Democratie: een Boliviaans drama

Heeft coca een verdovende werking op de pers?

"In de meeste landen kunnen linkse presidenten aan de macht te komen." 1 Gaat het in deze regel uit de intro van een stuk van Marjon van Royen om een eenvoudige typefout of stond er ooit "dreigen aan de macht te komen"? Van Royen van NRC en haar collegajournalisten in Latijns-Amerika hebben het de laatste maanden maar druk, hun continent is losgeslagen. Maar ze lijken niet echt in te willen gaan op de redenen daarvoor. Alleen als er cocaïne in het spel is, wil de krant zich er nog wel eens in verdiepen omdat coca het altijd goed doet bij de lezer. Daarom vonden ook de recente verkiezingen in Bolivia een plekje in de Nederlandse pers.

door Patrick P. Pubben

De hernieuwde aandacht voor Latijns-Amerika begon met de onrust in Argentinië eind 2001. Presidenten die elkaar in sneltreinvaart opvolgden, volksopstanden en gewelddadig politieoptreden daartegen, een failliete staat en een schuldenlast waar het IMF zich niet meer over wil ontfermen. In het beste geval schreven de analisten over dat laatste dat het IMF te lang geld is blijven lenen aan Argentijnse regeringen die dit geld op slinkse wijze in de zakken van vrienden en familie lieten verdwijnen. In het ergste geval werd de miserabele economie van de Argentijnen geweten aan de veel te grote voeten waarop ze leefden en aan het feit dat het verwende volk verwacht dat de regering alle problemen wel zal oplossen zoals het dat onder Perón gewend was.2 Dergelijke simplificaties vinden thans ook plaats in het geval van Bolivia, het armste land van Zuid-Amerika.

De verkiezingen op 29 juni in Bolivia leveren drie 'winnaars' op: Gonzalo Sánchez de Lozada van de MNR (Nationale Revolutionaire Beweging, 22,5%), Manfred Reyes Villa van de NFR (Nieuwe Revolutionaire Kracht, 20,9%) en Evo Morales van de MAS (Beweging naar het Socialisme, 20,8%). Geen van de kandidaten behaalde een absolute meerderheid en meerderheidscoalities lijken uitgesloten. Besprekingen tussen Reyes Villa en De Lozada zijn inmiddels op niets uitgelopen. Reyes Villa heeft ook aangekondigd Morales niet te zullen steunen. Daarom zal het parlement in de nieuwe samenstelling op 3 augustus beslissen over wie de nieuwe president wordt. Naar alle waarschijnlijkheid zal De Lozada dit ambt vanaf 6 augustus bekleden in een soort cohabitation: de partij van de president heeft dan geen regeringsgezinde meerderheid in het parlement, zoals in Frankrijk met Chirac en Jospin het geval was.

De Lozada was minister van Planning en Coördinatie in de periode 1985-89 en in die hoedanigheid de eerstverantwoordelijke voor de uitvoering van het keiharde structurele aanpassingsprogramma dat prof. Jeffrey Sachs en het IMF Bolivia aanraadden. Naast zijn politieke loopbaan is hij eigenaar van enkele zeer grote, onder bewind van zijn partij geprivatiseerde, bedrijven als Comsur (mijnbouw) en Aérosur (luchtvaart). Prof. Otto Verkoren, als sociaal geograaf verbonden aan de Universiteit van Utrecht, noemt De Lozadas MNR de enige partij met een uitgewerkt, neo-liberaal programma voor het hele land. Andere partijen zouden zich enkel richten op hun eigen achterban.

Tweede bij de verkiezingen werd Manfred Reyes Villa, oud-militair tijdens de extreem wrede dictatuur van Luis García Meza begin jaren '80 en ex-burgemeester van Cochabamba. De rechtse populist Reyes Villa heeft veel aanhang onder de stedelijke middenklasse. Het succes van zijn partij, de NFR, is vooral te danken aan het feit dat ze nieuw is en nog nooit heeft deelgenomen aan een van de regeringen die het land bankroet hebben gemaakt. Reyes Villa is de favoriet van de Verenigde Staten.3

