Nederlanders massaal afgeluisterd

EO-radio heeft primeur; Overige media Oost-Indisch doof voor afluisterpraktijken Justitie

Nederland is onbetwist wereldleider op het gebied van het afluisteren van telefoons. In ons land tappen rechercheurs van politie en justitie per maand meer gesprekken af dan hun collega's in Amerika in een heel jaar. Niet alleen verdachte criminelen zijn het doelwit, ook 'gewone' burgers staan in de belangstelling van de tappers. De wettelijke mogelijkheden zijn de afgelopen jaren alleen maar verruimd. Het EO-radioprogramma De Ochtenden bracht de afluisterpraktijken van de Nederlandse justitie in twee uitzendingen van een uur uitgebreid in beeld.

De feiten zoals die naar voren kwamen waren schokkend genoeg, maar dat geen enkele van de Nederlandse kranten of andere media in de daaropvolgende dagen aandacht wilde besteden aan dit onderwerp, slaat alles. Hieronder volgt een samenvatting van de uitzending EO-radio 1, De Ochtenden van maandag 2 en donderdag 5 september.

Met dank aan de makers, Koos van Noppen en Margot Minjon

 

Mr. Cor Reintjes is advocaat van een verdachte van drugsmokkel. Tijdens de rechtzaak wordt duidelijk dat justitie telefoongesprekken heeft afgetapt. De advocaat besluit de opgenomen gesprekken op te vragen. Na veel juridisch getouwtrek krijgt hij 41 cd-roms, inclusief ruim 3000 A-viertjes aan uitgewerkte teksten. In de ene zaak zijn meer dan 50.000 telefoongesprekken getapt. Uit het materiaal blijkt dat justitie minstens zeshonderd (!) gesprekken heeft opgenomen met advocaten, artsen en notarissen terwijl de wet zegt dat dit soort vertrouwelijke gesprekken niet mogen worden getapt. Tot verbijstering van de advocaat blijken de gesprekken zelfs uitgewerkt en bewaard.

Opsporingsambtenaren verklaarden ter zitting dat informatie uit deze uitgewerkte gesprekken niet aan het dossier is toegevoegd, maar wel is gebruikt voor verder onderzoek. "Dat is nu juist wat de wet wil voorkomen," zegt Reintjes. "Het gaat hier om de fundamentele grondslag van ons strafproces, namelijk dat een verdachte vrij met zijn advocaat kan spreken."

De officier van justitie heeft tijdens een eerdere zitting, vorig jaar, erkend dat sinds 1994 in veertien tapkamers in Nederland gesprekken tussen verdachten en hun advocaten worden opgenomen. Bovendien bleken die gesprekken niet te kunnen worden gewist. De leverancier heeft verklaard dat de computerapparatuur van de tapkamers niet over de vereiste programmatuur beschikt. Justitie heeft er domweg nooit om gevraagd.

Reintjes: "De rechter wilde niet alsnog opdracht geven aan de officier om de gesprekken te vernietigen, omdat er dan ook bewijsmateriaal verloren zou kunnen gaan, want dan zouden de discs helemaal vernietigd moeten worden. Dat betekent dat de rechtbank de officier toestaat tegen de wet te handelen. Daarmee geef je het opsporingsapparaat een vrijbrief om maar te doen wat ze willen. En dat gebeurt ook."

Volgens Reintjes gaat het bij de 50.000 telefoontaps om allerhande gesprekken, ook met gewone burgers die niets met de zaak te maken hadden.

De kring is wijd getrokken. Wie toevallig naast een verdachte woont, kan opeens getapt worden, want wie weet belt de buurman wel eens via het bewuste toestel.

Justitie wil niet zeggen hoeveel er jaarlijks in Nederland wordt afgeluisterd. Al sinds 1998 doet het ministerie daar geen enkele mededeling over.

Waarom eigenlijk? "Goeie vraag" zegt Maurice Wessling van Bits of Freedom, een stichting voor digitale burgerrechten: "Soms zeggen politiemensen dat je daarmee criminelen in de kaart speelt; een slap verhaal. Of men zegt: We hebben geen cijfers. Wat net zo bizar is, want daarmee zeggen ze eigenlijk dat ze in het wilde weg tappen. De echte reden is volgens mij dat er in Nederland veel getapt wordt en dat men weet dat die cijfers ongunstig zijn voor Justitie in een publiek debat."

Martien Kuilman, ex-rechercheur: "Ik kan mij niet voorstellen welke boef er niet gevangen zou worden, als we zouden weten hoeveel er in ons land getapt wordt. Ik denk dat als je iets goed en verstandig en correct inricht, dat op geen enkele manier de inhoudelijke kant van de telefoontap hoeft te schaden. Integendeel, als de procedure goed is vastgelegd, wordt het een veel sterker bewijsmiddel dan het nu is."

