend voor het verslechterende politieke en culturele klimaat in de VS waarin kritische kunstenaars maar moeilijk aan de bak komen. "Het voelt alsof we weer in het tijdperk van McCarthy zijn aanbeland. Overal vind je voorbeelden van censuur. In 2001 nam een curator van een fotografiemuseum in Florida ontslag omdat haar tentoonstelling met foto’s van Afghanistan niet door mocht gaan. Kunst over geweld, politiek, seksualiteit of het lichaam is zeer controversieel in Amerika en als kunstenaar heb je de grootste moeite om dit soort werk getoond te krijgen."

Slavick, zelf politiek actief en uiterst kritisch tegenover de regering Bush, beschrijft een incident dat plaatsvond in november 2001 in haar thuisstaat North Carolina. Studente, A.J. Brown kreeg twee FBI-agenten aan de deur met de mededeling: ‘Mevrouw wij kregen bericht dat u anti-Amerikaans materiaal aan de muur heeft hangen.’ Het ging om een poster waarop George W. stond afgebeeld met een touw in zijn hand. Op de achtergrond waren opgehangen slachtoffers van een lynchpartij afgebeeld. De poster protesteerde tegen de 152 executies die onder het gouverneursschap van Bush in de staat Texas werden uitgevoerd. De agenten ondervroegen Brown 40 minuten in de deuropening van haar appartement en vroegen herhaaldelijk of ze naar binnen mochten. Dat weigerde de studente, ze eiste een huiszoekingsbevel en dat was er niet.

Ari Fleischer, persvoorlichter van het Witte Huis, sprak vlak na 11 september de onverbloemde woorden: ‘mensen moeten uitkijken met wat ze zeggen en wat ze doen.’ Dat merkte de staf van een particulier museum in Houston Texas ook toen zij in december 2001 bezoek kregen van twee FBI agenten die de tentoonstelling ‘Secret Wars’ kwamen onderzoeken op kunst die mogelijkerwijs een bedreiging vormde voor President Bush. Een bezoeker van de tentoonstelling had de FBI getipt vanwege een schilderij van Tim Glover waarop George W. Bush werd afgebeeld achter een traliewerk van prikkeldraad in de vorm van een wereldbol. Medewerkers van het museum voelden zich geïntimideerd door het bezoek van de FBI-agenten die verder geen actie ondernamen. "Ik denk dat dit het nieuwe McCarthyisme is," was het commentaar van een museummedewerker.

Cultuur van censuur

Elin Slavick: ‘We worden gedreven door angst in dit land, zoals de documentaire Bowling for Columbine (van Micheal Moore-FT) zo goed laat zien. Er zijn in de Verenigde Staten een aantal grote kunstenaars zoals Sue Coe of de Chileense fotograaf Alfredo Jarr die sterk politiek getint werk maken en ook regelmatig te zien zijn maar voor veel kunstenaars is het moeilijk om dit soort werk tentoongesteld te krijgen. De grote tentoonstellingsruimtes zouden zich aan een groepstentoonstelling zoals Violent Violence niet wagen. En zelfs als dat zou lukken, heb je nog het probleem met de media. Die zijn zo vercommercialiseerd dat ze geen kritieken willen schrijven over controversiële of politiek beladen kunst. Ik heb onlangs meegedaan aan een groepstentoonstelling getiteld The New Normal in Galerie Borovski in Philadelphia. De tentoonstelling ging over alles wat tegenwoordig normaal wordt gevonden, zoals het bellen van de politie wanneer je buurman een vlag met vredesteken uithangt. Niemand heeft de tentoonstelling gerecenseerd! De media willen zo’n onderwerp niet aanraken. Ik voelde me doodgezwegen, onzichtbaar gemaakt. Amerika krijgt meer en meer een cultuur van censuur. Juist daarom vind ik het zo belangrijk dat deze kunstenaars in Arti & Amicitiae hun werk kunnen tonen."

