Jan Timman: erin geluisd?

door Renzo Verwer

"De schaakgrootmeester zweeg. Niemand die zo kon zwijgen. (-) What's the big deal zag je hem denken. Ook de rest van de dag gebeurde er niets dat de schaker van zijn stuk bracht."

In het Volkskrant magazine van 18 mei j.l. stond een opvallende reportage over Jan Timman: Scheppen of stukmaken. Journaliste Corine Koole volgde Timman twee dagen lang en schreef haar bevindingen op. Ze hanteerde een opmerkelijke stijl in haar stuk, waarin Timman nauwelijks sprekend werd opgevoerd en zij vooral -en vaak tamelijk smalend- interpreteerde. Een fragment: "Het liefst zat hij binnen met een boek. Borges bijvoorbeeld. Fantastisch. Het verhaal Borges en ik, waarin hij van een afstand zichzelf beschouwt en met weerzin en verbazing kijkt naar die schrijver die zonodig moet optreden in televisieprogramma's en journalisten te woord moet staan. Zo voelde Timman zich ook vaak. Hij wantrouwde intellectuelen. Hij kwam wel eens een pompbediende tegen met een leuke grap, of een schillenboer. Maar vaak was dat niet. Schillenboeren bestaan niet meer en Timman rijdt zelf geen auto."

In de reportage staat verder veel informatie over Timmans privé-leven: over ruzies met zijn vrouw, onenigheid met zijn kinderen, en zijn huidige relatie. Ik hoorde veel negatieve reacties. Ikzelf ervoer het aanvankelijk als een belediging van een held uit mijn jeugd. Ik vroeg me af wat de journaliste bewogen had dit zo op te schrijven en ik kon me niet voorstellen dat Timman ermee akkoord was gegaan. (Ik vermeld dit allemaal maar even; de motivatie van journalisten om een stuk te schrijven, maakt zeer veel duidelijk over de inhoud ervan.)
Ik besloot wat meningen te verzamelen.

Ivo Stork, amateurschaker: "Leest Timman dan nooit een stuk voor publicatie? Vanaf nu zal hij dat wel gaan doen; zijn halve privé-leven ligt op straat, dat stuk over zijn Afrikaanse werkster was natuurlijk het toppunt. Ik vond het vrij gênant om te lezen, alhoewel ik wel vermoedde dat Timman zou stellen: "seks is noodzaak". Misschien heeft Koole een blauwtje gelopen, en heeft zij uit wraakgevoelens dit stuk geschreven. Ik vermoed dat ze bij het gebruikelijke bacchanaal na afloop van een wedstrijd van Ordina haar oor te goed luisteren heeft gelegd. Dat Piket als een `Take That'-figuur met kauwgom achter het schaakbord werd neergezet, deed mij wel een beetje deugd."

Helga Vandijck, niet-schaker: "Het was net zo'n stukje uit een doktersroman. Wel makkelijk leesbaar. Ik kreeg geen fraai beeld van Timman, en wat me bijblijft is een man die vrouwen nodig heeft om te seksen. Maar ik weet natuurlijk weinig van hem, en ik ken die journaliste ook niet."

Loek van Wely, Nederlands kampioen: "Toevallig heb ik dat stuk gelezen, omdat de foto van Jan Hendrik op de voorpagina stond. Een lokkertje. Maar echt vrolijk werd ik er niet van. Het was interessant om de bevindingen van een outsider te lezen, maar een beetje positievere inslag -zonder de objectiviteit uit het oog te verliezen uiteraard- had wel gemogen."

Nicolet Steemers, clubschaker: "Ik vond het nogal pijnlijk om te lezen. Ik vroeg me af wat de journaliste voelde voor Timman en speelde met de gedachte dat ze misschien de beste vriendin was van zijn vrouw. Mannen kunnen onmogelijke wezens zijn, maar alleen een vrouw kan zo'n klap onder de gordel uitdelen als in dit interview."

Jan Timman, geïnterviewde: "Ik ben er ingeluisd, maar ik wil er eigenlijk niet op ingaan." Na enig aandringen vervolgt hij: "De journaliste heeft dingen die duidelijk off record waren gezegd toch in het verhaal gezet. Ik heb ook veel moeite met die indirecte rede die de journaliste hanteert. Ze gedroeg zich zeker niet haatdragend tijdens de reportage, maar ik had natuurlijk beter op moeten letten. Ik heb het stuk vóór publicatie nog ingezien, maar ik kan natuurlijk niet gaan wijzigen in haar verhaal, in al haar foutieve interpretaties. Dat vind ik zo'n gezeur; haar interpretaties zijn haar verantwoordelijkheid! Het stuk heeft wel een bepaalde negatieve furore gemaakt, merk ik. Maar ach, het is toch niet voor de eeuwigheid bedoeld."

Corine Koole, freelance journalist, auteur van het artikel: "Het is niet leuk te horen dat iemand zich erin geluisd voelt. Ik maak een verhaal waarbij ik met iemand meeloop; wat ik zie en hoor, verwerk ik. Om te voorkomen dat er dingen in komen te staan die de hoofdpersoon niet wil, laat ik het eindresultaat lezen. Timman - die ik een buitengewoon intelligente man vind - heeft vooraf nog een kleinigheid uit het stuk gehaald, iets over een portemonnee die hij niet bij zich bleek te hebben.

De stijl die ik hanteer wordt vaak in het tijdschrift The New Yorker gebruikt en had ik voorafgaand aan de reportage al in gedachten. Sterker nog, de serie is nog lang niet afgelopen. Het is de bedoeling dat ik iedere twee weken een dergelijk portret over iemand schrijf. De volgende is een hartchirurg."

Paul van der Sterren, oud-beroepsschaker: "Het artikel valt me eigenlijk heel erg mee. Het is natuurlijk NIET de invalshoek waarmee in de schaakwereld meestal over mensen geschreven wordt, maar ik vind het een gevoelig portret waaruit de mens Timman meer tevoorschijn komt dan in de meeste interviews. Ook de manier waarop Koole de schaakwereld belichtte, was weliswaar erg eenzijdig, maar niet onjuist. Timman komt er toch niet onsympathiek uit? Alleen nogal ongelukkig, wat hij op dit moment waarschijnlijk ook is. Het is dus een menselijk portret, misschien hier en daar wat bijgeschilderd, maar in grote trekken niet onjuist. Waarom moet de schaakwereld altijd in het sprookje van de held blijven geloven? Je kan toch ook omschakelen naar de realiteit van de mens? Voor mij is Timman er geen millimeter minder door geworden."

Freelance journalist Frénk van der Linden maakt onder andere interviews voor NRC en Nieuwe Revu. In 1986 schreef hij, omdat hij het CDA kapot wilde maken, CDA-kamerlid Helmer Koetje in een interview totaal de grond in. Later kreeg hij spijt.

Van der Linden: "Laat ik uit eigen ervaring spreken: lange tijd kon ik geen weerstand bieden aan de verleiding geïnterviewden (na het interview!) te killen. Het gaf een gevoel van macht, ik had de illusie op die manier te scoren, en je viel op. Achteraf realiseer ik me dat het dikwijls laffe schrijftafelmoord was. Als ik nu aanval -en daar ben ik zuinig mee geworden- is het recht in het gezicht van de betrokkene."

Ivo Stork: "Laten we het er maar op houden dat Timman zo onverstandig is geweest om zijn romantische geest volledig bloot te geven. Uiteindelijk begrijp ik nog steeds niet waarom Timman bepaalde passages niet heeft geschrapt."

Dit artikel verscheen eerder in Schaaknieuws, nr. 11, 2002



Terug