Venezolaanse coup (voorlopig) mislukt

Democratie gehandhaaft door massale volksbeweging

Door Kees Stad


Van aftreden naar een coup, van wederopstanding naar tegencoup

"Venezolaanse president Chávez treedt af"   voorpagina,
NRC, 12 april 2002
"Chávez 48 uur na staatsgreep terug"   voorpagina,
NRC, 15 april 2002
"De wederopstanding van Chávez"   hoofdartikel,
NRC, 15 april 2002
"Coup en tegencoup"   redactioneel,
NRC, 15 april 2002

"Verzoening met zijn tegenstanders en normalisatie van het maatschappelijke leven is het minste dat na de wederopstanding van het fenomeen Chávez gevraagd mag worden. Helaas lijkt hij daar niet de persoonlijkheid voor te hebben."

"Er hangt hier een geur van staatsgreep" schreef de San Francisco Examiner eind december al over Venezuela. Het gerommel werd heviger in het land. Drie jaar was de populistische militair Hugo Chávez inmiddels aan de macht. Nadat hij de verkiezingen in december 1998 met een ruime meerderheid gewonnen had, voerde Chávez een zoals hij het zelf noemde 'Bolivaristische Revolutie' door, die aanvankelijk voornamelijk op retorisch niveau merkbaar was. Maar hij nam het - al was het maar in woord - op voor 'de armen', weigerde om de oorlog in Colombia te steunen en waagde het de Amerikaanse 'oorlog tegen terreur' te bekritiseren. Stapje voor stapje ondernam hij ook pogingen om economische hervormingen door te voeren en de oliesector - Venezuela's belangrijkste inkomstenbron - te hervormen. Ook werd het parlementaire stelsel en de juridische macht op z'n kop gezet, hetgeen het door en door corrupte land op z'n grondvesten deed schudden.

Opmerkelijk was dat Chávez alle veranderingen doorvoerde volgens het democratische boekje. Bij grondwetswijzigingen werden referenda georganiseerd en ook tussentijdse verkiezingen werden met gemak door Chávez gewonnen. Het regime kon ook niet beschuldigd worden van grootschalige repressie en mensenrechtenschendingen. Maar er bleef ook veel gewoon hetzelfde. In de statistieken zijn niet zoveel revolutionaire veranderingen te zien, nog steeds bevindt 80 procent van de bevolking zich onder de armoedegrens. De meest ingrijpende hervormingen werden eigenlijk jongstleden december afgekondigd, een paar maanden voor de coup. Toevallig?

In december kondigden Chávez en het door zijn partij gecontroleerde parlement 49 wetswijzigingen aan. De meeste stof deden de maatregelen opwaaien die een grondige landhervorming mogelijk maakten, omdat ze een limiet stelden aan ongebruikt (groot)grondbezit. The Economist schreef toen: "Op economisch gebied was Chávez' 'revolutie' tot nu toe meer retoriek dan actie. Nu niet meer." Tegelijkertijd werd een aantal topmanagers van het machtige staatsolie-bedrijf PDVSA ontslagen. Chávez was er eerder al in geslaagd om binnen de OPEC tot een produktiebeperking te komen, om daarmee de olieprijs te doen stijgen. Maar dat betekende ook dat de eigen olieproductie aan banden gelegd moest worden en de kraan niet onbeperkt open kon staan. De machtige vakbeweging in de oliesector, CTV, is onderdeel van de sociaal-democratische structuren in het land die traditioneel de macht deelden met de Christendemocratische COPEI. De traditionele corrupte machtsstructuur dus die door Chávez aan de kant geschoven werd.

Schietincidenten
Eind vorig jaar lukte het de oppositie voor het eerst om wat kracht te tonen in de vorm van omvangrijke stakingen en een paar massale demonstraties, georganiseerd door een merkwaardig bondgenootschap van vakbeweging en ondernemers. In april leek het allemaal te culmineren in een wijdverspreide staking en een massa-demonstratie die Chávez de nekslag zou kunnen geven.

