Onze achtergronden: deel 8

Joachim Fest schrijft in Tegenlicht [...] over de Aeneis van Vergilius. Over 'de aankomst van de gevluchte, door een storm uit de koers geraakte Trojanen op de kust van Carthago, waar Aeneas, vol angst en onzekerheid, een wandschildering ontdekt die de ondergang van zijn stad uitbeeldt'. En vervolgens schrijft Fest iets schitterends: 'Maar mét de herinneringen die daardoor gewekt worden, met de ontzetting en de tranen, ontwaakt daardoor ook het vertrouwen te zijn aangekomen in een land waar mensen wonen; want het vermogen andermans ongeluk in de herinnering te bewaren, zo luidt het bondige en overweldigende inzicht, te delen in de rouw, dat is het kenmerk van beschaving, daaruit bestaat het wezenlijke verschil tussen mensen en barbaren.'

Uit: Stan van Houcke, 11 september, het keerpunt, p. 131 (Uitgeverij Atlas, 2001)

 

 



Terug