Paars heeft 'mediahype' rond Fortuyn aan zichzelf te wijten

Door Rens Vliegenthart

Kok sprak van een 'mediahype' (de Volkskrant, 9 maart 2002) en ook andere politici schreven het succes van Pim Fortuyn deels toe aan de media. Vooral de televisie zou een grote bijdrage hebben geleverd aan de opkomst van professor Pim. En inderdaad: de aandacht die de media besteden aan Fortuyn is uitzonderlijk groot. Máár, zo concluderen diverse experts, dat is niet alleen de media aan te rekenen: de gevestigde politiek in het algemeen en de 'Paarse' politiek in het bijzonder, dragen hieraan in belangrijke mate bij. De huidige regering heeft geen boodschap meer voor de burger en dus ook niet voor de media.

Henri Beunders, hoogleraar maatschappij, media en cultuur aan de Erasmus Universiteit, concludeert in zijn betoog 'Nieuwe nostalgie' dat de invloed van de media zwaar wordt overschat en vindt een verklaring voor het succes van Fortuyn in een gevoel van nostalgie, dat deze weet op te roepen en dat de kiezer aanspreekt. Tegen deze nostalgie van kleinschaligheid en medemenselijkheid, gecombineerd met de gedachte van een sterke groei van de informatisering, is de gevestigde politiek niet in staat iets in te brengen (NRC Handelsblad 23 maart). Ook hoogleraar communicatiewetenschap Jan Kleinnijenhuis van de Vrije Universiteit te Amsterdam ziet geen heil in de stelling dat de media verantwoordelijk zijn voor de opkomst van Fortuyn. Volgens hem is Paars blijven steken in financiële retoriek, die de kiezer niet meer aanspreekt (de Volkskrant 16 maart).

In het onderzoeksproject 'kiezers en media', dat de Vrije Universiteit in samenwerking met Blauw Research uitvoert, wordt de politieke mediaberichtgeving in de maanden voor de verkiezingen onderzocht, door onder andere inhoudsanalyse van vier kranten: AD, NRC Handelsblad, Trouw en de Volkskrant. Eerder onderzoek - bijvoorbeeld bij de vorige landelijke verkiezingen - heeft aangetoond dat de verschillende dagbladen en televisienieuwsbulletins sterk op elkaar lijken wat betreft de verdeling van aandacht voor politieke partijen, politici en politieke onderwerpen.

Figuur 1 geeft een overzicht van de aandacht, die in de eerste tien weken van 2002, dus tot en met de week van de gemeenteraadsverkiezingen, door de vier dagbladen is besteed aan de diverse lijsttrekkers.



bron:onderzoek 'Kiezers en Media', Vrije Universiteit

Zoals uit deze figuur blijkt, weet Pim Fortuyn een exponentieel groot deel van de aandacht op te slokken. Wordt er over een lijsttrekker geschreven, dan betreft dat in 45% van de gevallen Fortuyn, een percentage dat de andere lijsttrekkers het absolute nakijken geeft. Een goede tweede is Jan-Peter Balkenende (oppositiepartij CDA met 18%) en pas daarna komen de 'Paarse' lijsttrekkers Melkert (14%) en Dijkstal (11%). De overige lijsttrekkers komen niet boven de 5% uit, waarbij D'66 leider De Graaf op een schamele 3% van de aandacht blijft steken.

Wordt er naar bovenstaande resultaten gekeken, dan lijkt de stelling dat de media genoeg hebben van Paars, bevestigd te worden. Haalden de drie lijsttrekkers in de verkiezingscampagne van 1998 nog het overgrote gedeelte van de media-aandacht binnen, in 2002 blijven zij ver achter bij Fortuyn, maar ook bij CDA-leider Balkenende. Wat is de oorzaak van deze publiciteitsstilte rond Paars? Heeft Kok gelijk? Zijn de media inderdaad gevallen voor de charmes van de 'relnicht' Fortuyn of is er een andere verklaring?

Onderzoek naar de Nederlandse media, zoals onder andere door Kleinnijenhuis uitgevoerd, toont aan dat de media de vaak toegeschreven rol van 'trendsetter' niet waarmaken. De media schrijven pas over een onderwerp, als daar ook in de politiek discussie over is (de Volkskrant 16 maart). Hoewel het tegenovergestelde wel eens beweerd wordt, volgt de media-agenda dus in grote lijnen de politieke agenda. Voor de geringe berichtgeving door de media over de gevestigde partijen, politici en hun onderwerpen, zijn in dit kader twee redenen aan te wijzen, die aan elkaar gerelateerd zijn.