Guernica

Blijkbaar hebben niet alleen jonge beginnende kunstenaars het moeilijk om politiek geladen werk tentoongesteld te krijgen in de VS. Ook klassieke kunstwerken zijn tegenwoordig het onderwerp van controverses zoals bleek op 5 februari dit jaar. Buiten de vergaderzaal van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties in New York werd een wandkleed met daarop de reproductie van Picasso’s Guernica, bedekt met lichtblauwe gordijnen. Het schilderij gaat over een bombardement van een Baskisch dorp tijdens de Spaanse burgeroorlog in 1937. Ofschoon VN-beambten beweerden dat de reproductie werd verstopt omdat het niet goed overkwam als achtergrond voor televisiecamera’s schreef de Washington Times dat "televisiecamera’s met grote regelmaat het kunstwerk filmen wanneer diplomaten de vergaderzaal in en uitlopen." De krant New York Newsday sprak een aantal VN diplomaten die anoniem wilden blijven maar beweerden dat Guernica onder druk van de Amerikaanse regering was bedekt met blauwe stof. Een gebombardeerd Spaans dorp met gillende mensfiguren en een uiteengereten paard werd niet als de juiste achtergrond beschouwd voor de toespraak van de Amerikaanse Minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, waarin hij de leden van de VN Veiligheidsraad opriep om hem te steunen in een oorlog tegen Irak.

Puriteinse moraal

Ook de Amerikaanse Minister van Justitie John Ashcroft greep in januari 2002 naar de blauwe lappen waarmee hij twee grote art deco figuren, onderdeel van de hal in zijn ministerie sinds de jaren dertig, liet bedekken. Met name het vrouwelijke beeld, met een borst ontbloot, had tot aanstoot gediend. De minister was sinds 11 september meerdere malen geportretteerd voor dit beeld en had er genoeg van. "Naast de cultuur van de angst hebben we in de VS ook te maken met een overheersende puriteinse moraal," zegt Elin Slavick. "Een van de deelnemers aan Violent Violence, James Cicatko, moest onlangs zijn eindexamenwerk met naakte, vechtende figuren, afschermen van de rest van de tentoonstelling omdat de beelden te expliciet zouden zijn voor de bezoekers van het universiteitsmuseum. Op de schermen werden waarschuwende teksten geplakt over het mogelijke schokeffect van zijn werk. Dit soort beperkingen krijgen Amerikaanse kunstenaars voortdurend opgelegd."

Slavick raakte zelf een aantal jaar geleden betrokken bij een rechtszaak tegen de gemeente Raleigh, hoofdstad van North Carolina. Burgermeester Tom Fetzer dreigde de gemeentelijke subsidie aan een lokale galerie stop te zetten vanwege een ‘aanstootgevende’ tentoonstelling van Slavick’s werk getiteld The Pleasures of Gender. Het werk toonde naakte vrouwelijk figuren met teksten over seksuele fantasieën. De Amerikaanse burgerrechtenorganisatie ACLU schoot Slavick te hulp bij de rechtszaak en de burgemeester haalde bakzeil. Slavick: "Ik sta bekend om mijn controversiële werk. Dat doe ik niet expres, het heeft te maken met het land waar ik woon, de staat waar ik woon. North Carolina is de thuisstaat van de ultrarechtse senator Jesse Helms. Niemand kan hier werk tonen dat een homoseksuele, seksuele, of politieke lading heeft. Maar ik vind dat kunst je moet stimuleren tot nieuwe gedachtes, zodat je de wereld in een nieuw licht kunt zien; ik maak geen werk om boven de bank te hangen."

Op 28 juni opende de door haar gecureerde tentoonstelling in Arti & Amicitiae aan het Rokin in Amsterdam. Slavick: "Alle kunstenaars in deze tentoonstelling hebben commentaar op de globale hel waarin we nu leven, een hel die min of meer door de VS wordt gecreëerd. Sinds 11 september en nieuwe wetgeving als de Homeland Security Act is het steeds moeilijker om werk te tonen dat een gewelddadige of kritische thematiek heeft. Misschien ziet deze tentoonstelling er in Amsterdam helemaal niet zo radicaal uit. In de VS zou dit wel het geval zijn. Ik heb deze tentoonstelling naar Amsterdam gebracht omdat ik wil dat jullie weten dat niet alle Amerikanen zijn zoals hun hebzuchtige, door het bedrijfsleven gestuurde regering."

Voorbeelden van het nieuwe McCarthyisme sinds 11 september:

Bronnen: www.ncac.org en www.thefileroom.org

Voor een actuele lijst van incidenten zie de ‘McCarthyism Watch’ van het Amerikaanse tijdschrift The Progressive: www.progressive.org



Terug