Wie is de wankele reus?

In november vorig jaar zond VPRO’s programma Tegenlicht ‘De Wankelende Reus’ uit, een drieluik over de macht van Amerika. Tegenlicht stelde hierin de vraag hoe groot de macht van Amerika nog is en welke tegenkrachten deze macht kunnen doen verminderen. Groeperingen die normaal niet aan het woord komen of worden genegeerd door de ‘supermacht’geven in de drie verschillende afleveringen hun mening en situatie weer. Hieruit ontstaat het beeld dat Amerika binnen niet al te geruime tijd failliet zal zijn, Azië haar macht zal overnemen en fundamentalistische samenlevingen hun bestaansrecht zullen verwerven. Maar past dit beeld bij de huidige situatie in Amerika en haar houding ten opzichte van een oorlog met Irak? Wat hebben de tegenkrachten precies te zeggen en wat doen die tegenkrachten daadwerkelijk?


Door: Astrid Willemsteijn


De eerste aflevering van Tegenlicht laat de ‘andere kant’van Amerika zien. Over deze andere kant wordt volgens Amerikaanse opiniepeilers zoals Karin van den Heuvel (hoofdredacteur van The Nation) en Amy Goodman (redacteur voor het programma Democracy Now) te weinig bericht. De media zijn in handen van de commercie en deze commercie volgt de belangen van de regering Bush. Die regering houdt zich niet bezig met de teloorgang van de economie, de steeds kleiner wordende middenklasse, de groeiende sociale behoeften en de steeds grotere schuld van de overheid en particulieren. In plaats daarvan houdt de Amerikaanse regering zich bijna alleen bezig met de naderende oorlog tegen Irak en het benadrukken van haar macht tegenover andere kwade krachten. Dus ook de media berichten volgens deze strategie. Hiermee, zo stellen de geïnterviewden van Tegenlicht, wordt geprobeerd de angst onder de bevolking voor een sociaal faillissement, weg te nemen.

In het verlengde van deze eerste aflevering werd ‘Even India bellen’ uitgezonden. Een verslag over het ontstaan van een nieuw India. Dit nieuwe India begint in Dehli waar Vikram Talwar een callcenter heeft opgericht. De jonge generatie Indiërs werken hier voor Amerikaanse bedrijven die hun administratieve werkzaamheden via een elektronisch netwerk door deze goedkope werkkrachten laten verrichten. Talwar ziet een enorme groei in dit fenomeen en stelt dat over tien jaar al het back-office werk van de hele wereld vanuit Azië gedaan zal worden. ‘Wij kunnen het hier en veel beter dan waar ook ter wereld’. Zo wordt de economische hegemonie van de VS ondermijnd.

Na deze twee afleveringen is de macht van Amerika in ieder geval gerelativeerd, maar wel bijna dramatisch neergezet. Het eenzijdige karakter van de regering Bush is goed aan de kaak gesteld, echter de macht die zij nog wel blijft uitoefenen wordt niet besproken. Dit is ook het geval in het derde deel, 'De Berg'. Hierin wordt de aandacht gevestigd op de denkwijze van fundamentalistische strijders in Tsjetsjenië; de gesloten samenleving volgens Noukhaev1 versus de open samenleving zoals Amerika die voorstaat, van commentaar voorzien door onder andere Manuell Castells en Karen Armstrong. Zij bespreken de identiteit van fundamentalistische groeperingen en de crisis waarin deze na elf september zijn beland. Sinds de aanslag op Amerika zouden fundamentalisten en geweld bij elkaar horen, maar er wordt niet begrepen dat slechts een heel klein gedeelte van fundamentalisten gewelddadig optreedt. En als dit al gebeurt, dan is dat uit angst om de eigen identiteit te verliezen. Helaas wil Amerika dit niet inzien en gaat zij door met het bestrijden van alles wat de open samenleving enigszins bedreigt. Zo bericht Tegenlicht de Nederlandse kijker.

De verdoezelde Amerikaanse angst door de mediamachine, de zogenaamde opkomende Aziatische macht en de relativering van fundamentalistische groeperingen; deze drie aspecten worden door Tegenlicht neergezet als zijnde een ware dreiging voor de Amerikaanse supermacht. Maar hoe zit het met de oorzaken van deze dreiging en wat betekenen die voor de conclusies die het programma trekt? Wat doet de VS werkelijk wankelen?

