Nobelprijs voor de vrede

Veel te veel lof voor Jimmy Carter

Historisch besef: nul komma nul

Op 11 oktober maakte het Noorse Nobel-comité bekend wie dit jaar de Nobelprijs voor de vrede zal krijgen. Het was de radio die het breaking-news als eerste lanceerde. And the winner is ... Jimmy Carter, de Amerikaanse oud-president, van wege zijn wereldwijde inzet "voor vrede en strijd tegen onderdrukking." Op plechtige wijze werd alom in de media verslag gedaan van zijn indrukwekkende staat van dienst. Hij was president tijdens het sluiten van de Camp David-akkoorden waarmee de vrede werd gesloten tussen Israël en Egypte. En na zijn aftreden als president richtte hij zich op de "goede werken, in veel gevallen op uiterst discrete wijze." Hij is zelfs als vrijwilliger "regelmatig actief met bezem, hamer en spijkers bij opknapbeurten van woningen in arme buurten," aldus het Parool van die dag. "Kortom, hij is een echte idealist," waren de afsluitende woorden in het radioprogramma standpunt.nl.

door Martin Hulsing


Na de bekendmaking door het Noorse Nobelcomité is er heel veel aandacht geweest in de Nederlandse media voor Jimmy Carter. In de meeste artikelen komt naar voren dat Jimmy Carter, als ex-president, zich veel moeite heeft getroost om als bemiddelaar op te treden bij allerlei conflicten. Het is natuurlijk jammer dat zijn inspanningen meestal "niet veel opleverde". Daar kan men de beste man natuurlijk niet op afrekenen, zijn bedoelingen zijn goed. Het beste is hij te beoordelen aan de hand van zijn daden in de tijd dat hij de machtigste man ter wereld was, als president van de VS (1977-1981). Als hij ooit iets had willen bereiken dan lagen daar zijn kansen. En conflicten waren er genoeg in de wereld.

"We owe no debt to Vietnam, because the destruction was mutual"

Na de Watergate en Vietnamoorlog was er in de Verenigde Staten een groot wantrouwen tegen de regering, waar Jimmy Carter in zijn verkiezingscampagne met succes op inspeelde en het presidentschap mee won. Watergate betekende corruptie, smeergeld en leugens. Vietnam werd "terug naar het stenen tijdperk gebombardeerd." Er werd zelfs chemische en biologische oorlogvoering losgelaten op dit feodale derdewereldland. Dit alles had bij de Amerikaanse bevolking heel veel verzet veroorzaakt, hetgeen door wetenschappers en intellectuelen het Vietnamsyndroom werd genoemd. Carter maakte hier gebruik van door in zijn verkiezingscampagne sterk de nadruk te leggen op de mensenrechten, die de kern van zijn buitenlandse beleid zouden vormen. Toen hij eenmaal president was werd hem gevraagd of de Verenigde Staten Vietnam misschien zou moeten helpen bij de wederopbouw van hun land. Zijn antwoord was dat de VS geen schuld hadden aan de elende in Vietnam, "omdat de vernietiging wederzijds was."

Misschien wel het meest overtuigende geval om de houding van Jimmy Carter ten aanzien van het internationaal recht en oorlogsmisdaden te beoordelen, kwam met het Indonesische verzoek om wapens in 1977. Indonesië was eind 1975 Oost-Timor binnengevallen en de voorraden met wapens raakten uitgeput. De invasie was door de VN veroordeeld en het was verboden om wapens te leveren aan Indonesië. De beelden van de grapjesmakende Carter die zijn handtekening zet onder de wapencontracten zijn stuitend. Ook Nederland en Groot-Brittannië namen deel aan het geweldsbachanaal dat het Indonesische leger aanrichtte op Oost-Timor, door de benodigde wapens te leveren. Eénderde van de bevolking werd vermoord. De belangrijkste verantwoordelijkheid lag zonder twijfel bij de Verenigde Staten, die niet alleen zo'n 90 procent van de wapens leverden, maar er tevens voor zorgden dat de VN "volledig buitenspel" stonden, zoals de toenmalige VN-ambassadeur toegaf. Carter wist zelfs het Amerikaanse congres, dat zich had uitgesproken tegen wapenleveranties, te omzeilen.

