Pats!

Geachte opinieredactie,

Zou u dit ter kennisgeving willen doorsturen naar uw columniste Elsbeth Etty? U kunt het tevens als ingezonden brief beschouwen, of als iets leuks voor de opiniepagina.

met vriendelijke groet
Patrick Pubben

Een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken. Daar moest ik aan denken toen ik zaterdag 15 maart jl. Elsbeth Etty’s lofzang op Tony Blair en haar pleidooi voor militair ingrijpen in Irak las. Vaak gedraagt zij zich als columniste maar als het gaat om kwesties als Irak of Israël dan verandert zij in je reinste propagandiste. Alle trucs worden dan uit de kast gehaald om de lezer van haar Waarheid te overtuigen, terloops feiten met voeten tredend en gedachtekronkels uitvoerend waar de honden geen brood van lusten. Een van die trucs is om iemand te citeren die dezelfde mening heeft als jij. Hiermee verleen je je eigen mening een soort objectiviteit: “Als anderen het ook zeggen, moet het wel waar zijn.” Terwijl het natuurlijk gewoon een verder niet gestaafde mening blijft (als 600 miljoen christenen in God geloven, moet hij wel bestaan…).

Deze keer verschuilt Etty zich achter de Franse filosoof André Glucksman, die wel fel tekeergaat tegen Russisch optreden in Tsjetsjenië maar de VS blijkbaar hun gang wil laten gaan. Deze verbetenheid als het gaat om Rusland en de felheid waarmee Westerse pacifisten worden bejegend als het gaat om een Amerika dat iedereen desnoods kwaadschiks zijn mix van vrijemarkt en democratie door de strot wil duwen, is tekenend voor veel “intellectuelen” die op gegeven moment de stap hebben gezet van het dogmatisch linkse kamp naar de gevestigde orde, naar de mainstream-media. Maar dat terzijde. Etty/Glucksmann herhalen de truc die Rumsfeld eerder uithaalde: ze plaatsen Schröder, Chirac en - retorisch grapje van Etty – “de paus in Rome” in een rijtje leiders van twijfelachtig allooi (o.a. Jiang Zemin, Gadaffi) en noemen dit het “vredeskamp”. Dat er wereldwijd nauwelijks landen te vinden zijn die vóór de oorlog zijn, dat een tweede resolutie onder meer niet in stemming is gebracht omdat er geen meerderheid binnen de niet-permanente landen van de Veiligheidsraad voor te vinden was, wordt buiten beschouwing gelaten.

Een andere truc waar Etty handig gebruik van maakt, is om Blair te vergelijken met good old Churchill. Ze is er namelijk “van overtuigd” dat het Blair ook om “de vrijheid, de democratie en de beschaving” gaat, net als Churchill in 1940. Het is mooi overtuigingen te hebben, zo mooi dat het verder geen uitleg behoeft. Door haar vergelijking, die ze later herhaalt wanneer ze Bush en Blair de “erfgenamen van Churchill” noemt, worden ook Hoessein en Hitler weer eens aan elkaar gekoppeld. Voor de lezer wordt het alweer wat moeilijker om te zeggen dat Saddam niet middels oorlog aangepakt mag worden. Wie wil het immers op zich nemen een Hitler te verdedigen?

Etty’s redeneertrant is doorspekt met dergelijke retorische middelen, niet gehinderd door enig afwegen van feiten. Zeker, “ambivalentie, aarzeling en huiver” hebben ook bij haar toegeslagen, maar slechts om het feit dat er “gerechtvaardigde twijfel aan de volkenrechtelijke grondslag voor militair ingrijpen is gerezen”, niet vanwege de oorlog zelf. Die oorlog moet er namelijk komen om Hoessein, die door Etty/Glucksmann in een welhaast Stalinistisch aandoend proza “de permanente lont in een kruitvat (…) in het hart van een brandhaard” wordt genoemd, te verdrijven. Iedereen die het daar niet mee eens is, ligt dwars en zet volgens Etty “de solidariteit van het Westen en het bestaan van de Verenigde Naties” op het spel. Want “is een weigering om het regime van Saddam te ontwapenen niet evenzeer in strijd met de internationale rechtsorde als een Amerikaanse ‘Alleingang’?” Driewerf hoera voor de kenner van het internationaal recht Elsbeth Etty, die een lans breekt voor een radicale verandering van het Handvest van de VN. Geen woord over de mogelijke slachtoffers van de oorlog, geen woord over de consequenties die deze Alleingang zal hebben voor de internationale rechtspraak.

Etty had graag gezien dat Europa de lijn van Blair had gevolgd. Dan was de oorlog “misschien te voorkomen geweest”. Dit is niet waarschijnlijk, veel waarschijnlijker is dat de oorlog dan nu al voorbij zou zijn of nog zou woeden. Het is een pertinente leugen te stellen dat Blair er alles aan zou hebben gedaan om de oorlog te voorkomen, dat hij “tegen de klippen op probeert een onherstelbare breuk te voorkomen”. Dat hem mogelijk de woorden van Churchill uit een rede op 4 juni 1940 door het hoofd spelen, over hoe de Britten zouden vechten en hoe de VS uiteindelijk te hulp zouden schieten, is pure lariekoek en wederom retorisch geblaat. De situatie van 1940 en die van nu is niet te vergelijken, ook al wordt dat graag gedaan door mensen die geen argumenten hebben om een oorlog te verantwoorden. Blair heeft er samen met Bush aan gewerkt om de potentiële Europese bondgenoten over de startstreep naar oorlog te krijgen, waar de VS vanaf het begin geen twijfel over hebben gelaten. Blair is hier gewoon iets langer mee doorgegaan dan Bush omdat hij de publieke opinie in eigen land en minder welgezinde collega’s in de Europese Unie tegen zich had. De dreiging die van Saddam uitgaat voor het Westen, is van totaal andere aard als die van Hitler in 1940.

Overigens was Churchill ook de man die vond dat Engeland gebruik moest maken van gifgas tegen opstandige volkeren in zijn koloniën (hij doelde nota bene op het gebied dat thans Irak heet). Maar dat waren natuurlijk andere tijden.



Terug