"Het blijft soms lastig om te schrijven over mensen die je betalen"

Linkse oproerkraaiers waren het, die lak hadden aan iedere vorm van autoriteit. Wat is er over van de rokerige redactielokalen van de universiteitsbladen die een zo belangrijke rol speelden in de meningsvorming, niet alleen aan de universiteiten maar in de hele Nederlandse maatschappij? Twee artikelen over de (on)afhankelijkheid van universiteitsbladen.

Mama heeft het beste met je voor

Hoe onafhankelijk kan een universiteitsblad zijn als het College van Bestuur (CvB) de vinger op de knip heeft? Men denkt bij de term ‘onafhankelijke redactie’ allereerst aan het ontbreken van financiële controle en ten tweede aan mogelijkheden om druk van buitenaf op de inhoud te weerstaan. Dit is in theorie heel aardig, maar hoe gaat dat in werkelijkheid?

door Anna Windgassen

Om te beginnen hebben redactieleden van universiteitsbladen in de meeste gevallen een dienstverband met hun universiteit en zijn dus voor hun inkomen afhankelijk. De weekbladen hoeven weliswaar geen geldelijke winst te maken, maar ze hebben wel de 'plicht' om het imago van de universiteit te beschermen en waar nodig op te poetsen. In dat glanzende imago van een 'kritische' universiteit past een ‘kritisch’ huisorgaan, uiteraard zolang het de grenzen van het toelaatbare –welke deze dan ook moge zijn- niet overschrijdt.

De financiële greep op de bladen wordt aangevuld door bestuurlijke controle, die ruim zes jaar geleden (maart 1997) nog is versterkt door de invoering van de wet Modernisering Universitaire Bestuursorganisatie (MUB). Voorheen deelde het CvB haar bestuurlijke taken met de Universiteitsraad en de faculteitsraden, waarin studenten en medewerkers ruim vertegenwoordigd zijn. Na invoering van de MUB is de inbreng van de raden teruggebracht tot medezeggenschap en dus is besluitvorming volledig in handen van het CvB gekomen. Democratie is een hoog goed, maar verder dan medezeggenschap moet het niet gaan. Studenten en personeel mogen enkel nog advies geven. Hiermee zijn het CvB en de faculteitsbesturen volledig verantwoordelijk voor zowel onderwijs en onderzoek als het beheer van financiën en personeel, waarmee zij hun controle hebben uitgebreid op alle niveaus. Voor de bladen geldt dat het CvB in de meeste gevallen de redactieraad (het advies- en controleorgaan voor de redactie) benoemt, waardoor zij een nog dikkere vinger in de informatiepap krijgt dan zij als financier al had.1

“Vertellen we alles of alleen de positieve zaken?” zou geen vraag moeten zijn voor een onafhankelijk universiteitsblad.

Laten we bij wijze van voorbeeld even een historisch uitstapje maken. Een aantal jaren geleden werd de MUB ingevoerd aan de Technische Universiteit (TU) te Delft. Het huisorgaan van de TU, Delta, publiceerde rond die tijd een verslag van de onderhandelingen voor een nieuw redactiestatuut. Het overleg vond plaats tussen de redactieraad van Delta en het CvB van de TU. Volgens Peerdeman, lid van de betreffende redactieraad oude stijl (nog niet benoemd door het CvB), draait het allemaal om een “filosofische kwestie.” Het CvB vindt dat Delta de belangen van de TU moet dienen. “Wij ook,” zegt Peerdeman, “maar de vraag is op welke manier dat het beste kan.”

Volgens hem is “de TU daarentegen ook gebaat bij een blad dat kritisch de gang van zaken in de universiteit volgt. Bij het signaleren van problemen kan het CvB dan snel handelend optreden.” Maar deze discussie is niet nieuw, ook wanneer bedrijven een gedenkboek schrijven, is de vraag; "vertellen we alles of alleen de positieve zaken?" De twee partijen zijn uiteindelijk tot een overeenkomst gekomen. Het CvB was er ook van overtuigd dat een onafhankelijk Delta belangrijk is, maar... het college benoemt voortaan wel de redactieraad. Peerdeman vindt niet dat op die manier de onafhankelijkheid van Delta alsnog ondermijnd wordt. Hij is tevreden, “ondanks de aanpassing van het redactiestatuut is Delta nog altijd een van de onafhankelijkste universiteitsbladen in Nederland.” Ziehier een treffende illustratie van de verstikkende relatie van de 'onafhankelijk' redactie met het CvB, de opvatting van dhr. Peerdeman ten spijt. Het is waarachtig wonderbaarlijk hoe hij moeiteloos zo’n drie contradicties aan elkaar weet te babbelen. Delta is één van de meest onafhankelijke universiteitsbladen van Nederland, ondanks het feit dat het blad ‘kritisch’ de verdiensten van de universiteit –vergelijkbaar met een bedrijf- benadrukt en als vanzelfsprekend accepteert dat het CvB de redactieraad benoemt. Ten slotte zou de vraag "vertellen we alles of alleen de positieve zaken?" helemaal geen vraag moeten zijn voor een 'onafhankelijk' universiteitsblad. Dan blijft het financiele aspect nog onvermeld, maar dat kunnen we vast nalezen in het vernieuwde redactiestatuut. Rijst de vraag hoe het mogelijk is dat ’s lands overige universiteitsbladen nog minder onafhankelijk zijn dan Delta. 2

