Journalisten: wie zijn dat eigenlijk?

Nieuws maken : een analyse (deel 2)

De laatste maanden hebben de Nederlandse journalisten nogal wat kritiek over zich heen gekregen. Volgens het NIOD-rapport over de val van Srebrenica hebben de media een 'tamelijk stereotiep, versimpeld beeld' geschapen van het Bosnische conflict en van de Nederlandse betrokkenheid. Ze boden 'te veel moraal, te weinig feiten, te veel standpunten, te weinig analyse, te veel emotie'.1 Ook na de dood van Pim Fortuyn werden er vele columns en uren zendtijd gevuld met discussies over de rol van de media m.b.t. de beeldvorming rondom Fortuyn.2 De rol van de media en de 'objectiviteit' van de berichtgevingen over het conflict tussen Israël en de Palestijnen is door verschillende personen en groepen bekritiseerd.3 De eersten die deze verwijten over zich heen krijgen, zijn de journalisten.

Door Edwin Grooters

Profielschets
De gemiddelde (Nederlandse) journalist is veertig jaar of ouder, man, vindt zichzelf kritisch en zijn politieke overtuiging ligt ergens 'links van het midden'.

Dit zijn kortweg de conclusies, die Mark Deuze trok uit meer dan 1000 interviews met verschillende soorten journalisten (radio, tv, kranten, tijdschriften, internet etc).4 Ook blijkt dat journalisten weinig contact hebben met hun publiek, terwijl zij dat over het algemeen wel op prijs stellen als er reacties komen van lezers of kijkers. Alleen komen er over het algemeen weinig reacties. Het onderzoek van Deuze, communicatiewetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam, staat beschreven in zijn boek dat dit jaar is verschenen.5

Socialisatie en ideologie
In zijn eigen boek, dat een paar jaar eerder verschenen is, besteedt Van Ginneken ook een hoofdstuk aan de vraag: Wie zijn journalisten?

Hij vergelijkt hiertoe verschillende onderzoeken die in de afgeopen 30 jaar naar (vooral westere) journalisten zijn gedaan. De ondertitel van het hoofdstuk luidt: de sociologie van ingewijden en buitenstaanders. Een zeer toepasselijke beschrijving, want journalisten maken wel degelijk deel uit van een bepaalde (elite) cultuur met eigen waarden, normen, gewoontes, wereldbeelden en werkwijzen.

Journalisten zijn, net als ieder ander mens, onderdeel van een bepaalde (sub) cultuur die bepaald is door hun sekse, taal, opvoeding, land, etnische groep, klasse, opleiding etc. Dit brengt met zich mee dat iedereen een bepaalde 'vooringenomenheid' en bepaalde denkbeelden heeft over de wereld om zich heen. Je zou dit een ideologie kunnen noemen, maar veel journalisten zullen dit ontkennen. Veel journalisten denken van zichzelf dat zij niet beïnvloed worden door dit zogenaamde 'socialisatieproces'. Zij zien zichzelf graag als 'boven- of buitencultureel' en in staat een 'redelijk objectief' wereldbeeld te vormen. Hierdoor denken veel mensen (niet alleen journalisten zelf) dat het voor journalisten, met behulp van een goede opleiding, een gezonde dosis intelligentie en een professionele aanpak niet moeilijk is om over (en voor) andere culturen en groepen te berichten. Een journalist heeft onder andere hierdoor in onze samenleving, net als een wetenschapper, dan ook de status van objectieve 'kennisverzamelaar' en 'nieuwsgaarder'.

Maar zoals gezegd maken journalisten wel degelijk deel uit van een bepaalde gemeenschap van mede journalisten met bepaalde kenmerken die bijdragen aan de vorming van een soort 'beroepsideologie', ook wel secundaire socialisatie genoemd.

Een aantal kenmerken van de journalistieke professie op een rijtje:

- Alhoewel de professie van journalist nog steeds tot de zogenaamde 'vrije' en 'onafhankeijke beroepen' behoort, hebben bijna alle journalisten die werken bij Nederlandse media-organisaties wel een of andere journalistieke opleiding genoten.

