Grensgevallen: vrijheid van meningsuiting of discriminatie

Tijdens een interview in mei 2001 verklaarde de Rotterdamse imam Khalil El Moumni dat homoseksualiteit een besmettelijke ziekte is en schadelijk voor de samenleving. Zijn uitspraken veroorzaakten een storm van protest. Homobewegingen, bekende Nederlanders en politici vielen allen over de imam heen. In de Volkskrant van 12 mei 2001 werd de helft van opiniepagina gevuld met kwade brieven van lezers over de uitspraken van de imam. Het Openbaar Ministerie daagde El Moumni voor het gerecht op beschuldiging van het aanzetten tot discriminatie en haat. In april 2002 werd de imam vrijgesproken. Volgens de rechter had hij het recht om zijn eigen mening te uiten. Het Openbaar Ministerie is hier tegen in hoger beroep gegaan en de Gaykrant organiseerde een sleep-in op het Binnenhof als protest tegen deze uitspraak.

door Nynke Vlieger

Centrale vraag in deze kwestie is of de imam het recht heeft dergelijke kwetsende uitspraken te doen. Wat moet met betrekking tot dit soort uitspraken zwaarder wegen: de vrijheid van meningsuiting of het recht op bescherming tegen discriminatie? Beide zijn grondrechten die een essentiëel onderdeel vormen van de moderne rechtsstaat. De afgelopen tijd is echter regelmatig gebleken dat deze twee grondrechten kunnen botsen niet altijd op dezelde manier geïnterpreteerd.

Over dit thema heeft het Anne Frank Huis de tentoonstelling ‘Grensgevallen’ georganiseerd. Op deze tentoonstelling kunnen bezoekers twaalf verschillende voorbeelden bekijken (waaronder bovenstaand voorbeeld van imam El Moumni), waarbij het spanningsveld tussen beide grondrechten duidelijk naar voren komt. De voorbeelden lopen uiteen van de antihomo- en -vrouwgeluiden in de liedjes van Eminem tot aan de gruwelijke moord op een jonge homosexueel in de VS en de protesten van fundamentalistische christenen op zijn begrafenis. Bij elk voorbeeld kunnen de bezoekers van de tentoonstelling aangeven wat zij belangrijker vinden: vrijheid van meningsuiting of het recht op bescherming tegen discriminatie.

De tentoonstelling is voornamelijk bedoeld voor middelbare scholieren. Aan de hand van de voorbeelden wordt gepoogd de discussie over deze grondrechten tussen scholieren te stimuleren. Maar ook de reguliere bezoekers van het Anne Frank Huis kunnen de tentoonstelling bezoeken en hun mening geven over de stellingen. Karin Polak, medewerker van het Anne Frank Huis, geeft aan dat bezoekers zeer uiteenlopend reageren op de stellingen over de vrijheid van meningsuiting. Wat opvalt zijn de grote verschillen tussen de keuzes die de Amerikaanse en de Europese bezoekers maken. Amerikanen kiezen bijna allemaal voor de vrijheid van meningsuiting, hoe wreed het voorbeeld ook is, terwijl Europeanen de neiging hebben bij de zeer wrede voorbeelden te kiezen voor het recht op bescherming tegen discriminatie, aldus Polak. Volgens haar is dit opvallende verschil voor een groot deel te verklaren vanuit de diverse fundamenten waarop de Amerikaanse en Europese rechtsstaten zich ontwikkeld hebben. In Nederland is het eerste artikel van de grondwet het recht op gelijke behandeling en bescherming tegen discriminatie. In de VS is de ‘first amendment’ van de grondwet: ‘the right to speak.’ Volgens Polak is hiermee de basis gelegd voor hetgeen de inwoners van de verschillende staten zien als hoogste prioriteit.

Een bezoek aan deze tentoonstelling zal zeker kunnen leiden tot discussies met andere bezoekers van het Anne Frank Huis, waardoor weer inzicht kan worden verkregen in de diverse culturele dimensies van de vrijheid van meningsuiting en het recht op bescherming tegen discriminatie. De tentoonstelling is nog tot eind 2003 geopend. Een entreekaartje kost € 6,50 en is inclusief een bezoek aan het Anne Frank Huis.



Terug