Nederland telt tenminste 39 tapkamers en er wordt flink geinvesteerd in nieuwe, modernere tapkamers

Over het aantal telefoonnummers dat jaarlijks wordt getapt, lopen de schattingen uiteen. De ene gesprekspartner zegt 90.000 of meer, de ander schat het op minstens 200.000. Let wel: het gaat hier om nummers, niet om aantallen gesprekken. En dan nog alleen van politie en justitie, want hoeveel de inlichtingendiensten tappen, is geheel onbekend. "Het hele opsporingsysteem in Nederland drijft op taps," erkennen bronnen bij politie. Het is goedkoop en gemakkelijk. Martien Kuilman: "Je kunt volstaan met achter het bureau de telefoons te beluisteren. Cru gezegd: je hoeft er niet op uit om boeven te vangen."

Telecomaanbieders als KPN of Vodafone zijn wettelijk verplicht mee te werken aan het aftappen. De afzonderlijke kosten van de afgeluisterde gesprekken krijgen zij wel vergoed van Justitie, maar de infrastructuur die nodig is om het aftappen mogelijk te maken, moeten zij zelf betalen. Die kosten worden doorberekend aan de gebruikers. Bellers betalen dus zelf om te worden afgeluisterd.

Uit een inventarisatie blijkt dat politie en justitie een keur aan middelen ter beschikking staat bij het tappen van mobiele telefoons. Om te beginnen kan het telefoonnummer kan worden opgevraagd bij het CIOT, een orgaan dat de nummers van alle telecomaanbieders beheert. Dat het merendeel van de gsm-bellers pre-paid-kaarten gebruikt, is slechts een kleine hobbel in het onderzoek. De politie beschikt over mobiele apparatuur waarmee in een handomdraai veel informatie over bellers in een bepaald gebied te weten kunnen komen: wie ze zijn, waar ze zich bevinden, met wie ze bellen en desgewenst kunnen ze meteen worden afgeluisterd. Een geavanceerder vorm van afluisteren is het gebruik van het mobieltje als afluisterapparaat. Zelfs als de eigenaar denkt dat het apparaat 'uit' staat, kan het mobieltje functioneren als een microfoon, die alle gesprekken die binnen een straal van vijf meter worden gevoerd, doorseint naar de tapkamers.

Nederland telt tenminste 39 tapkamers en er wordt flink geinvesteerd in nieuwe, modernere tapkamers. De gesprekken die in de tapkamer zijn opgenomen, worden uitgewerkt door rechercheurs; een buitengewoon arbeidsintensieve klus. "Er is wel voorgesteld om dat door administratieve krachten te laten doen, maar de rechercheurs voelen daar niet voor," zegt Martien Kuilman. "Ze willen zelf de nuances in de gesprekken tot zich nemen en dicht bij het onderzoek staan. Ze horen bijvoorbeeld een verdachte drie keer per week zeggen dat hij naar het sportfondsenbad gaat. Gaat hij dan echt zwemmen, of gaat het om iets anders?"

Met taps kan gemakkelijk gemanipuleerd worden

Er wordt in Nederland op grote schaal getapt, maar het is zeer de vraag of het een effectief middel is in de opsporing. Ex-rechercheur M. Kuilman, die de tapkamer in Amsterdam inrichtte: "Er is geen vergelijkend onderzoek gedaan naar de vraag in hoeverre telefoontappen effectiever is dan andere opsporingsmethoden. Bij justitie vind je mensen die zeggen dat het zeer effectief is, daarbuiten wordt er zeer aan getwijfeld." Andere bronnen noemen het juist een "zeer effectief" middel. Het is ongelooflijk wat mensen, ook doorgewinterde criminelen, tegen elkaar zeggen over de telefoon. Volgens Kuilman traceer je hooguit met taps de "middenmoot" van de criminele wereld. "Grote jongens zijn er meer op bedacht."

Telefoontaps zijn in Nederland geaccepteerd als wettig bewijsmiddel . Voorzover bekend neemt Nederland daarmee een unieke positie in de wereld in. Maar het is niet alleen een makkelijke, ook een fraudegevoelige wijze van bewijsvoering. "Discutabel", noemt een bron uit de militaire inlichtingendienst het. Met taps kan gemakkelijk gemanipuleerd worden. Twee jaar geleden zijn de wettelijke mogelijkheden om af te luisteren, verruimd, zegt dr. Bert-Jaap Koops, die zich bij de Katholieke Universiteit Brabant bezig houdt met strafrecht en informatie- en telecommunicatietechnologie. "Vroeger mocht je alleen een verdachte aftappen," vat Koops samen, "tegenwoordig ook derden," lees: onschuldige burgers.