De nummer drie is Evo Morales. Zijn partij is de afgelopen maand enorm gegroeid. Naar alle waarschijnlijkheid heeft dat te maken heeft met een uitspraak die Manuel Rocha, de Amerikaanse ambassadeur in Bolivia, een paar dagen voor de verkiezingen deed. Hij liet het Boliviaanse volk weten dat als het opnieuw iemand zou kiezen die van Bolivia een grote cocaïne-exporteur zou maken, dit "de toekomstige hulp van de VS aan Bolivia in gevaar zou brengen."4 Deze hulp bestaat voornamelijk uit steun aan leger en politie om de cocaplantages te vernietigen. Zijn dreigement maakte zelfs de zittende president Jorge Quiroga woedend. In een maatschappij waar 80% van de bevolking indiaans is maar nauwelijks politiek wordt vertegenwoordigd, is de indiaan Morales een uitzondering. Hij is tevens vertegenwoordiger van de cocaboeren en verzet zich als zodanig tegen de door de VS gefinancierde strijd tegen coca.

Korte geschiedenis van het conflict

Verkoren zegt dat de Boliviaanse staat vanaf 1985 is begonnen zich meer en meer terug te trekken uit het bedrijfsleven. Door allerlei politiek gekonkel en corruptie liepen veel staatsondernemingen aan de grond en werden als niet-rendabele bedrijven geprivatiseerd. Hierdoor kwamen binnen zeer korte tijd tienduizenden werknemers zonder enige steun op straat te staan. Velen vluchtten naar buurlanden, met name naarArgentinië, om daar werk te zoeken. Door de economische malaise aldaar zijn de laatste tijd honderdduizend Bolivianen teruggekeerd. Voor de Boliviaanse maatschappij betekent dit het wegvallen van inkomsten uit migratie en de integratie van een enorme stroom nieuwe werklozen.

Anderzijds betekende het openstellen van de markt het faillissement voor talloze kleine boeren die niet konden concurreren met de "overschotten die vanuit de zwaar gesubsidieerde landbouw van de VS en de EU in Bolivia werden gedumpt." 5 Ook de omringende landen, die wél nog staatssteun kenden, brachten hun producten op de Boliviaanse markt, wat de inheemse boer met zijn relatief dure maïs en andere landbouwproducten eveneens noodlottig werd. De "sociale gevolgen van het liberaliseringsbeleid zijn zo ingrijpend dat zelfs de deskundigen van het IMF en de Wereldbank zich daarover zorgen maken. Niet voor niets laten zij hun gangbare recept van 'structurele aanpassing' voor ontwikkelingslanden tegenwoordig vrijwel standaard vergezeld gaan van een 'sociaal fonds' om de ergste noden van de bevolking te lenigen.

Over de werkelijke oorzaaken van het macro-economische succes van de NEP (Nieuwe Economische Politiek) in Bolivia wordt zowel in kringen van de Wereldbank als van de Boliviaanse overheid het liefst gezwegen. Want dat de economie niet al lang bankroet is, komt hoofdzakelijk door de ongebreidelde expansie van een bedrijfstak die in de officiële statistieken niet is terug te vinden: de productie, verwerking en handel van coca en cocaïne." 6

Coca

Naar schatting zijn meer dan 200.000 mensen in Bolivia direct afhankelijk van coca, wat neerkomt op tien procent van de beroepsbevolking. Met cocageld worden wegen aangelegd en wordt de consumptie op gang gehouden. Het is niet overdreven te stellen dat de economie er grotendeels op draait. In 1985 treft de regering maatregelen om kapitaalvlucht tegen te gaan. Veel drugsgeld, dat tot die tijd op een filiaal van de Banco de Santa Cruz in Miami stond, vloeide terug naar Bolivia. Bovendien werd het bij de wet verboden om navraag te doen naar de herkomst van de bij de bank in Bolivia ondergebrachte gelden.

