Van Aartsens gerommel in de marges van het Midden-Oosten
Een gedoogbeleid ten aanzien van martelingen?

Door Patrick Pubben

Het begon ergens medio vorig jaar: "het ministerie van Buitenlandse Zaken neemt langzaam maar zeker afstand van het imago Israëls immer loyale bondgenoot te zijn." Een van de redenen die de Volkskrant hiervoor aanvoerde is dat VVD-minister Van Aartsen "oprecht geschokt" lijkt te zijn door het optreden van Israël (Volkskrant 07/06/01). Als "een van de eerste bewindslieden in Europa" betichtte hij Israël van "excessief geweld tegen de Palestijnen, toen die vorig jaar hun tweede volksopstand begonnen." Van Aartsen zou door deze "politieke koerswijziging" nogal wat kwaad bloed zetten bij het CDA, de ChristenUnie en zelfs bij zijn eigen VVD-achterban. Of de krant nu zelf ook al een ommeslag overweegt, blijft ongewis.

Op 6 september laat NRC Handelsblad weten dat Van Aartsen "harde kritiek" heeft geuit op Arafat in de Tweede Kamer maar daarbij ook Israël niet spaarde. "Van Aartsen kondigde aan dat Nederland via de Europese Unie en in samenwerking met de Verenigde Staten nu in de eerste plaats wil streven naar een deëscalatie van het geweld tussen Israël en de Palestijnen."

Een man, een missie
Tijdens een reis naar Turkije, India en Iran eind 2001 kreeg onze minister in Teheran bij monde van zijn collega Kharazzi te horen dat deze "alle begrip had voor de 'verzetstrijders' van Hamas, Hezbollah en andere, zolang Israël Palestijns gebied bezet houdt." Van Aartsen bleek het onderscheid tussen militair geweld en terrorisme nog steeds duidelijk te kunnen maken. Zijn collega prentte hij in: ,,Er bestaat geen goed of fout terrorisme. Elke terroristische actie waarbij onschuldige burgers de dood vinden moet worden veroordeeld.'' (NRC 3 dec. 2001)

In maart 2002 wordt Van Aartsen door verschillende kranten even ten tonele gevoerd als een ware held: hij durft het op te nemen tegen de gangbare mening binnen de EU en de VS: het beleid van Sharon "leidt tot niets en brengt iedere politieke oplossing verder weg" (de Telegraaf 8 maart 2002) "Van Aartsen stuurt aan op VS-EU-protest tegen Israël" kopt de Volkskrant op 9 maart. "Dit kan zo niet langer" schijnt hij zelfs tegen zijn Israëlische collega Peres te hebben gezegd. Hierbij wordt even vergeten dat de minister nog geen maand daarvoor in eerste instantie bezorgd was om de relatie met de VS tijdens een informele EU-top in het Spaanse Cácares. Ideeën voor een eigen vredesinitiatief van de EU van de Duitse minister Fischer werden sceptisch benaderd. (Algemeen Dagblad 11 febr. 2002)

Uiteindelijk leidde al dat overleg ertoe dat de EU voor het eerst de Palestijnse staat erkent en dat zowel de VS als de EU onafhankelijk van elkaar een verklaring afleggen waarin ze Israël én de Palestijnen oproepen tot een beëindiging van het geweld, voorwaar een geweldige stap die we in andere bewoordingen al vaker hebben gehoord. Van Aartsen had aangedrongen op een gezamenlijke Europees-Amerikaanse verklaring en had zelfs al laten weten dat die er zou komen, zeer tot ongenoegen van Spanje, de huidige voorzitter van de EU. Van Aartsen had zijn doel echter bereikt: kijk maar naar de hernieuwde bewegingsvrijheid van Arafat. (Volkskrant en NRC, 12 maart 2002). Jammer alleen dat Arafat toch niet naar de Arabische top in Beirut mag afreizen, zoals 26 maart bekend werd.

Op het matje
Spanje voelde zich gepasseerd door de vroegtijdige en onjuiste uitlatingen van Van Aartsen over de gemeenschappelijke VS-EU-verklaring. "Anders dan Buitenlandse Zaken suggereerde had de Amerikaanse minister Powell zelfs niet met Van Aartsen gesproken." (Volkskrant 12 maart). Daar zou echter spoedig verandering in komen. Van Aartsens Alleingang bleek in de VS niet onopgemerkt te zijn gebleven en meteen na afloop van de top in Barcelona medio maart wordt Van Aartsen 'uitgenodigd naar Washington' voor een gesprekje met Powell. Van dit bliksembezoek keert de minister terug met de boodschap "Irak bedreigt ook onze democratie".

