Vrije radio: legaliseren of criminaliseren

Radio 100 doet spoedcursus Zero Base

Om de etherfrequenties voor commerciële radiostations drastisch uit te breiden en opnieuw te verdelen, heeft het ministerie van Verkeer en Waterstaat al een aantal jaren geleden een plan ontwikkeld: Zero Base. Aanvankelijk zou de verdeling via een veiling moeten verlopen, maar op verzoek van minister Heinsbroek heeft de rechtbank in Rotterdam op 11 oktober bepaald dat de frequenties via een vergelijkende toets moeten worden verdeeld tussen de gegadigden. Onder de gegadigden bevindt zich ook Radio 100, de Amsterdamse niet-commerciële vrije radio die in de afgelopen maanden een spoedcursus Zero Base heeft gedaan. Radio 100 zal de toets waarschijnlijk niet doorstaan. Heinsbroek laat geen ‘onruststokers’ toe en ‘vrije radio’ is een onbekend begrip; het enige onderscheid dat in de huidige wetgeving gemaakt wordt, is die tussen publieke en commerciële radio. Is er nog toekomst voor vrije radio?

door Richard de Boer

Niet-commerciële vrije radio zoals wij die in Nederland kennen is voortgekomen uit de illegale ‘strijdzenders’, die eind jaren zeventig en begin jaren tachtig door de kraakbeweging werden opgericht als alternatief voor de bestaande media. Inmiddels gaat de functie van vrije radio veel verder dan de geclicheerde ‘spreekbuis van de kraakbeweging’. In de meer dan twintig jaar dat het bestaat heeft vrije radio – in Amsterdam Radio 100 (99.3 FM), Radio Patapoe (97.2 FM) en Radio De Vrije Keyser (96.3 FM) – zich enerzijds ontwikkeld tot leerschool voor eigenzinnige radiomakers, geluidskunstenaars, verzamelaars van obscure muzieksoorten, schrijvers en journalisten, anderzijds tot vrijplaats in de ether met een directe functie voor de lokale gemeenschap. Het fenomeen bewijst dat radio ook gemaakt kan worden zonder subsidies of reclame-inkomsten te ontvangen en ingekapseld te worden door regelgeving.

De overheid maakt echter geen onderscheid tussen jarenlang vrij opererende zenders met cultureel krediet en de incidentele zendamateurs die boeren laten op politiefrequenties. Voor Radio 100 werd dat onverwacht duidelijk op 20 maart van dit jaar. Toen deden agenten en controleurs van de inspectie van Verkeer en Waterstaat tevergeefs een poging om de zender op het dak van het pand Tetterode aan de Bilderdijkstraat in beslag te nemen. Een woordvoerster van Verkeer en Waterstaat verklaarde destijds dat het klachten regende over “de storingen die Radio 100 veroorzaakt op radio en tv”. De werkelijke aanleiding bleek Zero Base te zijn: het voornemen van de overheid om volgend jaar de frequentieband opnieuw te verdelen. Daarin is geen plaats voor vergunningloze ‘vrije radio’ – die is er overigens ook nooit echt geweest – dus vooruitlopend op de herverdeling moest de ether maar schoongeveegd worden.

Het fenomeen bewijst dat radio ook gemaakt kan worden zonder subsidies of reclame-inkomsten te ontvangen en ingekapseld te worden door regelgeving.

Nadat de radiomakers onderzoek hadden gedaan naar Zero Base en de mogelijkheden om voort te blijven bestaan, werd in juni het revolutionaire besluit genomen om een aanvraag in te dienen voor een zendvergunning en een etherfrequentie. Een ware cultuuromslag voor een vrije radiozender – in het verleden zou er na een inbeslagname waarschijnlijk alleen een benefiet zijn georganiseerd voor de aanschaf van nieuwe zendapparatuur. Nu zoeken de radiomakers ook de aandacht van pers en politiek om het belang van vrije radio onder de aandacht te brengen.

Subjectieve criteria

Als onderdeel van de campagne organiseerde Radio 100 op 3 oktober een debat in De Balie met politici, mediadeskundigen, radiomakers en luisteraars. Eén van de deelnemers aan het debat was Kees Vendrik, Kamerlid voor GroenLinks en lid van de relevante commissies van OC&W en V&W. Vendrik noemt Zero Base een ‘puinhoop’ waarin de hoofdrollen worden gespeeld door een ‘commerciële radiomaffia’ en een ‘labbekakkerige overheid’ die achter de feiten aanhollen. Jarenlang wist de overheid zich geen raad met de manier waarop de verdeling van Zero Base-frequenties zou moeten plaatsvinden – via een veiling of via een vergelijkende toets. De rechter oordeelde eind juli 2002 dat de frequenties via een veiling verdeeld moesten worden. Het kersverse kabinet-Balkenende ging daartegen in beroep, omdat in het regeerakkoord juist was afgesproken dat er een toets zou komen. Uiteindelijk bepaalde de rechter op 11 oktober dat het kabinet de vergunningen voor commerciële radiofrequenties uiterlijk op 1 juni 2003 via een vergelijkende toets moet verdelen voor een periode van 8 jaar. Volgens Vendrik zet het nieuwe kabinet met de vergelijkende toets de puinhoop vrolijk voort.

