Supermacht op zoek naar ideologie

Heldring's pleidooi voor een imperium met een vriendelijk gezicht

door Martin Hulsing

NRC weigert feitelijke weerlegging

Op 19 juni verscheen in NRC/Handelsblad een column van J.L. Heldring met de titel "Geyl, Marx, Max Weber en Balkenende", waarin hij betoogt dat de VS iets kunnen leren van het Britse imperialisme dat "ondanks slavenhandel en andere wreedheden, de koloniale volken rijkdom en technologie heeft gebracht." Heldring gaat echter nauwelijks op de feiten in.
In de VS en Groot-Brittanië werd over "het imperialisme" het afgelopen jaar een stevig debat gevoerd: "Het I-woord is weer terug." Het leek me daarom wel wat voor de opiniepagina. "We kunnen uw artikel niet in zijn geheel afdrukken, helaas," schreef de redactie. Ze wilden alleen de eerste vier alinea’s plaatsen, hetgeen niet veel meer is dan een mening. Desgevraagd schreef redacteur Leijendekker in een mailtje dat ze bij selectie van artikelen de criteria ‘verrassend’ en ‘polemisch’ hanteren. "Het artikel is polemisch genoeg," zei Leijendekker, "maar het is niet verrassend." Einde discussie.

"Als de Verenigde Staten een nieuwe wereldorde willen vestigen, dan zouden zij (...) het voorbeeld van het Britse rijk moeten volgen, dat over drie eeuwen twintig miljoen onderdanen, grotendeels administrateurs, naar de koloniën zond." In zijn column van 19 juni neemt J.L. Heldring deze stelling over van de Britse historicus Niall Ferguson. Vanuit het Amerikaanse establishment is er al sinds de val van de muur een groeiende behoefte aan een groter verhaal, een ideologie, noem het een doctrine, waarop het buitenlands beleid gestoeld kan worden.

Heldring vindt het een "prikkelende these" al is hij zelf nogal somber over of de Verenigde Staten hiertoe in staat zijn: "Zij zijn wel een imperium, maar ontberen nog een imperialisme," oftewel een mooi ideologisch verhaal waarmee de onderdanen bezield kunnen worden. Hij begint zijn betoog met historicus Pieter Geyl die over de regenten schreef dat het "niet zo maar wat zelfzuchtige lieden [waren], gedreven door lage koopmanslust," maar dat zij zich juist bekommerden om "het landsbelang." Met Ferguson haalt hij het Britse imperialisme aan, dat "ondanks slavenhandel en andere wreedheden, de koloniale volken rijkdom en technologie heeft gebracht". Vervolgens roept Heldring iemand in herinnering "die er ook zo over dacht: Karl Marx, die het westers kolonialisme zag als een, ondanks zichzelf, progressieve kracht."

Hoe verkoopt men slavernij en andere wreedheden? Op de een of andere manier roept het de herinnering op aan de volkscommissarissen uit de voormalige Sovjet-Unie die, met Marx in gedachten, de verwoesting van miljoenen mensenlevens tot het bittere einde hebben gerechtvaardigd onder het mom van vooruitgang. Toegegeven, de Stalinisten hebben "rijkdom en technologie" gebracht en de Sovjet-Unie werd in de vaart der volkeren (tijdelijk) opgestoten van een arm derdewereldland naar de tweede supermacht op aarde. Maar het lijkt me stug dat Heldring achteraf de loftrompet wil steken over de prestaties van "het reëel bestaande socialisme."

Al eeuwenlang pogen intellectuelen plunderingen en moordpartijen te verkopen als het brengen van beschaving en vooruitgang. Hegel bijvoorbeeld, zag de slavernij als een mogelijkheid om te kunnen deelnemen "aan een hogere zedelijkheid en de daarmee verbonden cultuur," als gevolg waarvan "menselijke gevoelens onder de negers" zijn toegenomen. Ook veel hedendaagse intellectuelen zien dit als een belangrijke taak en schilderen IMF en WTO af als instituten die "de armen uit de armste landen helpen." In een belangrijke studie ontrafelt de bekende taalwetenschapper Noam Chomsky de samenhang tussen de verovering van de wereld door de Europeanen sinds Columbus, het meedogenloze gebruik van geweld en de ideologische rechtvaardigingen hiervan door intellectuelen. De hutspot waarin Heldring het "landsbelang", "imperialisme", "rijkdom en technologie" vermengt en dit overgiet met een aan Marx ontleende progressieve saus, staat in een lange traditie. Deze bereidingswijze moet "slavenhandel en andere wreedheden" verteerbaar maken voor een afkerig publiek. De voorbeelden die ik hieronder aanhaal zijn alle afkomstig uit "De vloek van Columbus" van Noam Chomsky, dat als bijlage wordt uitgegeven bij het mediaonderzoeksblad Extra!