"Mijn verhaal is oké"
Hij heeft zijn lesje geleerd, lijkt het, neemt alle standpunten van Powell klakkeloos over en NRC geeft hem zonder enige kritische vragen gelegenheid een kort betoog te houden. "Wij moeten wat beter lezen en analyseren wat er wordt gezegd, en niet meteen gaan hyperventileren, zoals Wolfowitz [Amerikaanse onderminister van Defensie] dat noemde," mag Van Aartsen zeggen. Het Midden-Oosten vormde de direct aanleiding voor het bezoek en Powell "had ook wel wat irritatie te luchten over de Europese kritiek van de laatste tijd. Niet jegens de Nederlandse regering, weet Van Aartsen, "want mijn verhaal is oké", mag Van Aartsen sussend stellen.

Gezien het gebrek aan fundamentele kritiek van de VS op Israëls beleid kan hieruit gerust geconcludeerd worden dat Van Aartsen nooit echt zijn nek heeft uitgestoken om de Nederlandse pro-Israëlische koers om te gooien en dat hij dat ook niet van plan is. "Met uitleg over en weer vinden we elkaar snel, omdat we dezelfde waarden delen", krijgen we van de minister te horen. En tot slot, ook het beeld dat de Amerikanen de NAVO niet meer belangrijk zouden vinden, blijkt niet te kloppen. "Zij hebben de rol die de NAVO-bondgenoten na 9/11 hebben gespeeld zeer gewaardeerd" (NRC 20 maart 2002, vreemd genoeg besteedt alleen NRC enige aandacht aan de afloop van het bezoekje aan Powell). Alles is dus weer koek en ei en Van Aartsen mag nog een paar maanden verder rommelen in de marges van de wereldpolitiek.

Verontwaardiging over zoveel lafheid en Hollandse kneedbaarheid is bij de Nederlandse journalist die Van Aartsen mag interviewen helaas ver te zoeken. Het betreft hier nota bene Marc Chavannes die in andere stukken vaak getuigt van de nodige scepsis tegenover de VS.

Gedoogbeleid voor martelen?
Een week eerder bericht NRC eufemistisch over het feit dat de VS de wet "omzeilen" bij uitlevering van terroristen. Hiermee blijkt te worden bedoeld dat de "Amerikaanse autoriteiten … verdachten van terrorisme bewust in andere landen dan de Verenigde Staten [ondervragen]." En in de praktijk betekent dit dat verdachten naar landen als Egypte en Jordanië worden overgebracht alwaar ze worden onderworpen aan "ondervragingspraktijken als marteling en bedreiging van familieleden." Hierbij zouden af en toe ook agenten van de CIA betrokken zijn geweest. Deze gang van zaken blijkt niet nieuw te zijn na 11 september maar was daarvoor al gebruikelijk als 'ondervragen' in eigen land te lastig was. Uitbesteding voorkomt "een langdurig proces, maar ook onaangename publiciteit." (NRC 12 maart 2002)

De Volkskrant bericht hierover ook in een klein stukje op de voorpagina van 12 maart: "Terroristen in opdracht van VS elders gemarteld", maar laat dit pas vanaf 11 september gebeuren en enkel van toepassing zijn op "gevangenen die worden verdacht van banden met de terreurorganisatie Al Qai'da". De Volkskrant maakt de stap van 'verdachten' naar 'terroristen' wel heel erg snel. De krant spreekt gemakshalve ook van "landen waar marteling tijdens het ondervragen is toegestaan", terwijl alle internationale verdragen marteling per definite verbieden. Op Israël na is marteling officieel in elk land bij de wet verboden en de Amerikaanse wet verbiedt zelfs enige samenwerking met landen waar marteling aantoonbaar wordt toegepast.

Opvallend is tevens dat dit nieuwsfeit één dag in de krant komt, het journaal of Netwerk niet haalt en ook weer verdwijnt, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Chavannes had Van Aartsen hiernaar kunnen vragen, en of de VS en de EU elkaar hier met een beetje uitleg over en weer ook weer snel vinden "omdat we dezelfde waarden delen."





Terug