Nederlandse media en de Islam na '11 september'

Volgens het in mei gepubliceerde jaarsverslag van de BVD werven moslimextremisten in Nederland jongeren voor de jihad. Zij zouden dit doen in en rondom moskeeën. Naar aanleiding van dit bericht nodigde KRO OntbijtTV Naïma Azough uit, Tweede Kamerlid voor GroenLinks. Haar boodschap was dat moslimextremisme in Nederland in de kiem moet worden gesmoord. Door de oorzaken van ontevredenheid onder Nederlandse moslimjongeren te identificeren en te bestrijden kan men extremisme tegengaan, aldus Azough.

door Pieter van den Bos

Terwijl het kamerlid van GroenLinks in gesprek was met de presentator van Ontbijt TV, waren op de twee grote beeldschermen in de studio van het programma beelden te zien van een groep mannen op weg naar een moskee. Deze opnamen waren duidelijk in Nederland gemaakt, op een grauwe dag, vanachter naar wat leek een aantal stilstaande auto's en een strook struikgewas. De moskeegangers in het fragment waren van Arabische afkomst. De beelden wekten de suggestie dat er iets geheimzinnigs plaatsvond; dat de mannen op weg naar het gebedshuis eigenlijk niet gefilmd mochten worden. Tijdens het interview namen de beelden ongeveer een halve minuut het gehele televisiescherm in beslag. Naïma Azough hield ondertussen op de achtergrond haar betoog. Na de opname van de mannen werd er een shot van een opengeslagen koran op het scherm vertoond.

De hierboven geschetste beeldopnamen hadden in de context van het programma een vervormende werking. Naïma Azough, een jonge vrouw met een islamitische achtergrond, zal naar de KRO-studio gekomen zijn met de bedoeling duidelijk te maken dat men op grond van het BVD-verslag vooral niet moet denken dat Nederlandse moskeeën fungeren als rekruteringsplaatsen voor moslimextremisten. Volgens Azough bevinden extremisten zich juist aan de rand van de islamitische gemeenschap. Het beeldmateriaal van de moskeegangers heeft echter een bijzonder ontkrachtend effect op deze boodschap. Het geheimzinnige en afstandelijke cameraperspectief wekt de indruk dat er zich in de moskee iets gaat afspelen dat niet voor de ogen en oren van de kijker bestemd is. Bovendien is niet duidelijk waar de moskee zich bevindt. Het zou bij wijze de moskee bij u om de hoek kunnen zijn. Alle Nederlandse moskeeën worden zo verdacht gemaakt. Door het beeld van de opengeslagen koran ten slotte wordt het heilige boek van de islam voorgesteld als de grondslag van het moslimextremisme. Zo wordt tijdens vijf minuten televisie de islam afgeschilderd als een 'enge' godsdienst met een gesloten gemeenschap en rechtstreeks in verband gebracht met moslimextremisme.

De islam als het grote kwaad
Dit soort verslaggeving is geen uitzondering. In zijn boek Covering Islam1 zet Edward Said nauwgezet uiteen hoe Westerse media berichten over de islam en de islamitische cultuur. Hij stelt dat met name Amerikaanse massamedia de islam gelijkstellen aan terrorisme en religieuze hysterie. Maar ook in de rest van de Westerse wereld wordt de islam al lange tijd afgeschilderd als het grote kwaad. Volgens Said komt deze historische botsing tussen Westerse waarden en de islamitische cultuur voort uit een Westers ongenoegen met de positie van de islam in de wereld. De Arabische wereld is bijvoorbeeld nooit gekoloniseerd geweest door het westen. Said stelt dat dit niet binnen een imperialistisch wereldbeeld past en geleid heeft tot het marginaliseren van de islam. Ook het einde van de Koude Oorlog heeft daaraan bijgedragen. De Amerikaanse relatie met de Arabische wereld is sindsdien verslechterd. De islam heeft de plaats ingenomen van dat andere grote gevaar, het communisme. Dit heeft de Westerse beeldvorming over de islam sterk beïnvloed.