"Dacca, het Manchester van India, is van een zeer bloeiende stad vervallen tot een zeer arme en kleine stad."

Een analyse over wat er mis is met de volkscommissarissen uit de Sovjet-Unie laat ik over aan Heldring en de zijnen. Dat is vaak genoeg en op treffende wijze gebeurd. Als we het Britse imperialisme dat "ondanks slavenhandel en andere wreedheden, de koloniale volken rijkdom en technologie heeft gebracht" op waarde willen schatten zouden we misschien een moment kunnen stilstaan bij de oorspronkelijke bevolking van het gebied dat we nu kennen als de Verenigde Staten van Amerika. Bij de ‘ontdekking’ ervan leefden hier naar schatting zo’n 10 tot 12 miljoen mensen. Rond 1900 waren er nog 200.000 van hen over om te kunnen genieten van de door het imperialisme gebrachte "rijkdom en technologie". Of laten we eens een blik werpen op het kroonjuweel van het Britse imperialisme, India, dat, lang voordat de Britten daar hun goede werken tot stand brachten, door de Marokkaanse reiziger Ibn Battuta werd beschreven als "een land van grote mogelijkheden, en waar rijst is in grote overvloed. Sterker nog, ik heb geen gebied op aarde aanschouwd waar de voorraden zo overvloedig zijn." Ook een vroege Engelse bezoeker is nog vol lof en beschrijft de Bengalen als "een prachtig land, welks rijkdom en overvloed, door oorlog en verderf noch door onderdrukking zou kunnen worden vernietigd." In 1757 met de slag bij Plassey wordt onder leiding van Robert Clive de weg vrijgemaakt voor de verovering door de East India Company en voor de latere Britse heerschappij over India. Clive beschrijft het textielcentrum van Dacca als "uitgebreid, dichtbevolkt en rijk als de stad Londen."

Een kleine eeuw later zag Dacca er heel anders uit. In 1840 verklaart Sir Charles Trevelyan voor een Speciale Commissie van het Hogerhuis dat de bevolking was teruggelopen van 150.000 tot 30.000: "de jungle en malaria winnen veld … Dacca, het Manchester van India, is van een zeer bloeiende stad vervallen tot een zeer arme en kleine stad." Aan het begin van de 21ste eeuw is de hoofdstad van Bangladesh nog steeds één van de meest schrijnende voorbeelden van armoede en wanhoop in de moderne tijd.

Nog halverwege de 18e eeuw was India in vergelijking met andere landen een ontwikkeld land, niet alleen op textielgebied. "De scheepsbouwindustrie kende een bloeiende periode en één van de vlaggenschepen van een Engelse admiraal ten tijde van de Napoleontische oorlogen was gebouwd door een Indiaas bedrijf," schrijft Jawaharlal Nehru, naast Ghandi de belangrijkste persoon uit het moderne India: "Een veelzeggend feit dat direct in het oog springt, is dat die delen van India die het langste onder Britse heerschappij zijn geweest, tegenwoordig de allerarmste gebieden zijn." Ook Adam Smith, de aartsvader van economisch liberalisme, had oog voor de "verschrikkelijke onrechtvaardigheid van de Europeanen": "Voor de oorspronkelijke bewoners … van West- en Oost-Indië, zijn alle commerciële voordelen, (…) tenietgedaan door de vreselijke rampspoed die over hen is gekomen."

