De molotov-cocktail en de limousine

Op 1 mei 1886 werd er in Chicago massaal gedemonstreerd voor de acht-urige werkdag. In de gehele Verenigde Staten was al maandenlang gemobiliseerd voor deze demonstratie. Bij een deel van de organisatoren heerste er een magische hoop dat op deze wijze het systeem op de knieën kon worden gedwongen.

door Martin Hulsing

Het centrum van de Amerikaanse anarchistische beweging bevond zich ook in Chicago. De anarchisten ondersteunden de oproep van de organisatoren, ook al vonden zij de eis voor een acht-urige werkdag veel te beperkt. De demonstratie verliep rustig, afgezien van een paar kleine opstootjes. Ook de demonstratie op de dag daarna verliep zonder problemen.

Op de derde mei viel de politie aan met knuppels, ze schoten zelfs met vuurwapens in de massa. Er viel hierbij één dode, zes zwaar gewonden en een groot aantal lichtgewonden, waaronder politie-agenten. Op 4 mei werd er wederom gedemonstreerd op de Haymarket Square, ditmaal uit protest tegen het gewelddadige politieoptreden.

De situatie was behoorlijk gespannen. Toen de politie verscheen werd er vanuit een steegje een bom gegooid, waarbij een politieagent werd gedood en een groot aantal van hen zwaar gewond raakte. In een later stadium zouden er nog zes politieagenten aan hun verwondingen overlijden. In de schermutselingen die hierop volgden werd nog een onbekend aantal arbeiders gedood.

In de daaropvolgende dagen kwam er een hetze tegen de anarchisten op gang. Daar de anarcho-beweging in Chicago voornamelijk gedragen werd door Duitsers en Tsjechen was deze hetze ook gericht tegen buitenlanders. Justitie arresteerde zeven vooraanstaande anarchisten, hoewel er geen enkel bewijs was voor hun betrokkenheid bij de bomaanslag. Later gaf een achtste anarchist, Albert Parsons van het blad Alarm, zichzelf aan bij de politie. Hij was ervan overtuigd dat hij zou worden vrijgesproken. Maar er heerste zo een hysterische woede, dat er niet eens een poging werd gedaan om te bewijzen wie de bom daadwerkelijk had gegooid.

Eén van de gearresteerden kreeg een gevangenisstraf van vijftien jaar opgelegd, de rest werd ter dood veroordeeld. Uiteindelijk zouden er vier van hen worden opgehangen, pleegde er één zelfmoord en werd van twee van hen de doodstraf omgezet in levenslang.

Solidariteit

Dit was voor de arbeidersbeweging een belangrijk moment. Het nieuws van de tragedie werd op de voorpagina's breed uitgemeten. De anarchisten van Chicago werden de martelaren van de arbeidersbeweging en met het nieuws uit Amerika kwam er een enorme internationale solidariteitsbeweging op gang kwam. Sindsdien is 1 mei de dag van de internationale solidariteit.

Hoewel de executie van de vier niet kon worden voorkomen, werd er een aantal jaren later door een commissie vastgesteld dat de jury en de rechter partijdig waren geweest en dat het bewijsmateriaal onvoldoende bleek. De drie nog levende gevangen werden daarop in vrijheid gesteld.

Hoewel de eerste mei in Nederland lange tijd door honderdduizenden in het hart werd gedragen, is de viering ervan tegenwoordig vrijwel geheel verdwenen. Slechts een paar honderd voornamelijk jonge anarchisten houden het idee van 1 mei levend. De sociaal-democraten hebben decennialang plichtmatig hun Dag van de Arbeid volledig uitgemolken, maar uiteindelijk een zachte dood doen sterven. Terecht. Want ook hypocrisie kent zijn grenzen.

Het idee van internationale solidariteit lijkt daarmee in Nederland grotendeels verloren te zijn gegaan. Desondanks wordt er nog massaal geld gestort voor allerlei goede doelen in de Derde Wereld, maar dit voltrekt zich zonder dat het wordt gedragen door een volksbeweging. Met de opkomst van de globaliseringsbeweging wordt er de laatste jaren weer uiting gegeven aan de idealen die door de arbeidersbeweging aan het einde van de 19e eeuw zo trots werden gedragen. Maar daarover later meer.