- Daarnaast bestaat er in Nederland ook een vergunning- of registratiesysteem voor journalisten; de perskaart. Deze wordt uitgegeven door de Nederlandse Vereniging van Journalisten en is bedoeld voor journalisten die werken bij een 'legitieme' media-organisatie in Nederland. Deze kaart geeft vele 'privileges' aan journalisten om hun werk te kunnen doen. 6

- Zoals gezegd bestaat er ook een beroepsorganisatie, de N.V.J. die de belangen van de beroepsgroep behartigt.

- Daarnaast bestaan er ook bepaalde 'ethische codes' die aangeven wat er van een professioneel journalist wordt verwacht. Ook bestaat in Nederland zoiets als de 'Raad voor de Journalistiek'. Dit is een soort ombudsman waar burgers kunnen klagen over journalistieke activiteiten.7

- Tenslotte slaagt een professie er vaak in om haar gezichtspunt aanvaard te krijgen door een groot deel van de gemeenschap, of in ieder geval door haar elites.

De 'vrijheid van meningsuiting' is in dit geval een visie die in de meeste Westerse landen zeer dominant is en door journalisten vaak als voorwaarde wordt gezien voor een onafhankelijke, objectieve en diverse journalistieke omgeving. Volgens Van Ginneken neemt dit niet weg dat er in onze samenleving bepaalde ideëen en denkbeelden toch vrijer en vaker door journalisten worden geuit dan anderen.8

Vrijheid van meningsuiting vormt dus niet automatisch, zoals vaak gedacht wordt, een garantie voor objectiviteit en diversiteit in de journalistieke berichtgeving. Andere factoren spelen ook een rol.

Media-organisaties
Bijna elke journalist werkt voor een media-organisatie, ofschoon veel journalisten zichzelf vooral als 'vrij' en 'autonoom' zien. Of iemand nu vast in dienst is of free-lancer, altijd heeft een journalist toch te maken met een (meestal) commercieel en hiërarchisch georganiseerde bedrijfsstructuur. En niet elke medewerker heeft even veel invloed op de bedrijfsvoering, het produktieproces en de inhoudelijke besluitvorming binnen een media-organisatie. Een tv-journalist zal het bijvoorbeeld natuurlijk belangrijk vinden dat zijn reportage wordt uitgezonden, maar de directie van het desbetreffende omroepbedrijf moet ook aan de advertentie inkomsten denken. Hier kunnen nogal eens belangenconflicten ontstaan die de 'autonomie' van een individuele journalist kunnen beperken. Hierdoor kan het gebeuren dat journalisten zich op een bepaalde manier aanpassen, om toch hun werk te kunnen blijven doen en hun baan te kunnen behouden. Sommige journalisten geven soms ook vrijwillig een deel van hun 'autonomie' op door de waarden en normen van een organisatie waarvoor ze werken verder te internaliseren, d.w.z. zich eigen te maken, waardoor zij zich misschien iets minder kritisch en onafhankelijker op zullen stellen. Dit wordt ook wel organisatorische socialisatie genoemd.

Selectie en 'gatekeeping'
De reportages op tv en de artikelen in een krant zijn het collectieve produkt van meerdere journalisten. Vaak is bijvoorbeeld een artikel wel geschreven door één persoon, maar het materiaal en de informatie dat hij daar voor nodig had heeft hij vaak weer ontvangen van andere journalisten en media-organisaties. Het maken van nieuwsreportages en artikelen is dus een proces, waarbij telkens door journalisten en redacties keuzes moeten worden gemaakt over het wel of niet gebruiken van materiaal of informatie. Journalisten worden daarom vaak gezien als 'gatekeepers' (of 'sluiswachters') van de 'stromen' informatie die er op hun bureau of montagetafel terecht komen. De verschillende vaardigheden om te kunnen selecteren krijgen zij onderwezen op de verschillende journalistieke opleidingen.

Bij het selectieproces van deze stromen informatie is het onder andere interessant om te kijken naar het aantal selecties dat plaatsvindt. Uit onderzoek blijkt dat gemiddeld slechts 1% van al het nieuws dat door alle internationale persbureaus ter wereld op een dag verzameld wordt in een landelijk dagblad verschijnt!

Het selectieproces
Een internationaal persbureau, zoals bijvoorbeeld Associated Press (A.P.) geeft gemiddeld slechts 20% van het nieuws dat het ontvangt door aan zijn abonnees (bijvoorbeeld het Algemeen Nederlands Persbureau ) Het A.N.P. geeft dagelijks zo'n 50% van alle berichten die het van internationale persbureau's ontvangt, door aan de redacties van de Nederlandse dagbladen. Een gemiddelde journalist gebruikt voor zijn krant op zijn beurt slechts 10% van de informatie die hij ontvangt.

