Objectieve nieuwsgierigheid?

Nieuws maken : een analyse (deel 3)
De wereld van de Internationale Persbureaus:

Dit is deel 3 van een serie over de (inter)nationale nieuwsmedia. Aan de hand van een boek van Jaap van Ginneken "De schepping van de wereld in het nieuws" wordt dieper in gegaan op o.a. de volgende vragen; wat is nieuws? Is nieuws wel altijd zo nieuw? Hoe wordt nieuws eigenlijk gemaakt? Waar komt het nieuws vandaan? Wie komen in het nieuws? Uit welke sociale klasse komen journalisten?

'De schepping van de wereld in het nieuws' - De 101 vertekeningen die elk 1 procent verschil maken - Jaap van Ginneken (1996) Uitgeverij: Bohn Stafleu Van Loghum

Bijna al het nieuws dat wij dagelijks lezen, zien en horen in ons vertrouwde dagblad of via radio en tv is voor meer dan driekwart afkomstig van de grote internationale persagentschappen. Zij hebben gezamenlijk honderden journalisten in dienst die 24 uur per dag persberichten samenstellen en deze doorgeven aan de persagentschappen. Wie zijn het, waar leven ze van en is hun berichtgeving objectief te noemen? Een nader onderzoek.

door Edwin Grooters


De persagentschappen

Een deel van het nieuws dat door hun eigen journalisten is verzameld wordt door de persbureaus in de vorm van persberichten weer doorverkocht aan hun klanten. Op dit moment zijn er wereldwijd vijf grote internationale nieuwsagentschappen; twee Amerikaanse, twee Europese en één agentschap voor de Derde Wereld.

Het bekendste persagentschap Reuters werd in 1851 opgericht in het financiële centrum van Londen, the City of London, door Julius Reuters, een Duitse immigrant. Hij richtte zich in eerste instantie op financiële berichtgeving, die hij verkocht aan beursorganisaties en beleggers in Parijs, Brussel en Aken. Later breidde hij zijn activiteiten uit naar niet-economisch nieuws en opende hij kantoren in andere Europese landen. Eind 19e eeuw had hij bureaus over de hele wereld. In 1925 nam het Britse persagentschap een meerderheidsbelang in Reuters. Dit leverde problemen op in de Tweede Wereldoorlog, omdat het bedrijf onder druk werd gezet door de Britse overheid om oorlogspropaganda voor hen te maken. Om dit tegen te gaan werd Reuters in 1941 door de Britse nationale en lokale nieuwsmedia omgevormd tot een particulier bedrijf dat haar onafhankelijkheid moest garanderen. Wegens financiële problemen werd er in 1984 voor gekozen om het bureau om te vormen tot een semi-particuliere organisatie. In het computertijdperk werd Reuters gedwongen om uit te breiden. Dit leidde uiteindelijk tot de overname van Bridge Information Systems in oktober 2001, de grootste aankoop uit de geschiedenis van Reuters.

Agence France Presse (AFP) is het oudste persbureau ter wereld. Het werd in 1835 opgericht door Charles-Louis Havas en was in de begindagen vooral gericht op de bevolking van Frankrijk en haar koloniën. AFP biedt op dit moment een complete wereldwijde nieuwsservice in zes verschillende talen met alle soorten nieuwsberichten; waaronder sport, politiek, economie, cultuur, wetenschap en technologie.

Een van de voorlopers van het Amerikaanse persbureau Associated Press (AP) werd in 1848 opgericht door zes kranten in New York. Al snel werden de activiteiten uitgebreid, allereerst naar Canada en Latijns-Amerika. Alleen al in de Verenigde Staten levert het concern thans nieuws aan een slordige 5000 radio- en televisiestations en aan ruim 1700 kranten.

United Press International (UPI) werd in 1907 opgericht door de Amerikaanse krantenmagnaat Edward Ellis Scripps. In 1958 fuseerde het bedrijf met de nieuwsdienst van een andere krantenmagnaat: William Randolph Hearst.