"We besturen hen louter door de kracht van ons karakter, zonder gebruik van geweld"

Een Britse Koninklijke Industrie Commissie ten tijde van de Eerste Wereldoorlog schrijft dat de Indiase industriële ontwikkeling "niet inferieur was aan de meer ontwikkelde Europese landen." Omdat de Britten de concurrentie niet aankonden, werden er allerlei maatregelen genomen om producten uit India te weren. Horace Wallace schrijft in zijn History of British India uit 1826: "Was dit niet gebeurd, dan zouden de molens van Paisley en Manchester al bij voorbaat zijn stopgezet, en die zouden nauwelijks nog in beweging te brengen zijn, zelfs niet met stoomkracht. Ze zijn ontstaan door het offer van de fabrikanten uit India." De opkomst van nieuwe industrieën werd geblokkeerd en India werd "een landbouwkolonie van het industriële Engeland" (Nehru), dat voedsel exporteerde terwijl de honger in eigen land toenam. Pas toen de concurrenten waren uitgeschakeld en de Engelse industrie de wereld kon domineren deed de vrije markt (tijdelijk) haar intrede.

Uiteraard waren er toen ook al lieden die ‘slavernij en andere wreedheden’ wisten te vatten in de meest nobele retoriek: "We besturen hen louter door de kracht van ons karakter, zonder gebruik van geweld," aldus Lord Cromer, de feitelijke bestuurder van Egypte. "In het Imperium hebben we niet alleen de sleutel gevonden voor roem en rijkdom, maar tevens het plichtsbesef en de middelen om de mensheid te dienen," aldus Lord Curzon, de onderkoning van India. Volgens Nehru kan de onderkoning het best worden vergeleken met Hitler. De ideologie van Britse overheersing was er één van het "Herrenvolk en het heersersras," dit is "inherent aan het imperialisme" en werd door "de autoriteiten in ondubbelzinnige taal uitgedragen." Chomsky merkt droogjes op: "De onderworpen volkeren hebben vreemde manieren om hun dankbaarheid te tonen."

Als er iemand kucht in Hongkong vallen er dooien in Canada.

In de hedendaagse politiek correcte cultuur poogt men onder het mom van "humanitaire vredesmissies" en "hulp aan de arme landen" de oude vormen van macht en overheersing verteerbaar te maken en uit te breiden. De afgelopen vijftig jaar zijn het de Verenigde Staten die hierin voorgaan en het meeste invloed uitoefenen in transnationale instituten zoals IMF en WTO.

Maar er zijn ook lichtpuntjes. De groei van de globaliseringbeweging in de afgelopen jaren is een teken dat meer en meer mensen zich niet willen neerleggen bij de voortgaande uitbuiting en onderdrukking. Zij zoeken buiten de gevestigde kaders manieren om hieraan een einde te maken. Eén van de meest sprekende voorbeelden hiervan is de Internationale Solidariteitsbeweging (ISM) die met directe, geweldloze acties, zoals bijvoorbeeld in de Bezette Gebieden, een moedige poging doen een einde te maken aan de verschrikkingen daar. Hierbij zijn recentelijk twee van hen gedood.

Het moet ook zeker als een lichtpuntje worden gezien dat Heldring opmerkt dat de VS een imperialisme ontberen. De traditionele vormen van indoctrinatie zijn aan het afbrokkelen. Er is geen twijfel dat het zoeken naar een nieuwe ideologie om "slavernij en andere wreedheden" verteerbaar te maken gewoon zal doorgaan. De verschrikkelijke moordpartijen van Jan Pieterzn. Coen op de Molukken in dienst van de eerste multinational ter wereld zijn lange tijd verkoopbaar geweest als handel. Dat de Soeharto’s van de wereld die rol hebben overgenomen, verandert niet veel aan het plaatje. De gevolgen worden al heel lang gedragen door de Derde Wereld en de armen in het westen. Die luxe bestaat niet meer. Als er iemand kucht in Hongkong vallen er dooien in Canada.

De verwachting dat het machtigste land ter wereld met de juiste ideologie (met instituten die als enige ideologie het verdienen van geld hebben) een oplossing zullen brengen voor de overweldigende problemen en ellende op aarde is niet alleen naïef, het is levensgevaarlijk. Misschien dat dat inzicht voor Heldring te laat is, maar voor anderen wordt het echt tijd hierover eens na te denken.



Terug