Kort geding tegen Quote door vastgoedpatser Endstra

Alweer Het Parool in de bres voor de vrijheid van meningsuiting

Op donderdag 21 november oordeelde de Amsterdamse rechtbank, in een door de vastgoedhandelaar Willem Endstra aangespannen kort geding, dat Quote 500 editie 2002 uit de handel moest worden genomen. Endstra maakte in zijn kort geding bezwaar tegen de publicatie van zijn portret, omdat hij bang is dat hij slachtoffer zal worden van ontvoering of afpersing. De reactie van de Nederlandse media was opmerkelijk. Alleen Het Parool sprong in de bres voor Quote en plaatste Endstra's foto groot op de voorpagina.

door Martin Hulsing

Vastgoedhandelaar Endstra is bang dat hij ontvoerd of afgeperst zal worden en wil daarom niet herkenbaar in de openbaarheid treden. De vice-president van de rechtbank, mr. Poelmann, vond dat de vrijheid van meningsuiting minder zwaar woog dan het recht op privacy van Endstra en beval dat Quote 500 binnen drie werkdagen uit de handel moest worden genomen. Een eenvoudige zaak, nietwaar?

De bewuste foto van Willem Endstra was gemaakt bij een liefdadigheidsgala van de Stichting Vrienden van de Thuiszorg. Wie denkt dat Endstra zich alleen bezighoudt met liefdadigheid kan de Quote van december erop naslaan. Met een geschat vermogen van 350 miljoen staat Endstra op nummer 36 van de ranglijst van de meest vermogende Nederlanders. Dat soort vermogen vergaart men niet met liefdadigheid, dat is duidelijk. Al sinds lange tijd gaan er geruchten over zijn mogelijke betrokkenheid bij het witwassen van drugsgelden, die zo rijkelijk begonnen te vloeien toen de Nederlandse justitie zich door middel van de IRT-teams begon te bemoeien met de internationale handel.

Quote beriep zich op de nieuwswaarde en kondigde direct na de uitspraak van de rechter aan dat zij in beroep zou gaan. En nog veel verstandiger, om direct in actie te komen: er werden posters voor de winkels gedrukt met de tekst "Quote 500 nog drie dagen", "Quote 500 nog twee dagen", enzovoorts. That's the spirit. Bovendien was dat commercieel gezien een goede zet, zo'n hele oplage glossy kost toch een flinke duit.

De dag daarna, op vrijdag, werd er door Endstra nóg een kort geding aangespannen. Ditmaal ging het om de reguliere editie van Quote met een uitgebreid artikel over de handel en wandel van de heer Endstra met wederom een foto, in gezelschap van Heineken-ontvoerder Willem Holleeder, gebroederlijk keuvelend op een bankje in de Amsterdamse Apollolaan. Zelfde plaats, zelfde tijd zelfde rechter. Ditmaal kwam mr. Poelmann tot de conclusie dat gezien de nieuwswaarde - Endstra beweert namelijk dat hij Holleeder slechts zeer vaag kent – de foto wel mag worden gepubliceerd en dat het vorige vonnis moet worden vernietigd.

De reactie van de Nederlandse media was uitermate lauw. Alleen Het Parool had door wat er op het spel stond en beantwoordde het verbod van de rechtbank door onmiddellijk de foto van Endstra op de voorpagina te zetten. Een maand geleden had Het Parool al het goede voorbeeld gegeven door de posters die door de politie bij het Autonoom Centrum waren meegenomen wegens hun mogelijk opruiend karakter, direct pontificaal op de voorpagina te plaatsen.

De Volkskrant en NRC vonden het voldoende een summiere weergave van het kort geding te geven. Zij hebben het afgelopen jaar vele pagina's besteed aan de beperking van de vrijheid van meningsuiting als het om een land als Zimbabwe gaat. Nederland is klaarblijkelijk iets minder belangrijk. Toch is het groot nieuws. Wanneer sommeerde een rechter voor het laatst een gehele oplage in beslag te nemen? In de vorige Extra! verhaalden we nog over de strijd voor de vrijheid van meningsuiting in de jaren zestig, toen wegens een artikel over Prins Claus de gehele oplage van Panorama uit de schappen moest worden gehaald en vernietigd. Maar dat was in 1965.

