Mediahype revisited

door Rens Vliegenthart

De brute moord op Pim Fortuyn heeft een enorme golf van afschuw door Nederland doen gaan. Alhoewel uitspraken als 'de democratie is dood' of 'Nederland zal nooit meer hetzelfde zijn' in de emotie van het moment gezien moet worden, is het absoluut noodzakelijk bij de beschuldigingen die aangangers van Fortuyn aan het adres van niet alleen de 'linkse' politiek, maar ook aan de de media doen, stil te staan. Er zou spraken zijn van 'demonisering' van Fortuyn en hierdoor zou een sfeer gecreëerd zijn, waarin deze politieke moord heeft kunnen plaatsvinden.

In het artikel 'Paars heeft 'mediahype' rond Fortuyn aan zichzelf te wijten', dat ik voor de vorige editie van Extra schreef, is uitgebreid stilgestaan bij het nieuws rond Fortuyn in de eerste 10 weken van dit jaar. De belangrijkste bevinding van het onderzoek dat de onderzoeksgroep 'Kiezers en Media' in samenwerking met Blauw Research uitvoert, was dat er bijzonder veel aandacht was voor Pim Fortuyn. Deze aandacht spitst zich niet zozeer toe op inhoud (issues), maar ging vooral over de mate dat Fortuyn succes had (succes en falen) en de steun en kritiek, die hij kreeg of gaf (steun en kritiek). Dit beeld is in de afgelopen weken, tot de moord op Pim Fortuyn, nauwelijks anders. Na de gemeenteraadsverkiezingen in Rotterdam, maar ook al daarvoor, werd in de media aan Fortuyn bijna alleen maar succes toegedicht. Deze trend werd slechts tijdelijk onderbroken na zijn nederlaag in het EUR lijsttrekkersdebat. Ook het beeld wat betreft steun en kritiek is nauwelijks anders: vooral de VVD en de PvdA bestrijden Lijst Pim Fortuyn fel. Dit hoeft echter geen negatieve gevolgen voor Lijst Pim Fortuyn te hebben: de kiezer kan door de kritiek van gevestigde partijen er juist van overtuigd raken dat Fortuyn een factor van belang is, waar (zelfs) de gevestigde politiek rekening mee houdt. Hierin verschilt deze campagne dan ook niet van die van bijvoorbeeld 1998, toen PvdA en VVD elkaar op dezelfde manier bestreden. De bewoordingen zijn dit keer hooguit wat feller.

De conclusie, die men uit deze bevindingen kan trekken, is tweeledig. Enerzijds lijkt het begrip 'demonisering' absoluut niet op zijn plaats. Juist de zeer grote media-aandacht heeft Pim Fortuyn en zijn partij enorm geholpen zo groot te worden als zij nu is. Aan de andere kant kan men zich afvragen of het in de krant niet veel meer zou moeten gaan over inhoud (issues). Immers, behelst democratie niet dat de kiezer op grond van inhoudelijke argumenten, een afgewogen keuze voor een bepaalde partij of politicus kan maken?

Dat de inhoudelijke afweging dezer dagen nogal eens het onderspit delfde tegen andere gevoelens en emoties, heeft in de eerste plaats natuurlijk te maken met de gruwelijke moord op Pim Fortuyn. Toch lijkt het ook voor de media noodzakelijk de hand in eigen boezem te steken en zich af te vragen welke rol zij binnen onze maatschappij en meer precies, binnen onze democratie dient te vervullen. Juist in deze tijd lijkt de Nederlandse bevolking gebaat bij verslaggeving, die erop is gericht inzicht te geven in inhoudelijke verschillen en zienswijzen en op die manier de kennis omtrent politieke verschillen vergroot. Op die manier kunnen de media haar (bescheiden) bijdrage leveren de kloof, die is ontstaan tussen burger en politiek, daadwerkelijk te overbruggen.



Terug