De scheidslijn tussen de Westerse en de islamitische cultuur werd recentelijk nog zeer duidelijk na 11 september vorig jaar, de dag van de beruchte aanslagen op het WTC in New York en het Pentagon in Washington. In vrijwel de gehele Westerse wereld werden moslims verantwoordelijk gehouden voor deze catastrofale gebeurtenissen.

Nederlandse kranten na 11 september
Ook in Nederland tekenden de tegenstellingen zich duidelijk af. De media berichtten bijvoorbeeld uitgebreid over feestvierende islamitische jongeren vlak na de aanslagen. Deze berichtgeving bleek later echter onjuist. Vanuit de islamitische gemeenschap in Nederland is herhaaldelijk verontwaardigd gereageerd op de wijze waarop de media omgingen met de kwestie islam en 11 september. Nederlandse moslims zouden in de media bijvoorbeeld te overdreven voorgesteld zijn als begriphebbend voor de aanslagen in de VS. De media baseerden zich dan op de Contrast-enquête van vlak na 11 september. Volgens dit onderzoek had een klein deel van de ondervraagde moslims begrip voor de aanslagen. Het grootse deel wees ze echter geheel af. Maar de media benadrukten de eerste uitkomst van de enquête en besteedden nauwelijks aandacht aan de laatste. Volgens velen maakte de pers zich hiermee schuldig aan stemmingmakerij en marginalisering van de islam. Deze verwijten lijken de observatie van Said te bevestigen.

De ontevredenheid over de verslaggeving omtrent de islam in de Nederlandse media vraagt om onderzoek. Ik heb dan ook een onderzoek gedaan naar de berichtgeving over de islam in twee Nederlandse dagbladen: de Volkskrant en De Telegraaf. Ik wilde op een objectieve en wetenschappelijk verantwoorde manier een antwoord vinden op de vraag hoe Nederlandse dagbladen de islam precies in beeld brachten na '11 september'. Daartoe heb ik alle artikelen geanalyseerd van de nieuwspagina's in de week direct na 11 september waarin het woord 'moslim' of 'islam' voorkomt.

Mediaframes
In mijn onderzoek heb ik gebruik gemaakt van mediaframes. Mediaframes verwijzen naar de manier waarop een bepaald onderwerp gepresenteerd en geïnterpreteerd wordt in berichtgeving.2 Met behulp van mediaframes kan men een bepaald verhaal in een ruimere context plaatsen en er betekenis aan geven.3

Ik heb een drietal frames als uitgangspunt genomen. Deze zijn ontleend aan een onderzoek naar mediaframes in berichtgeving over protestgroepen:4

Marginalisatieframe: dit frame is aanwezig als in een bericht wordt benadrukt dat de islam een irrationele religie is die gekenmerkt wordt door hysterie, haat, extremisme en terrorisme. Deze verhalen worden vaak geschreven in termen van 'wij' en 'zij'.

Differentiatieframe: media maken in sommige gevallen een duidelijk onderscheid tussen de conventionele interpretatie van de islam en die van moslimextremisten. Zij maken dan gebruik van het differentiatieframe. Dit frame geeft het verschil aan tussen de islam als religie in het algemeen en andere bewegingen die als islamitisch beschouwd worden.

Balansframe: dit frame is aanwezig als media alle partijen die betrokken zijn bij een bepaalde kwestie op een gelijke manier behandelen en belichten. Met betrekking tot 11 september en de islam betekent dit dat de pers niet alleen Westerse experts en analisten aan het woord laat, maar ook moslims een stem geeft. Volgens de onderzoekers McLeod en Hertog geven populaire massamedia in de regel weinig gebalanceerd verslag.

Om te onderzoeken in welke mate deze frames in de week na 11 september voorkwamen in De Telegraaf en de Volkskrant zijn per frame vier analysevragen geformuleerd. Dit zijn vragen in de trant van: 'Wordt de koran voorgesteld als de basis van moslimterrorisme?' (marginalisatie), 'Wordt moslimterrorisme in beeld gebracht als een afwijkende stroming binnen de islam?' (differentiatie) en 'Worden zowel moslims als niet-moslims aan het woord gelaten in het artikel?'(balans). Deze vragen werden toegepast op elk van de in totaal 77 krantenartikelen. In één artikel kunnen meerdere frames voorkomen.

