Kritiek op media handig weggewuifd

"Niet voor het eerst, het was dus zeker geen verrassing, maar toch weer verbaasd."

Door Martin Hulsing en Conny Mus

De presentatie van het onderzoek van Jacqueline de Bruijn voor de Dick Scherpenzeel Stichting in Felix Meritis te Amsterdam had achter journalistieke schermen al het nodige stof doen opwaaien. De verslaggeving was eigenlijk vrij sober. Een aardig stukje over haar onderzoek hadden het Parool en de Media Spectator geschreven die ook nog een reactie van Pieter Broertjes, hoofdredacteur Volkskrant, gaven. Hij geloofde niet dat de berichtgeving pro-Israëlisch was of dat voor Israël onaangename feiten werden verzwegen door de media. Dat komt namelijk volgens Broertjes omdat Israël een open en democratische samenleving is, "wat maakt dat misstanden en ongerechtigheden vroeger of later aan het licht komen." Wat dat met Nederlandse media van doen heeft, legt hij niet uit.

De door Jacqueline de Bruijn gemaakte documentaire duurt 20 minuten en is gemaakt met fragementen van de Israëlisch/Palestijnse verslaggeving van NOS en RTL4 journaals en de actualiteitrubrieken Netwerk en Nova. De selectie van 5 weken tv-beelden wordt door haar gekaderd met de relevante achtergronden, in de vorm van Reuters-berichten, door journalisten in het algemeen geaccepteerd als betrouwbaar. Zonder meer te weten van het onderwerp, waren de bevindingen van het onderzoek overtuigend. De belangrijkste daarvan is dat de Nederlandse tv-berichtgeving in het algemeen (of in ieder geval voor die vijf weken) bevooroordeeld is ten gunste van Israël. Het tweede was dat Conny Mus van het RTL4-journaal het er beter afbrengt dan zijn collega's bij de NOS. Dat journalisten het niet prettig vinden dit soort dingen te horen is begrijpelijk. Kritiek is niet eenvoudig om mee om te gaan. En met name het Israëlisch/Palestijns conflict ligt ook in de media heel erg in de vuurlinie van maatschappelijke groeperingen die de berichtgeving te 'pro' voor de andere partij vinden.

Op 17 juni was er een avond georganiseerd door de Nederlandse Vereniging van Journalisten in de Balie in Amsterdam waar een aantal Midden-Oosten journalisten zouden zijn, en Jacqueline de Bruijn. Extra! had een zware delegatie afgevaardigd voor een gezellig avondje "Soldaat van Oranje goes Middle East." We werden niet teleurgesteld. Onder de bezielende leiding van discussieleider Frénk van der Linden waren er twee discussie rondes. De eerste met Salomon Bouman (NRC Handelsblad), Conny Mus (RTL4) en Wouter Kurpershoek (NOS-journaal). De tweede met Fons de Poel (Netwerk), Radi Suudi (publicist, Vrij Nederland) en Jacqueline de Bruijn.

No more mister nice guy

De eerste discussie speelde zich af rond het thema of bevooroordeelde nieuwsgaring samenhangt met joodse/niet-joodse achtergronden van de journalist. Conclusie, vroeger was dat wel het geval, nu niet meer. De drie waren het er over eens dat het nieuws nu neutraal gebracht werd. Dit baseerden zij op het feit dat ze net zoveel kritiek van de ene als van de andere partij kregen. De tweede discussie verliep geheel anders. Fons van der Poel en Radi Suudi werden nog keurig voorgesteld aan het publiek en werden met een losse, persoonlijk getinte vraag op het gemak gesteld, net zoals de heren in de eerste ronde. Als laatste kwam Jacqueline de Bruijn aan bod. Frénk van der Linden nam niet de moeite haar voor te stellen. Direct werd er een vraag naar haar hoofd geslingerd over haar onderzoek. No more mister nice guy. Ze kreeg nauwelijks de ruimte om haar onderzoek toe te lichten en werd voortdurend onderbroken. Ook door de heren van de eerste groep, die door Frènk van der Linden werden uitgenodigd om hun reactie te geven. Ze vonden het allemaal onzin. Van de officiële genodigden was het alleen Radi Suudi die de bevindingen van het onderzoek ondersteunde, maar hij is dan ook zelf een Palestijn. Door de anderen werden er nauwelijks argumenten gegeven, ze vonden het gewoon onzin. Conny Mus, die het ook allemaal onzin vond, was de enige die een duidelijk argument naar voren bracht, namelijk dat dit soort conclusies niet getrokken konden worden op basis van slechts vijf weken onderzoek. Na afloop, onder het genot van een flinke pint bier vertelden een aantal van de coryfeeën dat "deze vrouw" lid was van het Nederlands Palestina Comité. Klonk gemeen bedoeld, en heeft inhoudelijk geen enkele waarde.

