Tsjetsjenië – wat er aan voorafging

De republiek Tsjetsjenië is gelegen in de Noordelijke Kaukasus; een zeer strategisch gelegen gebied op de grens van ‘West en Oost’. Vanuit de olierijke Kaspische Zee lopen enkele belangrijke oliepijpleidingen dwars over het Tsjetsjeense grondgebied. Verder hechten de Russen veel belang aan hun invloed in deze overwegend islamitische regio.

Door Frank van der Meer

Tsjetsjenië is ongeveer half zo groot als Nederland en telt circa een miljoen inwoners (1995), verdeeld over ongeveer honderd clans. Pas in 1859, toen het Russische Rijk definitief de Kaukasus inlijfde, verkregen de Russen hun invloed in het gebied. Hiervoor vochten de Tsjetsjenen in dienst van de Kaukasische vorst Sjamil tegen de Russische aanspraken op dit gebied. Onder heerschappij van de tsjaar bleven er opstanden plaasthebben, maar deze werden telkens hardhandig bedwongen. Na de Tweede Wereldoorlog beschuldigde Stalin de Tsjetsjenen van collaboratie met de Duitse vijand en besloot vrijwel de gehele Tsjetsjeense bevolking naar Kazachstan en Siberië te deporteren. Pas na de dood van de dictator in 1956 mochten zij terugkeren.

In 1991, na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, begonnen ook enkele autonome regio’s binnen de Russische Federatie zich te roeren. De regio Tatarstan bijvoorbeeld wist vrijwel zonder geweld meer autonomie af te dwingen. In Tsjetsjenië ging het er minder vredelievend aan toe.

De eerste Tsjetsjeense oorlog voor de onafhankelijheid brak uit in december 1994 na een aantal aanslagen, waarop het Russische leger de opstandige republiek binnentrok in een poging de ‘guerilleros’ terug te dringen en de groepen te ontmantelen. Het Russische leger heeft zich echter danig verkeken op de strijdlust van de Tsjetsjenen. Jeltsin (die toen al zwak stond) wist de oorlog niet na zijn hand te zetten, maar na fel ingrijpen van de Russische generaal Lebed werd deze in augustus 1996 afgesloten met het Verdrag van Chasavjoert, waar een akkoord werd gesloten met de Tsjetsjeense leider Aslan Maschadov. Medio 1999 begon het Russische leger echter een tweede oorlog tegen de Tsjetsjenen, die nu nog steeds voortduurt. De direkte aanleiding hiervan was een door de Tsjetsjeense ‘warlords’ gesteunde moslimfundamentalistische machtsgreep in het zuidwesten van de buurrepubliek Dagestan en een reeks van terroristische aanslagen waarvoor Tsjetsjenië verantwoordelijk werd gesteld, zoals het opblazen van woonflats en Moskou, Volgodonsk en Sint-Petersburg, waarbij ruim 300 dodelijke slachtoffers vielen.

Zowel het Russische leger als de Tsjetsjeense rebellengroepen lieten zich in beide oorlogen niet van hun meest beschaafde kant zien (zie ookjet hoofdartikelover dit thema). Mensenrechten werden er aan alle kanten geschonden (martelingen, verkrachtigingen), corruptie, plunderingen en grootschallige verwoestingen waren aan de orde van de dag. Zo zijn vele steden waaronder de hoofdstad Grozny veranderd in ruïnes. Tot op de dag van vandaag heeft de Tsjetsjeense opstand aan beide kanten al ruim 90.000 mensen heeft het leven gekost en enorme vluchtelingenstromen op gang gebracht.

Het Tsjetsjeense leger bestaat uit zo’n drieduizend strijders uit verschillende clans, die onder leiding staan van zo’n honderd rebellenleiders, krijgsheren of warlords. De oorlogstactiek is de guerilla tegen het Russische leger en al het andere dat Russisch is binnen Tsjetsjenië. Voor een guerillaoorlog is met name het bergachtige zuiden heel geschikt. Dit gebied is dan ook stevig in handen van de rebellen, terwijl het noorden bezet is door de Russen.

Naar goed Kaukasisch gebruik wil het ook niet altijd boteren tussen de verschillende clanhoofden (de warlords dus). De twee voornaamste zijn Aslan Maschadov en Arbi Basajev. De laatste is onder meer voorstander van de invoering van de islamitische wetgeving Sjaria en verplicht religieus onderwijs op Tsjetsjeense scholen.

Onder leiding van allerlei, voornamelijk Saoedi-Arabische invloeden heeft het Tsjetsjeens. fundamentalisme vorm gekregen. Dit terwijl het religieuze m klimaaat in Tsjetsjenië niet meer dan gematigd inhoudt.

De ideologie van de Tsjetsjeense krijgsheren bestaat uit drie elementen: Tsjetsjeens nationalisme, moslimfundamentalisme en banditisme. Elke krijgsheer legt zo zijn eigen nadruk op één of meer van deze drie bestanddelen. In Tsjetsjenië is sprake van een ware oorlogsindustrie: zo hebben er sinds 1995 ruim tweeduizend ontvoeringen plaatsgevonden van Russen, journalisten en hulpverleners. Hierbij hebben de krijgsheren miljoenen dollars aan losgeld gevangen. Ook staat Tsjetsjenië tegenwoordig bekend als belangrijke doorvoerland voor allerlei drugs, onderweg van centraal-Azie naar Europa en Amerika. Er bestaan ook enkele pro-Russische Tsjetsjeense krijgsheren. Zij knappen meestal het vuile werk voor het Russische leger op. De bekendsten onder hen zijn Bislan Gantamirov (ex-burgemeester van Grozny) en een van de gebroeders Jamadajev, die de stad Goedermes beheerst. Goedermes is momenteel de zetel van het Russische bestuur in Tsjetsjenië. Het zal niet verbazen dat de pro-Russische krijgheren die kant gekozen hebben na financiële of criminele afwegingen.

De Tsjetsjeense opstandelingen brengen het Russische leger voortdurend zware verliezen toe. Tevens is het de Russen op hun beurt gelukt zware verliezen toe te brengen aan de Tsjetsjenen. De Russen trachten verdeeldheid te zaaien onder de clans en de krijgsheren (met hun milities) uit Tsjetsjenië te verdrijven. Dat de Russen er nog niet geslaagd zijn in hun voornemen, blijkt wel uit de recente ontwikkelingen in het Moskouse theater. Naar zeggen van de krijgsheren is dit nog lang niet de laatste aanslag geweest….

Bronnen:

Prospekt, tijdschrift over Rusland, jaargang 9, nr. 5

Nicholas V. Riasanovsky, The History of Russia, Oxford University Press, 6th edition.

 



Terug