"Een vergelijkende toets wordt één grote troep."

Minister Heinsbroek van Economische Zaken, in het verleden eigenaar van Radio 10 FM en voormalig voorstander van een veiling, heeft voor de toets een aantal vage criteria opgesteld die subjectief geïnterpreteerd kunnen worden. Zo meent hij dat de overheid eisen moet kunnen stellen “ter waarborging van bepaalde, algemene belangen. Daarbij wordt in ieder geval gedacht aan de verscheidenheid of variatie van het aanbod, voldoende zorg voor de kwaliteit van het programma.” Het is nog maar de vraag of “voldoende zorg voor de kwaliteit” wel objectief gemeten kan worden.

Het meest controversiële criterium is het “te goeder trouw en integer handelen door de vergunninghouder”. Dat houdt in dat de frequentie niet gebruikt mag worden om de openbare orde te verstoren, onrust te stoken of bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. De ambtenaren van Verkeer en Waterstaat zullen dus preventief de inhoud van radioprogramma’s moeten beoordelen op “integer handelen”, wat regelrecht in strijd is met de in de Nederlandse grondwet vastgelegde vrijheid van meningsuiting. Radio 100 het met dit soort criteria wel vergeten, zegt jurist Nico van Eijk. Bij de aanvraag voor een zendvergunning zou Radio 100 de beste kans hebben gehad bij een veiling, ondanks het feit dat in dat geval kapitaalkracht zwaarder weegt dan culturele diversiteit. Kees Vendrik: “Een vergelijkende toets wordt één grote troep. Veilen is helder en transparant, mits je mooie kleuren definieert. Het zou heel goed kunnen om een landelijk pakket met een experimenteel radioformat samen te stellen.”

Clandestien uitzenden

De huidige mediawetgeving erkent alleen publieke en commerciële radio. Radio 100 wil dat de overheid verder denkt dan deze twee categorieën en in het mediabeleid ook ruimte moet scheppen voor vrije radio. Volgens Van Eijk is het probleem hierbij dat vrije radio een juridisch moeilijk te definiëren begrip is dat afhankelijk is van de mediasituatie in een land. In Oost-Europa is vrije radio bijvoorbeeld onafhankelijk van de overheid, maar afhankelijk van commercie en westerse mediafondsen. De term ‘community radio’ is volgens Van Eijk al helemaal niet aan Radio 100 besteed, aangezien vrijwel iedere Nederlandse gemeente al minstens één lokale radiozender heeft. Over de oproep van Radio 100 aan de overheid merkte commercieel radiomaker en Zero Base-kenner Herbert Visser op dat de zender jarenlang heeft liggen slapen. “De strijd om frequenties woedt al 15 jaar, maar de vrije radiozenders hebben het nagelaten om zich daarin te verdiepen, want ze zaten goed op hun gekraakt plekje in de FM-band. Pas nu dat clandestien uitzenden door Zero Base wordt bedreigd en het ook nog economisch strafbaar is geworden, schrikt Radio 100 wakker.”

De Nederlandse overheid zou bij het erkennen van vrije radio een voorbeeld kunnen nemen aan het in Groot-Brittannië recentelijk geïntroduceerde proefmodel Access Radio. In dit proefmodel verlenen de Britse radioautoriteiten zendvergunningen van één jaar aan vijftien kleinschalige ‘not-for-profit’ radiozenders die gekenmerkt worden door aantoonbare sociale en innovatieve functies in de lokale gemeenschap. In Londen zijn dat bijvoorbeeld Resonance FM (experimentele geluidskunst) en Desi Radio (voor de Punjabi gemeenschap). Wanneer dit experiment na afloop positief geëvalueerd wordt, zal Access Radio wettelijk als nieuwe categorie radio erkend worden bij het verlenen van zendvergunningen.

Kunstmatige schaarste

Dan zijn er nog de mogelijkheden om illegaal verder te gaan of met een ‘culturele broedplaats’-achtige status. “Radio 100, blijf bij je eigen!”, was de boodschap van rechtsfilosoof Gijs van Oenen tijdens het debat. Hij pleitte voor een status aparte voor Radio 100 (“beter gedoogd dan geregeld”) en wees daarbij op het belang van open ruimtes in de samenleving die zich moeten kunnen onttrekken aan de strijd tussen overheid en markt. Makkelijker gezegd dan gedaan, want het is ondertussen wel duidelijk dat onder het nieuwe politieke klimaat gedogen uit is en criminaliseren in. Kiest Radio 100 ervoor illegaal verder te gaan dan is de zender vogelvrij. Vendrik vroeg zich af of er überhaupt nog wel ruimte is voor een vrij of illegaal bestaan nadat de frequentieruimte volgend jaar wordt volgegooid.

