Pats!

Geachte redactie,

Uw recente manier van berichten over de bezuinigingen in het hoger onderwijs en de daaraan verbonden studentendemonstratie van afgelopen woensdag is helaas kortzichtig, dom en stigmatiserend. Een redacteur die een beetje moeite had genomen om de beweegredenen van de LSVb, de studentenvakbond die de demonstratie mede organiseerde, te achterhalen had ten minste ook hun site eens bekeken. Hij was er dan al spoedig achter gekomen dat het protest tegen de bezuinigingen in een groter kader valt: dat van protest tegen de GATS, het akkoord over de handel in diensten. Zoals thans veel "nationale" wetgeving uit Brussel komt, zo is veel Europese wetgeving een direct gevolg van verdragen die de EU, en daarmee Nederland, heeft via de WTO. In juni 2002 moesten alle 140 leden van de WTO een lijstje inleveren met diensten (b.v. onderwijs, watervoorziening, gezondheidszorg, energievoorziening) die zij onder bepaalde voorwaarden open willen stellen voor concurrentie van buitenaf en met toezeggingen hierover die zij van andere landen eisten. Aangezien de EU als één lid optreedt bij de WTO, heeft Nederland zijn voorstellen ingediend bij Pascal Lamy, de handelscommissaris van de EU. Het verdrag dat de EU bij de WTO gaat sluiten is ook bindend voor Nederland. Eind maart 2003 zullen de WTO-leden zich definitief vastleggen in een akkoord waar momenteel hevig, maar in het geheim, over wordt onderhandeld. In 2005 moet dit akkoord van kracht worden.

In een brochure van de WTO "GATS – Fact and Fiction" wordt gesteld dat er aan de GATS eigenlijk geen risico’s kleven, mits regeringen zich van tevoren goed realiseren waar ze zich al dan niet op vast willen leggen. Regeringen kunnen alle eisen stellen die ze willen aan buitenlandse aanbieders, kunnen sommige diensten wel op de markt gooien en andere niet, kunnen bestaande monopolisten of subsidies in stand houden of absurd hoge eisen aan buitenlandse dienstverleners stellen. Niets aan de hand dus.

Toch heeft deze ogenschijnlijke vrijheid een paar keerzijden. Ten eerste zijn het regeringen die de beslissingen nemen over welke diensten wel en welke niet moeten gaan concurreren. Hierover wordt echter in Nederland – en niet alleen bij ons – geen debat gevoerd. De besprekingen vinden achter gesloten deuren plaats en zelfs het parlement wordt pas in een zeer laat stadium van de plannen op de hoogte gebracht met als gevolg dat het deze enkel in hun totaliteit kan accepteren of verwerpen. Op dit moment is onze Tweede Kamer dus niet op de hoogte van wat Nederland heeft aangeboden en wat het heeft geëist. Met democratie heeft dit weinig van doen.

Ten tweede is er geen enkele nationale discussie – die overigens óók door de media aangezwengeld zou kunnen worden – over de vraag of het wel zinvol is bepaalde diensten open te stellen voor concurrentie. De LSVb heeft via een open brief aan alle kamerleden en via gerichte benadering van de media geprobeerd om de aandacht op het belang van GATS voor het Nederlands (hoger) onderwijs te vestigen, maar zonder veel resultaat.

In plaats daarvan staat er een verslag in NRC van 13/11 over vrolijk demonstreren, houtje-touwtjejassen, blikjes bier en gratis bussen, waar de minachting voor de studenten vanaf spat. Ook Guus Valk doet een dag eerder in een interview met de voorzitter van de LSVb, Noortje van der Meij, alsof hij met een randdebiel te maken heeft. Zijn vragen getuigen van een zeer slechte kennis van wat er speelt in het hoger onderwijs, en voordat Van der Meij het hem fatsoenlijk kan uitleggen, is het interview helaas alweer afgelopen, ten minste in de krant. Jammer. Diezelfde meneer Valk had die dag het een en ander kunnen leren dat hij dan een paar dagen later al had kunnen toepassen. Afgelopen vrijdag schrijft hij namelijk dat staatssecretaris Nijs (VVD, Onderwijs) zich moest verantwoorden voor haar proefballonnetjes over het hoger onderwijs. Zij had onder meer gezegd dat ze ‘zich goed kon voorstellen dat universiteiten in de toekomst nog maar voor 30 procent door de overheid zouden worden bekostigd.’ In het licht van de hierboven aangesneden GATS-onderhandelingen is dit meer dan een losse flodder, het zou weleens het officiële VVD-standpunt in dezen kunnen zijn. Met wat meer aandacht voor en kennis van de GATS zou een goede journalist hier wellicht duidelijkheid over kunnen verschaffen. De binnen- en buitenlandpagina’s van een krant hebben echt meer met elkaar te maken dan de krant zijn lezers voorhoudt. Als een kwestie een beetje gecompliceerder is dan blijft het nog steeds de taak van de krant om dit helder en duidelijk uit te leggen. Maar men beperkt zich blijkbaar liever tot een oppervlakkig verslagje. Misschien zouden journalisten juist wat minder de straat op moeten gaan en zich wat vaker met feiten moeten bezighouden.

Met vriendelijke groet,

Patrick Pubben

 

De reactie van het NRC:

Geachte heer Pubben,

Dank voor uw artikel. Tot mijn spijt moet ik u berichten dat ik geen mogelijkheid zie het te publiceren. Er spelen veel andere actuele onderwerpen, en die krijgen voorrang.

Met vriendelijke groet,

Marc Leijendekker

 



Terug