Meer differentiatie dan marginalisatie
De beide kranten bleken in de week na 11 september meer gebruik te maken van het differentiatieframe dan het marginalisatieframe. Als men de Volkskrant en De Telegraaf samen bekijkt, dan blijkt in 84% van de artikelen differentiatie plaats te vinden. Marginalisatie van de islam gebeurt met 38% aanzienlijk minder. Het balansframe komt met 29% het minst vaak voor.

Het differentiatieframe scoorde vooral hoog door het grote aantal artikelen over moslims die het slachtoffer werden van anti-islamitische acties in de Westerse wereld vlak na 11 september. Het hoge percentage differentiatie werd tevens veroorzaakt door het duidelijke onderscheid dat in de meeste berichten werd gemaakt tussen de islam als algemene religie en het moslimextremisme als aparte stroming.

Over de gehele week bezien scoorde het marginalisatieframe met 38% relatief laag. Opvallend is echter de hoge score op 12 en 13 september, de eerste twee dagen na de aanslagen. Toen werd er in 62% van de geanalyseerde artikelen in marginaliserende termen over de islam gesproken. Meteen daarna, op 14 en 15 september, was dit percentage bijna gehalveerd tot 35%. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat media zich bewust werden van de anti-islamitische gevoelens die er leefden onder het publiek. Op 14 september publiceerde De Telegraaf bijvoorbeeld het eerste artikel over 'wraakacties' op moslims in de Verenigde Staten.

Van de drie frames werd de balansframe het minst vaak aangetroffen in de onderzochte berichten. Hoewel dit frame meer zegt over de stijl van berichtgeving dan de inhoudelijke behandeling van een bepaald onderwerp, zou gebalanceerde berichtgeving toch een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan een meer genuanceerde beeldvorming over de islam. Door moslims aan het woord te laten, wordt de islam niet meer vanuit een louter Westerse invalshoek belicht en zal de berichtgeving minder stereotypisch worden.

De Telegraaf en de Volkskrant
Na een gecombineerde analyse van de berichten over de islam in De Telegraaf en de Volkskrant zijn de twee kranten onderling met elkaar vergeleken. De Telegraaf wordt doorgaans getypeerd als een populair en sensatiegericht dagblad dat zich rechts van het politieke centrum bevindt. De Volkskrant daarentegen wordt gezien als een linkse kwaliteitskrant.5 Op grond van de politieke kleur en het lezerspubliek zou men dan veronderstellen dat De Telegraaf de islam meer zou marginaliseren dan de Volkskrant. Tevens zou men er van uitgaan de Volkskrant meer gebruikmaakt van het differentiatieframe dan De Telegraaf. Maar op grond van mijn onderzoek moesten deze hypothesen beide verworpen worden.

De Volkskrant spreekt in 43% van de geanalyseerde artikelen in marginaliserende termen over de islam. Het marginalisatieframe scoorde met 33% beduidend lager in De Telegraaf. Dit is een opvallende uitkomst. Over De Telegraaf wordt regelmatig beweerd dat het een krant is die zich relatief vaak negatief uitlaat over zaken als allochtonen, de islam en de multiculturele samenleving vergeleken met een meer links dagblad als de Volkskrant. Dit blijkt echter niet op te gaan voor de berichtgeving over de islam in de week na 11 september vorig jaar.

Het idee dat De Telegraaf zich na de aanslagen genuanceerder uitliet over de islam dan de Volkskrant wordt nog enigszins versterk door een vergelijkende analyse van het gebruik van het differentiatieframe in beide dagbladen. De Volkskrant sprak namelijk in 83% van de artikelen op een gedifferentieerde wijze over de islam. Ofschoon dit slecht een klein verschil is, lag dit percentage bij De Telegraaf nog 3% hoger.