Extra! had aan alle aanwezige journalisten gevraagd om het artikel in Extra! nummer 9 over het Israëlisch/Palestijns conflict te lezen en daar commentaar op te geven. Tot op heden is er ten burele slechts één enkele reactie gekomen, van Conny Mus. Hoewel hij helemaal niet in gaat op het onderzoek van Jacqueline de Bruijn of het artikel in Extra! is het toch misschien wel aardig om zijn opmerkingen over de avond te lezen.

Reactie van Conny Mus op het debat in de Balie over Midden-Oosten-verslaggeving.

"Niet voor het eerst, het was dus zeker geen verassing, maar toch weer verbaasd. Dat waren mijn gedachten in De Balie.

Is er nog een andere regio in de wereld waar journalisten zich keer op keer moeten verantwoorden voor hun werk dan het Midden Oosten? Ik denk het niet.

De reden hiervoor is duidelijk: er zijn zo veel collega's in Nederland die simpelweg politiek betrokken zijn bij het konflikt van Israëliërs en Palestijnen en dan krijg je dus dat een onderzoekje van Jacqueline de Bruijn zoveel aandacht krijgt. Onderzoekje, wat mij betreft geschikt voor de prullenbak en niet iets om serieus te nemen. En dat is uiteindelijk wel gebeurd. Hoe kun je nu een conclusie trekken als je slechts vijf weken lang een deel van de berichtgeving over Israël en de Palestijnen naast elkaar legt en dan vinden dat wij eenzijdig zijn in onze verslaggeving? Zonde van de energie die wij er in gestoken hebben om er nog over te praten ook. Dat van-nul-waarde onderzoekje kreeg wel meer dan een week lang publiciteit. Sorry hoor, ik snap zoiets niet.

Waar we het over zouden hebben onder leiding van collega Frènk van der Linden was vooral: kun je als verslaggever wel vanuit een standplaats berichten of moet er aan beide zijden een correspondent zijn? Nou, dit onderwerp werd helaas niet genoeg naar voren gehaald. Jammer, vreselijk jammer, maar waar.

Overigens was het een gezellige avond, leek soms op Dit is Uw Leven van Salomon Bouman van NRC, die juist het voorbeeld is van dat onderwerp. Bouman is al vele jaren geleden gepasseerd door zijn krant en kreeg een tweede correspondent op zijn correspondentendak. Het begon met Carolien de Gruyter en sinds kort Joris Luyendijk, die dat inmiddels ook doet voor NOS. Stel je voor, Joris woont 15 minuten rijden van zijn collega NOS-correspondent Eddo Rosenthal af en 40 minuten rijden van zijn collega NRC correspondent Bouman. Hij is er voor de Arabieren (Palestijnen) en zijn collega's voor de Israëlische kant van de zaak. Tja, te gek voor woorden, het is zo makkelijk, zelfs op hoogtijdagen in het nieuwsaanbod hier, om zowel de Israëlische kant als de Palestijnse kant te verslaan. Het maakt dan ook werkelijk niets uit waar je woont, het is zo'n klein gebied dat onder je correspondentschap valt. Maar natuurlijk, als je je vooral -of eigenlijk alleen maar- baseerde op je kontakten en bronnen aan de Israëlische kant, je informatiebronnen de Israëlische kranten en radio/televisie zijn, tja natuurlijk dat je hoofdredaktie maatregelen gaat nemen tegen het gebrek aan balans, en een volledig verhaal moet gaan opvullen.