Obsceniteit

Nu wil ik het hebben over de molotowcocktail en de limousine. Wanneer er bij een bezoek van het IMF aan een willekeurig Latijns-Amerikaans land tijdens een relletje een onbewaakte limousine van een van de heren bankiers in lichterlaaie wordt gezet, dan kraait daar geen haan naar. Het overgrote deel van de gewone Latino's ziet het als een symbolische daad tegen de rijke stinkerds die hen het leven zuur maken. Gejuich stijgt op en vrijwel niemand lijkt zich te storen aan het gewelddadige karakter van de daad. Zelfs de minderheid van rijke stinkerds en de al te brave burgers begrijpen de achterliggende gedachte, zelfs al keuren ze de daad af.

In Nederland, en de meeste andere westerse landen, zal een soortgelijke symbolische actie op niet al te veel waardering hoeven rekenen. Er wordt in Nederland al hysterisch gereageerd wanneer er een paar ruitjes worden ingekinkeld. Laat staan wat de reacties zullen zijn wanneer een luxe bankiersauto met een achteloos geworpen molotowcocktail tot ontbranding wordt gebracht. De overgrote meerderheid zal reageren met een welgemeend 'waar heb dat nou voor nodig', zelfs uit de hoek van dat wat men radicaal-links noemt.

Dit verschil fascineert me al lange tijd. Hoe is het mogelijk dat dezelfde symbolische actie een zo verschillende reactie tot gevolg heeft? Als pacifist ben ik zelf principieel tegenstander van alle soorten geweld. Maar niet als een bijbelse farizeër, die vanuit een comfortabele positie zijn eigen superioriteit bevestigd ten opzichte van zijn medemens door het geweld van de ander af te keuren.

Pacifisme betekent naar mijn idee het begrijpen en blootleggen van de wijze waarop geweld in onze maatschappij in stand wordt gehouden. Het is mijn overtuiging dat geweldloze actiemiddelen doeltreffender en sneller werken, maar de algehele morele afkeuring over het in de fik steken van een stuk blik is naar mijn idee niet veel meer dan een obsceniteit in vergelijking met de overweldigende alomtegenwoordigheid en acceptatie van dwang, geweld en ellende die door zo velen als normaal worden beschouwd en geaccepteerd.

Uitbundig gejuich

In de loop van de jaren heb ik met velen van gedachten gewisseld over het probleem van de molotowcocktail en de limousine. Sommigen denken dat het verschil te verklaren is uit de armoede in de Derde Wereld. De 'mensen daar' begrijpen wat de gevolgen zijn van het beleid van het IMF, omdat ze het aan den lijve ondervinden. Bovendien zijn ze eraan gewend. Misschien.

Anderen geven de media de schuld. Er is nauwelijks aandacht voor de achtergronden van armoede in de Derde Wereld. We worden overspoeld met Amerikaanse bagger, waardoor niemand in het Westen de gevolgen ziet van ons beleid. Dat klopt. Het is allemaal waar, maar toch wordt het daarmee niet geheel verklaard. Er blijven onverklaarbare fenomenen, want ook in een land als de Verenigde Staten bijvoorbeeld is schrijnende armoede onder tientallen miljoenen mensen en ook de Latinolanden worden overspoeld met Amerikaanse shit van zeer conservatieve media.

In mijn speurtocht ben ik andere vreemde fenomenen tegengekomen die samenhangen met dit andere collectieve begrip. De VPRO zond een aantal jaren geleden een documentaire uit over Remco Campert. Wanneer Campert in Nederland zijn gedichten voorleest komen daar zo'n 400 mensen op af, waarvan zo'n 150 snobs. In de VPRO-documentaire zien we hoe Campert in Colombia in een vol stadion met 30.000 bezoekers zijn gedichten voorleest. Ongetwijfeld zullen er zich onder de bezoekers ook de 150 befaamde snobs bevinden, maar er is geen twijfel dat het voorlezen van gedichten ook wordt gedragen door het gewone volk. De mensen in het stadion leven ontzettend mee met de gedichten van Campert en (impliciete) verwijzingen naar vrijheid worden begroet met een uitbundig gejuich.

Symboliek

Dit is allemaal des te merkwaardiger daar er in Colombia een helse burgeroorlog woedt met duizenden politieke moorden per jaar op vakbondsactivisten, mensen van de kerk, de politieke oppositie en mensenrechtenorganisaties. Bovendien zijn er door het geweld zo'n 3 miljoen mensen op de vlucht geslagen en heerst er een schrijnende armoede. Om het nog maar gekker te maken, de televisie wordt overspoeld met voetbal, soaps en Amerikaanse shit.