De enige hypothese die bevestigd kon worden was dat De Volkskrant met 37% meer gebruik maakte van het balansframe dan De Telegraaf (21%). Dit bevestigt de veronderstelling van McLeod en Hertog dat de populariteit van een medium samenhangt met het gebruik van dit frame. Van kwaliteitskranten kan immers verwacht worden dat zij meer nuances aanbrengen en dus meer gebruik maken van het balansframe.

Journalistieke objectiviteit?
De meeste journalisten zijn ervan overtuigd dat nieuwsgaring een objectieve activiteit is. De media geven volgens hen dan ook louter de feiten omtrent een bepaalde gebeurtenis weer. Ze laten hoogstens de mening van de betrokken partijen doorklinken, maar nooit die van de journalist zelf. Als kritiek op het idee van objectieve journalistiek zegt Edward Said in zijn eerder aangehaalde boek het volgende:

'Human knowledge is only what human beings have made; external reality, then, is no more than the modifications of the human mind.'

Dit betekent dat ook journalisten kennis creëren over de onderwerpen waarover ze schrijven en berichten. Media-analyse met behulp van mediaframes verschaft een zeker inzicht in dit scheppingsproces. De analyse laat zien dat er bepaalde selectiemechanismen aan het werk zijn als journalisten het nieuws 'maken'. Deze mechanismen bepaalden ook de berichtgeving over de islam na de terroristische aanslagen in de VS.

Op grond van bovenstaand onderzoek kan niet geconcludeerd worden dat De Telegraaf en de Volkskrant de islam extreem negatief belichtten in de week na 11 september. Toch was er een zekere mate van marginalisatie in de berichtgeving te ontdekken. Vooral in een gespannen periode als na 11 september kan dit soort media-inhoud verstrekkende gevolgen hebben. Hoewel een verband tussen de mediaberichtgeving over de islam en de anti-islamitische gevoelens en acties na de aanslagen nooit met volledige zekerheid bewezen kan worden, is het toch zo dat de meeste mensen hun informatie over gebeurtenissen in de wereld halen uit de massamedia. Als journalisten deze gebeurtenissen vanuit een bepaalde invalshoek of een bepaald standpunt belichten, dan is de kans groot dat het publiek deze invalshoeken en standpunten onbewust overneemt. Said vindt dat dit proces door journalisten onderkend zou moeten worden. Dit zou een belangrijke stap zijn in de richting van een meer genuanceerde en gedifferentieerde beeldvorming over de islam in het westen. Sinds 11 september is dit hard nodig. Volgens Said moeten journalisten zichzelf hiertoe een belangrijke morele vraag stellen: willen zij werken aan de instandhouding van oude stereotypen en vooroordelen of maken zij de weg vrij voor wederzijds respect en dialoog?

 

Tabel 1: Artikelen waarin frames voorkwamen (in %)

  marginalisering differentiatie balans
  38 84 29

 

Tabel 2: Artikelen waarin frames voorkwamen per krant (in %)

  marginalisering differentiatie balans
de Volkskrant 43 83 37
De Telegraaf 33 86 21


Hyper-Noten

1   Said, E. (1987) Covering Islam: How the Media and the Experts Determine How We See the Rest of the World. New York: Vintage Books/Random House
2   Boer, C. de & S.I. Brennecke (1998) Media en Publiek: TheorieŽn over media-impact. Amsterdam: Boom
3   Scheufele, D.A. (1999) Framing as a theory of media effects. In: Journal of Communication, 49: 103-122
4   McLeod, D.M. & J.K. Hertog (1999) Social control, social change and the mass media's role in the regulation of protest groups. In: D. Demers & K. Viswanath (red.) Mass Media, Social Control, and Social Change: A macrosocial perspective. Ames: Iowa State University Press
5   Semetko, H.A. & P.M. Valkenburg (2000) Framing European politics: A content analysis of press and television news. In: Journal of Communication, 50: 93-109


Terug