Ten eerste besteden de gevestigde politici zelf veel aandacht aan Fortuyn. Figuur 2 geeft aan hoe Fortuyn de eerste tien weken van 2002 in de vier kranten heeft gestaan.

bron:onderzoek 'Kiezers en Media', Vrije Universiteit

In deze figuur worden drie soorten nieuws onderscheiden: ten eerste het 'issue'-nieuws, dat is nieuws over uitspraken, die Fortuyn over politieke onderwerpen doet. Zoals uit de figuur blijkt, is dit slechts een klein gedeelte van het nieuws rond Fortuyn. Het onderwerp waar de kranten in relatie tot Fortuyn de meeste aandacht aan besteden, is de asielzoekerproblematiek en de (vermeende) problematiek met betrekking tot de multiculturele samenleving. Het tweede soort nieuws is het zogenaamde 'succes en falen'-nieuws, waarbij de vraag centraal staat in hoeverre Fortuyn en zijn partij succesvol worden geacht. Dit soort nieuws neemt ongeveer een kwart van het totale nieuws rond Fortuyn in beslag en pakt nogal positief uit voor Pim Fortuyn. Dit is gezien zijn grote winst met Leefbaar Rotterdam, de peilingen en zijn rol in de lijsttrekkersdebatten niet verwonderlijk. Een 'hype' kan de media in dit opzicht dan nauwelijks verweten worden. Het laatste soort nieuws dat wordt onderscheiden is het 'steun en kritiek'- nieuws, waarbij de media of anderen Fortuyn steunen of bekritiseren of Fortuyn steun of kritiek uit op anderen. Bijna zeventig procent van het nieuws betreft steun en kritiek, waarbij Fortuyn vooral door prominente politici wordt bekritiseerd en Fortuyn zelf, in mindere mate, andere politici van kritiek voorziet. Zelden gaat het hierbij daadwerkelijk om inhoudelijke standpunten van Fortuyn, maar veelal over de man zelf. Kennelijk is de gevestigde politiek niet in staat een inhoudelijke discussie met Fortuyn aan te zwengelen, zodanig dat hij gedwongen wordt inhoudelijke uitspraken te doen. Men zou het een verdienste van Fortuyn kunnen noemen dat deze de aandacht hoofdzakelijk op zijn persoonlijkheid gevestigd lijkt te houden, maar ook lijkt Paars hier duidelijk steken te laten vallen.

Een tweede reden waarom Fortuyn zoveel nieuws aantrekt, is het feit dat het ook de Paarse partijen ontbreekt aan inhoudelijk aansprekende standpunten of onderwerpen. Tijdens vorige campagnes konden de PvdA en de VVD nog traditionele socialistisch-liberale tegenstellingen uitspelen en daarmee media-aandacht genereren. De PvdA, die in verkiezingstijd traditioneel positief is over een links thema als de sociale zekerheid, wordt, onder andere door de oplaaiende WAO-discussie, op dit terrein in een defensieve houding gedwongen. De VVD, die succes had met onderwerpen als asielzoekers en criminaliteitsbestrijding, ziet Fortuyn er met deze onderwerpen vandoor gaan.

Natuurlijk ligt de 'schuld' voor de exponentieel gegroeide media-aandacht voor Fortuyn niet alleen bij de gevestigde politiek. Ook de media zelf kunnen zich afvragen wat hun rol in de samenleving is en wat hun rol dient te zijn. Gaan zij op in de aandacht voor Fortuyn en zorgen zij dat zijn succes alleen maar meer succes creëert of proberen zij een evenwichtig en zo objectief mogelijk beeld te geven van de onderwerpen, die in de verkiezingsstrijd spelen? Zolang de gevestigde politiek echter aandacht blijft besteden aan het 'fenomeen' Fortuyn, is het niet verwonderlijk, en al zeker niet verwerpelijk, dat de media dit ook doen.

Anderhalve maand voor de verkiezingen is de tijd wel aangebroken dat niet een fenomeen maar inhoud de strijd gaat bepalen. Het lijkt duidelijk wat de gevestigde politiek en in het bijzonder de Paarse partijen te doen staat. Zij zullen de inhoudelijke discussie met Fortuyn aan moeten gaan. De mogelijkheden lijken daartoe aanwezig nu Fortuyn zijn boek annex verkiezingsprogramma 'De puinhopen van acht jaar Paars' heeft uitgebracht, waarin de aanbevelingen om te komen tot de idyllische samenleving, zoals hij die zich voorstelt, karig en bekritiseerbaar zijn. En als Rosenmöller dan gelijk heeft met zijn opmerking:'als jij wordt bekritiseerd op je kwetsbare punten, maak je theater en ga je niet meer in op de inhoud...', gemaakt tegen Fortuyn tijdens het lijsttrekkersdebat van 21 maart, dan is er nog hoop voor de gevestigde politiek. Immers, ook in eerdere campagnes bleek het de kiezer uiteindelijk toch niet om de poppetjes en de show, maar om de inhoud te gaan.

Rens Vliegenthart is werkzaam aan de Vrije Universiteit Amsterdam als lid van het onderzoeksteam 'Kiezers en Media', dat onderzoek doet naar de politieke mediaberichtgeving in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen 2002.



Terug