Maar het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen coca en de daaruit gewonnen cocapasta die wederom als grondstof dient voor cocaïne. Coca kent een zeer prominente plaats in de indiaanse cultuur in Bolivia. De plant vormt een grondstof voor talloze medicijnen uit de traditionele geneeskunde; met coca konden de arbeiders in de mijnen en de boeren op het land hun harde werk beter aan. De van coca getrokken thee verlicht de ademhalingsproblemen in het hooggebergte dat een groot deel van het land beslaat. In een toespraak tijdens een VN-conferentie over drugsbeleid in 1998 zegt de indiaan Evo Morales: "Onze muziek was geen muziek, het was folklore, onze taal slechts een dialect, onze religie, afgoderij, onze coca een ondeugd. En ze probeerden ons hun muziek, hun taal, hun religie en hun ondeugden op te leggen."7 Morales zet zich niet in voor de aanbouw van coca als grondstof voor cocaïne die vervolgens op de vrije drugsmarkt van de VS gedumpt kan worden. Hij verdedigt het traditionele recht van boeren om 1/6 tot 1/5 deel van hun land te beplanten met coca. Dit was de inzet van een campagne tegen het 'plan 0' van voormalig dictator en later gekozen president Hugo Banzer om de cocateelt geheel te vernietigen. De teelt is de laatste tien jaar al met 80% teruggebracht maar onder buitenlandse druk gaat deze strijd door ten koste van vele tienduizenden kleine boeren op wier kleine stukjes land geen ander gewas groeit of rendabel te maken is. Het gebruik van coca is misschien het best te vergelijken met de hennepteelt die in Europa lange tijd gewoon was en die pas door de moraalridders van na de Tweede Wereldoorlog in Europa werd verboden. Hierdoor is het grote nut van de plant bijna verloren gegaan en wordt pas sinds korte tijd herontdekt in landen als Zwitserland.

Dit culturele aspect is belangrijk maar de VS gaat het natuurlijk om de cocaïne die voor het overgrote deel bij hun terecht komt en waaraan de Boliviaanse maatschappij haar schamele economische bestaan dankt. Morales stelt terecht dat het drugsprobleem van de VS een binnenlands probleem is en dat de 'war on drugs' die in Bolivia al vanaf 1983 gaande is, geen enkel effect op de consumptie in de VS heeft gehad. De algehele Westerse acceptatie van de inmenging van de VS in de binnenlandse politiek van landen als Colombia, Ecuador en Bolivia is een bizar fenomeen. Stelt u zich eens voor dat Iran Amerikaanse of Europese wapenfabrieken zou bombarderen of de bedrijfsleiders zou vermoorden omdat het land door Irak wordt aangevallen met Westerse wapens. Bolivia heeft een slechte verhouding met het buurland Chili waar Nederland in de jaren '90 voor miljoenen euro's wapens aan leverde. Denkt u dat Bolivia op enig gehoor kan rekenen als het deze kwestie bij de Nederlandse regering aankaart? Of als deze analogie te ver voert: ondanks de binnenlandse anti-rookcampagne van de Amerikaanse regering legt deze Philip Morris geen strobreed in de weg als het erom gaat nieuwe markten in Oost-Europa of het Verre Oosten te ontsluiten. Sterker nog, de regering zette zich bijvoorbeeld in het geval van Thailand in om het weren van tabak in het land via de WTO te verbieden. In dat perspectief is het voor de Boliviaanse bevolking moeilijk te begrijpen dat de eigen regering een oorlog tegen hen voert om aan de Amerikaanse wensen tegemoet te komen.

Coca en verkiezingen, een mediagenieke combinatie

Algemeen Dagblad en Trouw vermelden op 2 juli slechts de twee winnaars De Lozada en Reyes Villa. Trouw maakt een paar dagen eerder nog wel melding van Evo Morales. Deze "leider van de cocaboeren" wil "stoppen met het terugbetalen van de buitenlandse schuld en de bedrijven nationaliseren die de afgelopen jaren in buitenlandse handen zijn gekomen."8 In de zes regels die de krant op 2 juli aan de uitslag wijdt en die vrijwel letterlijk ook in AD staan, komt Morales echter niet meer voor. De Volkskrant wijdt op 10 juli wel een ietwat langer artikel aan de verkiezingen. Cees Zoon stelt daarin dat Morales tweede is geworden en "nummer drie, ex-militair" Reyes Villa komt er enkel in voor als iemand die "ook iets van coca schijnt te weten" en die waarschijnlijk steun zou geven aan Morales. Maar de aandacht gaat uit naar de coca-connecties van Morales en niet naar het verleden of de 'verdiensten' van de andere kandidaten.