De gebeurtenissen van de 11e april leken aanvankelijk (en door de lens van de media) eerder op een volksopstand zoals we die in de jaren negentig in Oost-Europa zagen, dan op een coup. Een werkelijk reusachtige anti-Chávez-demonstratie (tenminste 200.000 mensen) wordt door de knokploegen van de dictator beschoten, waarna delen van het militaire apparaat besluiten het regime te laten vallen en de democratie hersteld wordt... Zo zou het waarschijnlijk ook de geschiedenisboeken ingegaan zijn, als Chávez niet een dag nadat hij van de troon gestoten werd, op wonderbaarlijke wijze uit de as herrees. Nu beginnen de verhalen naar buiten te sijpelen over wat er werkelijk gebeurde. De April-coup bestond in feite uit twee coups (of eigenlijk drie, als je het machtsherstel van Chavez ook meerekent). Na de mysterieuze schietincidenten van 11 april was een deel van het leger en ook parlementsleden uit het blok van het regime bereid de steun aan Chávez op te zeggen. De leider van de ondernemersbond Fedecamaras, Pedro Carmona, overspeelde vervolgens zijn hand door alle macht op te eisen, zichzelf tot interim-president te benoemen en het parlement te ontbinden. Toen bleek dat Chávez werkelijk steun in het land had; honderdduizenden mensen uit vooral de armere lagen van de bevolking trokken de straat op en Chávez-getrouwe militairen brachten de president terug naar zijn oude stek. Belangrijk daarbij was ook dat de meeste buurlanden zich onmiddellijk tegen de machtsgreep van Carmona hadden uitgesproken. Ten overstaan van een menigte van zo'n 200.000 mensen kon Chávez zich nu op 14 april weer uitgelaten op het balkon vertonen om zijn rode baret in de meute te gooien en te verklaren dat de orde hersteld was en er geen bijltjesdag zou volgen.

Militaire attachés
Over wat precies de rol van de VS in de coup is geweest, komen vooralsnog alleen maar flarden nieuwsfeiten naar buiten. Weekblad Newsweek maakte melding van nauwe samenwerking tussen de uitvoerders van de coup en "het economische en politieke systeem in de VS." De pasbenoemde onderminister van Buitenlandse Zaken van de VS, de extreemrechtse Otto Reich, stond in ieder geval in direct contact met Carmona op die ene dag dat hij aan de macht was. Het Venezolaanse dagblad Ultimas Noticias publiceerde ook aanwijzingen die Phillip Chicolla van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken gaf aan de coupplegers. Volgens het Venezolaanse dagblad Talcual (van 16 april) waren militaire attachés in Washington, Bogotá en Brazilia bij de coup betrokken. En dan is er nog die Amerikaanse militair, Luitenant Kolonel James Rodgers, die volgens getuigenberichten gesignaleerd is toen de boel op 11 april uit de hand begon te lopen... Ook druppelen de berichten naar buiten over ontmoetingen die de ondernemers rond Carmona in de maanden voorafgaand aan de coup hadden met regeringsvertegenwoordigers in de VS. Wat in ieder geval vast staat is dat de VS goed op de hoogte was van alle plannen en verhoudingen.

Het 'doorgaans goedingelichte' risico-analysebureau Stratfor maakt melding van een mogelijke dubbele en gedeeltelijk tegenstrijdige rol van de VS. De CIA zou een andere koers gevolgd hebben dan het departement van Buitenlandse Zaken, waarbij de twee afdelingen langs elkaar heenwerkten. De CIA zou (in samenwerking met extreemrechtse kringen binnen Katholieke kerk) de havikken rond Carmona gesteund hebben. "Als dat waar is," concludeert Stratfor, "zal dit de betrekkingen met Latijns-Amerikaanse regeringen ernstig kunnen beschadigen." Kenmerkend is in ieder geval dat de VS in tegenstelling tot veel Latijns-Amerikaanse regeringen weigerde om de coup te veroordelen. Samen met Spanje sprak de VS zijn steun uit aan het nieuwe bewind en de hoop op een "volledige democratische normalisering." Minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell probeerde één en ander te repareren door op 18 april op een vergadering van de Organisatie van Amerikaanse Staten te verklaren dat "staatsgrepen dingen uit het verleden zijn, geen pad naar de toekomst." Bush toonde weinig berouw en verklaarde grimmig dat hij hoopte dat Chávez zijn lesje geleerd had en voortaan de democratische instellingen zou beschermen. De EU en Rusland hielden zich overigens op de vlakte door alleen te verklaren dat ze hoopten dat de crisis snel opgelost zou worden.