In 1964 werd in Rome de Inter Press Service (IPS) opgericht. Dit non-profit persbureau kwam van de grond door samenwerking van een groep van journalisten, ngo's en ontwikkelingswerkers als reactie op de wereldwijde monopoliepositie van de andere vier internationale bureaus. De oprichters van IPS zijn van mening dat de overige bureaus veel te weinig aandacht besteden aan nieuws uit de niet-westerse landen, met name de derdewereldlanden in Afrika, Latijns Amerika en Azië. IPS is niet alleen gespecialiseerd in het nieuws úit die landen, maar vooral ook vóór die landen. Op deze wijze probeert het relatief kleine bureau een bijdrage te leveren aan de diversiteit van de internationale berichtgeving. IPS promoot de democratische participatie van inwoners in ontwikkelingslanden en probeert bij de internationale besluitvorming beleidsmakers in het 'Zuiden' van relevante informatie te voorzien. In New York hebben zij daarom een speciaal bureau dat zich volledig richt op het nieuws van de Verenigde Naties. IPS is ook het enige internationale persbureau dat werkt op een niet-commerciële basis.

 

De 5 internationale persbureaus


1. REUTERS
Opgericht: 1851
Aantal bureaus wereldwijd: 198
Hoofdkantoor: Londen
Aantal werknemers in dienst: 2498
Website: www.reuters.com

2. AGENCE FRANCE PRESS
Opgericht: 1835
Aantal bureaus wereldwijd: 95
Hoofdkantoor: Parijs
Aantal werknemers in dienst: ruim 2000
Website: www.afp.com

3. UNITED PRESS INTERNATIONAL
Opgericht: 1907
Aantal bureaus wereldwijd: onbekend
Hoofdkantoor: Washington
Aantal werknemers in dienst: onbekend
Website: www.upi.com

4. ASSOCIATED PRESS
Opgericht: 1848
Aantal bureaus wereldwijd: 242
Hoofdkantoor: New York
Aantal werknemers in dienst: ong 3700
Website: www.ap.org

5. INTER PRESS SERVICE
Opgericht: 1964
Aantal bureaus wereldwijd: 100
Hoofdkantoor: Rome
Aantal werknemers in dienst: 250
Website: www.ips.org

 

Objectiviteit

Alle internationale nieuwsagentschappen claimen dat zij "onafhankelijk" en "objectief" nieuws brengen. Reuters heeft als haar twee basisprincipes "independence and neutrality". AFP spreekt van "editorial quality and reliability". AP heeft het over "factual coverage all over the globe". En UPI: "fast, accurate, fair and unbalanced". IPS heeft de meest uitgebreide omschrijving. Zij spreken over "the objective of equal gender representation and balanced representation of ethnic diversity and geographical distribution."

In de vorige aflevering van deze serie hebben wij al uitgebreid stilgestaan bij de objectiviteiteis die journalisten en mediabedrijven aan hun producten stellen. Wanneer het gaat om internationale berichtgeving is het niet alleen de persoonlijke (subjectieve) kijk van de journalist die de objectieve berichtgeving in de weg staat. De journalist brengt tevens een diepgewortelde culturele bagage mee die een sterke invloed heeft op de berichtgeving.

Michael Schudson probeert in zijn boek 'Discovering the news' de geschiedenis van het 'objectiviteitideaal' van journalisten te achterhalen. De begrippen 'objectief' en 'subjectief' zijn van betrekkelijk recente datum. Dit geldt overigens niet alleen voor de media, maar ook voor de wetenschap en het onderwijs. Het zijn voornamelijk commerciële overwegingen geweest die hierop een sterke invloed hebben gehad. Het waren niet zozeer de 'hogere' idealen, maar juist de uitbreiding van de klantenkring van de persbureaus rond 1900, met steeds meer verschillende soorten klanten met verschillende achtergronden en overtuigingen, die een bepaalde vorm van 'objectiviteit' noodzakelijk maakten. Om hen allen van dienst te zijn, moest namelijk een stijl van berichtgeving ontwikkeld worden (dat wil zeggen een 'kijk op de wereld') waarover alle publieksgroepen het gemakkelijk eens zouden kunnen worden en die niet te aanstootgevend of te controversieel zou zijn. Dit van oorsprong economische efficiency-instrument werd later 'objectieve' berichtgeving genoemd.

