Partijdigheid of objectiviteit

Nederlandse Media en het Midden-Oosten

Door Anja Meulenbelt

Schrijver Leon de Winter verwijt de Nederlandse media pro-Palestijns te zijn, journalist Stan van Houcke verwijt de Nederlandse correspondenten in het Midden-Oosten dat ze een eenzijdig pro-Israëlisch beeld schetsen. Zijn de media in staat om in dit slagveld objectief te blijven? In hoeverre speelt persoonlijke betrokkenheid een rol in de berichtgeving? Deze vraag stond centraal op een besloten studiedag van de Dick Scherpenzeel Stichting over de Nederlandse berichtgeving over het Midden Oosten, op 6 juni jongstleden. Dit feit is bekend: het merendeel van de Nederlandse correspondenten voor het Midden Oosten is joods, hun standplaats is Israël, en als ze een andere taal spreken is dat Hebreeuws, en zelden meer dan een paar woorden Arabisch. Er is maar één Nederlandse correspondent aangesteld voor de Palestijnse/Arabische gebieden en dat is Joris Luyendijk voor NOS en NRC.

Maakt het uit wat iemands achtergrond is? Het hoeft niet. Amira Hass, verslaggeefster voor het liberale Israëlische dagblad Ha'aretz, die ook aanwezig was op de studiedag is het levende voorbeeld dat je joods en Israëlisch kunt zijn en ook verslag kunt doen van de Palestijnse kant. Het is niet makkelijk, licht ze toe. Maar het kan, als je dat wilt. Hass woont in Ramallah. Ze is een van de weinige joods-Israëlische journalisten (twee, zegt Hass, de andere is Gideon Levy) die naar de bezette gebieden gaat, en dat zonder begeleiding van het Israëlische leger. Maar de discussie of het niet een scheve situatie is als het merendeel van de Nederlandse correspondenten én joods is, én al lang in Israël woont, én vaker Hebreeuws spreekt dan Arabisch wordt bemoeilijkt doordat de betreffende journalisten gekwetst en defensief reageren wanneer het onderwerp ter tafel komt. Ik maak een vergelijking: die ochtend van het Scherpenzeel seminar zaten er vijf representanten van de nieuwsprogramma's van de televisie op een rijtje. Ook allemaal gekwetst trouwens. Mij viel het op dat er weer eens alleen maar mannen zaten. Reken ik dat elke individuele man aan? Natuurlijk niet. Heb ik wat tegen mannen? Ook niet. Ik constateer alleen dat er sprake is van een scheve situatie. Maar wanneer je eenzelfde scheve situatie meent waar te nemen als het gaat om de berichtgeving over het Palestina/Israël conflict word je al gauw in de hoek geschoven van iemand die iets zou hebben tegen Israël. Of erger, tegen joden.

Relatieve rust

Jacqueline de Bruyn presenteerde een voorlopig onderzoek waarin ze vijf weken lang inventariseerde hoe de Nederlandse actualiteits- en nieuwsprogramma's het conflict benaderden. Ze toonde nogal wat evidente blunders aan, en vond dat ze kon concluderen dat de Israëlische kant vaker en beter werd gerepresenteerd dan de Palestijnse. Zoals ik al zei: de verzamelde redacteuren reageerden gekwetst en defensief. Partijdig? Niet objectief? Zij niet. Soms moet je aan 'close reading' doen om de onbewuste partijdigheid te kunnen waarnemen. Zo hoorde ik minstens drie keer op de televisie een nieuwslezer of verslaggever melden dat 'na een periode van relatieve rust (bedoeld werd de invasie van Israël op de Westoever) het geweld weer toeneemt'. Het geweld, dat zijn dus de zelfmoordaanslagen, en de doden aan de Israëlische kant, de relatieve rust, dat is wanneer de doden alleen vallen aan de Palestijnse kant. Wie, zoals ik, tussen de bombardementen heeft gezeten, en de verwoeste huizen heeft gezien wordt daar een beetje cynisch van. Ook merk ik op dat die beperkte blik soms maakt dat journalisten niet tot twee kunnen tellen. Zo las ik als kop boven een klein artikel: 'dode en gewonden', verder lezend bleek het te gaan over één Israëlische dode en een aantal gewonden bij een aanslag in Israël, vervolgens werd gemeld dat er drie Palestijnen waren doodgeschoten. Dat waren dus doden, meervoud. Of waren die Palestijnen niet dood genoeg?