Proletariërs
Een verhaal apart is de rol van de grote Venezolaanse media. The Economist beschreef hoe op 13 april de gezamenlijke media-magnaten bij Carmona de glazen kwamen klinken op de gelukte machtsovername. Vooral de tv-zenders hadden ook een verbluffend aandeel gehad in het aanwakkeren van de anti-Chávez-protesten door voortdurend op te roepen om deel te nemen aan de demonstratie van 11 april en de president stelselmatig af te schilderen als de personificatie van al het kwaad op aarde. En toen de coup eenmaal gepleegd was gingen ze over tot het uitzenden van rustgevende honkbalwedstrijden. In het NRC (van 24 april) stond een stuk over de rol van de media bij de coup dat dat laatste mooi beschrijft, maar niet diep genoeg spit naar de werkelijke samenwerking tussen coupplegers en mediamagnaten. Fraai is de vraag aan Miguel Otero, eigenaar van de (voormalige?) kwaliteitskrant El Nacional of de krant zijn geloofwaardigheid nu niet verspeeld heeft door de krant tot instrument in de campagne tegen Chávez te maken. "Nee," is het antwoord: "De aanhangers van Chávez zijn proletariërs die geen kranten lezen. En onze oplage is alleen maar gestegen." Met andere woorden; het gaat ook hem niet meer om de inhoud van de krant, maar om de verkoopcijfers. Van een prachtige ironie is dat juist doordat die proleten zijn krant niet lazen - hetgeen wellicht meer te maken heeft met het feit dat ze daar het geld niet voor hebben - ze in staat waren om te bedenken dat ze de straat op moesten komen om zich tegen de coup te verzetten. Of we nu zo blij moeten zijn met het feit dat Chávez na zijn terugkeer onmiddellijk besloot een aantal media aan te pakken, is natuurlijk de vraag, maar begrijpelijk is het wel.

Marxistische sekte
Een van de zaken die grotendeels onderbelicht gebleven zijn in de reguliere internationale media, is de mysterieuze schietpartij tijdens de anti-Chávez demonstratie die op 11 april het lont in het kruitvat gooide. De meeste van de vijftien doden die daarbij vielen, zijn juist afkomstig uit het kamp van sympathisanten van de president. Zo'n 5000 aanhangers van Chávez hadden zich voor het regeringsgebouw opgesteld om dat te beschermen tegen de optrekkende demonstranten, en zij werden als eerste beschoten. Wie precies verantwoordelijk waren voor de eerste kogels blijft vooralsnog onduidelijk. Maar op indymedia (een goede verzameling berichten over Venezuela is te vinden op de Nederlandse pagina: www.indymedia.nl) staat een ooggetuigenverslag van een Amerikaanse onderzoeker, die beschrijft hoe een extreemlinks clubje in het kamp van de oppositie - Rode Vlag genaamd - begint met schieten (het verslag is ook te vinden op de website van het Amerikaanse maandblad Z Magazine www.Zmag.org). Of die Rode Vlag nu een autenthieke marxistische sekte is, danwel een voor dit doel opgezet front, is niet bekend maar een beetje journalist moet daar makkelijk achter kunnen komen.

Bronnen:
San Francisco Examiner 29/12/01,
NRC 24/04/02, Jungle World 17/04/02
Stratfor berichten april 2002
Weekly News Update on the Americas 21/04/02
COMCOSUR weekly
Indymedia (www.indymedia.nl en www.indymedia.org )



Terug