Mediageweld brengt beest terug in de mens

Er verschijnen de laatste tijd veel bezorgde berichten in dag- en weekbladen over het gewelddadige karakter van veel televisieprogramma's en vooral de invloed die dit soort programma's hebben op het gedrag van kinderen en volwassenen. Ook politici maken zich zorgen en bedenken verschillende maatregelen om het televisiegeweld aan banden te leggen.

door Eefje Janssen

Alvorens te kijken naar het eventuele verband tussen media en het agressieve gedrag van de mens, lijkt het me verstandig eerst een antwoord te vinden op de vraag: Waarom kijken veel mensen zo graag naar geweld op de televisie?

Media psycholoog prof. dr. J. Groebel (Universiteit van Utrecht) heeft hier uitgebreid onderzoek naar gedaan en concludeert: "Geweld is een universele taal. Iedereen begrijpt het, in tegenstelling tot bijvoorbeeld erotiek, dat veel meer cultuur gebonden is. In een multiculturele samenleving is er behoefte aan een universele taal."1 Daarnaast stelt hij vast dat de media eerder een onderdeel zijn van een complexe maatschappij dan ze deze direct weerspiegelen. "Geweld zal altijd een plek hebben in de verbeelding, of dat nu op televisie is of, zoals vroeger, in verhalen en sprookjes." Uit zijn onderzoek blijkt dat geweld in 75% van de gevallen wordt voorgesteld als plezierig, statusverhogend en probleemoplossend. Dat spreekt vooral het mannelijk deel van de bevolking aan, want beelden van geweld doen bij uitstek een beroep op de snelle reflex. Het blijkt daarbij dat mannen in risicovolle situaties meer aangename prikkels ervaren dan vrouwen. Dit zou een overblijfsel kunnen zijn van een situatie waarin mannen zich voor de jacht in gevaarlijke situaties moesten begeven.

Socioloog Bart Heerikhuizen heeft onderzoek gedaan naar de maatschappij en de plaats die geweld daarin heeft. Hij stelt dat burgers in West-Europa geleidelijk aan ontwapend zijn, terwijl de overheid een monopolie op geweld heeft verworven (de overheid verbiedt geweld op straat, terwijl ze zelf beschikt over een gigantisch geweldspotentieel: het leger). Deze pacificatie van het volk gaat volgens Heerikhuizen gepaard met de taboeïsering van geweld. Geweld wordt daarom onderwerp van fantasie, wat tot uitdrukking komt in een populaire cultuur waarin gewelddadige films een belangrijke rol spelen.2

"Geweld zal altijd een plek hebben in de verbeelding, of dat nu op televisie is of, zoals vroeger, in verhalen en sprookjes."

Men zou hieruit kunnen afleiden dat televisiegeweld een uitlaatklep is voor allerlei angsten en gevoeligheden van kijkers. Men kijkt dus graag naar geweld op televisie en andersom zenden verschillende omroepen graag geweld uit om de kijker te behagen. Het probleem is echter dat niet iedereen hier blij mee is, met name de landsbestuurders niet. Geweld veroorzaakt meestal niet veel goeds en om de rust in de maatschappij te behouden zou het prettig zijn zo min mogelijk met geweld geconfronteerd te worden. Een logische conclusie zou zijn: hoe minder geweld op de televisie, hoe minder geweld op straat. Maar heeft de televisie wel zo veel invloed op het gedrag van de mens?

Moet televisiegeweld verboden worden?

Het kabinet Balkenende buigt zich de laatste tijd met veel inspanning over (het ontbreken van) de normen en waarden in Nederland. De televisie heeft volgens verschillende ministers grote invloed op het behoud, dan wel het verlies van deze fatsoensregels. Met name het geweld op televisie heeft een zeer negatieve invloed en maakt van onze brave burgers losbandige rovers. Waar de huidige tijd ons leert beschaafd te zijn, doet de televisie precies het tegenovergestelde. Onbeschaafdheid op televisie zorgt voor een verloedering van het volk! Minister Heinsbroek (LPF) van Economische Zaken had een simpele oplossing voor het beschavingsprobleem: verbied zoveel mogelijk geweld op televisie.