Het is misschien moeilijk voor te stellen, maar vroeger werden ook in Nederland dichters door het volk gewaardeerd. In de jaren '20 en '30 van de twintigste eeuw werd een dichter als Herman Gorter door honderdduizenden gewone mensen in het hart gedragen. Gorter was politiek gezien radicaal-links. Lange tijd was hij betrokken bij de linkervleugel van de sociaal-democratie, later kwam hij terecht in een splintergroep met nauwelijks enige politieke aanhang.

George Steiner geeft hiervan in een andere VPRO documentaire nog een treffend voorbeeld over Ernest Hemmingway. Hij schreef zijn boeken voor de gewone man, die geen enkel probleem had om de daarin verwerkte symboliek te begrijpen. Tegenwoordig moet deze symboliek expliciet worden onderwezen aan de universiteit, omdat de studenten het niet uit zichzelf kunnen begrijpen. Niet omdat ze te dom zijn of omdat ons schoolsysteem zo slecht is, maar simpelweg omdat de door Hemmingway in de jaren '20 gebruikte verwijzingen tegenwoordig geen deel meer uitmaken van onze cultuur.

Apathie

Het gaat echter niet alleen over een collectief begrip. Het heeft ook te maken met collectief handelen. Wanneer er in Los Angeles door politieagenten voor de camera's een racistische moord wordt gepleegd en vervolgens niet door justitie vervolgd, dan breekt de pleuris uit. Na de vrijspraak door de rechter woedde er drie dagen van plunderingen en chaos in de arme buurten van L.A. Er werden 2600 branden gesticht en er werd met vuurwapens geschoten op de politie en de brandweer. Na drie dagen zijn de woede en branden grotendeels geblust en vervalt iedereen weer in een toestand van apathie.

Vergelijk dit met de opstand van de Zapatista's. Op 1 januari 1994, wanneer het NAFTA verdrag in werking trad, besloten de Zapatista's in zuid-oost Mexico een aantal steden over te nemen. Ze joegen de grote landeigenaren weg en probeerden hun veroveringen te consolideren en uit te bouwen. De arme Indiaanse bevolking probeerde op deze wijze niet alleen het land en bestuur van de staat Chiapas onder controle te krijgen, ze probserden ook steun te krijgen voor hun acties door in verklaringen en persconferenties uit te leggen aan de rest van Mexico (en de wereld) waarom ze het hadden gedaan.

Bij de arme zwarte bevolking van Los Angeles was er alleen maar een geweldsexplosie, een uitbarsting van terechte woede. Er werd nauwelijks aandacht besteed aan de achtergronden, er bleek nauwelijks follow-up en het enige tastbare resultaat waren de smeulende restanten in hun eigen wijken.

Gemeenschap

De Duitse anarchist Rudolf Rocker heeft deze problemen aan de orde gesteld in zijn nog immer belangrijke en zeer toegankelijke boek Nationalisme en Cultuur. Hierin doorloopt hij de menselijke (culturele) geschiedenis vanaf de oude Grieken tot aan de opkomst van de Nationaal Socialisten in Duitsland. In zijn werk probeert hij een verklaring te geven voor het menselijke denken en handelen, gezien vanuit tradities, manieren van organiseren en het menselijke verlangen naar vrijheid. Volgens Rocker zijn er in de menselijke geschiedenis twee dominante en elkaar tegenwerkende krachten te ontwaren die van belangrijke invloed zijn op het denken en handelen van de mens.

Het nationalisme uit de titel staat voor de kracht die erop gericht is om het vrije menselijke denken en handelen in te passen en ondergeschikt te maken aan een groter systeem. De gehele geschiedenis door hebben instituten zoals kerk, staat en bedrijfsleven geprobeerd om de menselijke onafhankelijkheid te beteugelen en in te passen in haar waardesysteem en manieren van organiseren.

Daar recht tegenover staat de cultuur, die door Rocker wordt gedefinieerd als datgene dat voortvloeit uit de vrije ontwikkeling van de menselijke creativiteit. Dit varieert van het in cultuur brengen van het land en het maken van kunst tot aan het op eigen wijze vormgeven en organiseren van het werk en de gemeenschap en de vrije ontwikkeling van het denken.

Deze krachten verdragen elkaar niet en zijn voortdurend met elkaar in strijd. Waar de religieuze instituten op basis van het idee 'God is alles, de mens is niets', pogen om hun normen en waarden dwangmatig op te leggen, staat daar tegenover het humanistische idee, dat normen en waarden niet door god gegeven zijn, maar door de mensen onderling worden moeten worden bepaald: "De mens is de maat der dingen."

