Oorlogstheater overstemt gefluit publiek

Media-analyse in tijden van oorlog

“Britse premier dreigt het slachtoffer te worden van de oorlog die hij zo graag wilde voorkomen.” Hoe te denken over een dergelijke kop. Is het een gewone blunder van de NRC of is het manipulatie? Media-analyse gaat niet alleen over het waarnemen van fouten en bedrog, maar veel meer over het blootleggen van diepere mechanismen die hieraan ten grondslag liggen. Wat is nieuwswaardig en wat niet? Journalisten zijn op zoek naar het grote verhaal en schurken daarvoor met graagte aan tegen mensen met macht. Nieuwsmakers zijn hiervoor gevoelig en in tijden van oorlog komt dat des te duidelijker naar voren. Amerika valt aan en kiezen heeft grote gevolgen: “you’re with us, or you’re with the terrorists.”

door Martin Hulsing

Op 5 februari kwam de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, naar de Veiligheidsraad om voor de zoveelste keer de aanval op Irak te bepleiten. De volgende dag deden alle media er uiteraard uitgebreid verslag van, met grote foto’s en redactionele commentaren. NRC had zelfs een groot deel van Powell’s speech letterlijk overgenomen. Het ontzag waarmee het verhaal van de Amerikaanse minister ontvangen wordt, is stuitend. Voorpagina Trouw: “Powell krijgt VN nog niet mee.” Er is in het artikel geen enkele verwijzing naar het feit dat de Verenigde Staten koste wat het kost ten aanval zullen gaan, zoals ze dat al maanden geleden hadden aangekondigd. Met, of zonder toestemming van de Veiligheidsraad. Trouw is zwaar onder de indruk: “Nieuw in Powells verhaal was het uitgebreide gebruik van ‘geheime maar betrouwbare bronnen.” Het aardige aan geheime bronnen is dat je in het geheel niet kunt beoordelen of het betrouwbaar is. Maar als Powell zegt dat het betrouwbaar is, dan zal dat wel zo zijn. Dit is de normale verslaggeving. In het commentaar, op de voorpagina van diezelfde dag (“Powell, Irak en de Veiligheidsraad”) wordt tot tweemaal toe benadrukt hoe “indrukwekkend” de presentatie van Powell was: “Natuurlijk hebben we meer vertrouwen in minister Powell dan in dictator Saddam.” Er wordt nogmaals duidelijk uitgelegd waarom Saddam niet te vertrouwen is, alsof iemand dat ontgaan zou zijn. Powell staat in het geheel niet ter discussie, de Veiligheidsraad daarentegen wel. Wanneer er niet snel wordt ingestemd met de Amerikaanse aanval dan is dat “op straffe van ongeloofwaardigheid”.

“Dag van de waarheid”

Al sinds de voorbereiding op de Afghaanse aanval wordt er vanuit Washington en Londen gesmeten met ‘bewijsmateriaal’, ‘aanwijzingen’, ‘clear links’, enzovoorts. Achteraf blijft er van al deze propagandaverhaaltjes bitter weinig over. Een door Blair aan de wereld gepresenteerd rapport, zogenaamd samengesteld door de inlichtingendienst, zou het ‘definitieve bewijs’ van de aanwezigheid van massavernietigingswapens bevatten. Het bleek al snel, door onderzoek van de Observer, dat het rapport grotendeels was overgeschreven van een door een student gemaakt verslag van twaalf jaar geleden. Het duurt één dag en dan kan Blair alweer op radio, tv en in kranten schaamteloos zijn zaak bepleiten. Er is niemand die zich afvraagt of het nog zin heeft om naar deze pathologische leugenaar te luisteren. Er wordt niet eens geknipperd met de ogen. Zijn geloofwaardigheid staat niet op het spel. NRC schildert hem zelfs af als de man die de vrede probeert te handhaven. Op 13 maart, na een fikse opstand binnen zijn eigen Labourpartij, heeft NRC de kop: “Britse premier dreigt het slachtoffer te worden van de oorlog die hij zo graag wilde voorkomen.” Dat is een schaamteloze verdraaiing van de feiten. Denkt NRC dat zijn lezers gek geworden zijn? Dat kan een serieuze krant toch niet menen?

Voorpagina Trouw, 17 maart 2003. Grote foto met de drie naar de camera’s lachende leiders: Bush, Blair en premier Aznar van Spanje. Het is een dag na de top op de Azoren. De Coalition of the Willing bestaat nog uit drie enthousiaste deelnemers en een onbekend aantal ‘bondgenoten’. Trouw kopt dat het de “Dag van de waarheid” voor Irak is. Daaronder: “Amerikaanse president Bush geeft diplomatiek proces nog een dag.” Een half jaar geleden is het ‘diplomatiek proces’ al ter ziele gedragen, toen de Verenigde Staten aankondigden om Irak aan te vallen, desnoods zonder toestemming van de Veiligheidsraad. Amerika valt gewoon aan en zet daarmee de Veiligheidsraad en het internationaal recht definitief buitenspel. Het is ongehoord, maar Trouw spreekt van het ‘diplomatiek proces’.

Er is in de media genoeg van dit soort bedrog te vinden. In de vorige Extra! hebben we een achttal punten genoemd die niet of nauwelijks aan bod komen in de media, met name over de achtergronden die cruciaal zijn om de rol van de VS in het Midden-Oosten te begrijpen. Deze achtergronden krijgen geen podium in de Nederlandse media. Zou dat wel het geval zijn, dan zou de nu al zeer beperkte steun van de bevolking met rasse schreden teruglopen tot onder het minimum. Welke mechanismen zijn er hier aan het werk? Wat maakt dat journalisten, ondanks al hun goeie bedoelingen, uiteindelijk verworden tot goedkope propagandisten, die het beleid van de Grote Leider ‘uitleggen’ aan de bevolking. Een van de belangrijkste factoren is de nieuwsselectie en de gevoeligheid voor macht.

