Het Kabinet is gevallen. Leve het Kabinet!

door Alberto Ciaccio

Onder aanvoering van premier Wim Kok trad het voltallige kabinet op 6 april 2002 af. "De Nederlandse regering is... tekortgeschoten" en "met dit besluit wordt integraal verantwoordelijkheid genomen voor het gevoerde beleid..." sprak Kok plechtig in de vergaderzaal van de Tweede kamer. De minister president leek er geen doekjes om te winden, misschien nog geen Jip en Janneke taal, maar de boodschap kwam over. Het kabinet was gevallen of beter gezegd afgetreden, er was immers geen sprake van "een conflict met het parlement of interne verdeeldheid."1 Volgens het NRC Handelsblad was de stemming in de Kamer opgetogen, "alsof men collectief opgelucht was."2 Ook de reacties uit het buitenland waren opmerkelijk positief, volgens The Financiel Times was het aftreden "een toonbeeld van Nederlandse Moed' en herhaaldelijk werd benadrukt dat dit de eerste keer was in de recente Europese geschiedenis dat politici op een dergelijke radicale wijze verantwoordelijkheid zouden hebben genomen voor een buitenlandse humanitaire aangelegenheid. De oppositie houdt zich opvallend stil en prijst Kok's "morele moed".

Maar er was ook kritiek, een commentator van de Süddeutsche Zeitung beschouwde het aftreden als een verkiezingsstunt, het vertrek van een premier die toch al niet meer terug zou komen, "een offer dat in werkelijkheid geen offer is." In de dagen na het aftreden zou de stemming dan ook langzaam omslaan. De afwijzende houding van Kok, Melkert en Dijkstal voor een debat met de kamer wordt bekritiseerd. Kok wil 'chaos' voorkomen en terwijl sommigen nog steeds onder de indruk van het unieke en internationale karakter van deze gebeurtenis waren, vroegen velen zich ondertussen af wat demissionair nu precies inhoudt. Het Kabinet was immers in naam afgetreden maar geen minister was daadwerkelijk opgestapt. Ook een demissionair premier en de PvdA partijvoorzitter zagen zichzelf nog steeds aangewezen zich in te zetten voor de Joint Srike Fighter (kwestie). Ook demissionair minister van defensie De Grave zag zich niet gehinderd in het rondsturen van ontslagbrieven en onthief bevelhebber van het leger Van Baal uit diens functie.

Het aftreden en de rede van Kok vormen een puzzel waar menig analyst/columnist in de Nederlandse dag- en opiniebladen zich over buigt. Peter van Walsum wijst 23 april in NRC op de bewering van Kok dat de "internationale gemeenschap anoniem is en niet op zichtbare wijze verantwoordelijkheid kan nemen tegenover de slachtoffers en nabestaanden van Srebrenica. Ik kan en doe dat wel." "Dat de internationale gemeenschap anoniem zou zijn..." noemt Van Walsum een bizarre bewering voor "de premier van een land dat de Verenigde Naties hoog in het vaandel heeft staan ''.." de internationale gemeenschap zou al in november 1999 bij monde van VN-secretaris-generaal Annan zichtbaar het boetekleed voor Screbrenica [hebben] aangetrokken." Van Walsum concludeert dat er slechts twee mogelijke verklaringen voor de val van het kabinet zijn: "òf er dreigen twee ministers af te treden en Kok wenst hun voor te zijn, òf het is sinds 10 april duidelijk geworden dat Nederland een veel zwaardere verantwoordelijkheid draagt dan eerst werd aangenomen."

Een paar dagen later is de stemming al grimmiger. In HP de Tijd van 26 april schrijft Dirk-Jan van Baar dat Kok niet vanwege het NIOD-rapport en Srebrenica is opgestapt, "wie dat gelooft is gekke Henkie." Van 'respect' voor de premier wil hij niets weten. De argeloze toehoorder van Kok's toespraak zou in de maling zijn genomen. "Als ze in Den Haag aan het moraliseren slaan, is het altijd oppassen, maar de onzin die deze keer werd uitgekraamd sloeg alles. (..) Daarom denk ik dat het 'respect' voor de aftocht van Kok niet lang standhoudt. De eerste twijfels over deze 'ethische heldendaad' klinken al."

In een groot achtergrondartikel van Joost Niemöller in hetzelfde opinieblad getiteld 'Het verdriet van Nederland' stelt hij dat het Kabinet viel uit angst voor een dreigende burgerrevolte. De burger heeft zijn buik vol van Links, van zogenaamd politiek correct maar halfbakken beleid, aldus Niemöller en hij plaatst dit binnen het bredere kader van de recentelijke tegenslagen die de socialisten in Europa ondervinden. "Het [Kabinet] was in doodsangst in elkaar gezakt. En zo werd ook nog mooi een Srebrenica-debat voorkomen waar iets op het spel had kunnen staan. Maar dat was bijzaak. Hoofdzaak was de dreigende burgerrevolte. Nog net op tijd had de hele regentencultuur met een moreel hoogstandje de aftocht kunnen dekken."

Ook de Elsevier van 27 april plaatst de val van ons kabinet binnen de tragiek van links in Europa en Eric Vrijsen stelt dat de ministers van PvdA, VVD en D'66 in werkelijkheid helemaal niet eensgezind zijn afgetreden. Kok zou het kabinet in zijn val hebben meegesleurd. De PvdA en VVD kopstukken realiseerden zich dat "zij het nooit eens zouden kunnen worden over de opvolging [van Kok]" in de naderende kabinetcrisis en "gingen een confrontatie over het voorzitterschap van een interimkabinet uit de weg. (..) Daarmee werd PvdA kroonprins Ad Melkert op zijn wenken bediend. Hij had geen behoefte aan een interimpremier (..) want dat zou de opvolging van Kok alleen maar vertroebelen." Ad Melkert presenteert zich als de grote tegenpool van Pim Fortuyn in een poging te voorkomen dat hij linkse stemmen zou verliezen aan Paul Rosenmüller en Jan Marijnissen. Hiermee past "de val van het Kabinet in de electorale strategie van Melkert. (..) hij heeft goed ingeschat hoe de emotiedemocratie zou reageren op het dramatische gebaar van Kok. Melkert [was] minister onder Paars-I en dus bevattelijk voor het NIOD-virus (..) doordat Kok alle verantwoordelijkheid op zich nam, [kan hij] zich drukken."



1 NRC Handelsblad Maandag 17 April 2002; "Kamer: respect voor aftreden Kok."
2 NRC Handelsblad Maandag 17 April 2002; "Paars wil rekening nu wel betalen."



Terug