Pats!

Geachte NRC-redactie,

Bijgevoegd vindt u ter plaatsing op de opiniepagina een ingezonden stuk. Het leek me zelf wel aardig omdat het de rol van de media in de naderende oorlog met Irak eens wat meer op de voorgrond haalt, iets wat nogal ontbreekt in de huidige berichtgeving.


In NRC van 1 februari luchten twee briefschrijvers hun hart naar aanleiding van een tweetal artikelen in NRC rondom de op handen zijnde oorlog tegen Irak. Philippe Boucher laakt de zwakke om niet te zeggen onnozele argumentatie van de Amerikaanse journalist Thomas Lippman, die in NRC uitgebreid de ruimte krijgt om te beweren dat olie echt geen rol speelt bij de Amerikaanse overwegingen Irak aan te vallen. En Nikos Kathaimaktos struikelt over een uitspraak van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell in een lang interview met NRC hoofdredacteur Folkert Jensma. Powell beweert zonder blikken of blozen dat het “Irak-na-de-oorlog” een land zou moeten zijn dat “zijn geld gebruikt om de noden van de bevolking te lenigen en (het) niet aan wapens verspilt”. De heer Kathmaiktos vindt deze stelling absurd omdat de VS zelf zo ver van dit ideaal verwijderd zijn.

In tegenstelling tot de briefschrijvers vroeg ik me bij het lezen van beide bekritiseerde stukken veeleer af waar de verantwoordelijkheid van de krant is gebleven als het gaat om informatievoorziening. De vraag naar de rol van olie in het conflict mag niet worden overgelaten aan amateurs, die uiteindelijk verzanden in een welles-nietes-discussie. Zo’n vraag dient onderzocht te worden door journalisten die verstand van zaken hebben, die feiten opspeuren en er een samenhangend artikel over schrijven. Ik heb dit de laatste maanden in NRC (en andere kranten) node gemist terwijl het toch een wezenlijk facet van die hele heisa in het Midden-Oosten vormt. En dan wordt het aan De Telegraaf overgelaten om daar wat aandacht aan te besteden. Die krant berichtte onlangs wél een keer over de Russische oliebedrijven die al jaren grote contracten met de Iraakse regering op de plank hebben liggen. Ze staan te popelen om deze uit te voeren zodra de sancties tegen Irak worden opgeheven. Diezelfde bedrijven vrezen blijkens het artikel dat hun contracten door een Amerikaanse bezetting van het land niets meer waard zijn en dat Amerikaanse bedrijven het heft overnemen. Zou daarin een reden liggen voor Poetins weigering in de VN-Veiligheidsraad zijn ja-woord te geven aan een Amerikaanse invasie van Irak? Ik weet het niet, kan slechts gissen. Maar ik verlang van een krant dat dit aspect van de nakende oorlog wordt belicht, en wel fel en onderbouwd met feiten.

Ook aan de ondoortastendheid van hoofdredactuer Jensma in het interview met Powell heb ik me uitermate geërgerd. “Maar meneer Powell, waarom focust u zo op Irak terwijl toch bekend is dat er ook andere landen zijn die het terrorisme een warm hart toedragen, zoals Pakistan en Saoedi-Arabië?” En dan mag meneer Powell zeggen dat de VS Pakistan ook in de gaten houden, evenals Afghanistan, en dan gaat het “interview” gewoon verder met de volgende onbeduidende vraag. Je zou van een interviewer verwachten dat hij na zo’n nietszeggend antwoord komt met een vraag als: “Wacht even, meneer Powell, ik vroeg ook naar Saoedi-Arabië. Is het niet vreemd dat de VS Saoedi-Arabië al sinds jaar en dag volpompen met zeer modern wapentuig? Zou dat bij een machtsovername door radicale randdebielen, waar het land minstens net zo vol mee zit als Afghanistan, niet opeens een enorm gevaar voor de regio kunnen vormen? Kan zo’n bevriende natie zich niet opeens tegen haar bondgenoot keren, in feite net als met Irak gebeurd is” Maar Jensma biedt Powell zonder enig weerwoord een complete pagina NRC-ruimte voor propagandapraatjes. Albert Heijn betaalt daar een kapitaal voor, de enige Amerikaan die op de kleintjes let, krijgt hem zomaar.

Ondanks de vele honderden artikelen die het afgelopen jaar over de VS vs. Irak zijn verschenen, zijn de meeste vragen onopgelost, ja zelfs onbesproken gebleven. Wat zijn de ware redenen voor Rusland, China (en Frankrijk en Duitsland) om zich zo tegen een oorlog te keren? Hoe kijken de landen rondom Irak tegen de toekomst aan? Welke rol speelt olie in het conflict? NRC en vrijwel alle andere Nederlandse media beperken het conflict tot iets tussen Europa en de VS. Ergens in een bijzin mag uw correspondent Thomas Erdbrink schrijven dat de sji’ieten in het zuiden van Irak weinig vertrouwen hebben in de Amerikanen. Bush sr. had hen namelijk na de eerste Golfoorlog hulp toegezegd toen zij een opstand tegen Saddam wilden ontketenen. Maar toen de sji’ieten oprukten richting Bagdad liet hij die hulp achterwege en ze werden met tienduizenden afgemaakt door Hoesseins troepen. Dit zijn geen feiten die je als krant in een bijzin kunt vermelden. De aandacht voor de bevolking van Irak is al minimaal, mag de lezer dan tenminste door duidelijke berichtgeving te weten komen wat dat volk de afgelopen jaren heeft doorgemaakt, voordat het weer wordt blootgesteld aan allerlei democratisch heil uit het Westen?

De Nederlandse media hebben er maandenlang aan gewerkt om bij de burger de indruk te wekken dat de oorlog tegen Saddam onvermijdelijk is, zodat deze burger alleen nog hoeft te wachten op Het Moment (uw eigen Kamagurka heeft deze sfeer meermaals opgetekend). Maar het gaat niet aan om uzelf als krant buiten beeld te houden. Wie een rol speelt in de beeldvorming, speelt daarmee automatisch een rol in de besluitvorming en heeft dus op beide vlakken een verantwoordelijkheid. In Nederland circuleren echter veel te veel meningen over de hele kwestie die niemand meer kan staven omdat de media geen feiten leveren. Ik wens u goede verkoopcijfers als de oorlog begint.


Patrick Pubben
Amsterdam

Reactie van het NRC:

Geachte heer Pubben,

Dank voor uw artikel. Tot mijn spijt moet ik u berichten dat ik geen mogelijkheid zie het te publiceren, wegens een gebrek aan ruimte. Ik zal wel uw opmerkingen overbrengen naar collega's op de buitenlandredactie.

Met vriendelijke groet,

Marc Leijendekker


 



Terug