Onze achtergronden: deel 11

"Doch gy, die ik stoor in uw 'drukten' of in uw 'rust', gy Ministers en Gouverneurs-generaal, rekent niet te zeer op de onbedrevenheid myner pen. Ze zou zich kunnen oefenen, en met enige inspanning misschien geraken tot een bekwaamheid die ten-laatste zelfs de waarheid zou doen geloven door het Volk! Dan zou ik aan dat Volk een plaats vragen in de Vertegenwoordiging al ware 't alleen om te protesteren tegen certifikaten van rechtschapenheid, die door Indische specialiteiten vice versa worden uitgereikt, misschien om op 't vreemd denkbeeld te brengen dat men zelf waarde hecht aan die hoedanigheid...

Om te protesteren tegen de eindeloze expeditiŽn en heldendaden tegen arme ellendige schepsels, die men vooral door mishandeling dwong tot opstand.

Om te protesteren tegen de schandelyke lafhartigheid van cirkulaires die de eer der Natie schandvlekken door 't inroepen van publieke liefdadigheid voor de slachtoffers van kronische zeeroof.

't Is waar, die opstandelingen waren uitgehongerde geraamten, en die zeerovers zyn weerbare mannen!

En als men mij die plaats weigerde ...als men my by voortduring niet geloofde...

Dan zou ik myn boek vertalen in de weinige talen die ik ken, en in de vele talen die ik leren kan, om te vragen aan Europa, wat ik vruchteloos zou hebben gezocht in Nederland. En er zouden in alle hoofdsteden liederen worden gezongen met refreinen als dit:

er ligt een roofstaat aan de zee, tussen Oostfriesland en de Schelde!"

Multatuli, Max Havelaar of De Koffieveilingen der Nederlandsche Handelmaatschappy (1860)

 

 



Terug