Maar dat is niet de enige verruiming. De beslissing om een tap te plaatsen hoeft niet langer genomen te worden door de rechter-commissaris, tegenwoordig mag een officier van justitie dat. Die beslissing wordt later in de rechtzaak nog wel "gewogen" , maar het is duidelijik dat de drempel om te tappen daarmee is verlaagd, zegt Kuilman.

De rechter is eigenlijk de enige die het bewijsmateriaal toetst, zegt Maurice Wessling. "Dat betekent dat de rechter het tapmateriaal beoordeelt van die ene verdachte, in die ene specifieke zaak. In die zin hebben rechters ook geen totaaloverzicht, geen vogelvluchtperspectief wat er in een groter verband aan de hand is. Ik denk dat zij zaken rond procedure en techniek aan zich voorbij laten gaan." Een machtiging wordt afgegeven voor een x aantal nummers. Het zou goed mogelijk zijn om op basis van een machtiging veel meer nummers af te luisteren en bronnen bij justitie bevestigen dat. "Er wordt meer afgeluisterd dan op de machtiging voorkomt," zegt een van de bronnen.

"Justitie controleert justitie"

Het probleem is echter dat veel zaken de rechter niet halen. In dat geval weet je niet of dat tapmachtiging nu wel in de haak was of niet en of justitie de bevoegdheid niet te buiten is gegaan. "Er is niemand die dat controleert. Dat is wel een manco in de wetgeving," erkent onderzoeker Bert Jaap Koops van de Katholieke Universiteit Brabant.

"Justitie controleert justitie," zegt Wessling. "De controleur controleert zichzelf. Er is geen onafhankelijke toezichthouder. En er worden over de tap-praktijken geen jaarverslagen gemaakt die naar de Tweede-Kamer gaan."

Moeten we ons nu zorgen maken over de huidige praktijk van het tappen van telefoons? "Ja," zegt een van de politiemensen die we spreken. "Niet alleen de verdachte wordt getapt, maar ook allerlei andere mensen met wie zo iemand belt. Bij de huidige grote aantallen taps betekent dat een inbreuk op de privacy van heel veel onschuldige mensen. Waar ik bang voor ben, is dat er een verschuiving plaatsvindt: middelen die eerst als heel zwaar werden beschouwd, worden steeds minder als zodanig gezien en dus ook voor mindere misdrijven ingezet."

Kuilman: "Ik vind een beslissing of je iemands privacy zo grondig mag schenden zeer ingrijpend. Daar moet je niet te licht aan tillen. Zo'n beslissing zou genomen moeten worden door een rechter-commissaris, die geacht wordt onafhankelijk te zijn. Nu ligt die bij de officier van justitie. Hij is belanghebbende in het onderzoek. Je moet er op vertrouwen dat die scheiding weet te maken tussen het belang van het onderzoek en het privacy-belang van mensen. Eerlijk gezegd wantrouw ik dat.

Ook omdat de tendens is om die privacygrenzen op te rekken. Kijk naar de plannen om internet en email-verkeer ook af te tappen. Dat alles geeft me de indruk alsof telecommunicatie wordt gezien als een verlengstuk van de Nederlandse opsporing. Dat kan niet de bedoeling zijn."

Wessling: "Waar we ons zorgen over zouden moeten maken is dat het afluisteren in Nederland op zo'n schaal gebeurt zonder dat er enige controle is, zonder dat er verantwoording wordt afgelegd. Als je zo'n systeem bouwt, zonder dat er verantwoording afgelegd hoeft te worden, beland je automatisch vroeg of laat in de problemen. Het systeem gaat de situatie misbruiken."

Kuilman richt zijn pijlen op de politiek: "De Tweede Kamer moet verifieren of het telefoontappen wel het middel is om dat in deze mate willen inzetten. Er zou cijfermateriaal beschikbaar moeten komen. Het ministerie van justitie weet tot in detail hoeveel taps worden gezet, maar of dat bij de Tweede-Kamerleden bekend is, betwijfel ik. Je zou daar de afweging willen laten plaatsvinden: vinden we dit een goede zaak?"

Het zou wel eens commotie kunnen veroorzaken. "Ja, dat wil dan dus zeggen dat wij als Nederlanders het er kennelijk niet mee eens zijn. Dan is het volstrekt juist dat de politiek zich ermee bemoeit en het ministerie van Justitie instrueert over welke opsporingsmiddelen wel en niet gebruikt mogen worden. Het zou transparant moeten zijn en dat is op dit moment absoluut niet het geval."



Terug