Kijkhoudingen

Er heerst een misverstand over de begrippen objectiviteit en onpartijdigheid, die vaak met elkaar worden verward. Ik ben schrijfster, geen journaliste. Dat heeft het voordeel dat ik gewoon mag zeggen wat ik vind. Ik veins geen onpartijdigheid, ik vind dat je dat oog in oog met evident onrecht niet kunt zijn. Dat ontslaat me niet van de plicht om mijn mening te onderbouwen met feiten, zoveel mogelijk controleerbare feiten. En om, als die feiten niet kloppen met mijn mening, mijn mening bij te stellen, wat ik vaak genoeg moet doen.

De misverstanden hebben volgens mij te maken met het gegeven dat we ons er vaak niet van bewust zijn vanuit welk paradigma we naar een conflict kijken. Paradigma: je kunt ook 'kijkhouding' zeggen. Het is een hardnekkige menselijke eigenschappen om de waarneming van feiten te filteren, en vooral die feiten te zien die in het eigen paradigma passen, dan wel ze te interpreteren op een manier die klopt met wat je toch al dacht. In het Palestijns/Israëlische conflict onderscheid ik drie paradigma's (verder uitgewerkt in mijn boek 'De tweede intifada):

  1. Israël is een klein land, toevluchtsoord voor de in Europa zwaar vervolgde joden en hun nazaten, dat zich staande moet houden in een vijandige Arabische omgeving. In dit paradigma is het kernprobleem dat de Palestijnen Israël niet willen erkennen, de joden haten en ze de zee in willen drijven.
  2. Joden en Palestijnen vechten om hetzelfde stukje land, waarop ze beide menen recht te hebben. In dit paradigma is het kernconflict dat de partijen niet bereid zijn om compromissen te sluiten, te wijten aan wederzijdse haat en onbegrip, of slecht leiderschap aan beide zijden.
  3. Israël is een bezettende mogendheid, de joodse staat is gevestigd ten koste van de er al wonende bevolking, en de bezetting van de Westoever en de Gazastrook is onderdeel van een poging om, zoals Sharon dat niet verbergt, de oorlog van 1948 af te maken en zo'n groot mogelijk gebied voor Israël te veroveren met zo min mogelijk Arabieren er op. In dit paradigma is het probleem dat Israël niet bereid is zich neer te leggen bij de grenzen van 1967, en de Palestijnen een eigen, leefbare staat te gunnen. En niet bereid is om de verantwoordelijkheid te nemen voor het al meer dan vijftig jaar bestaande Palestijnse vluchtelingenprobleem.

Waar twee vechten...

Voor iemand die paradigma 1 aanhangt is elke Palestijnse aanslag in Israël een gevolg van de onuitroeibare Arabische haat tegen de joden en hun absolute onwil om naar vrede te streven. Een aanhanger van paradigma 2 ziet vooral de tragiek, het geweld aan beide kanten. Wie zich bekent tot paradigma 3 hoeft de aanslagen nog niet goed te keuren om te begrijpen dat ze een gevolg zijn van de absolute onleefbare positie waar de Palestijnen zich in bevinden. Eén objectief feit, drie verschillende interpretaties. En in alle gevallen wordt het feit gezien als een bewijs voor de eigen stellingname.

Uit het feit dat ik deze paradigma's op een rijtje zet is meteen af te lezen waar ik sta. Iemand die zich verschanst heeft in paradigma 1 zal niet eens willen erkennen dat er nog andere visies mogelijk zijn. Ik meen dat paradigma 3 objectief en feitelijk aantoonbaar is, hoe pijnlijk je dat ook kunt vinden. De post-zionistische historici hebben al met veel documentatie aangetoond welke mythen rondom de stichting van de staat Israël inmiddels onhoudbaar blijken. Wie het wil weten kan er niet omheen dat zelfs onder 'vredesstichter' Rabin de nederzettingenbouw, dus de bezetting, is uitgebreid. De militaire bezetting van de Palestijnse gebieden is met eigen ogen te aanschouwen. Het zijn Israëlische tanks die Palestijnse steden omsingelen, Israëlische gevechtsvliegtuigen die Palestijnse doelen bombarderen, Israëlische bulldozers die Palestijnse huizen vernietigen, en het is de Israëlische regering die de Palestijnse leider gevangen houdt, het zijn Israëlische soldaten die Palestijnse burgers tegenhouden bij de checkpoints, niet andersom. En hoewel de Palestijnen zich weren met de middelen die ze hebben, en daarmee voor sommigen de status van 'onschuldig slachtoffer' verliezen, is de situatie dus allesbehalve symmetrisch.