Hoofdredakties van NRC en NOS (die laatste geeft dat ook toe) zien bij De Telegraaf -Frank van Vliet- en de Volkskrant -Ferry Biederman-, en bij RTL -Conny Mus-, dat je wel degelijk dat kunt doen waarvoor we hier zijn: beide kanten van het konflikt belichten. Het is namelijk niet zo moeilijk. Gevaarlijk ja, maar dat weet je nu eenmaal als je hier zit, dat gevaarlijke geld voor iedere verslaggever die hier zit en zijn werk goed doet.

Dachten jullie nu werkelijk, dat onze collega's uit de rest van de wereld ooit nagedacht hebben over de tweede man voor de Palestijnse gebieden? Natuurlijk niet, dit is exclusief Nederlands. New York Times, Washington Post, Le Monde, Sky News, BBC - ach, eigenlijk iedereen doet wat ik en nog een paar Nederlandse collega's van mij doen: gewoon en heel eenvoudig verslag van het konflikt aan beide kanten.

Gaza, Ramallah, Jenin, Tel Aviv, Haifa, Jeruzalem, het is allemaal te doen. Ok, soms is het lastig, niet altijd zijn Israëliërs en of Palestijnen makkelijke klanten voor de pers, maar na twintig jaar heb ik nog nooit maar een keer gedacht: dit is teveel en niet te doen, zowel fysiek als journalistiek, voor een correspondent. Voor TV is het soms nodig, maar dan moet het wel heel veel erger worden, zodat je er een tweede man voor een korte periode bij moet hebben. Ik heb dit nog maar één keer meegemaakt, en wel in het begin van deze laatste en nog steeds boze intifada. We wilden een verslaggever bij de Top in Egypte hebben, maar tegelijkertijd ook in Israël en de Palestijnse gebieden, maar dit was gewoon een uitzondering, en terecht.

Laten we nu gewoon duidelijk zijn, NRC en NOS kregen niet wat ze behoorden te krijgen van hun correspondent en zitten nu met een onzinnige en dus dure oplossing: twee man voor dezelfde baan. Bijzonder vind ik dat toch wel, want iedereen die ooit in Israël en de Palestijnse gebieden heeft gewerkt, weet dat je dat rustig in je eentje af kan, en al die mooie verhalen van de betrokkene zelf zijn nonsens.

Ik weet zeker dat als mijn hoofdredaktie mocht besluiten nog iemand neer te zetten in dit kleine achtertuintje waar ik werk, ik gefaald heb. Ik zal het nog sterker vertellen, ik ben Midden-Oosten correspondent - en terecht, zo werken alle media wereldwijd, en neem van mij aan, dat is echt te doen, hoe moeilijk en zwaar het soms is. Maar daar moet je niet over zeuren, het is nu eenmaal een zware post, dat weet je. Maar als je er iemand naast krijgt voor de ene helft van dat verhaal dat je hebt laten liggen, om welke reden dan ook, dan doe je het fout en niet zo'n beetje ook.

Kritiek en soms dreigementen horen er ook bij. Het principe "If you do not like the message, shoot the messenger" hoort bij Midden-Oosten verslaggeving. Kritiek krijgen we van zowel Joodse aktivisten als Palestijnen - en is dat eigenlijk niet gewoon?

Ik ga gewoon verder met die dingen die ik leuk vind, niet vanachter mijn buro, nee heerlijk op stap in de Palestijnse gebieden en Israël. Weet je wat zo leuk is? Je bent er zo en er ligt altijd wel ergens een verhaal wat je kunt brengen - dat is toch eigenlijk een luxe voor een verslaggever."

Groet,

Conny Mus

RTL-nieuws



Terug