In interviews voor en na de verkiezingen heeft Morales aangegeven tegen de teelt van coca voor cocaïneproductie te zijn en met Wereldbank en IMF te zullen onderhandelen. Maar ook dat het desastreuze neoliberale beleid van de afgelopen jaren nu een heuse opponent zal krijgen. Hij zou relaties met de VS enkel verbreken als de VS de Boliviaanse soevereiniteit niet erkent.9 Op deze uitlatingen van een kandidaat die, wat niet vergeten moet worden, op democratische wijze door een groot deel van de bevolking wordt gesteund, gaat geen enkele Nederlandse journalist in. Sterker nog, hij is de enige kandidaat die stevig wordt aangepakt en Marjon van Royen gaat daarin het verst.

Journalistieke guerilla

Op 17 juli vat Van Royen in NRC de paar kleine berichtjes over volksopstanden die de laatste tijd in Latijns-Amerika hebben plaatsgevonden, samen onder de kop "In Latijns-Amerika rukt links op". Zij gaat kort in op "protesten tegen beleid" in verschillende Zuid-Amerikaanse landen waaronder ook het protest in Venezuela dat juist tégen een links-populistische regering is gericht en gecoördineerd wordt door de rijke bovenlaag die haar (olie)belangen bedreigd ziet. Van Royen citeert een Braziliaanse econoom volgens wie de huidige trend van verzet tegen regeringen en hun economisch beleid "is ingezet door desillusie met het neoliberale model dat tot meer armoede en een grotere kloof tussen rijk en arm heeft geleid." Tien jaar geleden "geloofde de meerderheid van de mensen in Latijns-Amerika nog dat het opengooien van de markt tot voorspoed zou leiden. Nu denkt 6 op de 10 mensen dat ze er slechter aan toe zijn dan hun ouders, zo bleek onlangs uit het continentale onderzoek 'Latinobarometer'." Verder gaat ze niet in haar onderzoek naar waar de onrust vandaan komt. Wel doet ze haar uiterste best om Morales in een kwaad daglicht te plaatsen. Op Morales kun je lekker inhakken en al je clichés loslaten.10

Morales is de "extreem-linkse leider van de cocaboeren", hij staat voor "ongepolijst socialisme", wil het "vrijemarktsysteem" vernietigen, is voor "alle macht aan het volk" en voor "de afschaffing van politieke partijen die hij brandmerkt als "haarden van corruptie en elitaire belangen." Ook Che Guevara wordt er nog even bijgehaald. "Vijfendertig jaar geleden werd Che in Bolivia vermoord, omdat hij niemand warm wist te krijgen voor zijn revolutionaire ideeën." Je moet de zin even laten bezinken om de stupiditeit ervan in te zien.

Van Royen keuvelt vrolijk verder: "Het lijkt wel of we terugzijn in de dagen van Reagan', vertrouwde een verbaasde diplomaat het persbureau Reuters toe. 'Ook toen werden we gezien als de arrogante vijand." Zij lijkt de verbazing van de diplomaat te delen en de gedachten van de gemiddelde Zuid-Amerikaan over het hem aangedane onrecht volkomen absurd te vinden. Dat de VS zich misschien inderdaad zowel arrogant als vijandig opstellen richting zuider buren, is nergens onderwerp voor discussie. Uit het feit dat miljoenen mensen niet voor hun lol protesteren maar dit doen uit onvrede met een erbarmelijke leefsituatie die ondanks talloze beloften van hogerhand niet worden ingelost, kan zij blijkbaar enkel concluderen dat het continent naar links oprukt. Want "ook Brazilië […] dreigt naar links af te zwaaien". Als we dit gevaar voor heel Latijns-Amerika niet tijdig weten te keren, lijkt haar boodschap te luiden, dan komen er misschien opeens andere mensen aan de macht dan degenen die hun land de afgelopen decennia zonder enige schroom hebben geplunderd en in de uitverkoop gedaan aan Westerse 'donoren'. Als Van Royen iets verder had gekeken dan haar neus lang is en zich een beetje meer in de geschiedenis van het continent had verdiept dan had ze geschreven dat de ware dreiging elders schuilt. Behalve dankzij de coca is Latijns-Amerika namelijk ook bekend om zijn militaire coups die steevast volgen op regeringen die 'te links' zijn.