Ook de Shah van Perzië kon altijd rekenen op de warme steun van Carter. Dit ondanks het feit dat de Shah bij een instituut als Amnesty International een indrukwekkende reputatie had opgebouwd, wegens de lange lijsten van slachtoffers van martelingen, toentertijd waarschijnlijk de langste in de wereld. Om maar niet te spreken van de terreur in Nicaragua onder Somoza, waardoor het verzet zo was toegenomen dat zelfs president Carter doorhad dat het zo niet langer kon doorgaan. De fijnzinnige aanpassing in het lot van Nicaragua vond hij in het "Somozisme zonder Somoza", een hervorming van de Nationale Garde met het doel nog wreder op te treden tegen de bevolking. Ook de rest van Latijns-Amerika kon gedurende zijn hele presidentschap rekenen op zijn hartverwarmende 'idealisme'. In de zeldzame gevallen dat het congres verbood om militaire ondersteuning te geven, zoals in het geval van Argentinië na de kolonelscoup, werd er door de regering-Carter een truc gevonden om toch wapens te leveren. In dit geval via bondgenoot Israël.

Nog één voorbeeld. In 1980 ontstond er in Zuid-Korea een indrukwekkende democratiseringsbeweging. Generaal Chung stond op het punt om deze met geweld neer te slaan. Er werden vanuit Zuid-Korea twee verzoeken om hulp gedaan aan de Amerikaanse regering. Het eerste verzoek kwam van het comité van burgers dat steun vroeg bij de onderhandelingen met de dictatuur. Het tweede verzoek kwam van Generaal Chung. Hij vroeg toestemming gebruik te mogen maken van de 20.000 Zuidkoreaanse soldaten die onder Amerikaans bevel stonden. Dit laatste verzoek werd gehonoreerd. Deze speciale legereenheden "gingen op barbaarse wijze drie dagen te keer met de geestdrift van Nazi stormtroepers," stond te lezen in het verslag dat een onderzoekscommissie van Asia Watch publiceerde: " ongewapende burgers, waaronder kinderen, jonge meisjes en bejaarde grootmoeders werden in elkaar geslagen, neergestoken en verminkt." Asia Watch schatte het aantal dodelijke slachtoffers op 2000. Een paar dagen later stuurde Carter het hoofd van de Export-Import bank naar de hoofdstad Seoul ter ondersteuning van de militaire, door het toekennen van een lening van 600 miljoen dollar. Toen Chun het presidentschap op zich nam zei Carter dat hij de voorkeur gaf aan democratie, maar helaas: "De Koreanen zijn daar nog niet klaar voor, volgens hun eigen inschatting, en ik zou niet weten hoe ik het beter kan uitleggen."1

Als de Amerikanen en Noren zichzelf voor de gek willen houden, dan is dat hun probleem.

Laat het overigens duidelijk zijn dat het er niet om gaat om Carter af te branden. Ook de beslissing van het Nobelcomité is voor hun eigen rekening. Hun keuze rechtvaardigden ze met de volgende woorden: "In de huidige tijd die wordt getekend door de dreiging van geweld, heeft Carter altijd vastgehouden aan het principe dat conflicten zoveel mogelijk moeten worden opgelost door middel van bemiddeling en internationale samenwerking gebaseerd op internationaal recht, respect voor mensenrechten, en economische ontwikkeling." Prima. Als de Amerikanen en Noren zichzelf voor de gek willen houden, dan is dat hun probleem. Wat hier ter beoordeling ligt is de rol van de Nederlandse media, die geen van de bovengenoemde voorbeelden de moeite van het vermelden waard vinden. Door het doelbewust weglaten wordt een onvolledig beeld gegeven. Het uiteindelijke oordeel wordt zelfs geheel voorgekauwd: "Kortom, hij is een echte idealist."

Waarschijnlijk zal binnenkort op 10 december bij de daadwerkelijke uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede in Oslo, nogmaals een reeks aan lofzangen de revue passeren. De vraag is of er ditmaal wel een smetje op het blazoen van Carter aangetroffen zal worden. Al is het maar de simpele vermelding dat de uitreiking 'omstreden' is. We wachten in spanning af.

Hyper-Noten

1   Al deze voorbeelden zijn te vinden in onze bijlage, De Vloek van Columbus, van Noam Chomsky.