Verschillende onderzoekers hebben zich afgevraagd of mediageweld daadwerkelijk zo'n verwoestende invloed heeft op de mens. De Amerikaanse psychologen Anderson en Bushman stelden vorig jaar vast dat het wetenschappelijk bewijs voor het verband tussen tv-geweld en agressiviteit sinds midden jaren zeventig alleen maar toeneemt. Met name wat betreft kinderen die steeds meer televisie zijn gaan kijken, tegenwoordig gemiddeld vier uur per dag, is bewezen dat tv-geweld hen angstig en agressief maakt. Dit komt vaak later in hun leven tot uiting. Zij zijn dan geneigd sneller agressief op te treden.3

De cultural studies-onderzoekers Barker en Petley zijn het hier niet geheel mee eens. In de inleiding van een door hun samengestelde bundel (The media/violence debate, 1997) 'ontmaskeren' ze het effect van tv op de gewelddadigheid van jongeren als een vervolg op bezwaren van de elite tegen goedkope romannetjes in de negentiende eeuw. Daar zouden lagere klassen meer opstandig van worden. Dit gegeven vertaalden ze naar deze tijd: "degenen die het meest 'beïnvloed' worden door tv-geweld zijn jongeren, en vooral arbeidersjongeren. Zij worden gezien als de slachtoffers van een mythische 'losbandigheid' die leidt tot het uit elkaar vallen van families die zich de hele dag gek laten maken door gewelddadige video's en dan naar buiten gaan om verschrikkelijke misdaden te plegen als een direct gevolg daarvan'', zo sneerden ze. Kern van het bezwaar tegen de invloed van de televisie is dat kinderen geen passieve ontvangers van de boodschappen op televisie zijn, maar dat ze deze boodschap zelf construeren.

"We kunnen nu eenmaal niet bewijzen dat de televisie géén effect heeft".

David Buckingham, eveneens cultural studies onderzoeker, schrijft in dezelfde bundel dat de vaardigheid van kinderen om de tv-beelden naar hun hand te zetten duidelijke grenzen kent, afhankelijk van hun opvoeding en opleiding: "We kunnen nu eenmaal niet bewijzen dat de televisie géén effect heeft. We kunnen daarom maar beter voorzichtig zijn met kinderen en media.'' Prof. dr. J. Groebel heeft ook een mening over kinderen en de media: "Kinderen ervan weerhouden om naar slechte programma's te kijken is niet de oplossing. De oplossing is om ze over de media en over de gevolgen van de media te onderwijzen, zodat de kinderen er meer over te weten komen."

Volgens filmkeurder Cor Crans blijft toezicht op media absoluut noodzakelijk aangezien zelfregulering niet werkt. Ouders controleren zelf te weinig, en met name commerciële zenders lichten nu al vaak de hand met afspraken over programmering. Negatieve gevolgen zijn volgens Crans: het aanleren van agressief gedrag, afstomping, en een toename van gevoelens van angst en wantrouwen.

Iedereen met gezond verstand zal het ermee eens zijn dat televisiegeweld met name op kinderen een negatief effect kan hebben, afhankelijk van hun opvoeding en opleiding. Enkele volwassenen zijn er ook gevoelig voor en worden agressief van het kijken naar geweld op televisie, maar waren hoogst waarschijnlijk ook al agressief vóór het kijken naar geweld op televisie. Het is moeilijk vast te stellen waar oorzaak en gevolg zich bevinden. Moet het daarom verboden worden om geweld op televisie uit te zenden, als een soort van voorzorgsmaatregel, zodat de beestachtige kant van de mens in het duister blijft? Misschien is het een oplossing, maar mensen schijnen heel slecht met vrijheidsbeperkingen om te kunnen gaan. De videotheek is natuurlijk altijd nog een gemakkelijk alternatief.

Hyper-Noten

1  Lezing van prof. dr. J. Groebel tijdens een bijeenkomst over het thema TV-geweld, georganiseerd door de werkgroep TV-geweld op 16 mei 2002 (ter gelegenheid van haar 12-jarig bestaan)
2  Lezing van socioloog Bart Heerikhuizen, eveneens tijdens de bijeenkomst van de werkgroep TV-geweld op 16 mei 2002.
3  Anderson and Bushman. Media violence and the American public, in American Psychologist, juni/juli 2001.
4  Barker and Petley. The media/violence debate, 1997.
5  Lezing van C. Crans, eveneens tijdens de bijeenkomst van de werkgroep TV-geweld op 16 mei 2002.


Terug