Dat de Amerikaanse media optreden als een propagandamachine om zo de angst rond haar eigen economische malaise te verdoezelen, lijkt een waarheid als een koe. De huidige situatie rond de kwestie Irak benadrukt deze, in principe algemene, tendens. Nu de kritiek op een aanval stijgt, legt de regering Bush nog meer de nadruk op de noodzaak hiervan en doet harde uitingen richting zijn tegenstanders. ‘De koers van de VS hangt niet af van anderen’, zo sprak Bush in de jaarlijkse State of the Union.

Het is jammer dat in de volgende twee afleveringen Tegenlicht niet genuanceerder op de aangewezen ontwikkelingen is ingegaan. De gedachte dat India over tien jaar successen boekt die de commerciële macht van Amerika overtreft, gaat wel erg ver. Er wordt niet ingegaan op het feit dat de Indiërs nog steeds in dienst zijn voor de Amerikanen. Zo blijft er dus sprake van een wederzijdse afhankelijkheid, waarmee een ondermijning van de economische hegemonie van Amerika nog wel even kan wachten.

Amerika heeft in het verleden vaker geïnvesteerd in landen. Landen die zich later juist tegen de grootmacht gingen verzetten. Het zijn juist deze oorzaken waardoor Amerika zelf vijanden creërt. Arundhati Roy schreef in oktober 2001 een artikel, gepubliceerd in Vrij Nederland, over Amerika’s eigen schuld aan het ontstaan van terroristische groeperingen. Zij stelt dat ‘voor een land dat bij zoveel oorlogen en conflicten betrokken is, het Amerikaanse volk nog veel geluk heeft gehad’. Amerika investeerde in Korea, Vietnam, Israël, Joegoslavië, Somalië, Chili et cetera, miljoenen doden achterlatend. Roy laat zien dat die slachtoffers vielen onder dictaturen en terroristen getraind door de Amerikanen.

Dat fundamentalisten opereren uit angst voor het verliezen van de eigen identiteit, zal ongetwijfeld meespelen bij hun acties. Maar het gaat niet alleen om twee verschillende denkwijzen die tegenover elkaar staan. Amerika is juist onlosmakelijk verbonden met de gewelddadigheid vanuit fundamentalistische groeperingen. Beide manieren van macht uitstralen lijken zelfs op elkaar. Roy geeft als voorbeeld de reactie van Amerika in 1979 op de Sovjet-aanval in Afghanistan. De CIA begon samen met de Pakistaanse ISI (Inter Services Intelligence) een grote operatie met als doel om de energie van het Afghaanse verzet tegen de Sovjets te gebruiken. Zo moest een heilige oorlog ontstaan, die de moslimlanden binnen de Sovjet-Unie zou opzetten tegen het communistische bewind om dat tenslotte te destabiliseren. De CIA betaalde door middel van de ISI tienduizenden radicale moedjahedien als soldaten om voor Amerika een oorlog te voeren. Amerika besefte niet dat zij hiermee een toekomstige oorlog tegen zichzelf financierden. Zoals Osama Bin Laden toen gevormd is door de CIA wordt hij nu gezocht door de FBI.

Amerika heeft nu iemand nodig om als vijand aan te wijzen en zal ondanks gebrek aan bewijzen volharden in haar gelijk. Daarmee neemt zij dezelfde houding aan als de aangewezen terroristen. Roy: ‘Beiden spreken over de ander als ’de kop van de slang’. Beiden roepen God aan, strooien als referentiekader losjes met de termen Goed en Kwaad. Beiden maken zich onmiskenbaar schuldig aan politieke misdaden.’ Het valt dus nog maar te bezien wie wie aan het wankelen doet brengen. Waarschijnlijk laat Amerika zichzelf dus wankelen.


Bron: Vrij Nederland, 20 oktober 2001, nr. 42

1 Deze Tsjettsjeense leider richtte de 'Closed Society Foundation' op. Een stichting die een maatschappijmodel propageert dat gebaseerd is op clanvorming, traditionele waarden en God. Een model dat haaks staat op een open samenleving zoals Amerika die voorstaat.



Terug