Desalniettemin komt Van Ginneken in zijn boek voortdurend terug op de fundamentele vaststelling dat achter iedere claim van objectiviteit altijd een opvatting (wereldbeeld) schuil gaat, waar vaak bepaalde publieksgroepen het mee eens en andere het mee oneens kunnen zijn. Dit geldt ook voor begrippen als 'neutraliteit', 'hoor en wederhoor'', 'evenwichtigheid' en 'onpartijdigheid.

Klantenkringen

Wie zijn eigenlijk die klanten waarvoor de persbureaus zich zo 'objectief' mogelijk proberen te presenteren? Met andere woorden: hoe genereren persagentschappen hun inkomsten? Er zijn grofweg drie soorten klanten te onderscheiden.

Ten eerste zijn er de groepen klanten uit de zakenwereld in het Westen; zoals beurzen, beleggingsfondsen, verzekeringsmaatschappijen, effectenkantoren, enzovoorts. Dit is voor alle bureaus de grootste en meest lucratieve groep, die de meeste inkomsten binnenbrengt.

Ten tweede zijn er natuurlijk de (inter)nationale mediabedrijven en nationale persbureaus in het Westen, zoals de dagbladen, tv- en radiostations. Zij hebben natuurlijk ook eigen journalisten in dienst, maar een groot deel van het nieuws krijgen zij toch doorgespeeld via de internationale persagentschappen. Zij zijn ook de meest zichtbare groep in het openbare leven en zij zijn degenen die de publieke opinie vormen.

Ten slotte is er nog een groep klanten die het minst zichtbaar maar wel belangrijk is. Dat zijn de nationale regeringen van de rijke, ontwikkelde landen. Deze hebben altijd een nauwe band gehad met persagentschappen en vooral in tijden van oorlog zijn persbureaus nogal eens een 'doorgeefluik' voor overheidspropaganda.

 

NWICO

Aangezien het overgrote deel van het vergaren, doorgeven en afnemen van nieuws in handen van Westerse bedrijven is, is het duidelijk dat het nieuws zeer 'gekleurd' is. Daarom ontstond er als gevolg van het groeiende onbehagen van vele ontwikkelingslanden in de jaren '70 een discussie binnen de UNESCO over een Nieuwe Internationale Wereld Communicatie Orde (NWICO) De ontwikkelingslanden waren van mening dat het rijke Westen hen zou moeten helpen, bijvoorbeeld door het financieren van persbureaus voor de Derde Wereld. Dit zou bijdragen aan een andere, meer objectieve verslaggeving over de Derde Wereld. Vooral de VS en Engeland waren hier fel tegen gekant. Zij beschouwden het als een aanval op de 'vrije (nieuws) markt' en trokken zich terug uit de debatten en uiteindelijk zelfs uit UNESCO. Hiermee stierf de NWICO uiteindelijk jammer genoeg een zachte dood.

Medio jaren '90 laaide de discussie echter weer op. Ditmaal naar aanleiding van recente megafusies in de mediawereld van bijvoorbeeld Time Warner (eigenaar van onder andere CNN) en America On Line (Amerika's grootste internetprovider). Het ontstaan van dit soort megamediabedrijven zou de 'onafhankelijkheid' van journalisten en de diversiteit en pluriformiteit in de berichtgevingen in gevaar brengen. Ook het ontstaan van onafhankelijke nieuwssites als Indymedia zijn een indirecte reactie op de fusiegolf in de internationale mediawereld.

 

World Summit on the Information Society

Op dit moment zijn een aantal ngo's van over de hele wereld bezig een discussie over de wereldwijde nieuwsverdeling op de agenda te krijgen van de World Trade Organisation en International Telecommunications Union. Deze laatste organiseert, in opdracht van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, in 2003 en 2005 twee grote conferenties over de Informatie Samenleving, de zogenaamde World Summit on the Information Society. Tijdens deze belangrijke conferenties komen onderwerpen aan bod over als de vrijheid van meningsuiting, de wereldwijde digitale tweedeling tussen de 'informatierijken' in het Westen en de 'informatiearmen' in het Zuiden. Ook staat op het programma de diversiteit van de internationale nieuwsproductie en verspreiding. De rol die de grote persagentschappen hebben in de vorming van het wereldnieuws en de invloed die dat heeft op de (wereld)beeldvorming bij het publiek zal ook zeker besproken worden.



Terug