Weg met de vrijheid!

"Als het denken het taalgebruik beïnvloedt, dan heeft taal ook invloed op het denken." (George Orwell)

Het gebruik van woorden als anti-Amerikaans, anti-Israëlisch of anti-globalist zouden direct moeten worden bijgezet in het museum voor propagandistische oudheden, naast de "vijanden van het volk" uit de hoogtijdagen van de Sovjet-Unie en de prietpraat over "anti-Duitse elementen" uit het door rassenwaan verziekt nazistische taalgebruik.

De eerste les van de beginnende propagandist is om er voor te zorgen dat er over bepaalde zaken geen discussie ontstaat, of de discussie zo te beperken dat alleen 'beschaafde mensen' er deel van uit kunnen maken. Wanneer het 'Israëlisch' is om tanks en gevechtshelikopters tegen burgers in te zetten, gestolen land vol te bouwen met nederzettingen en Palestijnen het leven zuur te maken met de dagelijkse vernederingen van een bezetting; dan zal ieder weldenkend mens 'anti-Israël' zijn. Daar wil je dus geen discussie over hebben.

Door mensen die zich verzetten tegen leveranties van chemische wapens aan Saddam Hoessein, het steunen van terreurorganisaties zoals de Contra's of de Mujaheddin of het "naar het stenen tijdperk bombarderen" van een derdewereldland, te typeren als 'anti-Amerikaans' geeft de propagandist zich bloot. De 'anti'-reflex treedt niet in werking als iemand zegt geen Applepie te blieven, al is er niets méér American as an Applepie. Moord en doodslag zijn niet eenvoudig te verkopen, beter is het om hen die zich verzetten te verketteren.

Zo werd in de Sovjet-Unie de kritiek op de partij altijd eenvoudig gepareerd met de beschuldiging dat die persoon een "vijand van het volk" was. Geen discussie over de rol van de partij. De partij is boven iedere twijfel verheven, is per definitie toegedaan om 'het volk' te helpen. De partij is heilig. Kritiek op de partij is heiligschennis en vormt een gevaar voor het "reëel bestaande socialisme." Kritiek kan dus alleen maar komen van de "vijanden van het volk".

De kracht van het propaganda-systeem valt op te maken uit de mate waarin ook de tegenstanders zich het taalgebruik eigen maken. 'Globalisering' betekent niets meer of minder dan internationale integratie: economisch, sociaal en cultureel. Het is een betrekkelijk neutraal begrip, de beoordeling goed/fout hangt samen met de gevolgen die er zijn voor mensen. 'Anti-globalisten' verzetten zich tegen de binnen IMF, Wereldbank en WTO bekokstoofde handels- en investeringsverdragen. Dit verzet heeft in korte tijd een aanzienlijk internationaal netwerk gecreëerd. Letterlijk duizenden groepen van over de hele wereld weten elkaar heel aardig te vinden, doen samen onderzoek, wisselen informatie uit, leren van elkaar en proberen bescherming te bieden aan de sociale en culturele rechten van mensen. In de huidige terminologie zijn zij 'anti-globalisten', 'globofoben' of zoals zij zich nu zelf noemen 'anders-globalisten.' Acceptatie van dit soort definities door de tegenstanders is een belangrijke overwinning voor de propagandist.

In de openingsscène van Le Petit Charme de la Bourgoisie van Bunuel wordt een groepje Spaanse opstandelingen door de troepen van Napoleon, die vrijheid en democratie komen brengen, voor een vuurpeleton gebracht. Vlak voor de fatale schoten roept één van hen: "Weg met de vrijheid." Dit wordt vaak getypeerd als surrealistisch, maar meer nog is het de natte droom van de echte propagandist.

 

 



Terug