Weergave Duitse verkiezingsdebatten inhoudsloos

Reëel bestaande democratie: Duitsland

"Het komt in deze bondsdagverkiezingen meer dan ooit aan op sympathie. Beide kandidaten mikken inhoudelijk op het midden en bijna de helft van de kiezers twijfelt nog over de keus op 22 september. De keuze is dus vooral tussen twee personen, en Schröder is populairder." (De Volkskrant, 26 augustus 2002, "Kuitenbijter versus gelikte kanselier: 1-1")

Naar aanleiding van het eerste Duitse televisiedebat bespreekt de Volkskrant de presentatie-kwaliteiten van de twee kandidaten. Er wordt door de Volkskrant niet ingegaan op de inhoud van het debat, noch op de standpunten en argumenten van de kandidaten. Er wordt zelfs niet aangegeven om welke partijen het gaat, en waarom andere politieke partijen geen deel namen aan het debat. Het artikel naar aanleiding van het tweede debat is van het zelfde laken een pak. Moeten we ons zorgen maken?

door Martin Hulsing

Iedere verkiezing weer wordt er gewaarschuwd dat we moeten oppassen niet in 'Amerikaanse toestanden' te vervallen. Ook de rol van journalisten en de media komt aan de orde. Veel lijkt het niet te helpen. De vervlakking schrijdt voort en de waarschuwende vinger lijkt vooral een rituele bezwering te zijn. Maar toch.

Zoals uit dit citaat in de Volkskrant duidelijk naar voren komt, wordt niet eens meer de schijn gewekt dat er inhoudelijk iets te kiezen valt. Dat wat het hoogtepunt van het democratische proces zou moeten zijn is teruggebracht tot de keuze uit twee kandidaten. De schrijver van het stuk, Philippe Remarque, doet geen moeite om uit te leggen waar het over gaat deze verkiezingen, beide kandidaten "mikken inhoudelijk op het midden." Dat schijnt duidelijk genoeg te zijn. Er vallen "grote woorden" over de watersnoodramp en over "het falen van de rood-groene regering." De "hoge werkeloosheid" komt aan de orde en er is een "ingewikkelde discussie over belastingpolitiek." Maar dat wordt allemaal niet nader uit gelegd. Misschien dat Remarque er van uit gaat dat iedereen al op de hoogte is, of misschien denkt hij dat het te ingewikkeld is voor de Volkskrantlezers.

Daarentegen gaat Remarque zich helemaal te buiten aan de beschrijvingen hoe de beide kandidaten overkomen. Waarbij de belangrijkste vraag uit zijn stuk is: "wie heeft er gewonnen: Stoiber of Schröder." De uitslag wordt vastgesteld aan de hand van een "snelle opiniepeiling na de uitzending," en het oordeel van politicoloog Jürgen Falter: "gelijkspel". De beschrijvingen van het 'televisieduel' doen eerder denken aan sportverslaggeving dan aan een politiek debat. Een paar voorbeelden:

"Tegen de gelikte mediakanselier [Schröder] leek hij [Stoiber] weinig kans te maken."

"Stoiber raakte dit keer niet in elllenlange zinnen verstrikt. Retorisch was hij gewaagd aan de altijd zo losjes formulerende Schröder."

"Stoiber was voortdurend in de aanval, waarbij hij de strakke regie doorbrak en Schröder rechtstreeks aansprak."

Het debat is "steriel" en het werd "de kemphanen moeilijk gemaakt rechtstreeks op elkaar te reageren."

"De kanselier kwam volgens sommige kijkers mat over. Anderen vonden dat zijn kalme reactie (...) hem de uitstraling van staatsman gaf."

"Of Stoiber die achterstand met zijn enigszins gemaakte glimlach kan inhalen, is de vraag."