Aan deze situatie is sindsdien weinig veranderd. Als we de filosofie even laten voor wat zij is en een paar treden afdalen naar de realiteit, wat kunnen we dan anders dan constateren dat de redacties van de universiteitsbladen niet eens de schijn over zich hebben vrij, onverveerd en vastberaden te zijn? Ten gevolge van de financiële navelstreng en de bemoederende gezagsstructuur wordt de ontluikende adolescentie van de redactieleden op 'volwassen' wijze gekanaliseerd: laat de pubers zelf denken dat ze al volwassen zijn.



'Als ik betaal, wil ik ook bepalen wat erin komt'

Bestuurders draaien universiteitsbladen duimschroeven aan

De columnist die het veld ruimt. De verslaggever die zijn interview niet mag afdrukken. De rector-magnificus met zijn hand aan de geldkraan van het universiteitsblad. Universiteitsbestuurders versterken de greep op 'hun' media.

door Peter Hanff

De vergelijking met de sovjetbureaucratie was voor het ICT-servicecentrum (ICTS) van de Universiteit Maastricht niet flatteus. Dat de pogingen om het computerprogramma Premium te actualiseren een 'elektronisch Tsjernobyl' hadden veroorzaakt, zal vooral op de werkvloer van het ICTS kwaad bloed hebben gezet. Maar met de opmerking dat disfunctioneren beloond werd, kreeg de column van Louis Boon in universiteitsblad Observant bestuurlijke proporties van formaat.

Rector Arie Nieuwenhuijzen Kruseman zei - ook in Observant - dat er grenzen waren overschreden. Zelf houdt Boon het erop dat zijn functie als decaan van het University College Maastricht zich slecht verhield met zijn columns. Hoe dan ook stopte hij met zijn column na ingrijpen van de rector.

De universiteitsbladen zijn de afgelopen jaren afgeschilderd als 'his master's voice', 'angsthazen' en 'braaf'.

De column van Boon ten spijt zijn de universiteitsbladen de afgelopen jaren afgeschilderd als 'his master's voice' (Hans Adriaansens, directeur van University College Utrecht), 'angsthazen' (Cees Hamelink, hoogleraar communicatiewetenschappen UvA) en 'braaf' (NRC Handelsblad). Toch vindt menig college het nog nodig om zijn huisorgaan op de vingers te tikken.

Ad Valvas, het weekblad van de Vrije Universiteit in Amsterdam, schrapte in oktober vorig jaar een interview met theoloog Anton Wessels onder druk van het College van Bestuur. Het gesprek met verslaggever Peter Breedveld over de te negatieve bejegening van de islam was in ruzie geëindigd. Wessels zou op de dies natalis van de VU een rede houden en dreigde niet op te komen dagen als het interview zou worden gepubliceerd. Het college wilde het risico niet lopen dat de grote dag in het water zou vallen.

Aan de Katholieke Universiteit Nijmegen waren de rapen gaar na een stukje van Vox-verslaggever Paul van den Broek over de opening van het academische jaar 2001-2002: tam, voorspelbaar en niet te verstaan. De Vox-redactie kreeg in een ingezonden brief van ruim dertig actieve studenten de kwalificaties 'vastgeroest', 'verzuurd' en 'gefrustreerd' toegekend.

Ook hier bemoeienis van het college. Een universiteitsblad is er niet om medewerkers en studenten te beschadigen, liet rector-magnificus Kees Blom in Vox weten. Een half jaar later, bij een debat ter gelegenheid van de vijftiende verjaardag van het Algemeen Nijmeegs Studentenblad (ANS), opperde Blom om tonnen aan subsidie van Vox over te hevelen naar ANS. De vrijwilligers van ANS bedreven volgens Blom consciëntieuzere journalistiek dan de professionals van Vox. Bij dat proefballonnetje bleef het. Later bood Blom uitgebreid zijn excuses aan.

'Als ik betaal, wil ik ook bepalen wat er in komt'. Dat is volgens communicatiewetenschapper Cees Hamelink de manier waarop universiteitsbestuurders tegen de bladen aankijken. Nog altijd zijn de universiteitsbesturen bezig om de touwtjes strakker aan te trekken.

De achtergrond? "Angstige managers die niet geschikt zijn om een grote organisatie te leiden. Als ze goed waren, hadden ze wel bij Akzo, Shell of Philips gewerkt, want daar is meer te verdienen", aldus Hamelink. "Ze horen niet echt bij de academische rangen, maar het zijn ook geen ondernemende types die risico durven nemen. Het is die groep mensen die kritiek in de doofpot wil stoppen."