Theater Een van de eerste dingen die opvalt in de verslaggeving is dat er voortdurend wordt gefocust op de ‘hoofdrolspelers’ in het conflict. Dat zijn ten eerste Bush en Blair die voor ons het beschaafde westen gaan verdedigen tegen die derde hoofdrolspeler, Saddam Hoessein, het ultieme kwaad. Dan zijn er bijrollen voor Schröder en Chirac, de dwarsliggers die het ‘diplomatieke proces’ blokkeren. In allerlei artikelen en beschouwingen wordt dieper ingegaan op wat er allemaal niet mis is met Schröder en Chirac, die het oude Europa vertegenwoordigen. Verder worden er nog een aantal figuranten opgevoerd, die af en toe argumenten voor of tegen mogen aandragen of hun mening mogen ventileren, zoals bijvoorbeeld Hans Blix, Aznar, en onze eigen Balkenende en Bos. Zoals ieder klassiek stuk betaamd is er een uitgebreid koor aanwezig, bestaande uit een bonte stoet van deskundigen, dat commentaar geeft op het handelen van de hoofdrolspelers. Het koor dient op gebalanceerde wijze te zijn samengesteld, zodat ‘beide zijden’ van het verhaal belicht worden. ‘Beide zijden’ slaat voornamelijk op Bush/Blair vs. Saddam Hoessein of Bush/Blair vs. Schröder/Chirac. Wanneer ‘de andere kant’ van de zaak bepleit wordt, mag niet achterwege blijven dat op gepaste wijze wordt duidelijk gemaakt dat Saddam en/of zijn massavernietigingswapens zo snel mogelijk dienen te verdwijnen. In de zaal zit het publiek, dat zo nu en dan door middel van applaus uiting mag geven aan zijn goedkeuring; de publieke opiniecijfers.

Buiten het theater bevinden zich de volslagen onbelangrijke, irrelevante, niet-betrouwbare mensen, waar de media in het geheel niet in geïnteresseerd zijn. Het gaat hier om de mensen uit het vredeskamp, waartoe tevens Gadaffi, Jiang Zemin en de paus in Rome behoren (Elsbeth Etty, zie verderop Pats!). Het zijn heel vaak vriendjes van Saddam Hoessein, die hem bewust of onbewust helpen. Deze personen komen zelden of nooit in het nieuws. Eigenlijk alleen maar wanneer ze met stenen gooien of antisemitische uitspraken doen (waarmee meteen duidelijk gemaakt is, waarom ze verder nooit in het nieuws komen: het is een onbeschaafd soort mensen). Het staat altijd vrij dit soort mensen voor rotte vis uit te maken. Het zijn per slot van rekening ‘anti-Amerikanen’. Vaak hebben zij niet door hoe ontzettend gevaarlijk Saddam Hoessein wel niet is! Er moet ze heel vaak in lange artikelen en spooky documentaires op televisie uitgelegd worden dat Saddam een wrede dictator is die zijn eigen mensen vermoord. Deze wijze lessen hebben vaak geen enkel resultaat. De mensen blijven vasthouden aan het idee dat ook Bush niet te vertrouwen is.

“Probeer het eens met een terroristische aanslag”

Ze zijn nog behoorlijk talrijk ook en wonen overal. Vaak zie je het niet aan ze, maar de cijfers van de opiniepeilingen zijn verontrustend. Er zijn landen waar het zou gaan om meer dan 90 procent van de bevolking. Ook in de beschaafde westerse landen zoals in Spanje en Italië. Er zijn mogelijkheden om de irrelevantie te ontstijgen en (tijdelijk) te figureren in het nieuws, misschien zelfs een permanente plaats te veroveren in een bijrol. Maar dan moet je wel minstens premier van Turkije zijn én de Amerikaanse vredeslegers verwelkomen. Een arme Iraakse drommel die gemarteld is door de broer van Saddam zou figurant kunnen worden, als hij maar niet gaat zitten zeiken over verarmd uranium, of over honger, ziekte en dood door twaalf jaar economische boycot. Gewoon je twee duimen opsteken en glimlachen voor de camera als een Amerikaanse tank over je kinderen heenrolt. ‘Na tien seconden footage wordt u automatisch weer gedegradeerd.’ De rest van de Derde Wereld heeft gewoon pech gehad. ‘Probeer het eens met een terroristische aanslag.’

Er zitten rare types bij. Neem bijvoorbeeld de gemeenteraad van de stad New York. Net als 158 andere Amerikaanse steden heeft New York een resolutie aangenomen waarin ze zich uitspreekt tegen de aanval op Irak. Nota bene de stad waar het op 11 september 2001 allemaal begon. Het kan raar lopen. Niet lang daarvoor mocht je je verheugen in de heuse belangstelling van de ‘machtigste man op aarde’ en opeens ben je net zo belangrijk als de eerste de beste boerenlul uit Burundi. “There is the human price of war. (…) Those who declare war are usually not the ones who have to fight it," aldus de Newyorkse democraat Bill Perkins in zijn one-minute of fame. Volgens een van de verslagen tegenstemmers was de resolutie “anti-Amerikaans” (citiesforpeace.org).

Hoewel de media ons een schitterend schouwspel voorschotelen, speelt het daadwerkelijke drama zich af buiten het theater. Een wereld van echte mensen met pijn, verdriet, honger en ellende, met een geschiedenis en een uiterst onzekere toekomst. Daartegenover is het verhaal dat nu in de media verteld wordt door tekstschrijvers, woordvoerders en beroepsacteurs, schril en leeg.



Terug