Extra! - debat over Media en Activisme

Extra! organiseerde op 18 juni jl. in Vrankrijk een debat over ‘Media en Activisme’. De gebrekkige berichtgeving in de media over actievoerders in het algemeen en de globaliseringbeweging in het bijzonder is immers opvallend. Hoe vaak worden acties uit deze hoek niet doodgezwegen of vernauwd tot bivakmutsen en stenengooien? Tijd voor discussie. Initiatiefnemer en Extra!-redacteur Martin Hulsing voerde die met John Verhoeven (Onze Wereld), Freek Kallenberg (Ravage) en Frénk van der Linden, onder leiding van Kees Stadt. Het Parool had op 19 juni een geslaagd artikel over deze bijeenkomst, en wij doen nu alsnog verslag van dit allereerste Extra!-debat.

door Astrid Willemsteijn en Linda Fokkema

Activisme en de globaliseringsbeweging: de media berichten er nauwelijks over en dat is een grof schandaal. Het zijn de woorden van Martin Hulsing die hiermee het startsein geeft voor het debat. "Op een bepaald moment bestond de bizarre situatie in Nederland dat een groep van zo’n 2000 types met groen haar en piercings, communisten en andere halve idioten," hij zegt het op liefkozende wijze, "meer afwisten van internationale handelsverdragen dan alle krantenredeacties van Nederland bij elkaar. Dat is bizar." Volgens Hulsing checken journalisten het verhaal eerst bij Economische Zaken, en als die het ontkennen "dan wordt er gewoon niet gepubliceerd." Hij denkt dat als dit soort informatie wel gepubliceerd zou worden er veel zou veranderen.

Dan volgt Frénk van der Linden. Volgens hem is het inderdaad zo dat de reguliere media (na lang overleg over de terminologie – "Commerciële media? Gevestigde media? Traditionele media?"- koos het panel deze term) een "eigen oppositie" missen. Maar de activisten pakken die oppositierol niet handig aan. Zowel de media als de activisten hebben daardoor teveel een "naar binnen gekeerd perspectief", ze doen nauwelijks moeite aansluiting te vinden. Een "fundamentele nieuwsgierigheid naar vernieuwing" mist bij beide partijen. Aldus Frénk.

John Verhoeven van Onze Wereld beaamt vervolgens dat bij ons "globaliserende trends door de media worden gemist." Nederland doet het wat dat betreft slecht in vergelijking met andere landen. Er wordt niet of nauwelijks uitleg gegeven over de WTO (Wereld Handelsorganisatie) en de achtergronden en ontwikkelingen van het WTO-beleid. Ook is er relatief weinig aandacht voor ontwikkelingslanden in het algemeen. Het perspectief zou dus inderdaad moeten worden verbreed.

"Achtergronden worden steeds slechter,
omdat het snel af moet"

Freek Kallenberg laat ten slotte een soortgelijk geluid horen als dat van Hulsing: de reguliere pers schrijft te weinig over sociale bewegingen; daarom is Ravage opgericht. Als het bijvoorbeeld gaat om de globaliseringsbeweging, komen de inhoudelijke thema's die door de beweging worden bevochten, niet of nauwelijks aan bod binnen de reguliere media. En àls er media-aandacht is, dan is die doorgaans gericht op eventuele excessen: rellen, geweldplegingen, rotzooi. Actievoerders staan daardoor vaak in een kwaad daglicht.

Waarom zo weinig aandacht voor het inhoudelijke? Van der Linden’s verklaring is, dat de reguliere media pas geïnteresseerd zijn in een onderwerp als er een machtsstrijd aan gekoppeld is. Met abstractere, grotere problemen als ‘globalisering’ is die machtskwestie diffuser. Hij vindt het óók jammer dat de inhoudelijke aspecten daardoor verloren gaan en stelt: "je moet macht om je heen zien te creëren."

Het probleem is duidelijk: het gebrek aan aansluiting tussen de reguliere media en actievoerders, met als gevolg een onevenredige berichtgeving, moet worden doorbroken. Daarvoor in de plaats zou een goede, 'continue' relatie tussen de twee moeten ontstaan. Maar van wie moet de verandering komen? Wie moet er een andere houding aannemen? Over die vraag ontspint zich het debat, waar een groot deel van het publiek zich gedreven in mengt.

Hulsing wijst op een groter en structureel verschijnsel: de "benauwde cultuur" die de laatste tien, vijftien jaar in Nederland is ontstaan. Vroeger was er veel meer verschil van mening tussen media onderling: "Nu hebben ze vrijwel op alle belangrijke gebieden dezelfde mening." Media berichten daarom op dezelfde manier. Een voorbeeld is de berichtgeving rond de benoeming van John Negroponte als de nieuwe Amerikaanse VN-ambassadeur. Hij was de spin in het web in de Contra-oorlog tegen Nicaragua. Over deze achtergronden is met zijn benoeming geen woord geschreven. De VS zijn in dit verband veroordeeld door het Internationaal Gerechtshof wegens internationaal terrorisme: "Moet je voorstellen dat Osama Bin Laden benoemd zou worden als ambassadeur bij de Verenigde Naties….", aldus Hulsing. Van der Linden mompelt dat hij van deze kwestie nauwelijks op de hoogte is, maar zegt daarna dat het een op zichzelf staand voorbeeld is dat we niet breder kunnen trekken. Hulsing denkt van wel, en oppert dat de Nederlandse media soms misschien wel wat "activistisch vóór de VS" zijn.