Aanvulling in EXTRA! nummer 12

door Kees Stad

In de vorige Extra! werd al geschreven over de opmerkelijke opkomst van underdog Evo Morales en zijn partij MAS (Beweging naar Socialisme) bij de verkiezingen in Bolivia op 30 juni. Opmerkelijk was daarbij de rol van de VS, die als de dood waren dat Morales, een verklaard tegenstander van de Amerikaanse 'War on Drugs', zou winnen. Morales was bekend geworden als leider van de kleine cocatelers in de Chapare-regio en verzette zich hevig tegen de door de VS getrainde en geleide speciale drugsbestrijdingseenheden die daar huishouden. Typerend was een toespraak die de Amerikaanse ambassadeur Manuel Rocha vier dagen voor de verkiezingen gaf bij de opening van een nieuw vliegveld in Chimoré. In zijn toespraak waarschuwde Rocha voor de gevolgen van een overwinning van Morales. De VS zouden in dat geval economische sancties treffen, waaronder het intrekken van Boliviaanse exportovereenkomsten voor textiel en aardgas. Rocha beweerde bovendien dat MAS banden zou hebben met drugsbendes en terroristen. Om die redenen zouden ook bondgenoten van de VS bij een overwinning van MAS tot zulke maatregelen overgaan. Eerder al had Rocha beweerd dat de cocaboeren de "Taliban van de Chapare" dreigden te worden.

De opmerkingen van de ambassadeur leidden tot felle afkeuring in Bolivia, ook door andere presidentskandidaten. Ook de Nationale Kiesraad verklaarde dat de beweringen van de ambassadeur "illegaal en onjuist" waren. In kranten werd smalend opgemerkt dat de ambassadeur met dergelijke uitspraken Morales alleen maar populairder dreigde te maken.

Morales zelf verklaarde dat hij meerdere doodsbedreigingen had ontvangen, die volgens hem wel eens door de VS georganiseerd zouden kunnen zijn. Rocha's commentaar: "Ik weet niet of hij met die leugen opnieuw zijn solidariteit met de moordenaars en terroristen van 11 september wil betuigen". Morales heeft dit laatste overigens nooit gedaan.

Hyper-Noten

1   NRC, 17 juli 2002, In Latijns-Amerika rukt links op
2   NRC, 21 december 2001, Tien lessen van Argentinië, Roel Janssen.
3   De leugendemocratie op de proef gesteld, in: La Chispa, juni 2002. Reyes geniet thans de voorkeur van de VS ofschoon hij betrokken was bij de narco-dictatuur die Bolivia in 1981-82 kende. In deze periode riep de regering de hulp in van ex-nazi Klaus Barbie en neofascisten uit Argentinië om alle 'linkse elementen' uit het land te liquideren. De regeringsleden verrijkten zich op grote schaal middels de handel in cocapasta, de grondstof voor cocaïne en ook Reyes kan maar niet verklaren waar hij zijn miljoenenbezit vandaan heeft.
4   Eric Ralston, Evo Morales and opposition to the US in Bolivia, 15 juli 2002, www.zmag.org
5   Verkoren/Lindert Bolivia, p. 30, landenreeks van KIT, NOVIB en NCOS, 1994
6   idem p. 33
7   Evo Morales, lezing voor de Nationale Vergadering van de VN, New York, 8-10 juni 1998. Te lezen op www.tni.org/drugs/ungass/coca2.htm
8   Trouw, 29 juni 2002
9   idem
10   In het verleden heeft Van Royen echter herhaaldelijk bewezen, erg diep te kunnen graven, getuige bijv. haar onderzoek eind 2000 naar de gevolgen van de inzet van het verdelgingsmiddel Roundup door het Amerikaanse leger bij het vernietigen van cocaplantages (en alles daaromheen) in Colombia (b.v. www.agrnews.org/issues/104) of haar bericht over het beschikbaarstellen van vliegbases op Aruba en Curaçao door de Nederlandse regering aan de VS voor diezelfde strijd in Colombia (b.v. www.tni.org/drugs/document/nrc280501.htm)



Terug