Schaarste op de FM-band is inderdaad een landelijk probleem, maar op lokaal niveau ligt dat anders. Jan Hoogesteijn van Kink FM: “Wij hebben Nozema en RTL onderzoek laten doen naar beschikbare frequenties. Daar kwam uit dat er op lokaal niveau helemaal geen schaarste is op de FM-band. Die schaarste wordt kunstmatig in stand gehouden. In Amsterdam zijn er nog 48 frequenties over, waarvan er 13 in het geheel niet geschikt zijn voor commerciële zenders. Dat zijn buurtfrequenties met een klein bereik, waar Radio 100 aanspraak op zou kunnen maken.” Volgens Hoogesteijn heeft iedere commerciële radiozender zo’n onderzoek laten uitvoeren. “Die hadden allemaal dezelfde uitkomst. Bij iedereen is er een lijst met vrije zenderfrequenties bekend.”

Nog genoeg plaats dus voor lokale etters in de ether. Daar komt bij dat er in het meest recente Nationale Frequentieplan van juni 2002 een opmerkelijke paragraaf staat over vergunningvrij gebruik van frequenties. In het plan wordt gesteld dat Verkeer en Waterstaat er naar streeft om “waar mogelijk gebruik van frequenties vergunningvrij te laten zijn”; de voorwaarden voor vergunningvrije radio zijn dat er voor die frequenties “redelijkerwijs geen schaarste te verwachten is” en dat “het risico dat de gebruiker andere gebruikers stoort, gering is”.

Mecenas gezocht

Een legale status op de FM-band kost 80.000 euro per jaar, een astronomisch bedrag dat Radio 100 niet zonder geldschieters zou kunnen ophoesten. Kunstenares Moniek Toebosch plaatste tijdens het debat nog een vrolijke advertentie voor een mecenas, maar de groeiende ambities van ‘vrije jongens’ zoals zakenman Erik de Vlieger kwamen verder niet ter sprake. De Vlieger, topman van het uit zijn voegen gegroeide conglomeraat Imca Groep, maakt er geen geheim van de radiomarkt te willen openbreken voor het bedrijfsleven. Hij investeert in tijdschriften als Squeeze, Aloha, Oor, Strictly en Villa d’Arte. Onlangs te gast bij Barend en Van Dorp, gaf hij aan eveneens interesse te tonen voor de overname van Het Parool, dat binnenkort uit PCM zal stappen. Nadat in januari van dit jaar bekend werd dat de bestaande radiozenders een eerlijke herverdeling konden afkopen voor het symbolische bedrag van 100 miljoen euro, deed De Vlieger een megabod van 110 miljoen euro op alle commerciële FM-frequenties.

Schaarste op de FM-band is inderdaad een landelijk probleem, maar op lokaal niveau ligt dat anders.

Toen hij als hoofdstedelijk vastgoedkampioen een deal wist te sluiten met de krakers van het monumentale pand Paard van Aemstel, vervolgens de scheepswerf ADM overnam en garandeerde de culturele vrijplaats aldaar te behouden, leidde dit tot verwarring en inmiddels uit de hand lopende verdeeldheid binnen de Amsterdamse kraakbeweging. Aangezien De Vlieger zowel in de mediawereld als bij culturele vrijplaatsen om de hoek is komen kijken, is het niet onwaarschijnlijk dat hij de in het nauw gedreven experimentele geluidskunstenaars een plek in de ether zou willen gunnen.

In elk geval gaat vrije radio een spannende toekomst tegemoet; bij de keuze tussen gecriminaliseerd of gelegaliseerd worden ligt de grote uitdaging in de vraag hoe principieel je je (on)afhankelijkheid van zowel overheid als markt nog kunt definiëren in een tijdperk waarin de openbare ruimte steeds verder geüsurpeerd wordt voor commerciële doeleinden.

"Wenn Radio wüßte, wie man den Hörer sowohl sprechen als auch hören lassen könnte, wie man ihn in Beziehung bringen könnte, anstatt ihn zu isolieren, dann wäre Radio der erstmögliche Kommunikationsapparat des öffentlichen Lebens. So sollte es sich dann verabschieden, nur Zulieferbetrieb zu sein, und seine Hörer als Teil des Ganzen betrachten."


("Als radio zou weten hoe je de luisteraar zowel kon laten spreken als laten luisteren, hoe je hem in contact kon laten komen, in plaats van hem te isoleren, dan zou radio het eerste als zodanig te gebruiken communicatiemiddel van het openbare leven zijn. Dus moet hij ophouden enkel toeleverancier te zijn, en zijn luisteraars als deel van het geheel beschouwen.")


(Bertolt Brecht: Radio - eine vorsintflutliche Erfindung?, in: Gesammelte Werke, Schriften 2, Frankfurt 1967




Terug