De FBI vindt altijd iets.

In het American Museum of Natural History is een expositie geweid aan Albert Einstein. Victor Frölke doet er in de NRC (30 november 2002) verslag van. Over lief en leed, wetenschap en de FBI, die deze "aarts-pacifist" op het spoor was.

Door Martin Hulsing

Victor Frölke heeft zijn artikel "Erger dan Stalin" als titel meegegeven. Dit is een verwijzeing naar een brief van de Woman Patriot Corporation die was opgenomen in Einsteins file bij de FBI. "Zelfs Stalin was niet lid van zoveel anarcho- communistische internationale groeperingen." Aldus deze vrouwengroep die de autoriteiten ervan probeerde te overtuigen Einstein niet toe te laten tot de Verenigde Staten. Volgens hen was zelfs de relativiteitstheorie niet alleen "nutteloos", maar ook nog blasfemisch en opruiend: "Het bevordert verwarring en wanorde, twijfel en ongeloof, en verspreidt individuele weerstand tegen de autoriteit, behalve die van Einstein zelf." Dat is inderdaad bijzonder kras. Maar Frölkes conclusie is ook wel een beetje kras: "Einsteins morele overwinning is dat de FBI nooit iets heeft kunnen vinden."

Ten eerste valt er weinig morele overwinning te behalen op een organisatie die haar eigen burgers in de gaten houdt "als potentieel gevaar voor de staat." Maar het is vooral bizar dat Frölke stelt dat de FBI "nooit iets heeft kunnen vinden." Daar zal de FBI zelf een heel ander oordeel over hebben gehad. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat Einstein "niet mocht meedoen aan het Manhattan Project, de ontwikkeling van de atoombom." Verder schrijft hij over de onlangs vrijgegeven "minder zwaar gecensureerde versie" van het FBI-register dat maar liefst 1427 pagina's beslaat, ongetwijfeld vol met roddel en achterklap, chantage en manipulatie van collega's, vrienden, buren en medeactivisten. Alsof dat niks is..

"Iemand die in staat is om met genoegen en strak georganiseerd op de maat van de muziek te marcheren, kan al direct op mijn minachting rekenen. Dat hij grote hersenen heeft gekregen is niets meer dan een vergissing, omdat voor hem de ruggengraat voldoende is. Aan deze schandvlek van de beschaving zou men zo snel mogelijk een einde moeten maken. Heroďek op bevel, zinloze gewelddaden en misselijkmakende vaderlandsliefde; hoe verschrikkelijk haat ik dit, hoe laag en afkeurenswaardig is oorlog; ik zou me liever aan stukken laten scheuren, dan mee te doen aan zo iets afschuwelijks. Het is mijn overtuiging dat het doden onder het mom van oorlog, niets anders is dan gewoon moord."

Albert Einstein.

 



Terug