Redactioneel

In de beste Stalinistische traditie bracht HP/de Tijd onlangs een eigentijds Trotskistisch complot boven water: 'De kogel kwam van GroenLinks.' In een analyse van het kaliber 'alles hangt met alles samen en die kent die van zus en zo' tovert HP/de Tijd de levensgevaarlijke grote linkse samenzwering uit de hoge hoed. Volkert is slechts het topje van de ijsberg! Wat een flauwekul. Het blijft toch een wonderlijk fenomeen dat een blad als HP/de Tijd zich zonder enige schaamte bedient van dit soort methoden. Ze zijn niet in staat om één fatsoenlijk artikeltje over Van Aartsen te schrijven die zijn grote vriend Soeharto tot het bittere einde voorzag van wapens. Of over Herr Bolkestein die in 1983 samen met zijn collega's uit de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten op bezoek ging in Bagdad om zijn vriend Saddam Hoessein te overladen met eerbetoon en smerige wapens. De namen zijn bekend, ook van de betrokken bedrijven. Geen complotten of duistere achterkamertjes, maar openlijke hulp aan grootschalige moordpartijen met steun van de meerderheid van de zwaar liberaal/christelijke 2e Kamer. Ongetwijfeld uit vrijheids- en naastenliefde.

HP/de Tijd en de hunnen hebben kennelijk niet door dat de coryfeeën van GroenLinks al lang geen activisten meer zijn. Misschien dat ze in een grijs verleden nog wel eens een politiegolfje hebben gemold of op andere, minder gewelddadige wijze uiting hebben gegeven aan hun idealen. Tegenwoordig zitten ze voornamelijk op hun luie reet in de 2e Kamer en belijden zij de democratie vooral met de mond. Globaliseringsvraagstukken, strijd tegen privatisering en armoede, steun aan vluchtelingen, ja, zelfs daadwerkelijk illegale activiteiten, zoals het regelen van onderdak en valse paspoorten, liggen voornamelijk in handen van gewone protestanten en katholieken. Zelfs buiten-parlementair links laat veel van het traditionele verzet en de zorg voor de maatschappij over aan mensen die naar de kerk gaan. Dat is de grote schande van Nederland. Niks links, niks radicaal. Het gaat om puur burgerfatsoen. Al kan ik dat woord nauwelijks uit mijn strot krijgen.



Terug