Rocker laat deze beide ideeën, die door de geschiedenis heen in allerlei wisselende gedaantes voorkomen, de revu passeren. Hij toont de invloed ervan op de tradities en gewoontes, wetgeving, vormen van organisatie, kunst en het denken van de mens. Het is een strijd tussen titanen. Het is de strijd voor de menselijke waardigheid en vrijheid tegenover de krachten die proberen om de mens in te schakelen en te ontdoen van haar eigen vermogen tot oordelen en handelen.

Eén van de begrippen die centraal staat in het denken van Rocker is de gemeenschap. Het denken, handelen en organiseren van de mens ontwikkelt zich in een gemeenschap van vrije individuen, waarbinnen de menselijke creativiteit tot bloei kan komen. In dit verband heeft Rocker het over volkscultuur, een samenspel van tradities, overtuigingen en manieren van organiseren vanuit de mensen zelf, het resultaat van de menselijke vrijheid en creativiteit.

Dit staat natuurlijk lijnrecht tegenover de door de nazi's gehanteerde nationalistische waanideeën over de Duitse volkscultuur, die van bovenaf door middel van dwang aan het individu werd opgelegd. Mensen die niet of nauwelijks betrokken zijn bij een gemeenschap zijn heel makkelijk te beïnvloeden en bang te maken. Onderdrukkende krachten proberen altijd de mensen te scheiden van elkaar. Door middel van 'verdeel en heers' wordt geprobeerd om de natuurlijke band van de mensen onderling te vernietigen en te vervangen door een kunstmatige verband, waarbij het individu zich moet aanpassen aan het groter verband.

Onverdraagzaamheid

Rocker ondersteunt zijn ideeën met talrijke sprekende voorbeelden uit de geschiedenis, vanaf de Grieken en Romeinen, de Middeleeuwen en Franse Revolutie tot aan de opkomst van de nationaal-socialisten. Hij komt met voorbeelden uit de ideeëngeschiedenis, wetgeving, wetenschap en kunst, vormen van leven en organiseren.

De wortels van het nationalisme zijn al te vinden bij de verheerlijking van de staat door Plato en de tijdelijke bloeiperiode onder de Romeinen, met huichelachtige gedragsregels, een pedagogie volledig gebaseerd op gehoorzaamheid, verlammende hypocrisie en een vertrouwen op wetgeving die ongekend was. In de Romeinse wetgeving was zelfs vastgelegd met hoeveel steken een kleermaker een mouw aan een jas diende vast te zetten.

De creativiteit van het individu was volledig gevangen in rigide gedragsregels, wetgeving en blinde kopieerzucht. In de latere ontwikkeling treft men de onverdraagzaamheid van de kerk jegens ketters en haar moralistische dwang op zelfs de meest intieme relaties tussen de mensen. Daartegenover vindt men in de geschiedenis de filosofische ontwikkeling van de ideeën over democratie, de ontwikkeling van het humanisme, zelforganisatie, tradities en kunst, de strijd tegen overheersing, tegen de kerk en het kapitaal.

Dat wil niet zeggen dat alle strijd tegen de kerk en het kapitaal (zoals door de nazi's en de communisten) door Rocker als bevrijdend worden gezien. De manier waarop en het uiteindelijke doel is cruciaal. Dat de nazi's de kerken wilden uitschakelen ligt voor de hand. Door de traditie van de kerken konden de mensen enigszins bescherming vinden tegen de nationalistische waanzin.

Zo ook ziet Rocker in het historisch-materialisme van Karl Marx een grote vijand voor de mensen. De op klassen gebaseerde economische theorieën van Marx zijn volledig ontdaan van de individuele mens. Buiten de wil van de mensen om zal zich uiteindelijk een proletarische revolutie voltrekken, waarna het rijk van de klassenloze maatschappij zijn intrede zal doen. Het door de erfgenamen van Marx tot stand gebrachte 'reëel bestaande socialisme' in de Sovjet-Unie is eveneens gebaseerd op dezelfde veronachtzaming van het menselijk individu. De partij, haar leiders en de staat werden heilig verklaard.

In een van zijn verhalen (De Staatsburger) geeft de Russische schrijver Isaac Babel hiervan een ijzersterke parodie. De hoofdpersoon in het verhaal legt uit dat al het goede dat tot stand wordt gebracht van de staat komt. (Zoals de kerk eeuwenlang al het goede van boven liet komen.) Wanneer de staatsburger een misstand aantreft roept hij vol ontzetting uit: "Waar vindt men hier de staat, waar is de automatische orde."