"Als je een verhaal wilt vertellen, moet je geen bivakmuts opzetten"

Daar wil Van der Linden niets van horen, maar hij erkent wel dat er inderdaad een trek naar het midden is. "Het komt door de informatie-overload", de concurrentiestrijd tussen de media en gebrek aan geld. De media concentreren zich daardoor liever op "korte, harde beelden" dan op achtergrond en onderzoek. Er is steeds minder tijd voor onderzoek en steeds meer te doen, dus "achtergronden worden steeds slechter, omdat het snel af moet." Verhoeven merkt daarna ook nog op dat zo iemand als John Negroponte het Nederlandse publiek waarschijnlijk ook "weinig interesseert, omdat die zo ver van ons bed staat."

Waar het aan ligt dat sommige geluiden nooit worden gehoord, daar worden de vier heren het duidelijk niet over eens. Dus ook over manieren om dat te veranderen hebben ze hun eigen ideeën. Van der Linden denkt dat er al veel zou kunnen veranderen als activisten zich niet blindstaren op hun eigen aanhang maar zelf de reguliere pers actiever benaderen. En dat artikelen uit ‘alternatieve hoek’ gewoon beter geschreven zouden moeten worden. "Er moet namelijk wel een link met de actualiteit zijn. Binnen de journalistiek heerst een ongeschreven wet van nieuws: je moet net de juiste ‘haak’ zien te vinden, om vervolgens goede achtergronden te kunnen leveren."

Maar in het publiek protesteert een freelance-journaliste die ooit voor Vrij Nederland een artikel schreef. Zij wijst op het enorme parcours binnen de gevestigde redactie om een stuk gepubliceerd te krijgen. Dit wordt beaamd door een andere journaliste die voor Vrij Nederland heeft gewerkt, "het is heel moeilijk, zo niet onmogelijk überhaupt iets gepubliceerd te krijgen als er een al te alternatief stempel aan je kleeft." Zo makkelijk is het dus niet om die reguliere media te bereiken. Hulsing merkt op dat je niet anders kan verwachten (waarna hij uit de zaal een "Wat ben jij zuur geworden" naar zijn hoofd geslingerd krijgt).

Van der Linden en Verhoeven blijven bij het idee dat ook actievoerders hun houding moeten veranderen. "Als je een verhaal wilt vertellen, moet je geen bivakmuts opzetten," concludeert Verhoeven. "Neem de Dalai Lama die de problematiek in Tibet consequent en op een vreedzame manier naar buiten blijft brengen. Hij slaagt er toch ook in media-aandacht te krijgen?" Activisten moeten dus beter nadenken over een mediagenieke presentatie. En verder, suggereert hij, kunnen ze tegenwoordig de reguliere media ook grotendeels omzeilen: je kunt ook van andere middelen, zoals internet, gebruik maken. Maar Van der Linden houdt eraan vast dat actievoerders de reguliere media juist wél moeten benaderen en dat de slechte verhouding tussen de media en de actiebewegingen niet alleen komt door onwil van de Nederlandse media.

Kallenberg heeft nog een laatste woord: 'Kijk wat minder televisie, lees minder kranten en ga gewoon wat doen!' En zo eindigt dit Extra!-primeur-debat in een onbesloten, maar goed geleverde strijd.

Gesprek bij de uitgang

Na het debat, bij het vertrek, kwam nog even aan de orde of de discussie de kern wel had geraakt. Frénk van der Linden geeft toe dat hij van sommige voorbeelden die door Hulsing werden gegeven niet op de hoogte is:

Frénk: "Ja, ik zeg het dan maar gewoon eerlijk dat ik er niets van weet. Je probeert overal wat vanaf te weten maar dat lukt je gewoon niet. Tijdgebrek en informatie-overload... dat soort dingen."

Extra!: "Nee, natuurlijk, maar dan heb je het over factoren die bij de individuele journalist liggen. Maar dat is niet de essentie van waarom sommige zaken structureel zo onderbelicht blijven. Dat geval van die Negroponte is natuurlijk niet zozeer een op zichzelf staand voorbeeld, zoals jij zei, maar eerder exemplarisch voor een veel groter verschijnsel, veel structureler-"

Frénk:"Je bedoelt, meer institutioneel: dat bepaalde stemmen gewoon per definitie niet gehoord worden..."

Extra!: "Ja precies. Dat men het toch vaak gemakkelijker vindt om niet al te kritisch over de VS te zijn, bijvoorbeeld. Je veegde Hulsing’s punt van ‘activistisch zijn vòòr de VS’ dan wel van tafel, maar er zat misschien wel wat in. Neem de berichtgeving in de Nederlandse pers over de Irak-oorlog. Zag je daar echte verschillen in hoe erover werd geschreven?"

Frénk: "Nee, helemaal mee eens. Ja, dáár had het over moeten gaan. Als we het daar over hadden gehad, het gebrek aan kritische geluiden in de Nederlandse media tijdens de Irak-oorlog, dan had ik me helemaal bij Martin geschaard. Je had het moeten aansnijden!"



Terug