Uiterlijk en presentatie zijn altijd al ontzettend belangrijk geweest in het politiek métier. Toch is het minste wat van een journalist verwacht kan worden dat hij een poging doet om dat te doorbreken en juist zijn licht laat schijnen op dat wat er verhuld wordt. In plaats daarvan beschrijft Remarque uitvoerig de kleren van de aspirant-Keizer. Misschien dat het niet helemaal serieus te nemen is, maar de verschillende partijen roepen in ieder geval wel dat ze nog meer veiligheid, minder asielzoekers en meer 'blauw' op straat willen dan de anderen. Er worden plechtige toezeggingen gedaan om verbeteringen te brengen in gezondheidszorg en onderwijs. En uiteraard moeten de overheidsfinanciën binnen bepaalde (?) perken blijven. Allemaal zaken die nauwelijks concreet worden gemaakt, maar het lijkt ten minste ergens over te gaan. Remarque lijkt het allemaal te hebben opgegeven. Hij heeft zich vol overtuiging gestort in de nieuwe verschijningsvorm van wat het beste aangeduid kan worden als de 'reëel bestaande democratie.' Geen inhoud, een leiderschap-cultus en een bevolking waarvan enkel nog verwacht wordt dat ze een winnaar te kiest op basis van 'sympathie'.

"De spontane 'mediakanselier' was ontspannen en ironisch, formuleerde vloeiend en hield het initiatief."

Ook na het tweede televisiedebat tussen Stoiber en Schröder werd er door de Volkskrant op dezelfde oppervlakkige wijze verslag gedaan ("Schröder 'wint' tweede debat," 9 september 2002). Schröder kwam over als "sympathieker, zelfbewuster, fairder en competenter," bleek uit peilingen na de uitzending. Volgens 'onze correspondent' was de "spontane 'mediakanselier' (...) ontspannen en ironisch, formuleerde vloeiend en hield het initiatief." Ook de stijl van Stoiber komt uitgebreid aan de orde: "De Beierse premier kwam soms verbeten en geïrriteerd over. Daarbij gaf hij zelden concrete antwoorden op de vragen." Enzovoorts. Inhoudelijk worden er slechts twee onderwerpen naar voren gebracht: Irak en werkeloosheid. Voor Irak geldt dat Schröder "iedere oorlogsdeelname door Duitsland" afwijst en dat Stoiber hem verwijt "de betrekkingen met de VS te schaden," al wilde hij zelf niet concreet toezeggen "of hij wel zou deelnemen aan militaire actie." Goed, op basis daarvan valt ook niet echt een doordachte keuze te maken. Over het andere onderwerp, werkeloosheid, "voor de kiezers het belangrijkste thema," weet 'onze correspondent' niet meer te vermelden dan dat "Stoiber als competenter" geldt.

"De Beierse premier kwam soms verbeten en geïrriteerd over."

Is dit verontrustend? Of moeten we ons neerleggen bij deze 'reëel bestaande democratie'? Een democratie waarin het volk eens in de vier jaar mag komen opdraven om één van de leiderschapsfiguren die het meest 'sympathiek' overkomt, te kiezen? En waarbij de democratische idealen als zijnde te utopisch onder in de la verdwijnen? De overeenkomsten met het 'reëel bestaande socialisme' zoals communisten de Sovjet-Unie verdedigden springen in het oog. Kritiek is niets meer dan utopisch gewauwel.

Het is natuurlijk denkbaar dat de Duitse kiezers helemaal niet geïnteresseerd zijn in inhoudelijke standpunten, omdat ze allemaal tot het "midden" behoren of omdat ze allemaal eigenlijk best wel tevreden zijn. Misschien is het zo dat de lezers van de Volkskrant zich niet al te veel illusies moeten maken over democratie. Mogelijk, maar dat is vooralsnog niet duidelijk. Als daar meer over bekend is, dan willen we het graag weten. Zeker is in ieder geval dat Philippe Remarque afscheid heeft genomen van het idee dat er iets te kiezen zou moeten zijn in een democratische verkiezing, meer dan dat de ene persoon 'sympathieker' is dan de andere. Maar voor Remarque zijn er geen problemen aan het Westerse front, laat staan dat hij verontrust is. Hij maakt zich op voor de "Duitse verkiezingsrace" die nog "helemaal open" is en volgens hem "spannender dan ooit."



Terug