Het is alleraardigst om nog kortgeleden in de NRC een eigentijdse variant hiervan tegen te komen. In zijn kritiek op de globaliseringsbeweging roept Roel Jansen de activisten op om te vertrouwen op het "ordenend vermogen van deze democratische supermacht", doelend uiteraard op de Verenigde Staten.

Organisatie

Hoewel er over Rocker en zijn schitterende boek nog heel veel te zeggen is, moeten we terug naar de molotowcocktail en de limousine. Waarom wordt in Nederland het brandende bankiersleed zelfs door links afgekeurd, terwijl het in Latijns-Amerika wordt gezien als een kwajongensstreek en als symbolische daad wordt toegejuichd?

Er zullen ongetwijfeld meerdere factoren van belang zijn, maar het lijkt mij dat de doorslaggevende factor de aanwezigheid van een volkscultuur is. Het vermogen om de zorgen van gewone mensen te koesteren. Ondanks alle geweld, propaganda en armoede zijn mensen in Latijns-Amerika veel meer in staat om het oordeel over wat goed en fout is in de wereld te vormen buiten de door de staat en het bedrijfsleven in de media naar buiten gebrachte idealen. Misschien omdat ze gemakkelijker met de buren praten, misschien omdat hun maatschappelijke organisaties nog niet zo zijn 'ingepolderd', misschien komt het door het verzet van de katholieke kerk. Het zal ongetwijfeld een combinatie hiervan zijn.

Een doorslaggevende factor om een volkse cultuur in stand te houden lijkt organisatie te zijn. Desnoods die van de kerken, die heel veel van het traditionele 'linkse' verzet hebben overgenomen. Dat geldt ook voor Nederland. Buiten de overblijfselen van allerlei kraakstructuren speelt het overgrote deel van de zorg voor vluchtelingen, globaliseringsvraagstukken en derde wereld problematiek zich af binnen de kerken. Niet zozeer omdat ze zo links zijn, maar vooral omdat ze er zijn. Het is een plek waar mensen zich kunnen organiseren, verbonden aan een gemeenschap waarbinnen andere normen en waarden, andere ideeën over de wereld gekoesterd kunnen worden.

Gloeiende haat

Het is de grote schande van Nederland dat de vakbonden, waarbinnen traditioneel de wensen en verlangens van de werkende bevolking tot uiting werden gebracht, op dusdanige wijze deel zijn gaan uitmaken van de elite, dat ze zich voornamelijk zorgen lijken te maken over een esoterisch begrip als 'de economie'.

Het idee dat arbeiders zich organiseren om meer controle te krijgen over hun leven, dat ze zich moeten voorbereiden om de economische instituten over te nemen en dat het hiervoor cruciaal is om internationaal te organiseren, dat is geheel verdwenen. De verlangens naar meer democratie zijn teruggebracht tot procenten loonsverhoging.

Terwijl het internationale bedrijfsleven haar manier van globaliseren achter gesloten deuren tot stand probeert te brengen, wordt als enige oplossing hiertegen zoiets als 'ethisch ondernemen' bedacht, in plaats van op zoek te gaan naar manieren om aan deze perversiteit een einde te maken. Dat is een geweldige overwinning van het bedrijfsleven.

Als gevolg hiervan is de oppervlakkigheid als het gaat om het denken over allerlei maatschappelijke vraagstukken vaak stuitend. Gewone mensen in de derde wereld hebben vaak meer benul van allerlei complexe globale economische vraagstukken, dan de meeste academisch opgeleide Nederlandse intellectuelen.

De opkomst van de huidige globaliseringsbeweging vertoont heel veel overeenkomsten met die van de arbeidersbeweging halverwege de 19e eeuw, waarin gewone mensen van over de hele wereld een gemeenschap van denken, samenwerken en strijden opbouwden die betekenis gaf aan de eerste mei en de door hen gevoerde strijdkreet "weg met het kapitalisme". Dat is zeker een grote stap voorwaarts.

De komende tien jaar zal het de uitdaging voor de globaliseringsbeweging zijn om de gevoelde afkeer voor brandende limousines om te buigen in een gloeiende haat voor de obscene rijkdommen en het systeem van armoede waarop het is gebaseerd. En daar is meer voor nodig dan het gooien van mollies, dat moge duidelijk wezen. Door anarchisten werd het altijd kernachtig samengevat met de kreet: Organiseer!



Terug