Journalistieke onafhankelijkheid?
Als er ergens in een land een ramp gaande is sturen alle grote media-organisaties natuurlijk hun journalisten naar het betreffende gebied om verslagen en reportages te maken. Vaak gebeurt het dan dat een groot aantal van die journalisten en verslaggevers bijvoorbeeld in dezelfde stad of dorp en in hetzelfde hotel komt te zitten. De volgende dagen zien zij elkaar weer op bijvoorbeeld persconferenties van autoriteiten en hulpverleners of bezoeken ze gezamenlijk het rampgebied.

Correspondenten die zich langere tijd in een bepaald 'crisis' gebied bevinden, zoals bijvoorbeeld in Jeruzalem, om vanuit daar verslag te doen, komen vaak dezelfde collega's tegen met een soortgelijke opdracht. Politieke correspondenten van verschillende media in Washington zullen elkaar zeer vaak ontmoeten bij bijvoorbeeld de perconferenties van Bush. Diezelfde mensen komen ze wellicht ook weer tegen in bijvoorbeeld journalistencafes of persclubs.

Daarnaast lezen en bekijken journalisten ook nog eens kritisch de artikelen en reportages van hun collega's om te weten wat de 'concurrent' heeft te melden. Veel journalisten in dat soort situaties erkennen ook dat hun belangrijkste referentiekader vaak hun collega's zijn. Sommige journalisten zijn een groot deel van de tijd dus bezig om onderling ideeën en 'wereldbeelden' uit te wisselen.

Dit is bijvoorbeeld ook goed te zien aan krantenartikelen waarin verwezen wordt naar een artikel uit een andere krant, of het RTL4-journaal dat in haar ochtenduitzending een overzicht geeft van het belangrijkste nieuws uit de ochtendkranten. Waarna de middag- en avond kranten weer verwijzingen maken naar de middagjournaals, etc.

Rond 11 september vorig jaar zagen we zelfs dat de NOS en RTL-journaals uitzendingen van CNN gewoon rechtstreeks doorgaven. Op zo'n moment kan er natuurlijk geen sprake meer zijn van 'objectieve' en 'onafhankelijke' journalistiek.

Na dit alles zou je dus kunnen zeggen dat veel journalisten een behoorlijk 'onrealistisch' beeld van zichzelf hebben. Alhoewel zij onafhankelijkheid en objectiviteit hoog in het vaandel dragen, wordt hun manier van denken, werken en berichtgeven door allerlei mechanismen beïnvloed. Dat zij zich daar meestal niet van bewust zijn, blijkt uit het gemak waarmee zij dit soort kritiek naast zich neerleggen.

Dit is deel 2 van een serie over de (inter)nationale nieuwsmedia. Aan de hand van een boek van Jaap van Ginneken "De schepping van de wereld in het nieuws" wordt dieper ingegaan op o.a. de vragen; Wat is nieuws? Is nieuws wel altijd zo nieuw? Hoe wordt nieuws eigenlijk gemaakt? Waar komt het nieuws vandaan? Wie komen er in het nieuws? Wie zijn journalisten?

'De schepping van de wereld in het nieuws'- De 101 vertekeningen die elk 1 procent verschil maken - Jaap van Ginneken (1996)

Uitgeverij: Bohn Stafleu Van Loghum

Hyper-Noten

1   De Volkskrant, 12 april 2002.
2   Zie ook het artikel van Rens Vliegenthart in EXTRA! nummer 9, 18 mei 2002.
3   Zie ook het artikel in dit nummer van EXTRA! over het journalistendebat in de Balie.
4   Zie voor meer informatie de website van Mark Deuze's onderzoek; http://users.fmg.uva.nl/mdeuze/paper1.htm
5   'Journalists in the Netherlands - An analysis of the people, the issues and the (international environment', (Aksant, 2002)
6   Voor meer informatie zie de website van de N.V.J. http://www.villamedia.nl/nvj/nieuws/index.htm.
7   Zie voor meer informatie over de Raad van de Journalistiek: http://www.rvdj.nl/welkom.html
8   Zie deel 1 van deze serie over de vraag 'wat is nieuws?' in EXTRA! nummer 9, 18 mei 2002.


Terug