In Nederland is de stemming langzamerhand opgeschoven van paradigma 1 naar paradigma 2, wat zeker ook zijn neerslag heeft in de berichtgeving in de media. Het is nog maar een kleine groep mensen die het aandurft om zich te bekennen tot paradigma 3 en daarmee het risico loopt beschuldigd te worden van eenzijdigheid of partijdigheid, van een anti-Israël houding of erger, van antisemitisme. Nog is het zo dat een journalist die in het verleden blijk gaf van Palestijnse sympathieën daar veelvuldig op wordt aangesproken. Daar kan Midden Oosten expert Bertus Hendriks (Wereldomroep, Nova) over meepraten. Zelden wordt onvermeld gelaten dat hij eens medeoprichter was van het Nederlandse Palestina Komitee. Van zijn collega's bij de media die in hun verleden actief lid waren van zionistische groeperingen wordt dat nooit vermeld.

De moeilijkheid met veel journalisten is dat ze door hun beroepsethiek vaak haast vanzelfsprekend neigen tot paradigma 2. Journalistieke objectiviteit, dat staat gelijk aan 'beide partijen evenredig aan het woord laten'. Dat gebeurt natuurlijk niet altijd, zie het onderzoek van Jacqueline de Bruijn, want journalisten zijn mensen, met opvattingen, blinde vlekken en gevoelens van sympathie en antipathie die soms ongewild hun verslaggeving binnensijpelen. Maar in ieder geval is dat het streven. Het onderliggende probleem is hoe je beide partijen als gelijkwaardig kunt presenteren wanneer ze dat in feite niet zijn.

Gesjoemel met de feiten

Ik vergelijk dat met het probleem waar mensenrechtenorganisaties voor staan. Amnesty International wordt vaak beschuldigd van partijdigheid, ook wanneer ze niets anders doen dan de schendingen van mensenrechten documenteren. Het is nu eenmaal zo dat het ene land er daarbij slechter afkomt dan het andere. Hannah Friedman, oprichtster van een kleine mensenrechtenorganisatie in Israël, PCATI, die het martelen in gevangenissen en bij verhoren aan de kaak stelt, zei eens cynisch: 'kan ik het helpen dat ze alleen maar Palestijnen martelen? Moet ik de Shin Beth dan vragen of ze wat vaker joden willen martelen, zodat ze ons niet kunnen beschuldigen van partijdigheid?' Wie, gestaafd met objectief controleerbare feiten laat zien dat er geen sprake is van symmetrie tussen de partijen, maar van onrecht en eenzijdige overheersing, zal zich moeten weren tegen de beschuldiging partij te kiezen. En wie, als journalist, gevoelig is voor die beschuldiging, zal al gauw de neiging hebben om de beide partijen als meer gelijkwaardig te beschrijven dan ze in feite zijn. Zo vond ook Joris Luyendijk het leuk om Sharon en Arafat te omschrijven als twee elkaar beschietende cowboys. En zo wordt er dan neutraal gepraat over de 'toename van geweld' zonder te onderscheiden dat zelfmoordacties, hoe afkeurenswaardig ook, niet hetzelfde geweld zijn, niet dezelfde oorzaken hebben, als het staatsgeweld van Israël tegen de Palestijnen. Dat het de meeste journalisten nog niet eens lukt om binnen paradigma 2 te blijven blijkt vervolgens wanneer het eerste soort geweld wordt omschreven als terreur, en het tweede soort geweld als zelfverdediging en maatregelen vanwege de veiligheid. De Israëlische veiligheid, wel te verstaan. Dat de Palestijnen minstens zoveel reden hebben om voor hun veiligheid te vrezen, maar niet de mogelijkheid hebben om muren op te trekken en tanks in te zetten voor een kleine invasie in Tel Aviv om daar een paar honderd mannen op te pakken hoor je zelden.

Kortom: objectiviteit, naar de feiten kijken, en partijdigheid, op grond van die feiten beslissen waar je staat, zijn niet tegenstrijdig. Dus wie in de media werkelijk objectief wil zijn zal er rekening mee moeten houden om van partijdigheid beschuldigd te worden. En wie er erg aan hecht om de schijn van onpartijdigheid hoog te houden, wat vaak van journalisten verwacht wordt, zal in deze volstrekt asymmetrische situatie de verleiding moeilijk kunnen weerstaan om te sjoemelen met de feiten.

Anja Meulenbelt, schrijfster, werkt voor Stichting Kifaia in de Gazastrook

Persoonlijke website: www.xs4all.nl/~ameul

Kifaia: www.xs4all.nl/~kifaia



Terug