Uiteraard hebben politie en justitie in de loop der jaren allerlei kleine blaadjes, pamfletten of fotomontages verboden en verwijderd, zoals Bluf, het blad van de kraakbeweging of enkele anarcho-bladen waarvan niemand de naam nog weet. Maar bij gerenommeerde bladen wordt zelden of nooit opgetreden. En als het dan een keer gebeurt, zoals thans bij Quote, blijkt alleen oud-verzetskrant Het Parool nog door te hebben dat de vrijheid van meningsuiting verdedigd moet worden.

De volgende e-mail, die wij 26 november ontvingen, willen wij onze lezertjes niet onthouden. Een kort insider-bericht van een Quote-medewerker.

Dag Extra!

Enfin, uitgever Maarten van den Biggelaar (bijnaam: big) heeft dus iedereen per mail verzocht om het zwijgen te doen over de affaire Willem Endstra. Dit om het leven van de heer Kelder niet nodeloos in gevaar te brengen. Sinds vanmorgen loopt er hier een gorilla in pak rond om de redactie te beveiligen tegen gewelddadige acties uit de vastgoedonderwereld. Of het terecht is? Ik denk het niet. Het was gewoon bijzonder onverstandig van de heer Endstra om via rechtelijke weg te verhinderen dat eerst een foto van hem in de Quote 500 zou worden gepubliceerd en vervolgens dat een aantal snapshots van de heer Endstra het november/december-nummer van kleur zouden voorzien. Nu weet iedereen wie hij is en hoe hij eruit ziet. Dat de rechter de vastgoedbaron in eerste instantie gelijk gaf, blijft raar, vooral ook omdat ze 24 uur later de tweede publicatie gewoon toestond en en passant haar eerste vonnis vernietigde. Een rare tante.

Voor Quote pakt het allemaal goed uit. Beide bladen mogen in de schappen blijven liggen en de verkoop zal er niet onder lijden. Integendeel. Positief is ook dat Quote de faam die het in het verleden had als 'bijtertje onder de zakenbladen' weer heeft waargemaakt. Gek blijft wel het gebrek aan steunbetuigingen uit de mediawereld voor het lot dat Quote die donderdag nog was beschoren. Afgezien van Het Parool durfde niemand het aan om de gewraakte foto te tonen. Op de bewuste donderdag schoof hoofdredacteur Jort Kelder kort aan bij de heren Barend & Van Dorp. Het verzoek om het zwart-witte Endstra-portret voor de cameralens te houden, werd niet gehonoreerd. Ook deze bewierookte talkshowmasters durfden dat niet aan. Mogelijke negatieve juridische consequenties wogen blijkbaar zwaarder dan het belang van journalistieke solidariteit. De heer Kelder verliet eerder dan gepland de uitzending. Ontzet over hoe normaal het in medialand wordt gevonden dat een tijdschrift zomaar uit de handel kan worden gevonnist. Alsof dat wel vaker gebeurt. Ik kan me dat niet herinneren. De argumentatie van de rechter om de fotopublicatie te verbieden was ronduit lachwekkend. De publicatie zou de heer Endstra in gevaar brengen. Alsof de doorgewinterde ontvoerder zijn adres niet zou weten te vinden. Dat staat gewoon in het telefoonboek. Een van zijn 'kennissen' is de heer Holleeder, een heerschap dat het ontvoeringsmetier redelijk verstaat. Hij probeerde ooit geld te verdienen aan het wederrechtelijk verduisteren van Freddy Heineken.

Mocht het eerste vonnis overeind zijn gebleven, dan zou dit voor de Nederlandse journalistiek bijzonder kwalijke gevolgen hebben gehad. Onderzoeksjournalistiek zou onmogelijk zijn geworden, artdirectors moeten op zoek naar tekenaars. Het is onbegrijpelijk dat deze beperking van de journalistieke vrijheid vorige week geen storm van protest heeft losgemaakt. De stilte van de NVJ was voor mij genoeg reden om mijn eigen lidmaatschap per direct op te zeggen. Waarom protesten zijn uitgebleven? Persoonlijk denk ik dat het ten dele aan de figuur Jort Kelder ligt. Niet iedereen is bereid om hem een helpende hand toe te steken. Daarnaast ben ik bang dat de Nederlandse journalistiek voldoende ruggengraat ontbeert. Vrijheid van meningsuiting is blijkbaar niet iets waarvoor men de barricaden beklimt. Of waar men geen tijd voor kan vrijmaken omdat er altijd haast is om de deadlines te halen.  Jort Kelder besloot vanochtend een schrijven aan de redactie met een ironische verwijzing naar een donker verleden: "Rest mij onze nieuwe hymne in te zetten: 'Een blad dat voor tirannen zwicht…enzenz'."

Groet,

Rob



Terug