"Maar het kort houden van de bladen is korte-termijndenken", vindt Hamelink. "Je gooit tijdelijk het deksel op de pan, maar daardoor krijg je geen kritische discussie. Als je je verantwoordelijkheid goed neemt en geen lijken in de kast hebt, kun je rustig open zijn."

Niet iedereen neemt het zo zwaar op. Ad Valvas-redacteur Breedveld ziet vooral winst in de aanvaring met het college. "Eens in de zoveel tijd moet goed worden nagedacht over de onafhankelijke positie van Ad Valvas. Ik denk dat zowel wij als het college van bestuur daar beter van zijn geworden." Het gewraakte interview met Wessels werd in een volgend nummer alsnog geplaatst.

Ook in Nijmegen zijn de gemoederen inmiddels bedaard. "Alles is bijgelegd. We mogen weer Kees [Blom] zeggen", aldus Patricia Veldhuis, pas aangetreden als hoofdredacteur van Vox. "Maar het blijft soms lastig om te schrijven over mensen die je betalen."

Dit artikel is geschreven door Peter Hanff van het Hoger Onderwijs Persbureau en het verscheen eerder enigszins aangepast in Ad Valvas van 16 januari 2003. De site van het HOP is te vinden op: www.xs4all.nl/~hop/


Hyper-Noten

1   Uitzonderingen zijn Folia van de Universiteit van Amsterdam en Observant van de Universiteit Maastricht, die beiden een van de universiteit onafhankelijke stichting zijn.
2   Angčle Steentjes,'Redactiestatuut Delta aangepast', in: Delta, 3 juni 1999, jrg. 31, nr. 18. Zie: www.delta.tudelft.nl.



'Opleiding journalistiek UvA weinig professioneel'

In Nederland is er een aantal HBO-instellingen voor journalistiek, maar universiteiten begeven zich steeds vaker op deze markt. Op de UvA bestaat sinds drie jaar ook zo'n opleiding. Hier wordt erg denigrerend gedaan over de HBO-opleidingen. Maar de kwaliteit van het onderwijs en de manier waarop op de UvA met studenten wordt omgegaan, is weinig positief voor deze nieuwe opleiding.

door Robin Stokrom

De docenten van de opleiding journalistiek op de UvA vinden de status van 'hun' opleiding belangrijker dan de kwaliteit van het onderwijs. Dit heb ik geleerd van mijn deelname aan de opleiding journalistiek op de UvA vorig jaar.De opleiding is een experiment. Het moet uitgroeien tot een prestigieuze topmaster waar academisch geschoolden leren schrijven en leren hoe ze journalist moeten zijn. De grote uitgeversconcerns zoals PCM (onder meer De Volkskrant en Algemeen Dagblad) financieren het voor een groot deel. Maar de concurrentie is hoog, met een postdoctorale opleiding in Rotterdam en een driejarige universitaire opleiding in Groningen. De opleiding heeft dus een goede naam en succesvolle journalisten nodig.

De druk op de studenten is dan ook erg hoog. Het is een eliteklas. Je wordt geselecteerd en moet daarvoor een uitgebreide sollicitatieprocedure succesvol afronden. Maar daar staat een stage bij een kwaliteitskrant of weekblad tegenover. Ook zijn er regelmatig gastcolleges van bekende journalisten zoals Sonja Barend, Michaël Zeeman en Frank Kalshoven. Kortom, dankzij de opleiding krijg je een goede stageplek en leer je de journalistieke elite kennen. Op de HBO moet je dit vooral zelf regelen.

Het type onderwijs is erg anders dan wat gangbaar is op de universiteit. Je zit in een kleine klas van vijftien studenten die bijna dagelijks bijeen komt. Het is in feite een beroepsopleiding op de universiteit met een intensief lesprogramma. Dit type onderwijs had echter ook tot gevolg dat de studenten van mijn jaar uiteenlopend werden behandeld. Een aantal werd naar beneden gehaald, terwijl anderen zich gevierd zagen als groot talent. Naast commentaar op de slechte omgangsvormen, hadden alle studenten in mijn jaar ook opmerkingen over de kwaliteit van het onderwijs.

Maar de student zit in een zwaar ondergeschikte positie, want jij bent diegene die blij moet zijn deze opleiding te mogen volgen. Jij hebt je te schikken naar de docenten. Samenwerking tussen studenten, met de docent in een faciliterende rol, was er nauwelijks. Hiërarchie tussen de docent die de opleiding geeft en produceert, en de student die deze volgt en consumeert, staat voorop.

De resultaten waren ernaar. Vorig jaar "durfden" de docenten drie studenten niet op stage te laten gaan. Zij vonden ze niet geschikt voor de stage. Anders gezegd: zij waren bang dat de naam van de opleiding te 'grabbel' werd gegooid, waardoor de opleiding slechter in de markt zou komen te liggen. Ook dit jaar is er een student van de opleiding verwijderd. Of dit misschien iets met de opleiding zelf te maken heeft, staat voor de docenten buiten elke twijfel.



Terug